282 – op weg met Bo

Eerst naar beneden klauteren, naar het pad langs de Helvarderaflu. Was het verstandig om op het pad te blijven? Zolang het donker was, en wij onzichtbaar, kon het geen kwaad. Het was veiliger dan in het duister over onbekende grond te gaan dwalen.
Eerst spraken we niet veel. Ik was te moe, te verdwaasd, te verdrietig ook. Het werd langzaam licht en het was een opluchting om de zon te zien, om uit de schaduw te zijn. Bo begon te vertellen over wat hij de afgelopen tijd had meegemaakt.

Vanuit het verzetterskamp bij Harstamar was hij opnieuw naar het westen gereden, omdat het – nu hij wist dat zijn vader nog steeds naar ons op zoek was - te gevaarlijk leek om in de buurt van de Heerweg te blijven. Hij was doorgereden tot aan de Rondweg, en vanaf daar ging de reis naar het noorden.
"Ik kwam uit bij de Bridawertflu. Het is de grens met Ukufila, mannen mogen daar niet oversteken. Ze vragen of je iemand zoekt – een zus of een ander vrouwelijk familielid – en dan gaan ze dat voor je navragen."
"Ze?" vroeg ik.
"Vrouwen die de wacht houden langs de rivier. Aan deze oever wachten mannen op antwoord, dat kan soms dagen duren."
"Je had Burman daar kunnen treffen," zei ik. "Hij is op zoek naar Otta. De tweede Otta."

Het bleef even stil. Ik vroeg: "Die mannen, zijn dat allemaal verzetters?"
"Niet allemaal," zei Bo. "We zijn voorzichtig. c."
Zijn reis ging verder langs de Bridawertflu, over de grens met IzwiLamanzi en vandaar weer langs de Rondweg.
"Wat was je reisdoel?" vroeg ik.
"Verzetters hebben niet echt een reisdoel," antwoordde Bo. "We reizen van kamp naar kamp om elkaar nieuws te brengen, om vluchtelingen te helpen, om Graysaflu te distribueren …"

Ik vertelde kort van mijn expeditie naar de Graysaflu, met Roosma en Wasijma. Bo luisterde verbijsterd. Kennelijk stroomde de Graysaflu verderop ondergronds, hij had hem in elk geval niet gezien. Kennelijk wisten niet alle verzetters dezelfde dingen, en misschien was dat ook goed. Wat je niet wist, kon je ook niet verraden. Wat je wel wist, had je met eigen ogen gezien.
En sommige verzetters hadden wel degelijk een reisdoel.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *