Vlanger 1

Ik typ de titel van dit stukje en denk "Vlanger 1? Hij moet een titel, een naam!" Ik heb woorden uit een boek geknipt: in de wouden, de heilige berg, onder de grond, op de eilanden, omdat ik ze vond passen bij de Sumerische afgodsbeeldjes (en wat een raar woord is dát eigenlijk, afgod, wie ben ik om dat 'af' eraan toe te voegen?).
Ik noem Vlanger 1: Goderij.
Maar in werkelijkheid heet hij natuurlijk Afgeknotte Octaëder.

Ik had hem uitgeknipt, beplakt met gelli prints, collage en woorden, en van gaatjes voorzien voor het gouden ophangdraadje.

Toen hoefde hij alleen nog in elkaar geplakt. En oh, wat een crime was dat! De eerste paar flapjes gaan nog wel, dan is er ruimte genoeg om ze aan te drukken. Maar naarmate de ingang kleiner wordt, gaat dat steeds moeilijker. Kwam nog bij dat het me leuk leek als het touwtje er aan de onderkant weer uitkwam, zodat er een kwastje aan zou zitten. Ik ben echt een hele middag aan het plakken geweest en nog moest ik de volgende dag hier en daar nog een drupje lijm toevoegen.

Om te zorgen dat het draadje er niet uitgetrokken kan worden had ik in mijn kralendoos gesneupt. Aan de bovenkant heb ik zo'n plat ringetje gebruikt (lijkt op een sluitring), aan de onderkant een dikke goude kraal. En toen moest hij nog op de foto.
Het zal met de vlangers vast net zo gaan als met de boekjes: oefening baart kunst. Op naar de volgende!

Geplaatst in heldinne's vlangers | Getagged | 2 Reacties

326 – registratie

Folker zat achter een tafel, zijn grimmige blik op het strand gericht. Hij keek op toen de muzikant ons binnenliet en wees ons een zitplaats. Ik voelde me zoals ik me had gevoeld toen ik met Pucima naar Hebotva ging om toestemming te vragen om naar de kreek te gaan. Zou Puciva toch familie van haar zijn? Hij gaf me hetzelfde gevoel van rust en veiligheid.

Folker doopte zijn rietpen in een potje met inkt en noteerde onze namen. "Puciva en Yima? Yima van wie?"
"Yima van Rodva," zei ik.
"Plaats van geboorte?"
"Dunkitaba," zei ik.
"Signada," zei Puciva.
Ik schrok ervan. Ik kon de naam van die stad niet meer los horen van "ga niet naar Signada."

Folker keek er niet anders van. "Waarom worden jullie vervolgd?" vroeg hij.
Ik aarzelde. Puciva antwoordde geroutineerd: "Omdat we verzetters zijn. In Barra maken ze daar eens in de zoveel tijd jacht op."
Folker knikte. Ik zag dat hij achter onze namen een driehoekje tekende.
"Reisdoel?"
Weer aarzelde ik. Puciva zei: "Spirabarra."
Ik wist maar nauwelijks waar Spirabarra lag. Heel vaag herinnerde ik me van school dat het een stad was aan een groot meer. De dogman deed altijd zijn best om het ons te laten zien, met ons geestesoog dan. Een meer, zei hij, dat was net als een luchtspiegeling, maar dan was het water echt. Een wijde watervlakte midden in het land. Als woestijnkinderen konden we het ons nauwelijks voorstellen.

Folker leek erover na te denken hoe dat dan moest met ons. Langs de kust van Blynxtera was op dit moment geen optie. We moesten dus via de eilanden, maar hoe kon dat, zonder boot? Hij onderbrak zijn eigen gedachtengang en stond abrupt op. "Vandaag en morgen zijn jullie onze gasten. Verzetters zijn altijd welkom op Voocklama!"
Hij ging ons voor, door de gang, door de hal, de trap af en naar buiten. En buiten was de lucht vol van muziek.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

Vlangers!

Een week of twee geleden raakte ik opeens in de ban van 3D-vormen. Kwam het doordat ik weer eens een kerstbal had gemaakt, met mijn nieuwe rondjespons van Sinterklaas? Nee, kan ik zien op de Facebookpagina: het eerste experiment kwam eerder.
Ik vond diverse templates (bouwplaten worden ze ergens genoemd) van verschillende vormen, waarvan ik als alfameisje helemaal de namen niet wist (trouwens, betakindeke kende ze ook niet). Ik probeerde ze na te tekenen maar dat werd natuurlijk hartstikke scheef. Gelukkig kan de nieuwe printer het ook op karton!

Ik plakte er eentje provisorisch in elkaar en vroeg op twitter en mastodon wat daar de offciële term voor was. Dat bleek de afgeknotte octaëder.
En zo geraakte ik op het hellend vlak van de verslaving aan Archimedische en Andere lichamen. Een ware schatkamer! En ik zag ze helemaal voor me: beplakt met gelliprints en collage, voorzien van Diepe Teksten, hangend aan een mooi gouden draadje, misschien wel met wat kralen …
Gouden draadjes waren nog wel een dingetje. Die had ik niet. Een normaal mens fietst dan even naar de hobbywinkel maar dat zit er voor mij niet in. Op bol vond ik zo'n strengetje borduurgaren echt veel te duur. Toen bracht iemand me op het idee van Marktplaats, en daar vond ik voor hetzelfde geld 8 strengetjes, ook nog een zilveren en een groene en een blauwe. Yes!

Het zou de volgende categorie worden in mijn webshop. Heldinne's Reisboekjes, Heldinne's Kaarten, Heldinne's Collages, Heldinne's Cadeaulabels … hoe moesten deze dan heten?
Weer een leuke vraag om in de groep te gooien, mensen vinden niets fijner dan meedenken.
#HeldinnesHangers vond ik zelf niet mooi. Te hangerig, te veel associaties met kleerhangers …
Heldinne's Polyëders? Even een test op Twitter, kende men dat woord? Nee. HeldinnesVeelvlakken dan gewoon? Mwah. Wel duidelijk maar ook iets te … vlak. HeldinnesFacetsels? Erg mooi gevonden, en toch zinde het mij niet helemaal. Het woord iets te hard, te ketsend, te flets … klankassociaties doen ook veel vind ik.
Collegaschrijfdocent Sieneke bedacht Vlangers. Iets met die vlakken, iets met die hangers, en er spreekt voor mijn gevoel ook iets uit van verlangen.

Verlangen jullie al naar een Vlanger?
Nog even geduld. Ik heb er verschillende in aanbouw, maar ik moet ze dus eerst beplakken en bedoen, bedenken waar het koordje moet, en ze dan in elkaar zetten. Dus dat duurt nog even. Wel heb ik, mij kennende, al doosjes besteld om ze in op te sturen. Binnenkort in dit theater!

Geplaatst in creatief, heldinne's vlangers | Getagged , | 8 Reacties

325 – muziek (2)

Als donkere regendruppels klaterden de tonen over de gang en naar mijn verbijsterde oren. Puciva kwam naast me staan. Hij leek minder verrast dan ik, had hij al eerder Muziek gehoord? Ik moet het met een hoofdletter schrijven, het leek mij de naam van een tot dan toe onbekend wezen, groter en mooier dan de Grote Hemren ooit kon zijn.

Toen hij uitgetokkeld was, vertelde de banjarspeler kort iets over zijn instrument. Dat de zeven snaren links voor het verleden stonden – "om de oude helden van Voocklama te bezingen" – en de snaren rechts voor het heden – "om onze dankbaarheid en blijdschap te bezingen, om vrienden welkom te heten."
Daarop wenkte hij ons om hem te volgen. Ik vond het altijd lastig om mijn schild en spullen achter te laten. Gelukkig had ik geslapen met mijn buidel om.

Ik trok mijn sandalen aan. Ik had ze niet meer gedragen sinds ik laarzen kreeg van Roosma, het arme kind met haar appelsteeltjesbenen - maar in elk geval lag haar skelet niet in een diepe put op Thiarchia. Puciva had geen sandalen bij zich en voegde zich op blote voeten bij ons. De grote vuile laarzen pasten niet in de sfeer die de Muziek teweeg had gebracht. In de gang waren een paar vensters die uitkeken op het strand. Het zag er rood van de wachters, ik kon zien dat ze beraadslaagden hoe ze Voocklama konden bereiken zonder ten prooi te vallen aan de grootvorsen.

We liepen opnieuw door de grote hal met de zitkussens – ik wierp een blik door het wijde raam en zag Kuuksi buiten zitten, als een standbeeldje met de staart om haar pootjes gekruld - naar de deur die leidde naar de andere vleugel van het poortgebouw. In deze gang lagen de vertrekken aan de andere kant, uitkijkend over de kust en de loopplank.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

324 – muziek

Ik stond voor het raam dat uitkeek over het eiland. Het woord registratie klonk me een beetje onprettig in de oren en ik dacht opeens weer aan mijn spiegelhanger. Steels hield ik hem omhoog tot ik Folker in beeld had. Hij had een spiegelbeeld, maar het was grijzig, grauw als de pij die hij droeg.

We deden onze bagage af, trokken onze zanderige laarzen uit en lieten ons elk op zo'n heerlijk zacht bed vallen. Toen er werd aangeklopt waren allebei al bijna in slaap. Twee kruiken met warm waswater werden op een lage kast gezet, handdoeken werden eraan gehangen, en er was zelfs een bord met brood en een kan met thee, allebei té heerlijk om er niet meteen van te genieten.
"Ga jij maar eerst," zei Puciva, en keerde mij zijn brede rug toe.

Het moest al ver in de middag zijn toen we wakker werden van een wonderlijk geluid op de gang. Het tinkelde en rinkelde, als een snoer met belletjes of schelpen bij de ingang van een winkeltje, maar het geluid was dunner en er waren veel meer tonen dan alleen zo'n belletje of schelp, het was of er liedjes werden gezongen maar dan niet door een menselijke stem.

Muziek! Was dit muziek? Ik trok gauw een schone tuniek aan en opende de deur op een kier. Op de vloer van de gang zat een man, in net zo'n pij als die van Folker, met een instrument tussen zijn benen waarvan ik de naam toen nog niet kende: de banjar. Op de grond rustte een grote halve bol, een uitgeholde pompoen leek het wel, met aan de zijkanten ronde gaten. De halve bol was bespannen met dun leer. Uit de bovenkant van de bol – ik kon niet anders dan ademloos in me opnemen wat ik zag, tussen het vliegensvlugge getokkel van de vingers door – stak een lange houten stok, waaraan snaren bevestigd waren, die over een houten bruggetje naar de onderkant van de bol liepen. Zeven snaren aan elke kant, voor elke hand.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

323 – op Voocklama

Een hele kluwen wachters stond op het strand, een paar liepen nog het eerste stuk van de loopplank op om dan geschokt en kokhalzend om te keren. Verderop zagen we ze via de touwen weer bij de rotsen opklimmen.

Na een tijdje waren de monsters uitgefeest, de zee werd weer kalm en de rode vlek verwijdde en vervaagde. Ze kropen het water uit, het strand van Voocklama op en ik lachte. Puciva keek me verbijsterd aan en ook de oude man had een vragende blik. Ik maakte mijn schild los en liet ze het paneeltje van Voocklama zien. Daarop leek het monstertje klein en onschuldig, maar het was wel degelijk net zo'n soort beest.

"Hoe …" begon Puciva.
"Wat …" begon ik.
"Het zijn grootvorsen," zei de oude man. "Ze beschermen het eiland." En toen, officieel: "Ik ben Folker."
Was er altijd een Folker op Voocklama, zoals er ook altijd een Thiarck op Thiarchia was?
"Puciva."
"Yima."

Folker ging ons voor naar wat een soort poortgebouw leek, wijdgevleugeld, het eiland omarmend. In de poort was een trap, die leidde naar een hal op de eerste verdieping. Hij lag bezaaid met zitkussens, en voor het wijde raam dat over het eiland uitkeek, was een verhoging. Een soort podium. "Hier is 's avonds muziek als het buiten te koud is of te nat," zei Folker in het voorbijgaan. Het was een wonderlijk onbegrijpelijk zinnetje voor mij. "Hier is muziek." Hij ging ons voor naar een deur die leidde naar een halfronde gang.

"Hier zijn de gastenverblijven. Zijn jullie samen?"
Hij opende een deur en ik zag twee aparte bedden. "Ja," zei ik. Puciva gaf me een veilig gevoel.
Ik stapte langs Folker heen naar binnen. Puciva vroeg aan hem: "Is het goed als we eerst rusten?"
"Dat is goed. Ik laat waswater brengen, en later komen jullie bij mij voor de registratie."

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

322 – Vol! Van! Mons! ters!

Rennend legden we het laatste stukje af naar de loopplank van Voocklama, die veel langer en hoger was dan die op Qlusewar. Ook hier zo'n toegangspoort, met een oude man die onze driehoeken controleerde.
"Ze zitten achter ons aan," zei Puciva, en hij wees naar de rotswand, waar nu al verschillende wachters als rode vogels afdaalden naar het strand.

De oude man blies op een fluit – Kuuksi ging er meteen vandoor - en meteen kwamen er meer mannen aanlopen. Wij werden hardhandig naar achteren geduwd, en met z'n allen tilden ze een stuk van de loopplank op en trokken dat het eiland op. Ze deden het op de maat van iets … het woord lied kende ik niet, het woord zingen kende ik bijna niet, of in elk geval niet zo dat ik er meteen iets bij hoorde in mijn hoofd, behalve trommelen kende ik niets wat op muziek leek en ook dat woord kende ik niet.

Het leek wel op het Rotsvadmijnliedje dat ik in mijn hoofd gevormd had, maar dan met verschillende tonen. "Een twee, in de zee, vol van monsters! Een twee, in de zee, vol van monsters!" Steeds verder achteruit met die zware plank, en in het opengevallen gat begon de zee te kolken, Vol! Van! Mons! ters! De eerste wachters die het strand bereikten kwamen de loopplank opgehold, ze stopten vlak voor het gat maar niet op tijd, een aantal viel in het water en het kolken van de zee werd een happig monster dat het water rood deed kleuren.

Puciva duwde me verder achteruit en ging half voor me staan alsof hij me wilde behoeden voor het verschrikkelijke dat daar te zien was. Ik vond het zo lief. En het was zo niet nodig, wat had ik allemaal gezien en gedaan, ik werd echt niet anders van een paar gehate wachters die aan stukken werden gereten door … ja, door wat?

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 3 Reacties

321 – op weg naar Voocklama (2)

Woorden schoten tekort om dit allemaal in kort bestek aan Puciva duidelijk te maken maar hij haalde de essentie er meteen uit. "Wat is nu je reisdoel?"
De Rots, wilde ik zeggen maar hij bedoelde echt nú. "Voocklama."
"Dat komt heel goed uit," zei hij grimmig. "Voocklama is verboden voor bijna iedereen, en zeker voor wachters en ander verraderlijk tuig. Maar verzetters zijn er welkom. Kom mee, we hebben haast!"
Ik keek de richting uit vanwaar hij gekomen was, ik zag niemand.
Hij wees omhoog. "Ze kunnen hier al bijna zijn! In Barra kun je het plateau al op. Nog een geluk dat het daar te hobbelig is voor paarden."

We liepen zo snel we konden verder over het natte zand. "Hoe kan het dat in Voocklama … waarom mag dat?" vroeg ik hijgend.
"Was er in dat dorp van jou ook niet een plek waar wél mocht wat officieel verboden was?"
Opeens zag ik het voor me. De nomadententen, de danseres, de lachende, lallende kerels, hoe ik erlangs geslopen was terwijl Kuuksi die droomvrouw aanviel …

We liepen de hele nacht door, af en toe heel even uitrustend om wat te eten, Puciva had zelf ook wat meegenomen, weer van die gedroogde visjes, Kuuksi was er ook gek op. Om ons heen de stilte en de ruisende zee. Het laatste stukje liepen we recht tegen de opgaande zon in, Voocklama als een berg die oprees uit het water. Toen hoorden we ze. Het ritmische gestamp van laarzen, het gerinkel van wapens, het opgewonden geschreeuw van roofdieren die hun prooi ruiken. Precies zoals Bo en ik ze gehoord hadden op de weg langs de IJshellingen.

Het strand werd breder, het rotsplateau hoger, we zagen ze groot en talrijk opdoemen en op ons neerkijken. Het plateau was hier te hoog om zo naar beneden te springen, er werden al touwen neergelaten …

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

320 – Puciva

Hij was uitgehijgd en ging zitten op een rotsrichel. "Ze zitten achter je aan," zei hij.
Ik deed mijn draagzak af en ging naast hem zitten. Ik voelde zijn warme, rustige aanwezigheid.
"Ik heet Puciva," zei hij.
Verrast keek ik hem aan. "Ik ben opgeleid door een vrouw die Pucima heette. Heet. Ik weet niet of ze nog leeft, ik denk het niet." Ik dacht met liefde aan de krachtige vrouw die zoveel had voorzien van wat er met mij zou gebeuren. De vrouw die mijn draagzak had gemaakt.
"Ik heet Yima. Yima van Rodva. Of misschien heb je over me gehoord als Yima van Hebotva."
"Dus toch," zei hij. "Ik vermoedde al dat jij dat was, dat er vanwege jou zoveel wachters in Barra waren. Wie is die Hebotva?"

"Hij was ooit mijn echtgenoot, hij is de vader van mijn zoon. Hij is nu Opperva van Dunkitaba, een stadje in Registana." Alsof ze met mij niets te maken hadden, deze feiten. Ik legde kort uit waarom ik uit Dunkitaba gevlucht was destijds, het kwam me nu zo futiel voor, dat iemand vervolgd, zelfs gedood kon worden om de kleur van zijn haar. En hoe verschrikkelijk dat Hebotva nog altijd op wraak uit was, zozeer was zijn status gekrenkt dat zijn hele leven in het teken stond van genoegdoening voor die krenking.

En dan waren er nog de machthebbers van Barraspira en hun handlangers, de leden van het Redwerk die wisten dat ik het leven van een Blauwe op mijn geweten had, de wachters die me in Spirabyad door hun vingers hadden laten glippen, Wasijma, Koyova … heel Inhemren leek wel op jacht naar mij. Om wat ik belichaamde: de twijfel aan het hoogste gezag. Ik was niet een naamloze, onbeduidende verzetter – ik ging ervan uit dat de machthebbers hen tolereerden zolang ze nergens luid hun ongegronde ideeën spuiden – maar een symbool, een echtbreekster en een moordenares. Een voorbeeld om te stellen, voor alle Tweede Meisjes die het in hun hoofd haalden dat het leven anders hoorde te zijn.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

Prettig en Toegankelijk

Mevrouw Nannini laat mijn oude bibliothecaressenhart weer eens op hol slaan met haar interview in Digi Magazine.
En daar begint het al mee. Ze heeft het over (bibliotheek)medewerkers, alsof bibliothecaris geen beroep is. Er staat daar gewoon "een" medewerker die alleen kennis heeft van wat hij of zij zelf graag leest. Deze medewerker is te dom om op trefwoord of genre te zoeken, loopt met de ogen dicht door de bibliotheek en ziet nóóit welke boeken er uitgeleend worden.
Nee, dan de superieure intelligentie van Bookarang, Hallelujah! (Je vindt al mijn tweets over #Bookarang hier.)

En wat verschrikkelijk, dat er vroeger vooraf een selectie werd gemaakt van welke boeken werden aangeboden. Ik zag op Twitter al een aantal malen voorbijkomen: "Vinden jullie ook dat het niveau van het aanbod zo slecht is?"
Ja, want nu worden kritiekloos alle Boekscoutjes en Harlequintjes aangeboden, soms tot wel 25% van het weekaanbod volwassen romans. Bookarang vindt ze allemaal Prettig en Toegankelijk geschreven.

Nee, maar vroeger was de kwaliteit wisselend. De kwaliteit van wat? Zou Nannini zelf die Bookarang recensies ooit lezen? Oh nee, maar het zijn geen recensies meer, het zijn beschrijvingen. Alsof die zogenaamde beschrijvingen niet bol staan van de kritiekloze kwalificaties. Ze zijn allemaal even Vlot en Zacht en Meeslepend geschreven. Collectioneurs krijgen geen enkel antwoord op de vraag: moet ik deze titel aanschaffen voor mijn bibliotheek? Nee, daarvoor moeten zij zelf op zoek, naar echte recensies.

En de doorlooptijd was zo lang. Inmiddels is het zegenbrengend systeem 9 maanden in werking en nog steeds worden er boeken aangeboden die 2 jaar geleden zijn verschenen.

Maar het ergste vind ik wel dat iemand die zelf nooit in een bibliotheek heeft gewerkt, zélfs niet als "medewerker," ervan uitgaat dat bibliothecarissen domme sukkels zijn die nu GELUKKIG geholpen worden door Bookarang. Ik neem aan dat zij de échte AI-recensie* die op Twitter rondging gemist heeft. Of niet heeft willen zien. Want de moed om toe te geven dat zij iets fout heeft ingeschat, die dicht ik haar niet toe.

*vergelijk die maar eens met mijn bespreking van hetzelfde boek

Geplaatst in lees- en biepherinneringen, lezen, tijdgeest | Getagged , | 2 Reacties