Categorie archief: feuilleton
106 – wapenrusting
In de eetzaal de volgende morgen zaten twee mannen met prachtige mantels aan. Dieprood fluweel afgezet met wit pluizend bont, ik kon mijn ogen niet afhouden van de schoonheid ervan, en Mia liet zich van de zitbank glijden om er … Lees verder
105 – Wyda Moor
Op het strand van Wyda Moor stond een groepje mensen ons op te wachten. Of liever gezegd: ze wachtten op de uilen. Want zodra wij allemaal op het zand waren neergelaten, hielden de mensen de aan elkaar gebonden pakketten omhoog … Lees verder
104 – de grootuilen
Ik pakte de draagzak weer netjes in, zette Bo erin en hees hem om mijn schouders. Ik had Mia een warme doek omgedaan, met daar overheen haar harnasje. Niet veel later kwam Manuva ons ophalen. Hij had een harnas voor … Lees verder
103 – het vogelmeisje
Hoe moest het zijn om moeder te zijn van een vogel? Waarom moest er ter ere van de Grote Hemren zoveel geleden worden? Zou ik mijn kinderen iets anders kunnen leren? Mijn kinderen. Ik gaf Mia een kus op haar … Lees verder
102 – naar de kliffen
Mia kreeg het meteen omgeknoopt. Het zat niet prettig, dat zag ik wel, maar toen we bij de kust kwamen was ik er maar al te blij mee. Overal steile kliffen die loodrecht oprezen uit de zee. Overal stonden dikke … Lees verder
101 – per grootuilbericht
"Deze heb ik vanmorgen ontvangen," zei Manuva. En op mijn vragende blik: "Per grootuilbericht." Hij vervolgde: "Jij bent Yima van Hebotva, dat is Hebotva – hij wees op Bo – en wie is het meisje?" "Miama. Een weeskind van Middelgront." … Lees verder
100 – yimama
Ik bedacht hoe wonderlijk het was dat ik op het paneeltje van mijn schild dat Schorre Clif moest voorstellen een rots met vogels had geborduurd, met op de voorgrond twee vreemde vogels: eentje met een vrouwengezicht, en de andere een … Lees verder
99 – het verendorp
"Normaal slapen we op het strand en dan gaan we de volgende ochtend naar boven," zei Jadva. "Maar jij moet onderdak hebben met die kleintjes." Er liep een pad naar het dorpje midden op het eiland. Een stenen poort gaf … Lees verder
98 – Schorre Clif 3
De verbazing in hun ogen was groot. "Stijma!" riep Jadva, en "Bo!" riep Jad. "En wie hebben we hier?" vroeg Jadva toen ze het strand bereikt hadden, Jadva met een stapel stof in zijn handen en Jad met een grote … Lees verder
97 – Schorre Clif 2
Intussen was Bo haast net zo hard aan het krijsen – en stinken – als de vogels. Ik haakte mijn schild los, liet de draagzak op het strand glijden en pakte hem op, nat en vies, en bang ook, arm … Lees verder









