193 – waterplatenbloed

De helgaviaal liep nog stug door maar het ging steeds langzamer. Als het geen menseneters waren, waarom volgde hij ons dan? Zou het het bloed uit de stengels zijn?
"We moeten de platen omkeren," zei ik tegen Gladefam. "Niet met de stengel in het water, bedoel ik."
Het kostte moeite, ze waren zo zwaar en onhandig, maar het lukte. We duwden ze van de oever het water in en stapten op de rooddooraderde onderkant, die een beetje bol stond en ook niet zo'n mooi opstaand randje had. Kuuksi sprong me na en zette haar klauwtjes in het blad. We waren helemaal aan de stroming overgeleverd, want peddelen met onze armen durfden we niet aan.

Door de ondiepe stukken ging het goed, al dreven we meteen nog veel verder af, ik zag Burman meehollen op de kant. Sommige stukken moesten we weer slepen, we kregen water aan onze handen en voetzolen, die doof en ijskoud werden. In het diepe stuk werden we meegesleept, het spatte en bruiste en ik voelde hoe de wilskracht uit me vloeide. Heel even liet ik me drijven, onder een hoge, blauwe, zonnige hemel … die opeens vol grootuilen was! Weg hier!

De stroming boog af, bereikte een steile oever, ik kon me vastklampen aan een boomwortel. Kuuksi sprong over me heen aan land, ik gooide de laarzen en het mes achter haar aan. Burman stak me zijn staf toe. Ik kon hem nauwelijks vasthouden, zo krachteloos waren mijn handen.
Even verderop spoelde Gladefam aan. "Houd vast!" schreeuwde Burman. Het water bruiste en de lucht was vol zware oehoegeluiden. Ik kon me maar nauwelijks staande houden op het blad, het wiebelde in de stroming en het bloed kwam nu niet alleen uit de steel, maar ook uit de aderen.

Het druppelde over mijn voeten en ik voelde hoe de koude gevoelloosheid week. Met mijn linkerhand hield ik Burmans stok vast, de andere – de hand met het gat - doopte ik in het open gat van de stengel. De kracht keerde terug! Zie je het, Gladefam? Ik hield mijn hand omhoog en kon niet geloven wat ik zag: het gat trok dicht!

Met rode handen en voeten bereikten we uiteindelijk de oever. Zo snel we konden renden we het bos aan de overkant in. Het was niet veilig om langs de oever terug te lopen naar de Rondweg.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

4 Reacties op 193 – waterplatenbloed

  1. Lianne Hartman schreef:

    Mooi, die genezende kracht van het bloed!
    En bijzonder dat ik meteen voelde dat 'doof en ijskoud' iets anders is dan ijskoud en doof. Ik word elke keer zo blij als ik dit soort details lees en meteen ook voel dat ze goed zijn.

  2. Ferrara schreef:

    Echt, ik hield mijn adem in. Wat een spanning en dan de verrassende genezing. Jij zit ook vol verrassingen. Ik had dat nooit achter de vrouw gezocht die ik jaren geleden een paar keer ontmoette.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *