299 – Koyova

De ruiters kwamen nu uit Zilgraysa, ze waren via de Rondweg naar het Brandemeer gereisd. Ze hadden een voorraad Graysaflu bij zich, ik slaakte een zucht van opluchting toen ik dat hoorde. Ik haalde de een na laatste gouden ketting uit mijn broekzak maar mijn gebaar werd weggewuifd. "Jij gaat een belangrijke expeditie ondernemen, de verzetters helpen elkaar wederzijds," zei Twaitesima.

Toen we de volgende dag ons middagmaal op hadden – en de paarden voldoende waren uitgerust - stond de grootste van de twee ruiters op. Een man van mijn leeftijd, zijn naam was Koyova, hij trok me overeind en hielp me met mijn bepakking. Na drie dagreizen zette hij me af op de markt van Barra.

Dat is de korte versie. Moet ik het daarbij laten? Komt dit geschrift ooit af? Ik voelde me aangetrokken tot Koyova. In al die jaren had ik nooit naar een man getaald. Soms dacht ik terug aan de bruidsdagen met Hebotva, soms dacht ik met een knijpend heimwee aan Liduva, maar verder had ik het altijd te druk gehad. En de meeste mannen die ik in de loop der manen had meegemaakt, hadden bepaald niet mijn begeerte gewekt. Maar ik klom achter Koyova's brede rug, sloeg mijn armen om zijn middel, legde mijn wang tegen zijn jas van zacht leer en snoof hem op.
Het landschap was nu vriendelijker voor reizigers. Er waren bomen en rotsblokken, er waren ook smalle stroompjes vol vis.

We legden ons bij het vuurtje te rusten, gewikkeld in onze mantels. Hij nam me in zijn armen. Hij kuste me vragend, ik kuste hem antwoordend. Onder al die lagen kleren vonden we elkaar en het was een groot genot. Hij sliep en ik keek tussen de boomkruinen door naar de sterren die nu veel vriendelijker straalden.
Het genot was er elke avond, het was of deze tocht geen deel uitmaakte van mijn reis, alsof we helemaal nergens naar op weg waren.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 7 Reacties

298 – een dag in het verzetterskamp

Inmiddels zaten de kampbewoners aan het ontbijt. Ik voegde me bij hen, kreeg brood en kaas en thee. Ik vertelde over Bo, hoe hij me had laten weten dat hier een verzetterskamp was. Twaitesima herinnerde zich nog goed hoe ik hem – zij zei Hebotva - destijds had teruggevonden, in het verzetterskamp van Wezarma, bij Harstamar. Zij wist dus ook van mijn reisdoel, van de kaart die ik toen in het kamp had gekregen. Ik had toen Horva de Hemrenva geciteerd en Twaitesima had me met haar felle ogen aangespoord om naar de Rots te gaan.

"Waarom wil jij zelf niet gaan?" vroeg ik.
Even verloren haar ogen het licht. "Ik heb het geprobeerd," zei ze zacht.
Ik vroeg niet verder. Een van de mannen sloeg even een arm om haar heen.

Nu moest er weer een reisplan komen. Er zouden die avond twee ruiters komen met proviand en nieuws. Een van hen zou mij te paard naar Barra kunnen brengen. Mijn eerste reactie was: "Nee, dan kan niet." Ik wilde het immers volgens de regels doen. Maar wat een onzin, ik was al van de regels afgeweken toen ik besloot om naar Spirabyad te gaan. Om niet naar Signada te gaan, om de Heerweg te verlaten. Waar het nu om ging, was dat ik de Rots zou bereiken, van welke kant dan ook.

Ik kon nog niet voorbij Barra denken, ik had geen idee hoe de wereld er daar heen lag. Niet een van de mensen rondom het vuur kon dat precies vertellen. Kennelijk had Twaitesima het via de Heerweg geprobeerd. De dag ging voorbij met hout sprokkelen, brooddeeg kneden, een kip slachten voor het avondmaal van de ruiters. De Kuuksivogel scharrelde bij ons rond. Hoe zou het met Kuuksi zijn, zou ze nog leven? Zou ik haar ooit terugzien? Mijn handen verlangden naar haar zachte velletje, mijn brein verlangde naar haar instinct.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

297 – de spiegelspin

Ik werd wakker doordat er iets over mijn gezicht kriebelde. Slaapdronken kwam ik overeind en zag hoe een wonderlijk beestje, ongeveer zo groot als een munt, van me wegrende, onder het tentdoek door. Het leek op een spin, maar dan geen spin die me angst aanjoeg zoals de kameelspinnen die we soms zagen in Dunkitaba. De pootjes van deze spin leken wel van glas, en zijn lijfje was een mozaïek van spiegelscherfjes. Opeens hoorde ik de stem van Va: "Je lijkt verdomme wel een spiegelspin!" en rats … scheurde hij mijn muntjesdoek in tweeën. Hoe kon Va ooit van een spiegelspin gehoord hebben?

De vrouw met de groene ogen kwam de tent binnen. "Goedemorgen Yimama! Heb je lekker geslapen?"
Ze gaf me een kop thee en kwam naast me zitten. "Ik heet Twaitesima," zei ze. Ze droeg een doek met glinsterende scherfjes erop genaaid. Ze zag me kijken en zei: "Als spiegelspinnen doodgaan kruipen ze uit hun huid, die blijft dan achter. Je hebt gezien dat het meer niet spiegelt, dat komt doordat de spinnen de spiegeling opsouperen zodra ze uit het ei komen."

Er schoot me opeens iets te binnen, ik grabbelde in de diepe zak van mijn broek naar het spiegelpotje. Nu pas zag ik dat de bodem ook van zo'n spiegelspinhuidje gemaakt moest zijn. Mijn gezicht keek terug. Rustig, moe en oud. Twaitesima zei: "Je kunt wel baden in het meer, zolang je het water maar niet drinkt, het zit vol met piepkleine scherfjes, het voelt als een zee vol kwalletjes maar het is wel heerlijk warm."

In mijn hemd liep ik het water in. De Kuuksivogel bekeek me vanaf een puntige kei. Mij niet gezien! sprak haar gezichtje. Ik vond het heerlijk, ik liet me langzaam achterover zakken en dreef op het spiegelloze water – vloeibaar steen leek het wel en toch voelde het als prikkelig water.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

296 – het Brandemeer (2)

Ik groef in de draagzak tot mijn vingers hem vonden. Er kleefde een blaadje aan, waarschijnlijk van een appelboom. Op een steen die wat boven het water uitstak knielde ik en boog me opzij naar het water. Stemmen hoorde ik, hier en daar een woord … "onderweg" … "wachten" (of wachters?) … "lopen" … "naar Barra" …

Ik ging weer staan en keek nogmaals rond. In de verte blikkerden de IJshellingen, dat verblindde me, ik hield mijn hand boven mijn ogen en ontwaarde opeens, heel in de verte – buiten de schaduw van de Rondweg – toch een kamp, je had gelijk Bo! Ik moest dus nog een heel eind lopen, om het meer heen. Honger en dorst plaagden me, zou ik het water kunnen drinken? Had ik Kuuksi maar bij me, als voorproefster. Of de Kuuksivogel!

Het leek of ik haar met mijn gedachten had geroepen. Ze daalde neer op de steen waarop ik zojuist geknield had gezeten en boog haar kopje naar het water. Ik zag hoe ze haar roze kattentongetje uitstak, een piepklein stukje maar, en toen besloot dat dit geen drinkwater was.
Nog maar een drupje platenbloed dan. Ik hees mijn bepakking weer op mijn rug en zette de ene voet voor de andere terwijl de vogel van boom naar boom vloog. Toen ik eenmaal uit de schaduw was werd het duidelijk warmer. Het meer dampte nog meer. Toch leek het niet alleen daarvan te komen dat het nu – in de zon – nog steeds niet spiegelde.
Pas tegen zonsondergang naderde ik het kamp.

Een man stond op wacht en keek me naar zich toe. "Stop! Maak je bekend!"
Ik schoof mijn linker mouw omhoog. Stem had ik nauwelijks meer. "Yima van Rodva."
Hij liet me toe in de driehoek van tenten. Er was vuur, er was thee. Ik herkende de vrouw die me mijn beker aangaf. De vrouw met de groene ogen uit het kamp bij Harstamar.
Toen ik gedronken had – sterke thee met Hemrenlijk veel suiker – vroeg ze: "Waar is Hebotva?"
Hadden ze ons verwacht?
Ik vertelde kort wat er gebeurd was. Ik kreeg nog een kom met soep maar ik was bijna te moe om hem leeg te lepelen. Iemand rolde mijn bedrol voor me uit, dekte me toe, en ik sliep.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

295 – het Brandemeer

Ik miste Bo, ik was ongerust over hem, en toch deed het me ook goed dat ik alleen was. Zo bracht ik tenminste niemand in gevaar met wat goed beschouwd nog steeds een onbekookt plan was. Iets wat ik mezelf had opgelegd, alleen maar om de wereld te kunnen laten zien dat ik gelijk had en niet zij. Nou ja, de wereld … Inhemren. En dan vooral de mannen van Inhemren. En vrouwen als Wasijma. En gevangen vrouwen zoals Mia. En de handlangers zoals de Blauwen. Al lopend en denkend wond ik mezelf op, het gaf me energie en het hield me warm. Het was een ondoordacht plan maar het was wel noodzakelijk.

Met de allerlaatste restjes proviand, af en toe een drup platenbloed en af en toe een straalzaadje – dan danste ik bijna door het bos, lachend om mezelf – bereikte ik na drie nachten de zuidpunt van het Brandemeer, onder de schaduw van de Rondweg. Behoedzaam keek ik naar het noorden. Ik zag het lint van de ijshellingen blikkeren in de verte. Het water dampte, alsof het veel warmer was dan de omgeving.

Ik legde de zware draagzak af en liet me zakken op een kei aan de waterkant. Zacht slurpte het water aan de steentjes, bewogen door een nauwelijks voelbare wind. Kwam het door de schaduw dat het niet glinsterde? Moeizaam en stijf kwam ik overeind om wat dichter naar het water toe te lopen. Mist kromde rond mijn enkels, ik kon door mijn laarzen heen voelen hoe warm het water was. Ik keek naar beneden en zag niets dat op een weerspiegeling leek. Het leek op het water van het Graysameer op Middelgront, even dof en bedrieglijk stil.

Ik bukte me, liet mijn vingers voorzichtig in het water zakken, het was heerlijk warm en prikkelig, wat moest het heerlijk zijn om erin te baden … maar de sfeer – een stille, glansloze dreiging – hield me tegen. Ik keek rond, zag ik ergens de hoopgevende driehoeken van tenten, van een verzetterskamp? Hoorde ik iets? Wacht. Het zeeoor.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

294 – op weg naar Barra (2)

Veel te eten had ik niet meer, een homp brood, een strook gedroogd vlees, een paar vruchten. Ik plukte wat kruimels van het brood af voor de vogel, ze pikte het gretig op. Ik zeg "ze" omdat ze Kuuksi's gezicht had, maar met zo'n mooie staart was het waarschijnlijk een mannetje. Pas toen zag ik dat ook zij met een boodschap was gekomen. Nu wel een echt briefje, met een dun reepje stof om haar poot gebonden. Voorzichtig maakte ik het los. Ik las het hardop, ze luisterde aandachtig.
"Verzetterskamp bij Brandemeer en Rondweg. Wacht niet op mij. Bo."

Ik trok de kaart tevoorschijn. Hoe ver was het nog? Een dag of drie, vier, schatte ik. Ik schreef op de achterkant van Bo's briefje alleen mijn moedernaam: Yimama. Ik bond het opnieuw vast, streek de Kuuksivogel over haar hoofdje, waar tussen twee poezenoortjes ook zo'n pauwenkroontje groeide. Met veel geritsel van veren steeg ze op tussen de hoge bomen en verdween in de richting van waar ik gekomen was.

Iets van mijn droom beklijfde, ik wachtte nog even met op pad gaan tot ik wist wat het was. Hoe ik me als man verkleed had? In deze kou, met deze dikke kleren, zag je nauwelijks dat ik een vrouw was. Maar wel was mijn haar inmiddels weer lang en mooi, moest ik het opnieuw afsnijden? Uit alle macht probeerde ik me terug de droom in te denken, wat was er nog meer? Ik maakte mijn mantel los en keek in de buidel. Flu's, platenbloed, straalzaadjes, mijn kettingen, geld … en de rafelige rest van mijn muntjesdoek. Ik knoopte hem om mijn hoofd. Tegelijk begon, voor het eerst in lange tijd, het litteken van Vulema's munt weer te schrijnen. Het kruisje. Ik moest maken dat ik wegkwam, hier.

Het landschap was nu echt anders, veel minder kaal en rotsachtig, met veel meer bomen en af en toe een waterstroompje. De ijzertjes had ik niet meer nodig. Af en toe raadpleegde ik de kruispuntkorreltjes omdat ik niets had om me aan te oriënteren, ik was nu ver van de IJshellingen af.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 8 Reacties

binnenkort in dit theater

Op 25 juli publiceerde ik voor het laatst een deel van het feuilleton over Yima.
Op 15 september schreef ik een voortgangsbericht.
Inmiddels heb ik alweer dik 5000 woorden geschreven, genoeg voor een aflevering of 15, dus 5 weken (bij een frequentie van ma-wo-vr). Ik zou het moeten durven om weer te beginnen, maar de grens tussen stok-achter-de-deur en te-veel-druk is soms moeilijk te trekken.

Om het de trouwe lezers wat makkelijker te maken om opnieuw in te stromen, zal ik even samenvatten waar we waren gebleven.

Nadat ze erin geslaagd is om Spirabyad te ontvluchten – de stad waar haar grootvader geboren is, en waar ze haar tante Wizma heeft opgezocht – gaat Yima op pad met de zwaargewonde Kuuksi in de draagzak. Ze wil uiteindelijk naar Barra, en moet daarvoor de weg langs de IJshellingen (de grens tussen Mancu Kundalu en Blyntera) bereiken. Onderweg komt ze langs een verzetterskamp, waar ze haar zoon Bo terugziet. Samen met hem gaat ze verder op pad. Kuuksi is te zwak om te reizen. Clarma belooft voor de kat te zorgen.

Al gauw blijkt het op de weg langs de IJshellingen te wemelen van de wachters. Yima en Bo verlaten het pad en lopen over de rotsgrond verder naar het westen. Als ze de Heerweg moeten oversteken, landt er een grootuil die Yima oppikt en aan de andere kant van de Heerweg laat landen op de binnenplaats van wat een herberg lijkt. Al gauw komt ze erachter dat er wachters én de verraadster Wasijma op haar wachten.
Ze weet te ontsnappen, maar is door de vlucht wel haar voorraad Graysaflu kwijtgeraakt.

Geplaatst in feuilleton | Getagged , | 4 Reacties

what we want appears in dreams

Allemaal leuk en aardig al die kaarten maar intussen liggen er ook nog diverse boekjes om voltooiing te smeken. Ik schreef al dat ik weer even was teruggekeerd naar het harmonicaboekje. Zo'n fijne vorm waar je echt alles in kwijt kan. Qua kleuren, qua sfeer. Echt heerlijk.

Tevens ben ik in de ban van het gelli printen op patroonpapier. Op vloeipapier wordt het ook mooi maar dat scheurt zo makkelijk, dat is eigenlijk té teer. Patroonpapier is sterk en toch dun en doorzichtig en het wordt prachtig als ik het opplak. Soms kies ik vrolijke kleuren, soms meer neutrale of zelfs sombere. Ik heb me onlangs weer op een stel sjablonen getrakteerd en dan zit ik een middagje heerlijk te experimenteren. (Het schoonmaken is daarna altijd wel een tegenvaller.)

Dit was dus zo'n sombere variant.
Ik wist nog niet wat voor plaatjes ik erbij moest kiezen. Ik begin dan maar te bladeren in uiteenlopende boeken, tot iets me aanspreekt. Kies mij!
En dan nog een tekst. Ik printte zinnen uit onderstaand gedicht uit in twee Afrikaans aandoende fonts – Zilap Africa en Zanzabar (ook zo leuk om mee te spelen). Maar het opplakken bedierf voor mijn gevoel de kleuren van de gelli prints. Dus ik heb de regels er met de hand op gezet. Ooit nog maar eens een kalligrafiecursus doen …

What We Want

What we want
is never simple.
We move among the things
we thought we wanted:
a face, a room, an open book
and these things bear our names–
now they want us.
But what we want appears
in dreams
, wearing disguises.
We fall past,
holding out our arms
and in the morning
our arms ache.
We don’t remember the dream,
but the dream remembers us.
It is there all day
as an animal is there
under the table,
as the stars are there
even in full sun.

by Linda Pastan

het boekje is te koop voor €12,95

Geplaatst in heldinne's reisboekjes | Getagged | 2 Reacties

vierkante kaarten

Het kwam zo: ik was eind mei begonnen met kerstkaarten, toen ik in de ban was van de blokjes.
Ik maakte vierkante kaarten met als achtergrond Liberty wallpaper, 60 stuks maar liefst. Toen hoefde ik alleen nog maar een stuk of 700 glimmende blokjes uit te knippen ... en na 300 had ik daar zó geen zin meer in!
Dus ging ik van de rest van de vierkante kaartjes 'gewone' kaarten maken, en daar had ik toch een plezier in! Ik heb inmiddels 6 series af (eentje is al verkocht). Ze kosten €10,00 per serie, inclusief verzendkosten én enveloppen, omdat je meestal geen vierkante envelopjes in huis hebt.
Je kunt de kaarten hier apart bekijken.
Zo'n setje is een leuk cadeautje, en je kunt ze ook inlijsten!
En de rest van de kerstkaarten? We gaan het zien.

Geplaatst in creatief, heldinne's kaarten | Getagged | 4 Reacties

rabiaat

Iemand stelde op twitter de vraag:
Zijn er meer mensen die spierreuma hebben gekregen na de booster vaccinatie? #durftevragen #Corona #Vaccinatie #VaccinatieSchade
Iemand anders wist meteen: dit is een wappie, die dit alleen maar vraagt om aandacht te krijgen.
Had ik haar in mijn onschuld verkeerd beoordeeld? Geen idee. Maar het deed me pijn, ik voelde me genoodzaakt te reageren. Niet verstandig, ik weet het, ik merk het de volgende dag ook meteen.

Ik schreef: ik heb al dik 7 jaar PMR oftewel spierreuma
ik ben lid van een supportgroep op Fb
de laatste jaren veel nieuwe leden die het hebben gekregen na een covid vaccinatie
ook reumatologen zien een verband
graag een beetje voorzichtiger zijn met direct de wappiekaart trekken

Toen was ik het kwaaie beest. Iedereen wist zéker dat het Gelul! was.
In die zin zijn provaxxers even rabiaat als wappies. Een middenweg mag niet bestaan.
Ik heb na rijp beraad besloten me niet te laten vaccineren. In het begin zei de gezondheidsraad het zelf: ze hadden geen idee van het effect van vaccinaties bij auto-immuunziektes, maar de kans bestond dat de bestaande aandoening erdoor verergerd kon worden. Dat zie ik op de covid-supportgroep ook, heel veel mensen die een flare krijgen na vaccinatie en de preT moeten ophogen.

Vanmorgen beschuldigde iemand me er zelfs van dat ik desinformatie verspreidde, net zoals Baudet. Toen heb ik al mijn tweets maar weggehaald. Kennelijk weten zekerweters meer van Polymyalgia Rheumatica dan iemand die de ziekte al 7 jaar heeft.

Er wordt momenteel veel onderzoek verricht naar een verband tussen covid-vaccinaties en PMR, wie de moeite neemt te googelen vindt daarover veel informatie. Voor specialisten is het moeilijk om zich uit te spreken over een verband, ze moeten altijd rekening houden met vervolging door de producenten van de vaccins.

Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged | 8 Reacties