Robin Hobb – Assassin’s Quest

Eindelijk heb ik hem uit, de Farseer Trilogy. Als je een goed verslag wilt van waar het verhaal over gaat, lees dan eerst de bespreking van Anna. Zelf besprak ik mijn leeservaring met de eerste twee boeken hier en hier.
Mijn liefde voor Nighteyes de wolf is onverminderd. Hij is mijn favoriete personage, met zijn overrompelende trouw en zijn humor. Ook om andere personages ging ik steeds meer geven: the Fool, bijvoorbeeld, en Burrich, de trouwe beschermer van weduwen en wezen.
Ik reisde graag mee met FitzChivalry, die het hele land doortrekt op zoek naar de koning. Ik zag, rook en voelde de verschillende landschappen, ik beleefde de spannende strijdtonelen mee.
The Wit (het kunnen lezen van de gedachten van dieren) en the Skill (telepatische gaven die ook kunnen doden) waren eigenlijk de enige fantasy-achtige elementen.
Ik zei al dat ik vroeger helemaal niet hield van boeken over dingen die niet echt konden bestaan. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Alice in Wonderland vond ik wél leuk, en Mary Poppins ook. En Tonke Dragt. Erik of het Klein Insectenboek. Winnie de Poeh. Wiplala.
Ik weet niet of ik een grootste gemene deler tussen deze titels kan ontdekken. Ik weet alleen wel dat ik me terugtrek als er draken en tijdportalen en onzichtbare steden verschijnen. Mijn willing suspension of disbelief wordt opeens unwilling.
Vermoedelijk is het een kwestie van smaak. Of voel ik me toch een beetje bedrogen door een soort van Deus ex Machina.
Wat niet wegneemt dat ik een heerlijke en leerzame leeservaring had, met geen idee wat ik hierna moet lezen. Ja, eerst moet het recensieboek uit. Non-fictie, en toch wonderlijk inspirerend voor de héél vage fantasyplannen in mijn eigen hoofd.

Dit bericht is geplaatst in lezen, recensies, schrijven met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *