“wetenschap”

Ik was gisteravond zo dom me in een discussie op twitter te mengen met een anonieme meneer die zich Russell's Teapot noemt en die met veel bombarie (en bijval) "wetenschappelijk" aantoont dat Gloria Wekker geen wetenschap bedrijft.
Na enig googelen kwam ik erachter dat Theepot gelieerd is aan Geen Stijl en ik me dus in een wespennest had begeven. Horden blanke mannen stonden in de rij om mij duidelijk te maken dat ik er NIETS van begrepen had.

Nu is "wetenschappelijk" natuurlijk helemaal geen objectieve categorie. "Wetenschappelijk" is wat op een bepaald moment in de tijd door het heersende discours als "wetenschappelijk" wordt aangemerkt. Als het heersende discours – al eeuwenlang beheerst door blanke mannen - zich aangevallen voelt, gaat het andere kennismethoden - dan de in dit geval "onomstotelijke" trits: de (zogenaamde) objectiviteit, reproduceerbaarheid en voorspelbaarheid - uit alle macht onderuit proberen te halen.

Wie het in haar hoofd haalt om hier vraagtekens bij te zetten, bijvoorbeeld door te informeren wat de (anonieme) aanvaller dan zélf heeft gestudeerd, krijgt te horen dat zij het autoriteitsargument gebruikt en er dus niets van begrepen heeft. Terwijl zij alleen maar tijdens het lezen van het wel erg lange stuk (methinks the lady doth protest too much) dacht: voor kunstgeschiedenis gelden veel van deze argumenten alvast niet.

Zij, dat ben ik natuurlijk zelf.

Gloria Wekker – haar CV staat hier – is gepromoveerd aan de UCLA. Ik mag aannemen dat daar niet louter en alleen zwartevrouwenvoetenkussers (van die onnozele types die haar de Joke Smitprijs hebben toegekend) werken.
Theepot onderwerpt haar boek White Innocence aan de "objectieve" methoden van "de wetenschap."
De manier waarop Wekker haar onderzoek heeft gedaan is de manier waarop de antropologie onderzoek doet, namelijk door ervaringen van mensen op te tekenen. Ervaringsverhalen, het moet niet malder!

(Ik krijg van een arts (zo'n griezel met een Nederlands vlaggetje in zijn twitterbio) toegevoegd dat ik exemplarisch ben voor de achteruitgang van het onderwijs in Nederland. Kennelijk heeft hij zich zo slecht bijgeschoold dat hij niet weet dat de narratieve benadering en behandeling van psychiatrische patiënten overal opgeld doet. Kennelijk voldoen de "objectieve" gegevens uit bloed- en hersenonderzoek toch niet.)
Nee, maar anekdotisch bewijs is onzin, weet Theepot.

Wat daarna volgt is een stukje waar de honden geen brood van lusten. Hij diskwalificeert – net als de victim blamers in het #metoo discours – de ervaringsverhalen van de ondervraagde zwarten.

1. Heel vaak is niet eens bekend wat de namen zijn van deze personen uit een ervaring, laat staan andere informatie op basis waarvan we concluderen dat ze kunnen worden gezien als “representatief” voor witte Nederlanders.
2. Vrijwel altijd gaat het om een zeer kleine groep mensen. Het is een algemeen aanvaarde richtlijn in de statistiek dat een steekproef uit minstens 30 personen moet bestaan (en voor een diverse groep, zoals het NLse volk, natuurlijk uit veel meer dan dat).
3. Het is niet of nauwelijks na te gaan in hoeverre een ervaring de realiteit weergeeft. Vaak wordt niet vermeld waar en wanneer precies de ervaring plaatsvond en zijn er geen getuigen beschikbaar om de lezing te bevestigen. De persoon die de ervaring inbrengt kan zich de ervaring verkeerd herinneren, het menselijk geheugen is immers notoir onbetrouwbaar. Zijn interpretatie van gebeurtenissen kan gekleurd zijn door persoonlijke vooroordelen. Hij kan mensen verkeerd verstaan hebben. In het geval van oude herinneringen kan hij essentiële context door de jaren heen vergeten zijn. En dan kan een persoon ook nog eens een ervaring gewoon verzonnen hebben of bewust verkeerd weergeven. Dit is de reden waarom bij psychologisch onderzoek normaal gesproken de interviews of experimenten niet alleen worden gerapporteerd, maar ook vastgelegd op bijvoorbeeld audiotranscripts, zodat onderzoekers het verschil tussen feiten en perceptie na kunnen gaan. Bij “persoonlijke ervaringen” is dit dus niet mogelijk, ze zijn per definitie vrijwel geheel subjectief.
4. Je hebt geen mogelijkheid om de invloed van omgevingsfactoren in te schatten. Wie weet wat voor invloed het weer, drukte in de tram, vertraging van de tram mogelijk gespeeld kunnen hebben? Wie weet, wat voor andere factoren invloed hebben gehad op het verloop van de ervaring? Wetenschappers werken in gecontroleerde omgevingen met een reden: om zoveel mogelijk variabelen constant te houden tijdens het onderzoek zodat je zeker weet dat je, wanneer je de voorspelde uitkomst terugkrijgt, dit alléén kunt verklaren met de hypothese die je aan het testen bent.
5. Persoonlijke ervaringen zijn niet reproduceerbaar, zelfs als ze volledig geverifieerd zouden kunnen worden. Je kunt dezelfde situatie niet opnieuw “afspelen” om het te controleren. Dit in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, psychologische onderzoeken, die óók als doel kunnen hebben te onderzoeken “hoe er in de maatschappij gedacht wordt.” Hierom kun je dus nóóit een objectieve wetenschappelijke waarheid afleiden uit een persoonlijke ervaring.

Hij beweert dat het verwerven van dergelijke gegevens via psychologisch onderzoek wél objectief is. Alsof daar geen omgevingsfactoren zijn (een lab, een onderzoeksruimte) en de autoriteit van de onderzoeker geen enkele invloed zal hebben op de gegeven antwoorden.

Hij beweert bovendien dat Wekker haar onderzoek zo heeft gedaan omdat dat makkelijker was.

Maar dat het moeilijk of duur is om tot een wetenschappelijk inzicht te komen, betekent niet dat het daarmee gerechtvaardigd is om de wetenschappelijke methode “uit praktische overwegingen” maar terzijde te schuiven en je maatstaven voor wat “wetenschappelijk” is aan te passen om wetenschap “haalbaarder” te maken.

Eigenlijk te veel eer, zoveel citeren uit een stuk waar zowel het witte als het mannelijke privilige vanaf druipt. Maar, zoals Frederike Geerdink me laatst fijntjes toevoegde: geen mening hebben is een luxe.
Er zijn in de naam van de "wetenschap" verschrikkelijke dingen gedaan door mannen die allemaal beweerden dat ze dingen "objectief" en "neutraal" hadden vastgesteld.
Ik herhaal mijn eigen stelling nog maar eens: de enige objectiviteit is subjectiviteit.
Pretenderen dat je de "objectieve" "waarheid" in pacht hebt en dat vervolgens "wetenschap" noemen zonder er één enkel vraagteken bij te zetten, is levensgevaarlijk. Vooral voor diegenen die buiten het heersende discours vallen.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , | 15 Reacties

Frija’s Dagboek (14)

Zomaar opeens had de vrouw geen zin meer om mijn avonturen op te schrijven. Flauw! Alsof ik niet elke dag een nieuwe lievelings heb!
Ik heb nieuwe speeltjes gekregen van een meneer die Sinterklaas heet. Eentje is een vogelmuis (zegt de vrouw) en die maak ik altijd in de knoop om de stoelpoten, ha, dan kan hij nergens meer heen. Er lag opeens een bal vol lichtjes in mijn boekenkast en ik mocht er zomaar aankomen. De vrouw zat aan tafel met een grote stapel papiertjes en ze gooide steeds kleine sliertjes op de grond, ook lievelings! Het heeft gesneeuwd, en toen het weer warm werd, drupte er buiten allemaal water in de bloempotten, plets plets plets.
Ik heb ook nog iets ontdekt wat ik vies vind: mandarijntjes. Maar thee is nog steeds lekker. En snoertjes. De vrouw zegt dat ik dan een duivels monster ben, maar dat is niet waar hoor! (Of alleen heel eventjes.) Ze wou in elk geval wel met mij op de foto.


















Geplaatst in autobio | Getagged | 7 Reacties

Arthur Japin – Kolja

Ik kreeg Kolja van Sinterklaas, ik verheugde me er zo op! Al sinds de lovende recensie van Bettina stond het op m'n lijstje.
Het vorige boek van Japin viel me een beetje tegen, het was alsof hij meer bezig was geweest met alle wetenswaardigheden over Alberto Santos-Dumont in het boek te persen dan met het bedenken van een mooi romanverhaal.

Ik heb wel genoten van Kolja. Het had een Russische sfeer, het was beeldend en zintuiglijk geschreven, het gaf fantastisch weer hoe het is om doof te zijn, hoe je dan de wereld beleeft, het gaf een tijdsbeeld en een beeld van hoe er ten tijde van het tsarenrijk werd omgegaan met homoseksualiteit.
Het gaf ook een beeld van een driemanschap – de broers Tsjaikovski en Kolja, de dove jongen die door Modest (jongere broer van de componist) wordt opgevoed en leert spreken.

Het boek wordt hier en daar en overal opgevoerd als een detective. Kolja probeert te ontrafelen hoe Pjotr Iljitsj nu werkelijk aan zijn einde is gekomen. Was het cholera? Was het moord, of zelfmoord?
Maar in feite was dit gegeven niet – zoals in een gewone detective – de motor van het verhaal. In elk geval kreeg ik niet de indruk dat de uitkomst van het raadsel van levensbelang was voor de nabestaanden.
Misschien kwam het daardoor dat ik toch niet met volle teugen kon genieten. Dat ik me makkelijk liet afleiden. Want in feite ging het boek over hele andere dingen, die misschien beter tot hun recht waren gekomen in een verhaal over verzonnen personages. Ik had heel sterk het gevoel dat het een boek was over Japin zelf, dat het allemaal zo dichtbij kwam dat hij uit zelfbescherming deze plot als kooi gebruikte voor het in toom houden van onhanteerbare zaken.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 5 Reacties

groeiend inzicht

Ik wou zo graag géén mening hebben. Omdat dat zoveel rust geeft en een vredig bestaan. Dus ik laat heel wat meninkjes opborrelen als moerasgas, ik verdiep me er verder niet in, registreer hoogstens dat de niet-eens-radar een beetje uitslaat. Maar op een gegeven moment gebeurt het te vaak, dan gaat het voelen als gewetenswroeging als ik er niks mee doe.
Zo kwam ik gister via Frederike Geerdink op het spoor van een stuk van Frontaal Naakt (die ik verder niet ken, over wie ik verder geen enkele mening heb) over de toekenning van de Joke Smit-prijs aan Gloria Wekker, dat aansloot bij de niet-eens-radartjes van de afgelopen week.
Ik retweette het dan ook (soms zijn andermans woorden genoeg om de gewetenswroeging te stillen), met wat ik altijd boven zulk soort dingen zet: "Om over na te denken." Zo van: ik gooi deze in de groep, wat vinden jullie ervan.

Nu gaat mijn betoog twee verschillende kanten uit.
De eerste is deze: zodra witten het gevoel krijgen dat ze worden aangesproken op institutioneel racisme, trekken ze een zieligheidskaart. Ofwel hun grootouders woonden nog in plaggenhutten dus hoe kunnen zij dan onderdrukkers zijn? Ofwel ze zijn nazaten van holocaustslachtoffers dus wie is er nu zielig?
Dat is een beetje als op een congres over hersenaandoeningen gaan klagen dat ze het niet over darmkanker hebben.
Iedereen met een werkend geweten weet precies of en zoja hoeveel hij zich schuldig maakt aan racisme. Ik denk dat we het allemaal doen, of we nu wit, zwart, geel, rood of pimpelpaars zijn. Waar het om gaat, is of je er naar handelt. En dan zijn de witten een stuk minder vaak slachtoffer dan de andere kleuren.

De opwinding die er nu over ontstaat is te vergelijken met de opwinding in de loop der tijd rondom vrouwenemancipatie. Gloria Wekker verwoordt het zo: Zijn het de witte mensen die kunnen beoordelen of racisme zich wel of niet voordoet in de samenleving? Of weegt de stem van degenen die het ondergaan zwaarder? Vergelijk dat nou eens met seksisme, dan laat je mannen toch ook niet zeggen: ga weg, seksisme bestaat niet? Dat oordeel is toch aan ons, vrouwen? Maar in het geval van racisme mogen witten zonder enige kennis van zaken beweren: ík weet hoe het zit.
Lees allemaal in godsnaam Beyond Power van Marilyn French, over hoe de vanzelfsprekendheden van het patriarchaat helemaal geen vanzelfsprekendheden zijn, maar een zogenaamde realiteit, verzonnen door de machthebbers.

En dat sluit weer aan bij de tweede kant van mijn betoog, namelijk dat waarin ik het 100% eens ben met Gloria Wekker, dat wetenschap die zogenaamd objectief is, altijd kijkt door het objectief van de witte man. Dat het dus veel beter is om jezelf als wetenschapper in het geding te brengen, zodat we kunnen zien op welke "realiteit" diens onderzoek gebaseerd is.
Of zoals ik het zelf ooit formuleerde: Feiten, waarheden, objectief vastgestelde omstandigheden, noem de ficties allemaal maar op, waar non-fictie zich van bedient. Die feiten zijn bij publicatie al weer verouderd of waren om te beginnen al selectief vastgesteld, die waarheden dragen de kleur van de bril van de waarnemer, objectiviteit bestaat helemaal niet.

Ik zoek nog even op mijn blog of ik nog meer van mezelf kan citeren, en kom tot mijn schrik dit stukje tegen over Zwarte Piet. Ik kan alleen maar concluderen dat mede door het werk van Gloria Wekker, door na te denken over culturele toe-eigening 1)
2) en door boeken als The Hate You Give mijn ogen zijn geopend.
Niets is belangrijker in een mensenleven dan groeiend inzicht.

Aanvulling: word (alweer op twitter) gewezen op deze speech van Toni Morrison, waarin ze onder andere zegt: It’s important, therefore, to know who the real enemy is, and to know the function, the very serious function of racism, which is distraction. It keeps you from doing your work. It keeps you explaining over and over again, your reason for being. Somebody says you have no language and so you spend 20 years proving that you do. Somebody says your head isn’t shaped properly so you have scientists working on the fact that it is. Somebody says that you have no art so you dredge that up. Somebody says that you have no kingdoms and so you dredge that up. There will always be one more thing.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged | 4 Reacties

geleende woorden

Afgelopen week kwam ik weer twee citaten tegen waarvan ik onmiddelijk dacht: no way dat díe dat gezegd heeft. Het eerste was (niet) van Erica Jong.
In my dream, the Angel shrugged and said, "If we fail this time, it will be a failure of imagination." And then she placed the world gently in the palm of my hand.
Erica Jong? Zij van het Ritsloze Nummer? Die gaat opeens mystiek doen over engelen?
Nee dus. Hij bleek van ene Brian Andreas, die er ook een speelse tekening bij had gemaakt.
Een ander citaat was (niet) van Hemingway: "It is good to have an end to journey towards; but it is the journey that matters, in the end." Ik dacht meteen: mwah. Niet echt de wijze woorden van een zelfmoordenaar. Bleek dus van Ursula LeGuin!

Daarom zoek ik van ieder citaat de herkomst op voor ik het verspreid. Zo las ik vanmorgen op twitter een citaat van Walter Benjamin dat me erg aansprak: "Verveling is de betoverde vogel die het ei van de ervaring uitbroedt." Op zoek naar de bron vond ik op de dbnl de vertaling van het essay waar het citaat uitkomt, De Verteller geheten. De zin is hier zo vertaald: "De verveling is de vogel van de droom, die het ei van de ervaring uitbroedt."
Dat maakte het voor mij niet echt duidelijker. Dan toch maar op zoek naar het origineel. Dat vind ik op Goethe.de, in een artikel dat Lof der Verveling heet. En in het Duits is het opeens weer glashelder: Die Langeweile ist der Traumvogel, der das Ei der Erfahrung ausbrütet. Dus daar heb ik toen maar een mooi plaatje van gemaakt voor in mijn album Wijze Woorden.

Geplaatst in creatief, lezen, schrijven | Getagged | 5 Reacties

Hoe heet dit schilderij?

Vandaag is het deze afbeelding van Anselm Kiefer die me aanspreekt. Omdat ik niet goed kan zien wat voor beestjes zich ophouden in de kooi die haar hoofd is, zoek ik naar de titel van het werk. Het blijkt deel uit te maken van een serie Die Frauen der Antike, waarover ik het volgende vind:
The women do not have a head, because the history of women from the last three millenniums, since before there was a matriarchy, were only known through men. There are always quotations by men, who describe women. Thus I wanted to say: without a head, they were defined by others.” (Anselm Kiefer, translated from German, 2005)

Na lang puzzelen denk ik dat de titel Schechinah is. Het vrouwelijke aangezicht van God.
Maar Frauen der Antike staat letterlijk op het schilderij, dus dit kan niet kloppen.

Ik kan mezelf totaal blokkeren als ik iets niet weet. Ook dat is weer een jeugdtraumaatje. Voor je überhaupt met een mening mag komen, moet je álle bronnen geraadpleegd hebben. Beslagen ten ijs, de rede gestut, want wee je gebeente als je 'zomaar' iets vindt. Of 'emotioneel' reageert op iets. Bah bah bah.

Natuurlijk reageer je als schrijver, als kunstenaar, als normaal mens (durf ik nu wel te stellen) vanuit je emotie op een schilderij. Een gazige bruidsjurk, het kwetsbaar-sierlijke kledingstuk waarin het patriarchaat je graag ziet, met in plaats van je hoofd een kooi met gevangen dierlijkheidjes erin. Gedefinieerd door anderen. Om dat erin te zien heb je alleen je eigen levenswijsheid en –ervaring nodig, geen encyclopedische kennis.
En ik weet nu hoe Yima zich zal voelen als ze in het huwelijk treedt.
Wat niet wegneemt dat mijn innerlijke bibliothecaresse tóch graag de titel wil weten.

aanvulling: via twitter kreeg ik dit antwoord

Geplaatst in autobio, kunst, schrijven | Getagged , , | 2 Reacties

verlangen is het antwoordbericht

Kortgeleden kwam ik deze afbeelding van Kate Samworth tegen op twitter. De titel stond er niet bij, die vond ik op Pinterest: Lithium (Outskirts of Catatonia). Terwijl hij me zonder titel al zo aansprak.
In een blauw bos staat de jonge vrouw tussen de stramme stammen, ze snijden haar in stukken met hun schaduwen maar ze lijkt het niet te merken, ze kijkt hardnekkig de kant uit van het donker, de kant waar ze vandaan kwam. Ze volgt niet de witte vogel naar het licht, ze kijkt niet naar de zee, ze kijkt alleen maar terug naar het donker dat haar baarde.
Niets is zo moeilijk als je omkeren naar het onbekende licht, zeker als begrip van het verschil tussen donker en licht is uitgewist in je. Er moet eerst verlangen zijn, maar, zegt Rumi: Verlangen is het antwoordbericht.

Zo'n afbeelding is het antwoord op mijn verlangen naar dit verhaal. Het geeft een aspect weer dat ik al kende, al wist ik dat niet. Is de kunstenares zelf dit stadium alweer voorbij? Heeft zij dit verhaal geleefd en is ze omgedraaid naar het licht? Op haar website zie ik wonderlijke afbeeldingen, waarin bekende schilderijen zijn vermengd met haar eigen vogelfantasie. Fascinerend! maar niet mijn verhaal. Zo zwermen fantasieën door de lucht en komen soms even in botsing.

Ik zoek nog even verder en vind dat ze haar serie Outskirts of Catatonia maakte in antwoord op de diagnose die een vriendin kreeg. Zij vond het moeilijk om te communiceren, en vogels symboliseren de geest en geheime communicatie. (Ik denk aan de duif die de Heilige Geest symboliseert.)
Heb ik al vogels in mijn Fantasymap? Ik vind de Uilendeur, en een enkele vogel op een schilderij. Maar nog geen vogel die de weg wijst. Die komt binnenkort mijn verzameling invliegen, ik heb het antwoord op zijn verlangen gegeven.

Geplaatst in schrijven | Getagged , , | 2 Reacties

Matthew Sullivan – Midnight at the Bright Ideas Bookstore

Ik hoef heus niet elke keer zo'n diepzinnig boek als A Tale for the Time Being om van lezen te genieten. Van dit boek heb ik ook ontzettend genoten. Dat lag aan veel verschillende factoren.

De setting was heel echt en helder, niet alleen de boekwinkel maar ook de verschillende buurten in Denver en de bergen van Colorado. De mensen waren echt en aardig, of in elk geval invoelbaar, en de verstandhoudingen tussen de verschillende personages ontwikkelden zich. Er zat een leuke raadselachtige code in, een puzzeltocht door de boekwinkel (die Bright Ideas heet omdat hij gevestigd is in een oude lampenfabriek).
De gebeurtenissen in het verleden (die uiteindelijk alles in het heden aan het rollen brengen) zijn gruwelijk. Ik las hier en daar dat mensen het veel te bloederig vonden. Maar juist die bruutheid contrasteerde zo mooi met de (schijnbare) rust in het heden.

Ja, uiteindelijk is het gewoon een moordverhaal. Lydia werkt nu al zes jaar bij de boekwinkel. Op een late avond hoort ze helemaal boven in het gebouw boeken van de plank vallen. Blijkt een van de vaste klanten (die meer komen om er de dag warm en lezend door te brengen) zich te hebben opgehangen. Hij heeft een foto bij zich van Lydia's tiende verjaardag. Hoe komt hij daaraan? Waarom is zijn leven met dat van Lydia verweven? Ze erft zijn schamele bezittingen, waaronder een kratje boeken die een code blijken te bevatten. Om meer te weten te komen moet Lydia ook het contact met haar vader herstellen, die inmiddels als een kluizenaar in een berghut woont. Ook ontmoet ze haar schoolvriendje Raj weer, die nog precies weet wat er destijds is gebeurd.

Waar het uiteindelijk op neerkomt, denk ik, is dat je moet geven om de personages, en dat de schrijfstijl zo is dat je je nooit aan iets hoeft te ergeren. Trouwens, Sullivan laat heel af en toe een pareltje vallen. Hier staat een mooi interview met hem.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

fantasiereizen

Vanmorgen zag ik een afbeelding van een ondergrondse stad: Derinkuyu in Cappadocië. Een locatie waar het fantasy-hart van opspringt. Ik kan me voorstellen dat voor veel fantasy-schrijvers het bouwen van een wereld het grootste genot is. Ik kan me helemaal voorstellen van Tolkien bezielde, die uitgebreide kaarten tekende en hele talen verzon. Waar haalde hij het vandaan, zonder de vloed aan afbeeldingen waar ik zelf dagelijks mee overstelpt word?

Ik ga ervan uit dat elke afbeelding die mijn hart doet opspringen, iets te maken heeft met het ongeboren verhaal, het ondergrondse verhaal van Yima. Ik heb al zovéél mooie locaties.
Eerst al die eilanden, toen al die ommuurde stadjes, allerlei vreemde bouwsels van over de hele wereld – wat leer je daar toch weinig over op school, of zou dat inmiddels anders zijn geworden? Wij leerden alleen over wat terzake deed voor onze eigen cultuur. Niets over Indianenpueblo's of Dogonhuisjes of grotwoningen in Cappadocië. Niets over Paaseiland of een andere plek waar ook zulke reuzenbeelden staan (Nemrud) of de vreemde beelden van de Chachapoya in Peru.
Voordat ik fantasyplaatjes ging sparen had ik van de meeste van deze dingen ook nooit gehoord.
Zo zal het voor Yima ook zijn op haar reis. Alles nieuw en anders, steeds weer een cultuurschok. Dat zijn persoonlijke ervaringen die ik kan gebruiken.

Dat ik op dit moment zo gegrepen word door exotische locaties heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ik fysiek niet reizen kan, dat ik al drie jaar aan de drie noordelijke provincies gekluisterd ben omdat verder reizen te vermoeiend of te onveilig is. Ik reis in de geest en de fantasie en droom mij over de wereld. Ik bewandel gevaarlijke bergwegen langs diepe kloven, ik dwaal langs turquoise poelen in China, langs diepgroene vulkaanmeren, langs drijvende dorpen en hoog oprijzende kastelen. Af en toe sla ik een plaatje op van een fantasy-kunstenaar. Wat zou ik dat graag willen kunnen, al die fantasieën omtoveren tot een geschilderde realiteit die zo echt lijkt als een foto.

Ik google nog even op "world building" en vind meteen de 7 doodzonden bij het wereldbouwen. Het is ook zo fijn om weer van alles te leren te hebben!

picture by wildeastmofo on reddit

Geplaatst in autobio, schrijven | Getagged , , , , , | 4 Reacties

Ruth Ozeki – A tale for the time being

Ik heb een schitterend boek gelezen waar twee boekbloggers (Anna en Joke) al een prima bespreking van hebben geschreven. Dus wil je weten waar A Tale for the Time Being over gaat, lees die dan eerst even.
Waar ik het nu over wil hebben, is wat ik noteerde toen ik net over de helft was: sommige boeken verrijken je, andere verarmen je.

Ik begon in dit boek nadat ik Beautiful Animals had gelezen. Dat was niet alleen slecht geschreven, het was ook een boek dat pure tijdverspilling was. Een boek waarvan je niets 'meenam.' In de zin van: kennismaken met een onbekende wereld. Nieuwe gedachten. Invoelbare emoties. Personages om mee mee te leven. Een thematiek op leven en dood. Poëtisch of anderszins bijzonder taalgebruik. Een inventieve structuur. Verwondering. Levensvragen. Compassie.

Integendeel, je had in het gezelschap verkeerd van twee verwende, zich klem zuipende meiden en een generieke Syrische vluchteling, die in een decor waren geplaatst dat zo uit de anwb-gids geplukt leek. Als een schrijver zo'n boek produceert, vraag ik me altijd af wat hem heeft bewogen. In dit geval vermoed ik een ernstig geval van ijdelheid en verveling. Niet een innerlijke noodzaak om de wereld iets moois of belangwekkends te geven. Om – zoals Cameron dat zo mooi uitdrukt – een bijdrage te leveren aan de schepping.

Bij Ozeki kreeg ik zóveel! Ik leerde over de ontstellend verschillende aspecten van de Japanse cultuur, van een feeërieke tempel hoog op een berg tot kamikazepiloten en het leven in Tokyo. Ik was op een eiland aan de Canadese westkust en dacht aan Vancouver Island waar ik zo graag nog ooit heen wil. Ik stond stil bij het begrip tijd, en ik stond stil bij de relatie tussen lezer en schrijver. Ik had medelijden met Nao en haar vader en wenste me zo'n huwelijk als tussen Ruth en Oliver.
En ik wou dat ik zó schrijven kon.

Geplaatst in lezen, recensies, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen