Stefan Hertmans De Bekeerlinge

Een oefening in empathie, noemt Hertmans het boek tijdens verschillende interviews. 1) 2) 3)
Is het een geslaagde oefening?
Ten dele, wat mij betreftt.

Hij past hetzelfde procedé toe als in Oorlog en Terpentijn: de ik-figuur die gelijkstaat aan de auteur ontrafelt het verhaal van iemand in het verleden, en brengt dat met romantechnieken tot leven voor de lezer.
In O&T is dat te begrijpen: een kleinzoon die wil weten wat zijn opa heeft meegemaakt, in de hoop daarmee meer licht te werpen op zijn eigen afkomst. Het doel van de ik-figuur is duidelijk, en de zoektocht en de resultaten daarvan hebben invloed op zijn leven in het heden.
In De Bekeerlinge is dat veel minder duidelijk, of liever: helemaal niet. Door een krantenknipsel komt de auteur erachter dat zich in Monieux, het Franse dorpje waar hij een tweede huis heeft, in de elfde eeuw een drama heeft afgespeeld: na een wrede pogrom vertrekt een tot het Joodse geloof bekeerde vrouw naar Caïro. Een raadselachtig gegeven, ik kan me zo goed voorstellen dat je daar als schrijver helemaal opgewonden van wordt, en het geval tot op de bodem wilt uitzoeken.
Vervolgens moet je dan besluiten hoe je wat je gevonden hebt, vormgeeft. Zelf zou ik de voorkeur geven aan een historische roman, om de lezer totaal onder te dompelen in die woelige, duistere tijd.
Of je zou er een roman rond een wetenschapper van kunnen maken, die Norman Golb die alles rond dat geheimzinnige document – de aanbevelingsbrief die Hamoutal van de rabbijn meekrijgt op haar vlucht – heeft uitgezocht.
Of je zou er een reisverslag van een schrijver van kunnen maken, die de bekeerlinge duizend jaar later nareist. Maar dan moet hij daarvoor wel een goede reden hebben, en moet de reis ook iets wezenlijks in hem veranderen.

Wat we nu hebben, is een schrijver die ons deelgenoot maakt van het schrijven. Hij schrijft bij tijd en wijle schitterend, laat dat vooropstaan. De scènes uit het leven van Hamoutal – die ooit Vigdis Adelaïs heette, en dochter van een ridder uit Rouen – zijn beeldend en zintuiglijk beschreven. De schrijver heeft zijn huiswerk goed gedaan, en kan ons laten zien waar zij geweest is, gewoond, geslapen, gebaard, geleefd heeft.
Maar waarom springt hij er zelf steeds tussen, als een opdringerige verteller? Wat voegt het toe als we weten dat daar vandaag flats staan, of een snelweg loopt? Wat voegen ál die plaatsnamen toe als er geen kaartje in het boek zit? Wat maakt het ons uit dat hij het document in Cambridge met eigen handen heeft mogen aanraken?
Hij wil een punt maken over de tijd - "Er heerst geen tijd, alleen maar ruimte." (p173) - dat op sommige plaatsen de tijd geen rol speelt, dat bepaalde gebeurtenissen er "altijd" zijn. Ik moest daarbij denken aan Glencoe. Sommige scènes van mensen op de vlucht doen denken aan de vluchtelingenproblematiek in onze tijd. Waarom mag de lezer dat niet zelf bedenken?

Zelf noemt Hertmans zijn werkwijze 'autofictie' – je vertelt zoveel mogelijk de werkelijkheid zoals jij hem hebt waargenomen, en wat je niet kan weten, vul je in met je verbeelding. Ik denk dat het zo gegaan is. Daarom heeft hij Hamoutal ook geen dialoog gegeven, dat vond hij net over het randje van make believe. Hij gebruikt een personage uit de plooien van de geschiedenis als een prisma om licht door te laten schijnen, zodat de tijd, de geschiedenis, erdoor in regenboogkleuren oplicht. "Het afwezige aanwezig maken, verantwoording afleggen tegenover degenen die er niet meer zijn," tekende ik op uit een van de vele interviews.
Hertmans ziet als belangrijkste thema van het boek: wat gebeurt er met iemand die van identiteit switcht? Ik heb dat er niet uitgehaald, zo ver dringen wij niet door in de ziel van Hamoutal. En dat is precies wat ik miste aan dit boek, waarvan ik toch erg genoten heb.

Lees hier de bespreking van Bettina.

Dit bericht is geplaatst in recensies met de tags , . Bookmark de permalink.

4 Reacties op Stefan Hertmans De Bekeerlinge

  1. Bettina Grissen schreef:

    Mooi verwoord, Hella! Zo interessant hoe jij weer kijkt naar de manier van schrijven en de andere manieren waarop Stefan Hertmans dit boek geschreven zou kunnen hebben, wat weer allemaal nieuwe vragen oproept. Leuk.

    Groetjes,

  2. Interessante bespreking! Maakt mij nóg nieuwsgieriger naar het boek.

  3. lethe schreef:

    Kleine aanmerking: 'bekeerde jodin' betekent een van oorsprong joodse vrouw die (tot het christendom) bekeerd is. Uit Bettina's bespreking begrijp ik dat Vigdis/Hamoutal/Sarah(?) zich tot het jodendom bekeert.

    • Hella schreef:

      Goed punt, en klopt. Ik zal het aanpassen. (Haar officiële Joodse naam is Sarah, Hamoutal is meer een koosnaam, die 'warme dauw' betekent.) In het boek spreekt Hertmans meestal van 'proseliete.'

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *