fantasy en ik

Ik was begonnen in The Left Hand of Darkness omdat Ursula Le Guin pas is overleden. Ik vond de eerste twee boeken van de Earthsea serie prachtig, dus ik verheugde mij. Maar ik strandde al in het eerste hoofdstuk. Zoveel onbekende woorden, zoveel ononthoudbare namen. Ben ik een luie lezer die geen moeite wil doen? Nee, dat is het niet. Ik heb alle citaten opgezocht in An Unnecessary Woman, alle Indiase woorden in The Ministry of Utmost Happiness.
Komt het doordat ik geen doorgewinterde SF-lezer ben?
Ik sla A Wizard of Earthsea nog eens op en zie dat het begint als een sprookje. Er was eens zo-en-zo'n land, waar die-en-die geboren werd …
The Tombs of Atuan begint met een scène die je voor je ziet alsof het een film is, die in het oude Egypte speelt of zoiets.
In beide gevallen is er meteen een kind om wie je je zorgen maakt.

Ik schreef al eerder dat ik in een paar Fantasy-boeken was begonnen die het meteen op een toveren zetten, en dat ik zelf dan meteen afhaak. Van de Farseer Trilogy heb ik enorm genoten, tot het op het eind té toverig werd, met portalen naar parallelle universa, en draken enzo.

Als ik aan mijn Fantasy-boek-in-wording denk (zoals je denkt aan dat je 'later' 'ooit' een kind zal hebben), speelt het wel op een niet-bestaand eiland, maar er wonen 'gewone' mensen. Iemand onderneemt een reis om 'de' waarheid te ontdekken en zal daarbij wel wat bovennatuurlijke hulp en tegenwerking krijgen maar zelf niet kunnen toveren.

Ik ben nog steeds bezig in The Rhetorics of Fantasy van Farah Mendlesohn (het gaat me af en toe flink boven de pet), en ik denk dat dit in geen van de door haar genoemde categorieën gaat vallen. Zij onderscheidt:
1) portal-quest fantasy (Je wordt als lezer via de hoofdpersoon de fantasy-wereld in geleid, denk bijvoorbeeld aan Narnia. Er is meestal een einddoel, en de zoektocht draait om het verwerven van ervaring.)
2) intrusion fantasy (Het fantastische breekt door in de 'gewone' fictiewereld, en brengt daar altijd chaos, denk aan de griezelverhalen van Lovecraft.)
3) liminal fantasy (Het fantastische ligt op de loer aan de randen van de gewone wereld. Ik denk aan de serie Requiem die pas is begonnen bij de bbc.)
4) immersive fantasy (je wordt als lezer volledig in de fantasy-wereld ondergedompeld).

Ik geloof dat mijn hoofdpersoon aan alle criteria gaat voldoen. Ze gaat op reis, ontdekt dat er buiten haar woonplaats een heel andere wereld bestaat, ze krijgt al in haar vroege jeugd een voorbode van het andere, twee soorten krachten blijven aan haar trekken aan de randen van haar gezichtsveld, en het speelt zich af op een niet-bestaand eiland dus in die zin is er sprake van onderdompeling.

Inmiddels lees ik het broodjenuchtere In Extremis van Tim Parks.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged , , , | 4 Reacties

Rabih Alameddine – An Unnecessary Woman

Wát een leeservaring was An Unnecessary Woman. Nu heb ik het uit. Gelukkig, schreef ik er bijna achteraan. Want het kwam wel heel dichtbij af en toe. Niet dat ik me qua eruditie met Aaliya kan meten, en mijn appartement staat ook niet volgepakt met dozen, daar zorgt Marie Kondo wel voor. En ik heb Frija. Maar toch, zo'n leven van thuis zijn, werken met de voortbrengselen van je eigen geest en ziel, van toeschouwer zijn, niet werkelijk deelnemer aan de maatschappij, zo je eigen ritueeltjes hebben en dingen die je belangrijk vindt, het was allemaal zeer invoelbaar.

Buitengewoon knap hoe een mannelijke auteur zich zo in een vrouwenbestaan kan inleven. Meestal kennen ze aan vrouwelijke personages toch eigenschappen toe waar ze zelf op geilen. Ik moet denken aan een tv-serie waar ik halverwege mee gestopt ben, waarin een vrouwelijke huisarts totaal krankzinnig wordt van het overspel van haar man. Echt zoals een mannelijke scriptschrijver hóópt dat een vrouw zou doen.

Maar dat terzijde. Tijdens het opzoeken van een citaat (ik heb ze bijna allemaal opgezocht) stuitte ik op een groep op Goodreads waarin over het boek gediscussieerd werd. Een ware cult is het daar! Wat had Aaliya dat leuk gevonden, denk ik, zo'n gemeenschap van gelijkgezinden.

Het is een boek schijnbaar zonder plot, en schijn bedriegt. Het is een Heldinne's-Reis-achtige plot, niet zo'n Heldenreis met alle ogen op het einddoel, maar een meanderende tocht door de stad, door de geschiedenis, door het leven, die culmineert in wat een soort catharsis blijkt, waarbij (eventueel gedwongen) overgave effectiever blijkt dan een bewust nastreven van iets omdat andere mensen vinden dat het goed voor je is. (Al die Haal Het Beste Uit Je Leven! reclames van tegenwoordig.)
Het water breekt en een nieuw leven kan beginnen.

Zoals gewoonlijk verwijs ik naar de recensie van Anna voor een bespreking van de inhoud.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

leeservaringsverhaal

Ik kan niet tegen schaken. Toen ik het probeerde te leren, had ik het gevoel dat ik mijn hersens fysiek voelde bewegen, alsof ik door een eindeloos gangenstelsel aan het rennen was, achter al die mogelijke zetten aan. (In Schachnovelle vind je iets terug van die sensatie.)

Een beetje hetzelfde gevoel heb ik bij An Unnecessary Woman van Rabih Alameddine. Elke bladzij, elke alinea staat zo boordevol met dingen om over na te denken dat je er makkelijk gek van kan worden. Prachtige formuleringen en vergelijkingen, citaten zo mooi dat ze opzoeken en bewaren vergen, verwijzigen naar romans en schrijvers en vertalingen en muziek en componisten die ik allemaal wil opzoeken, wil lezen en beluisteren, het wordt een woud van favorieten op de tablet en in google keep.

Ik lees het in het Engels en moet meer woorden opzoeken dan normaal. Een prachtig woord vond ik aleatory. Random, depending on the throw of a dice, zei de online dictionary en toen zag ik het: alea iacta est!
Wat een hersenren voor één woord!

Misschien komt het ook van mijn hyperige preTbrein. Het is op zich niet erg. Een beetje vermoeiend maar ook ontzaglijk inspirerend en synchroniciteitig.
Zo vertelde mijn jongste nicht eergister op een verjaarsfeest dat ze zo dol was op de Eerste Ballade van Chopin. En wat is de eerste LP die Aaliya in haar leven aanschaft? Die ballade, gespeeld door Arthur Rubinstein. En die staat natuurlijk op Youtube.

Aaliya noemt een essay van Walter Benjamin over vertalen dat natuurlijk online staat en mij ook geweldig interesseert, druk als ik me soms maak over walgelijke vertalingen. Prompt vraag ik me af hoe dit boek in het Nederlands vertaald is, ik vind de eerste bladzijden op Google Books en ben zéér tevreden, en ik merk nu al hoeveel ik eigenlijk gemist heb van die eerste bladzijden omdat mijn hersentjes toen al alle kanten uitrenden.

Toen ik Anna's recensie las, realiseerde ik me pas dat ik Alameddine volg op twitter. Hij plaatst elke dag een aantal gedichten en een aantal schilderijen of foto's. Zo iemand die de wereld alleen mooier maakt.
Buiten, een grijze maandag, gaat het regenen en ik moet eigenlijk de kattenbak verschonen.

Toevoeging: ik plaats een link naar dit stuk op twitter, en daaronder zie ik deze afbeelding: Modern Chess Set, 2005 by UK artist Rachel Whiteread

Geplaatst in lezen | Getagged , | 4 Reacties

Frija’s dagboek (17)

Oh jongens, ik heb jullie nog helemaal niet verteld hoe stout ik ben geweest! Ik mocht immers niet op het aanrecht? Ik durfde er eerst ook niet op, het was te hoog en ik kon niet zien of het gevaarlijk was. Maar toen op een nacht, dan krijg ik zo'n gevoel in mijn voetjes alsof er wilde springveren in zitten, toen sprong ik er zomaar op! En toen gebeurde er iets raars. In dat grote zwarte verscheen een warme rode cirkel, ik hing mijn neusje erboven en het rook gevaarlijk!
Dus ik sprong er gauw weer af en hoopte maar dat de vrouw het niet zou merken.
Maar dat deed ze wel. Boos riep ze: heb jij het fornuis aangezet? En toen ik weer met de springveren in de voetjes voor het aanrecht zat begon ze me meteen al nat te spuiten!

Ze heeft aan de vrienden van de tablet gevraagd wat ze moest doen. Eerst probeerde ze het met peper. Daar moest ik wel van proesten (en zij ook) maar bang werd ik er niet van. Iemand anders bedacht de oplossing: iets met 'groepen' en 'meterkast' en die kast in de gang die haast nooit opengaat. Nu doen we gewoon alsof ik 's nachts niet op het aanrecht spring. Ik wil eigenlijk ook nog bovenop de koelkast kijken.

Verder ben ik altijd heel lief hoor. Bijna. Op tafel springen als ze zit te eten doe ik soms nog wel, dan rent ze achter me aan met de plantenspuit, whoosh, door het hele huis, en dat is heel goed voor haar. Als we in bed zijn mag ik wel een tentje maken onder de sprei, maar niet onder het laken kruipen want dan kriebel ik te veel met mijn snorhaartjes.

Ik mocht ook niet achter de grote collage langs, want die is van glas en als hij dan voorover zou kieperen … Nu heeft ze twee kleine collages opgehangen, en daar kan ik precies bij als ik rechtop sta dus dat is nog veel leuker. Ze kan er niet tegen als die een beetje scheef hangen, hihi.
Kliertje ben ik hè? Maar ik ben ook vaak echt lief, want de vrouw kan zo heerlijk aaien! Aaien over mijn buikje is mijn lievelings. Of op het knutselkamertje in de oudpapierzak duiken. Of naar buiten kijken als iemand allemaal witte steentjes naar beneden gooit.

Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

Mary Lynn Bracht White Chrysanthemum

Op zich is dit een mooi en belangwekkend boek. Zo'n boek waardoor je een onbekend aspect van de wereldgeschiedenis tot je kunt nemen. Het verhaal begint op Jeju Island, een eilandje bij de zuidpunt van Korea, waar vrouwen eigenlijk de dienst uitmaken, omdat zij de kost verdienen door heel diep in zee te duiken en daar inktvissen, krabben en schaaldieren te vangen. Haenyeo is het eerste woord dat ik opzoek. Vooral de foto's op wikipedia geven me een goed beeld van hoe de jeugd van Hana en Emi eruit heeft gezien.

Korea is dan al dertig jaar overheerst door Japan (wist ik ook niets van, of de geschiedenislessen zijn weggezakt), Koreaans spreken is verboden en de Japanse militairen maken de dienst uit.
In de Tweede Wereldoorlog worden tienduizenden (schattingen lopen uiteen van 50.000 – 200.000) Koreaanse meisjes opgepakt en ontvoerd om als 'troostmeisje' in bordelen misbruikt te worden. Ook Hana wordt ontvoerd, zusje Emi blijft alleen achter op het strand, voorgoed met een schuldgevoel.
De gruwelen die Hana doormaakt worden afgewisseld door scènes uit het troosteloze leven van Emi, die in de Koreaanse oorlog tot een huwelijk wordt gedwongen. Uit schaamte – het Koreaanse woord is 'han' wat staat voor schaamte en hulpeloosheid na aangedaan onrecht – heeft zij haar kinderen nooit iets over hun tante verteld.
Pas in 1991 komt de eerste Koreaanse vrouw naar buiten met haar verhaal, pas dan komt de wereld aan de weet wat 'troostmeisjes' waren. Nog steeds weet men niet goed hoe hier mee om te gaan. Er is voor de Japanse ambassade een standbeeld geplaatst (dat speelt ook een belangrijke rol in het boek) maar Japan wil eigenlijk liever dat dat weggehaald wordt, dat deze zwarte vlek op hun blazoen wordt weggepoetst.

Al met al een aangrijpend en ontroerend verhaal, waarvan ik blij ben dat ik het heb gelezen.
En toch … voldeed het niet helemaal. Dat viel me denk ik extra op doordat ik tegelijk ben begonnen in An Unnecessary Woman (lees de jubelende recensie daarvan hier).
Dat is een literair meesterwerk. Dat zit hem in de stijl, in de gelaagdheid, in het schilderachtige taalgebruik, in de diepte waarin we doordringen in de ziel van de hoofdpersoon.
Van White Chrysanthemum blijven me ook wel allerlei beelden en gebeurtenissen bij, maar de woorden zijn niet meer dan dat. Niet een keer heb ik een mooie formulering onderstreept. Lees maar, er staat alleen wat er staat.

Geplaatst in literatuur, recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

muziek

Ik moet zeggen dat ik helemaal niet veel muziek luister. De radio staat meestal op radio 1 (behalve op zondagmiddag, en wanneer er vervelende kwaakchinezen op zijn zoals Sven Kockelman met zijn agressieve stemgeluid, dan schakel ik over naar radio 4).
Voor mijn middagdutje zet ik op de laptop Marconi Union aan, dat is me toch ideale slaapmuziek! Ze zijn hier namelijk al maanden bezig met riolering en gasleidingen, een eeuwigdurend herriecircus waar geen oordopjes tegen op kunnen.
Ik wist niet dat muziek zo abstract kon zijn. Dat er geen enkele melodielijn te volgen is, geen enkele harmonie om je op te laten wiegen. Ik kan het niet omschrijven. Ergens in die muziek zitten klingelklankjes die mij doen denken aan touwen die zachtjes tegen metalen scheepsmasten slaan. Zo'n zomernacht-op-het-water-geluidje. Als ik het nummer opzet om ermee in slaap te vallen, voel ik dat mijn gedachten langzaam overgaan in droombeelden.
In de tijd dat ik aan Brandsporen werkte, luisterde ik veel naar de Holberg Suite tijdens het strijken, dan kon ik zo het boek in glijden en verder verzinnen, terwijl het muziekstuk zelf geen rol speelt in het boek.
Nu had Ella (dirigente van het koor waar ik nu helaas niet meer op zit) me attent gemaakt op de uitvoering, hier vlakbij, van een zangworkshopweekend 'The Vocal Sound of Katzenjammer.'
Nooit van gehoord, Katzenjammer, maar precies een leuk uitje op de zondagmiddag. En wat was het mooi! En wat werd ik met beelden overspoeld, door de teksten en de muziek. Ik verbaasde me weer over wat muziek kan doen in het creatieve brein. Andere luikjes openzetten. Luister hier naar het prachtige Lady Marlene.

Geplaatst in muziek | Getagged | 2 Reacties

Elizabeth McKenzie – The portable Veblen

Ik had Lord of the Flies uit, ik had Less uit, nu mocht ik zelf weer iets kiezen. Verder met Gardam? (Er staat een prachtig artikel over haar in de vpro-gids van deze week.)
Of toch een Fantasy-boek? Ik begon in verschillende, en ze begonnen allemaal meteen toverachtig. Ik weet nu al dat ik daar niet van houd, meteen een tovermantel of iets dergelijks. Ook nuttig om te weten van jezelf, voor de lezerij en de schrijverij.
Een YA dan, tussendoor? Dat luistert zo nauw, sommige schrijvers kunnen toch hun volwassen zelf niet helemaal verhullen in de stem van het personage. Hunger Games! riep iemand. Maar dan zit je weer voor weken aan een trilogie vast.
Soms is het zo moeilijk!

Ik dacht aan mijn goede voornemen van vorig jaar om meer niet-westerse schrijvers te lezen, en begon in The Happy Marriage van Tahar Ben Jelloun. Voelde me zeer deugdzaam en wist het onderkoelde proza ook wel te waarderen. Maar om de andere zin keek ik op Facebook of op Wordfeud. Het pakte me niet echt.

Ik weet niet meer waar ik een aanbeveling las voor The Portable Veblen. Dat begon meteen goed. Is er een Nederlands woord voor quirky? Grappig, excentriek, eigenzinnig … een boek dat Frija leuk zou vinden als ze kon lezen.

Veblen is een jonge vrouw die in een oud, vergeten huisje woont in Californië. Ze is genoemd naar socioloog Thorstein Veblen (van wie ik voor altijd de zinsnede 'plaatsvervangend nietsdoen' zal onthouden). Haar vader zit al jaren in een inrichting, haar moeder is een vermoeiende narcistische hypochonder. (Dat iemand zo'n personage vol humor en zelfs mededogen kan portretteren vind ik een wonder.) Ze raakt verloofd met Paul, die op zijn beurt ook een flink dysfunctionele familie-achtergrond heeft. Hij raakt als neuroloog verstrikt in de machinaties van de farmaceutische industrie.
Om al die aanslagen op de status quo het hoofd te bieden, zoekt Veblen haar heil bij de eekhoorn die ze regelmatig in haar tuin ziet. Ja, ze communiceert met eekhoorns.

Het is ondoenlijk recht te doen aan dit boek door de plot na te vertellen. De kwaliteit zit in de geestige stijl, in de bizarre personages, in de goudeerlijke visie op maatschappelijke problemen, in de vormgeving (grappige foto-illustraties, een serie appendices die het verhaal mooi rond maken) en de ontwikkeling die Veblen en Paul doormaken.
En de prachtige zinnen die zo op een tegeltje kunnen.

Art is despair with dignity.

… a cool slap on the buttock of assumption …

… until now she was a Christmas tree that had been decorated by someone who hated Christmas.

Weekends so vast they felt like a graveyard of bones.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 8 Reacties

Andrew Sean Greer – Less

Halverwege dit boek was ik het zo zat dat ik alvast het volgende opschreef voor mijn bespreking:

"Wil je een prachtig boek lezen over een oudere homoseksueel die de balans opmaakt van zijn leven en relaties, lees dan Tin Man. Wil je een prachtig boek lezen over een man die op reis door Europa de balans opmaakt van zijn leven en relaties, lees dan Us van Dave Nicholls. Wil je schaterlachen om Amerikanen in Europa en de rest van de wereld, lees dan Bill Bryson. Dit boek is zonde van je tijd en van het papier."

Nu ik het uitheb, ben ik iets milder. Al is het nog steeds geen boek dat je niet mag missen. Het maakt alweer waar wat ik nu wel zeker weet: als er overdreven lovende blurbs op de kaft staan, is het geen geweldig boek. "You will sob little tears of joy." Yeah, right.

Waar ik me het meest aan ergerde, was de structuur. Schrijver Arthur Less reist de wereld rond omdat hij geen zin heeft om naar de trouwerij van zijn vroegere minnaar te gaan. Daarom besluit hij alle uitnodigingen voor lezingen e.d. aan te nemen, en dat brengt hem naar Duitsland en Italië en Marokko en India en Japan en noem maar op. Elk hoofdstuk een nieuwe locatie, zo ingewikkeld is het allemaal niet. Maar Arthur is van de nostalgische soort, dus hij denkt steeds terug aan de keren dat hij vroeger ergens was. Elke keer moet dan weer verteld worden hoe oud hij toen was en hoe oud de medespelers in die scène waren. Het wordt een rommelig zootje en na verloop van tijd had ik helemaal geen zin meer om nog uit te vogelen wie wie was en waar en wanneer en waarom.

Er zit in feite ook totaal geen ontwikkeling in. Op elke locatie doet Less de dingen op zijn manier, of liever, laat hij de dingen over zich heenkomen. Hij heeft wat losse seks, wat losse gesprekken (inhoudelijk wordt er nauwelijks op de literaire activiteiten waarvoor hij werd uitgenodigd, ingegaan), wat pech en wat geluk en verder maar weer. Pas het laatste hoofdstuk heeft wat diepgang, is zelfs wel ontroerend.

Het enige waar ik echt van genoot – al waren het er soms té veel – waren de originele vergelijkingen. Bougainville die over de muur bloeit als een neergesmeten galajurk (prom dress). Een schnitzel als een krokante kaart van Oostenrijk. Een Rus die zijn wenkbrauwen fronst alsof het delen van een samengestelde bank zijn (a modular sofa). En ik moest ook lachen toen hij bleef plakken aan de nieuwe stoel waarvan de lak nog niet droog was.

Maar al die dweepsels op de kaft? Geloof er nix van.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

Frija’s dagboek (16)

Lezen begrijp ik niet. Knippen wel, dan hap je met zo'n ijzeren dingetje in een papiertje en dan komt er een lange sliert om aan te trekken. En plakken ook, dan smeer je iets op een papiertje en daarna zit het vast. Daar mag ik niet aankomen want dan krijg ik lijm aan mijn pootjes. De vrouw krijgt ook lijm aan haar pootjes, maar dat geeft niet. Ik vind het nog steeds zo fijn om te klimmen op het knutselkamertje! En er staat ook een fijn doosje waar ik precies in pas.
Ik was helemaal niet bang voor het vuurwerk, dat vonden jullie heel flink van mij hè? Maar ik was wel een beetje bang voor de storm. Het loeide door de flapjes, ik dacht dat het een beest was.
Maar lezen snap ik dus niet. De vrouw zet dan een boek op haar buik, en ik mag er niet voor gaan liggen want dan kan ze niet lezen. Maar lezen is gewoon kijken naar papier met lettertjes erop. Net zo lang tot je er genoeg van hebt, dan sla je een blaadje om en daar staan weer lettertjes! En soms zet de vrouw een streep met een potlood. Potloden zijn mijn lievelings maar ik mag er niet eens in bijten. O jij kliertje, zegt de vrouw dan. Ik hoor aan haar stem dat kliertjes haar lievelings zijn.

Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

William Golding – Lord of the Flies

Een klassieker, een meesterwerk … en toch had ik het nooit gelezen. Ik was bang dat ik het te gruwelijk zou vinden (al was dat misschien, zoals ik me realiseerde na het commentaar van Lethe) doordat ik het inmiddels was gaan verwarren met A Clockwork Orange), maar dat viel inderdaad mee. Terwijl er best gruwelijke dingen gebeuren, en het geheel iets Heart-of-Darknessigs heeft in de beschrijving van de jungle en de dode parachutist en het dode zwijn.
De ontwikkeling in de groep jongens, en vooral in hoofdpersoon Ralph, is overtuigend neergezet. Hoe ze aanvankelijk – precies zoals ze het (waarschijnlijk op kostschool) geleerd hebben – een soort van leefregels proberen op te stellen, en hoe ze langzamerhand verwilderen en het recht van de sterkste gaat gelden.

Ik vond overal op internet mensen die vroegen: waarom zijn er geen meisjes bij? Dat was, antwoordt Golding in de introductie van het audioboek, omdat hij niet wilde dat het over seks zou gaan, en omdat hij in een 'all male' verhaal meer een afspiegeling zag van hoe de maatschappij functioneerde.

If you land with a group of little boys they are more like scaled-down society than a group of little girls will be. Don’t ask me why and this is a terrible thing to say because I’m going to be chased from hell to breakfast by all the women who talk about equality. This is nothing to do with equality at all.

The other thing is…if they’d been little boys and little girls, we being who we are, sex would have raised its lovely head, and I didn’t want this book to be about sex. I mean sex is too trivial a thing to get in with a story like this which was about the problem of evil and the problem of how people are to live together in society, not just as lovers or man and wife …

De onvermijdelijke leesclubvraag: hoe zou het verhaal anders gegaan zijn als er meisjes bij waren?
Ik denk dat ook dan de 'stam' van Jack ontstaan zou zijn. Zo'n stam is er immers in alle maatschappijen. Ook al dragen de leden dan vaak een stropdas.

Er waren een aantal redenen waarom ik het boek toch niet zó'n enorm meesterwerk vond.
De eerste heeft te maken met geloofwaardigheid. Ik moest meteen deken aan de Tough Guide to Fantasy-land, waar de auteur zich regelmatig afvraagt waar bepaalde zaken vandaan komen, zoals voedingsmiddelen, kleding, wapens. Wie maakt die, waar groeien de grondstoffen? In een boek moet je alles kunnen verantwoorden.
De jongens houden zich vooral in leven met het eten van fruit in enorme hoeveelheden. Het fruit wordt (op bananen na) nergens bij naam genoemd. Groeit er zoveel fruit in de jungle? Weten Britse schooljongens wat ze wel of niet kunnen eten?
Ze drinken water uit halve kokosnoten. Hebben ze een bijltje of machete om die mee doormidden te hakken?
Ze zijn daar neergestort met een brandend vliegtuig. Waarom liggen er geen doden? Waarom is het hele eiland toen niet in vlammen opgegaan?
Als ze de eerste keer verse zwijnenkeutels vinden "they steamed a little." Dat lijkt me onwaarschijnlijk in die hitte.

De tweede heeft te maken met het vertelperspectief. Het is een soort alwetende-verteller-meets-camerastandpunt-vertelperspectief. Een auteur tekent op wat hij ziet, en geeft daar duiding aan, terwijl hij een andere keer dingen zegt als "he had not been very attractive, even to his mother."
De camera bevindt zich vaak op de schouders van Ralph (en zelfs in zijn gedachten), maar kan ook als een drone opstijgen en ons het neerstorten van de parachutist laten zien terwijl er niemand bij is.
Zo wordt er aan de ene kant te veel uitgelegd (het boek was m.i. veel spannender geweest als we níet hadden gezien dat wat door de jongens The Beast wordt genoemd maar een 'gewoon' lijk is).
En aan de andere kant schept het nodeloos veel afstand, wat automatisch betekent dat we minder betrokken zijn. Als het verhaal helemaal vanuit Ralph (of eventueel om en om vanuit Ralph en Jack) was geschreven, hadden we het veel meer van binnenuit meegemaakt.

SPOILER ALERT
Het laatste heeft te maken met de plot. We weten eigenlijk niet wat er precies gebeurd is. Er is sprake van een atoombom, van een evacuatie, van 'de rooien,' maar hoe de rest van de wereld er op dat moment bij ligt? Toch worden de jongens gered door een keurige marine-officier in een wit uniform met gouden knopen, en we krijgen het idee dat ze straks netjes gewassen en gestreken weer in Engeland worden afgeleverd. Dit detoneert enorm met de verwildering die daarvoor heeft plaatsgevonden.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties