maar is het kunst?

Ik had weer eens een mooie foto van de Rothko Chapel gedeeld op Facebook. Iemand reageerde met: leuk om bij te mediteren maar als kunst stelt het niet veel voor, wat zou hij ervoor betaald gekregen hebben?
Hoe weer te geven wat die ruimte met zijn gonzende, veelkleurig zwarte panelen doet met een mens? De ervaring deed me denken aan die keer in de crypte van Saint Benoît sur Loire, toen de rondleidende monnik het licht uitdeed, en we daar in de stikdonkere aarde zaten als in een moederschoot.

Ik moest er gister weer aan denken toen ik tijdens het knutselen luisterde naar diskotabel op radio 4. Het was een speciale uitzending onder de titel 'Ongehoord' waarbij de gast ons deelgenoot maakte van muziek die we nog nooit gehoord hadden. Te nieuw, te modern, te weinig mainstream. Er waren dingen bij die ik niet begreep, maar ook golven waarin ik meteen werd meegevoerd en ondergedompeld.
De gast zei hoe jammer het was dat mensen alleen naar Mozart en Beethoven wilden luisteren, en niet openstonden voor het nieuwe, mooie, in deze tijd.
Hetzelfde heb ik ook al eens geschreven over Pinterest, hoeveel bijzondere en nieuwe kunst ik daar tegenkom. Hoe mijn smaak verandert, hoe dat me inspireert.

Kort daarna kwam ik een citaat tegen van Banksy: Art should comfort the disturbed and disturb the comfortable. Ik geloof dat ik het daarmee wel eens ben. Waarbij 'disturbed' dan niet zo zwaar beladen is als ons 'gestoord'. In elk geval is het voor niemand én voor de kunst niet goed als comfortabele mensen gaan bepalen wat Kunst is, of Mooi (ik denk hier ook aan de bekrompen Baudetten van deze wereld).
Waar het om gaat, is openstaan voor wat je raakt. Ook als het pijn doet.

Geplaatst in autobio, kunst, muziek | 5 Reacties

Jane Gardam – Old Filth

Old Filth stond al sinds de uitstekende bespreking van Anna uit 2011 op mijn lijstje. (Lees die nu eerst even als je wilt weten waar het precies over gaat.)
In de tussenliggende jaren had ik het boek bij de kringloop spiksplinternieuw op de kop getikt voor €1,50 maar het stond nog altijd ongelezen in de kast. Pas nu iedereen de Nederlandse vertaling – Een Onberispelijke Man - zo roemt, kwam het weer in mijn gedachten. En wat heb ik genoten, wat kan Gardam schrijven. Zonder ook maar een ogenblik larmoyant te worden, zet ze een dieptragische levensgeschiedenis neer van een oude man die na het overlijden van zijn vrouw Betty op zijn leven terugkijkt en zich terugleeft in de tijd.

Sir Edward Feathers is een zogenaamde Raj-wees, een Engels kind uit koloniaal India dat op jonge leeftijd naar Huis gezonden wordt, in een gruwelijk pleeggezin belandt, daarna op een goede kostschool, oorlog, Oxford, en terug naar het Verre Oosten, om na zijn pensioen wederom naar Huis te gaan.
You can't go home again.
Een aspect dat mij als ex-expat erg aansprak.

Maar ik wilde eigenlijk schrijven over mijn leesproces. Ik was een beetje onrustig, afgelopen week. Naweeën van de feestdagen, ik weet niet. Te veel op social media, te lang gewordfeud, kortom te fragmentarisch gelezen, elke avond korte, onderbroken stukjes. En dat is van een goed, doorwrocht boek verschrikkelijk zonde. Dan mis je subtiele verwijzingen en verbanden. Dus dat moet anders, komend jaar.

Iets anders waar ik nog over nadacht, wordt door Anna ook aangestipt: de structuur van het boek. Hoofdstukken in het heden worden afgewisseld door hoofdstukken in het verleden, en dat willekeurig door de tijd heen. Er zijn wat spanningsbogen die hier hun spanning aan ontlenen: wat is er gebeurd in het pleeggezin? Wat was er aan de hand tussen Betty en zijn collega Veneering?
Waar dit in andere boeken snel een goedkoop trucje wordt, werkt het hier heel goed.
Het is, zoals Anna zegt, de manier waarop we iemand steeds beter leren kennen, steeds intiemer met hem worden. Het is denk ik ook hoe zo'n stokoude geest werkt. Het heden wordt steeds ongrijpbaarder, en vergeten gebeurtenissen eisen onverwacht helder hun aandacht op. Alle scènes uit het verleden worden zo zintuiglijk en invoelbaar getekend, je voelt mee hoe het de oude Filth aangrijpt.

Ik zou meteen door willen in deel 2 en 3 maar ik moet nu eerst weer een recensieboek lezen, én Lord of the Flies voor de leesclub, een klassieker die ik tot nu toe altijd gemeden heb wegens bang voor gruwelijkheid.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 6 Reacties

zee van verbeelding

 

 

 

 

De munt waarvan ik de voor- en achterkant gefotosjopt heb, is samengesteld uit de volgende onderdelen: 1 munt (ATTICA, Athens, Tetradrachm, 454-430 BC, archaic work, head of Athena right, wearing circular ear-ring, rev. owl standing right, 17.21g), 2 schilderijen, en een heleboel andere munten waar ik de losse letters uit gekopieerd heb.
De schilderijen (van Andrey Remnev)heb ik over elkaar heen geplakt, met een filter metaal-achtig gemaakt, het geheel gespiegeld en licht doorzichtig op de munt geplakt.
Voor het middenstuk van de achterkant heb een kopie van de munt gebruikt en die een halve slag gedraaid. De achtergrond heb ik geblurd. De afzonderlijke letters moesten allemaal op kleur en grootte gebracht worden. Romeinse munten kennen bijvoorbeeld geen U of K.

Iemand vroeg wat het was, die munt, en ik zei: iets voor een heel vaag Fantasy-plan, en zij vroeg of er al geproduceerd werd, ik dacht toen dat ze tekst bedoelde, maar ze bedoelde denk ik de munt zelf. Voor tekst is het nog te vroeg. Plus het is ook een experiment: hoe collage en photoshop en schriftelijk gemijmer samen uiteindelijk een verhaal kunnen worden.

Gister kwam ik op Pinterest allemaal prachtige borduursels tegen, en een vriendin is ook bezig met een schitterend borduurwerk. Eergister had ik gelezen dat je als Fantasyschrijver héél veel moest lezen, want voor je het wist zou je iets schrijven wat al lang gedaan was.


Waarom is dat erg? Al die borduursels lijken in principe toch ook op elkaar? Sommige zijn origineler dan andere ( ik denk aan die blaadjes met gouddraad aan elkaar geborduurd), maar ze zijn allemaal op hun eigen manier prachtig en kunstvol.

Ik lees nu wel veel óver Fantasy, 1) 2) en dat leert me heel veel over hoe verhalen werken. En wat voor mindset er aan ten grondslag kan liggen, bijvoorbeeld een kolonialistische. Ik merk dat ik het interessant vind, hoe heet deze wetenschap, narratologie?
Ik kom heel veel titels tegen in die boeken, waarvan sommige me mooi lijken en andere totaal niet. De mooie noteer ik, maar of ik ze ooit ga lezen?
Ik zwem rond in de zee van mijn verbeelding en het bevalt tot nu toe prima.

Geplaatst in schrijven | Getagged , , , , | 4 Reacties

Frija’s Dagboek (15)

Ik wist helemaal niet wat dat was, Oudjaar, maar nu weet ik het! Je mag prikkeltjeswijn (dat spettert tegen je neus) en als het heel laat is – de vrouw en ik zijn anders al lang op bed – begint het buiten te boemen en te knallen en er komen héél veel prachtige lichtjes in de lucht. Ik wist niet zeker of ik het eng vond want ik schrok soms wel van de knallen, maar naar de lichtjes heb ik fijn gekeken bij de vrouw op de arm.
Eerder op de avond mocht ik even mee naar het knutselkamertje. De vrouw ging plaatjes uitknippen, daar heb ik bij geholpen. En je kunt daar ook fijn klimmen, alleen mocht ik niet in de kast met de potloden, dus daar sprong ik vliegensvlug weer uit.
Nu is het Nieuwjaar, de vrouw zei dat dat haar lievelings is, dus dat vind ik ook fijn. Ik hoop dat jullie Nieuwjaar ook allemaal je lievelings vinden!

Geplaatst in autobio | Getagged | 10 Reacties

Hella’s Year in Books

Pas vroeg iemand op twitter: hoeveel boeken hebben jullie dit jaar gelezen? Er waren mensen bij die maar 2 boeken gelezen hadden. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen. Toen ik eenmaal kon lezen moest ik áltijd iets te lezen hebben. Direct naar de biep als het laatste boek uit was, en op verjaardagen en Sinterklaas vroeg en kreeg ik ook altijd boeken en boekenbonnen.

2017 was een zwaar jaar maar ik heb wel heel veel gelezen. Van super geweldig tot ongelooflijk waardeloos. Toen ik het sterrenlijstje samenstelde probeerde ik tegelijk te bedenken wat ik me nog herinnerde van de boeken zonder de bespreking te lezen, en zoals altijd is dat toch de sfeer, die voor een groot deel samenvalt met de setting van het boek. Meer dan de personages, en zéker meer dan de plot. Die kan ik zelfs vlak na het lezen meestal niet samenvatten.

Ik had 16 boeken met 5 sterren, echt een geweldige oogst. Om daar nog een rangorde in aan te brengen is bijna niet te doen. Ik vond verschillende boeken om zulke verschillende redenen goed. Als ik naga hoe ze nu nog resoneren, staan de boeken van Sarah Perry, Arundhati Roy, Ruth Ozeki, Liz Moore en Krys Lee bovenaan, samen met het boek over Timbuktu.

Ongeveer een kwart van de lijst is geschreven door mannen, en dat zouden er nog minder zijn als ik ze niet had moeten recenseren. Waar het aan ligt weet ik niet, maar het lijkt of zoveel mannen zich zo erg moeten bewijzen, met originele gimmicks en veel meta-gedoe. Niet aan mij besteed.
Het kan ook komen doordat ik – ondanks goede voornemens – buiten Nederlandse en Engelstalige weer geen anderstalige auteurs heb gelezen. En dat komt weer mede doordat ik Nederlandse vertalingen vaak zo stroef vind lezen.

In totaal heb ik dit jaar 90 boeken gelezen, waarvan 19 non-fictie (inclusief autobio), 10 Nederlandstalig en 1 Friestalig (de rest Engels), en 25 van een mannelijke auteur.

5 sterren
Ursula K. LeGuin – The wave in the mind
Sarah Perry – After me comes the flood
Ruth Ozeki – A tale for the time being
Edna Ferber – So big
Ann Patchett – Commonwealth
Arundhati Roy – The ministry of utmost happiness
Maria Dermoût – De tienduizend dingen
Charlie English – The book smugglers of Timbuktu
Sarah Perry – The Essex serpent
Iris Koops – Je leven in eigen hand
Angie Thomas – The hate u give
Liz Moore – The unseen world
Sarah Winman – Tin man
Alice Hoffman – The museum of extraordinary things
Ali Smith – The story of Antigone
Krys Lee – How I became a North Korean

4 sterren
Stefan Hertmans – De bekeerlinge
Philip Roth – The plot against America
Ray Bradbury – Fahrenheit 451
Rumer Godden – The battle of the villa Fiorita
NL Hella S. Haasse – Sleuteloog
Alice Hoffman – The red garden
Johan Huizinga – In de schaduwen van morgen
Cathy Birch – Awaken the writer within
Naomi Alderman – The power
Sebastian Barry – Days without end
Meg Rosoff – Jonathan unleashed
Don DeLillo – Underworld
Orson Scott Card – How to write science fiction and fantasy
Sonja Barend – Je ziet mij nooit meer terug
Robin Hobb – The Farseer trilogy
Ursula K. LeGuin – A wizard of Earthsea
Ursula K. LeGuin – The tombs of Atuan
Paul La Farge – The night ocean
Vivian Gornick – Fierce attachments
Margaret Atwood – The handmaid's tale
Diana Wynne Jones – The tough guide to Fantasyland
Oek de Jong – Visioen aan de binnenbaai
Katherine Heiny – Standard deviation
Frida Jeanne de Clercq Zubli – De blijde stilte
Fay Weldon – The life and loves of a she devil
Hanneke de Jong – Wês net bang
Mary Gordon – There your heart lies
Ursula K. LeGuin – Words are my matter
Ursula Owen – Fathers: reflections by daughters
Hilary Mantel – Giving up the ghost
Robin Sloan – Mr. Penumbra's 24-hour bookstore
Maureen Murdock – Father's Daughters
Jan Slauerhoff – Een varend eiland
Matthew J. Sullivan – Midnight at the bright ideas bookstore
Nora Roberts – The obsession http://heldenreis.nl/2017/04/nora-roberts-the-obsession
Ali Smith – Autumn http://heldenreis.nl/2017/05/ali-smith-autumn
Ursula K. LeGuin – Steering the Craft

3 sterren
Adriaan van Dis – In het buitengebied
Phyllis Richardson - House of fiction
Louise Penny – Glass Houses
Arthur Japin – Kolja
Joanna Trollope – City of friends
Leon de Winter – Geronimo
Megan Hunter – The end we start from
Madelon H. Székely-Lulofs – Rubber
Paul Bassett Davies – Dead writers in rehab
Nuala O'Connor – Miss Emily
Nyk de Vries – Renger
Toby Vieira – Marlow's Landing
Nora Roberts – Come sundown
Nora Roberts – River's end
Annalena MacAfee – Hame
Gail Honeyman – Eleanor Oliphant is completely fine
Henry Treece – Oedipus
Alan McMonagle – Ithaca
Dina Nayeri – Refuge
Claire Fuller – Swimming lessons
Fiona Melrose – Midwinter
Rumer Godden – The greengage summer
Monica Soeting – Cissy van Marxveldt: een biografie

2 sterren
Shawn Coyne – The story grid
Hélène Cixous – De naam van Oidipous
Noah Hawley – Before the fall
Astrid Lindgren – Oorlogsdagboek 1939-1945
Lawrence Osborne – Beautiful animals
Ned Beauman – Madness is better than defeat
Fay Weldon – Death of a she devil

geen ster wegens niet uitgelezen
Anne Lamott – Hallelujah Anyway

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged | 8 Reacties

jaaroverzicht

Wat was 2017 voor jaar? Voor mijn gevoel was het een zwaar jaar. Ik pak mijn dagboek erbij om te zien of dat klopt. Als eerste kom ik het ingeplakte verslag van 2016 tegen, en ik geloof dat mijn goede voornemen niet echt gelukt is. In het dagboek niet, in elk geval. Een enorme terugval qua ziekte, preT opgehoogd naar 40 mg! En allerlei andere medicatie die me vreselijk depressief maakt, alsof er zwarte inkt in mijn brein gedruppeld wordt. Met al die dingen weer gestopt, het werd zomer en het was heel vaak niet te heet om in de zon te zitten, dat deed me goed. Maar qua gezondheid – qua pijn en energieniveau – ging het dit jaar echt slechter. Zou het ooit nog overgaan? Die wanhoop is soms moeilijk te overwinnen. Ook het nog altijd her en der heersende onbegrip doet af en toe verschrikkelijk pijn.
Pjotr ging dood, een goede vriendin verloor haar man, een achterneef en een vriendin kregen kanker.

En toch was het in een parallel universum ook een goed jaar. Allereerst natuurlijk door de komst van Frija. Maar ook had ik een paar fijne schrijfcoach-ervaringen (prachtige verhalen vertaald in het Engels, en een scriptie helpen schrijven met een super eindresultaat). Ik heb mijn boekenkast-marie-kondo-project afgemaakt, en daarna nog biep- en leesherinneringen opgetekend.
Ik heb de schrijfveren en –tips voor NaNoWriMo met Heldinne's Reis afgemaakt. Ik heb een paar onvergetelijke tentoonstellingen, voorstellingen en tv-series gezien (vooral Six Feet Under en The Handmaid's Tale vond ik briljant), een heleboel geweldige boeken gelezen (lijst komt nog), mooie bloemen gekocht en gekregen voor op balkon, een paar gezellige verjaardagsfeestjes gehad en bij tijd en wijle bezield geknutseld. Een eye-opener was dit jaar de kennismaking met Fantasy, en het schitterende Wonderbook dat nog altijd niet uit is, en dus niet op de boekenlijst zal staan. Ook in mijn collages raak ik daardoor geïspireerd.

Dus er is in mijn hart en ziel een afdeling Bezield, Blij en Dankbaar. Soms zelfs in mijn lichaam, als ik in de zon zit of heerlijk eet, of in bed lig te lezen met het katje op mijn benen.
En tegelijk is er de afdeling Verdrietig, Bitter, Wanhopig en Boos. Dat laatste vooral heeft een grote invloed op het goede. Er is zovéél om je boos over te maken in deze boze wereld. En altijd weer herneemt het lijf daarbij alle oude boosheden. Geen wonder dat het immuunsysteem overstuur is, het weet niet meer wat echt is en wat niet. Dat inzien is nog heel wat anders dan het ook waarmaken. De boosheid vlamt zo snel dat het lieve hart geen tijd heeft om tegenwerpingen te maken.
Komend jaar toch maar eens een cursus Anger Management gaan doen?

Geplaatst in autobio | 24 Reacties

Phyllis Richardson House of Fiction

Ik heb nu toch zo'n vreemd boek gelezen! En het had zoveel beter gekund. Het is uitgegeven bij Unbound, dat is een soort van uitgeverscollectief waarbij je zelf voor funding moet zorgen. Ik heb er al eerder een boek van gelezen waar ik niet zo enthousiast over was. Ik vond in dit boek ook een paar zinnen die totaal niet liepen, dat je denkt: is hier wel geredigeerd?

Het idee op zich is leuk. De Engelse literatuur barst van de mooie landhuizen (Manderley, Brideshead, om er maar een paar te noemen). Zijn die op echt bestaande huizen gebaseerd? Welke functie vervulde het landhuis door de eeuwen heen in de Britse literatuur (en in het echte leven)? We beginnen met Tristram Shandy, we eindigen met Ballard en Barnes, en daartussenin Jane Austen, de Brontë's, Evelyn Waugh, E.M. Forster, Henry James, John Galsworthy, Virginia Woolf, Daphne du Maurier enz. enz.

Richardson vertelt van alle besproken romans uitgebreid de plot na, inclusief afloop, zodat je die boeken alvast niet meer hoeft te lezen. Niks aan voor degenen die anders wel geïnspireerd konden worden, en niks aan voor degenen die de romans al kennen.

Maar waar ik me veel meer aan ergerde, was haar aanname dat schrijvers alleen maar over zaken kunnen schrijven die ze in het echt hebben gezien. Ze gaat dus na in welk landhuis ze kunnen zijn geweest, en concludeert daaruit dat het daar 'dus' op gebaseerd is. Soms is dat ook waar, dan bestaan er brieven of dagboeken van de auteur waaruit dat blijkt. Maar het wordt in veel gevallen veel te stellig aangenomen dat de schrijversverbeelding echt zo één op één werkt.

Als ik bij mezelf naga waar het huis van de oma in Brandsporen op gebaseerd is, dan is dat een amalgaam van bijeengesprokkelde details. De keuken van een tante, de gang van een andere tante, het plaatsje achter het huis van opa en oma, de zolder van het oude huis van schoonmama en ga zo maar door. Als schrijver sla je alles wat je in je leven gezien hebt op, en daaruit maak je iets totaal nieuws.

Veel interessanter vond ik de ontwikkeling die er aan het eind van de rit in bleek te zitten, hoe je aan de hand van de veranderende kijk op het landhuis en die hele cultuur een sociologische verandering kon waarnemen. En ook hoe in de afzonderlijke romans het huis een weerspiegeling was van thema en karakter. Dat kwam allemaal veel te weinig aan bod. Een gemiste kans, en volgens mij heeft dat dan toch met zo'n soort uitgever te maken.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | 3 Reacties

tsjutwyfke

Geplaatst in creatief | Getagged | Een reactie plaatsen

feest

Ik wens iedereen heerlijke kerstdagen en een sprookjesachtig mooi nieuwjaar!

Geplaatst in autobio | 7 Reacties

“wetenschap” (2)

Ik wil voor mezelf nog even doorfilosoferen op het artikel van de laffe, anonieme Theepot. Je zou toch denken dat een beetje vent voor zijn mening durft te staan, maar klaarblijkelijk is hij bang voor ontmaskering. Vanwaar die angst, Theepot, gesteund als je je moet weten door het blanke, mannelijke deel der natie? Zijn adepten staan allemaal klaar om hun objectieve wetenschap te verdedigen. Natuurlijk. Die is voor hen uitgevonden. Voortaan zou dat de enig geldige kennismethode zijn.
Hoe gevaarlijk dit heeft uitgepakt voor bijvoorbeeld de psychiatrie doet niet terzake. Niets doet terzake wat net "objectief" is. Sterker nog, wie niet "objectief" is, is net als Trump die gelooft in alternative facts.

Niet één van die mannen maakt de gedachtensprong dat wat zij nu als "feit" aannemen, ooit wel eens niet meer als feit kan worden gezien. Je zou bijvoorbeeld denken dat er in – ik noem maar een dwarsstraat – de klimaatwetenschap alleen "echte" wetenschappers werken die uitsluitend van gemeten feiten uitgaan. En toch splitsen aan het eind van de feitenweg hun wegen. Hoe kan dat? Waar blijven dan opeens de objectieve feiten?

Ooit stond ook "wetenschappelijk" vast dat zwarten minder intelligent zijn dan witten. Ze hadden geen geschreven traditie, ze hadden geen koningen, ze hadden geen architectuur … De eerste ontdekkingsreizigers maakten kennis met feiten en voorwerpen die het tegendeel bewezen. Maar zo gauw westerse landen de economische mogelijkheden van kolonieën zagen, werd Afrikaanse cultuur als onderwerp van wetenschappelijk onderzoek verworpen.
De Fransman Joseph-Arthur Gobineau schreef een boek over "rassenwetenschap," getiteld Essai sur l'inégalité des races humaines. Algauw werd Afrika gezien als een continent zonder historie, met inwoners die sinds de oertijd geen ontwikkeling hadden doorgemaakt. Dit idee werkt nog altijd door, getuige de woorden van Toni Morrison, die oa. zegt:
It’s important, therefore, to know who the real enemy is, and to know the function, the very serious function of racism, which is distraction. It keeps you from doing your work. It keeps you explaining over and over again, your reason for being. Somebody says you have no language and so you spend 20 years proving that you do. Somebody says your head isn’t shaped properly so you have scientists working on the fact that it is. Somebody says that you have no art so you dredge that up. Somebody says that you have no kingdoms and so you dredge that up.

De discussie over wat "echte" wetenschap en wat niet, is te vergelijken met de discussie over wat Kunst is, en wat niet. Mannen als Baudet weten daarop het antwoord. Kunst is wat hij mooi vindt, en dat is wat de heersende elite door de geschiedenis heen mooi heeft gevonden. Kunst moet voor dit soort mensen hun wereldbeeld bevestigen. Niet opschudden, hemel nee. Niet tot nadenken aanzetten. De ontaarding ligt op de loer. De felheid waarmee dergelijke meningen verkondigd worden, geeft aan hoe groot de angst is voor het kantelend wereldbeeld.

Diezelfde angst bespeur ik bij Theepot en consorten. Eeuwenlang hebben zij met stelligheid geweten – een weten bijna religieus in zijn onbewezenheid – hoe de wereld en haar verschijnselen te verklaren. Zaken die niet volgens hun kennismethode verklaard kunnen worden, laten zij aan de prutsers om een beetje vaag over te lullen. Of kutten, zo u wilt. Want het zijn natuurlijk vooral vrouwen die aan alfa- en gammawetenschappen doen. Terwijl objectief en feitelijk vaststaat dat uitsluitend de bètawetenschappen "echt" wetenschappelijk zijn.
Zaken die daarmee niet verklaard kunnen worden, zijn eigenlijk de aandacht niet waard. Kunst niet, psychologie niet, genderstudies niet, antropologie niet. Allemaal geneuzel in de marge.
Blijft de vraag waarom de heren der schepping zo doodsbang zijn voor dit geneuzel dat ze zó waanzinnig in de verdediging schieten.

Ik weet al sinds Beyond Power hoe het zit met "objectiviteit." Met filosofie heb ik me niet uitputtend beziggehouden. Wel heb ik van Filosofie van de Kunstgeschiedenis geleerd hoe er door de eeuwen heen over kunst werd gedacht. (En dat alleen maar in de westerse wereld, bedenk ik nu.) Een visie die met de tijdgeest veranderde. Nu ik mezelf dwing om te formuleren wat ik vind van des Theepots visie op wetenschap, kom ik bijvoorbeeld op het spoor van Paul Feyerabend.
Verder zoekend op Wetenschapsfilosofie vind ik deze zin: De acceptatie van wetenschappelijke kennis als de absolute en onbetwijfelde 'waarheid' (zoals in de theologie of ideologie) wordt sciëntisme genoemd. Wikipedia: Aanhangers van het sciëntisme vinden (mijn nadruk) natuurwetenschap superieur aan alle andere interpretaties van het leven, zoals filosofische, religieuze, mythische, spirituele of humanistische interpretaties, en aan de andere takken van wetenschap, zoals de menswetenschappen.

De visie van Theepot is even irrationeel als het concept onder welks naam hij zijn schrijfselen pleegt.
Waar ik overigens niets van mag vinden want dat is een argument ad hominem. Ik mag ook niet vragen wat Theepot gestudeerd heeft, want dan gebruik ik het autoriteitsargument. Waar hij anderen verwijt dat zij niet "inhoudelijk" reageren op zijn zelfingenomen artikel, reageert hij op tegenwerpingen enkel met vorm-argumenten. Die klinken al net zo semi-superieur als het Latijn van sommige kamerleden.

Waaróm Theepot zo tekeergaat tegen Wekkers werk laat hij niet blijken. Zijn artikel heeft de door zijn kliek zo geprezen "objectiviteit," die juist de ideale illustratie is van waar Wekker voor staat. Dit is misschien nog wel gevaarlijker dan zo'n enkele idioot die meent dat zij moet worden afgeschoten.

aanvulling: hier staat een essay over de veranderende kijk op wat 'wetenschap' is
aanvulling dd 2712: hier staat een mooie, weloverwogen bespreking van White Innocence
en hier een bladzij uit Witte Onschuld, over objectiviteit:

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , | 2 Reacties