eindes

De afgelopen dagen las ik twee romans tegelijk. Ik was net begonnen met Mr. Penumbra's 24-Hour Bookstore – al lang op m'n lijstje door de besprekingen van Anna en Bettina en weer in herinnering gebracht door de bespreking van Coen – toen het nieuwe recensieboek arriveerde: Dead Writers in Rehab.

Lees nu eerst die besprekingen even, dan hoef ik het verhaal van Penumbra niet nog eens uit de doeken te doen. Het is een heerlijk jongensboek ergens tussen Dan Brown en The Circle qua thematiek – een eeuwenoud raadsel uit een eeuwenoud boek gaat ontrafeld worden met de supercomputers van Google - maar met een frisse, meeslepende stijl, en vol heerlijke personages. Het speelt een fijn spel met werkelijkheid en fictie en biedt stof tot nadenken zonder ook maar een seconde prekerig te worden.

Dead Writers in Rehab gaat over een losbollige schrijver – Foster James - die wakker wordt in een vreemd landhuis, waarvan hij vermoedt dat het de zoveelste afkickkliniek is. Tot hij Hemingway tegen het lijf loopt, en Wilkie Collins, en Coleridge, en Dorothy Parker. We krijgen van hen allemaal stukjes te lezen uit het behandelingsdagboek dat ze bijhouden, best knappe pastiches in de stijl van de betreffende schrijver.
Mocht je dit boek op grond van dit gegeven willen lezen, lees dan nu niet door. Want ik ga het einde verklappen.
Het boek is verschenen bij Unbound, een uitgeverij die met crowdfunding werkt. Mensen kunnen dus geld geven aan de schrijver om diens boek te laten uitgeven. Op grond van het gegeven had ik misschien ook wel gedacht: leuk! Ik doe mee!

Maar uitwerking is alles. Davies doet iets wat verboden is volgens artikel 13.13 van het Schrijfwetboek: "het was allemaal maar een droom geweest." De laatste 30 bladzijden zijn als zo'n symfonie die maar door blijft beuken met slotaccoorden. Elke keer wil je klappen maar taDAAAAM daar komt er nog een. Eerst blijkt dat hij niet dood is maar met deze fantasie de ontkenning van zijn verslaving heeft willen vormgeven. Die grafredes waren ook verzonnen. Dan blijkt hij toch dood te gaan. Of nee, toch niet. Of ja, toch wel.
Man!
Ik vind het een zwaktebod. Je gaat iets heel diepzinnigs aan maar je durft het niet uit te redeneren. Je sleept je lezers mee en laat ze vervolgens in de kou staan, met lege handen.
In zo'n grootschalig jongensboek dat meestal draait om Leven en Dood is het einde vaak ook lastig, want we weten allemaal dat onsterfelijkheid nog steeds niet is uitgevonden en dat de wereld ook nog steeds zijn rondjes draait. Dan is het een kunst om een einde te vinden dat op een ander niveau bevredigt. Warmte van binnen, noem ik het maar. Het jongensboek als drager van hoop. Doe mij die maar.

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *