Categorie archief: feuilleton
116 – buren
Het bleek dat Mia's vriendinnetje naast ons woonde. Haar moeder kwam naar me toe, ook met een kleine jongen op de arm. "Welkom," zei ze. "Ik ben Letifam, dit is Otta, en deze kleine man heet Burman." Ik noemde onze … Lees verder
115 – de armen van het kruisje
In het slaapvertrek stond ook een houten kast met een wijde kom en een waterkan erop. Morfam opende de deurtjes ervan en liet me zien dat er een paar kledingstukken in lagen. Ook wat kinderkleertjes en droogdoeken, zag ik. Waren … Lees verder
114 – onze borg
De weef was veel groter dan ik me voorgesteld had van Fegmans beschrijving. Er stonden stenen huisjes van twee verdiepingen in een vierkant rondom de binnenplaats. Voor de huisjes langs was een afdak van riet, waaronder ik verschillende vrouwen aan … Lees verder
113 – de borg
We daalden dezelfde straatjes af die we gisteren hadden beklommen, tot bij de onderdoorgang van de Visietunnel. Daar sloegen we rechtsaf. Dit was de weg die rechtstreeks vanaf de haven naar de middelste wachttoren liep. "De weefs liggen allemaal tegen … Lees verder
112 – de weef
Na het ontbijt legde Fegman uit waar ik zou kunnen wonen en werken. "En later kunnen de kinderen daar ook naar school," zei hij, alsof het volkomen vanzelfsprekend was dat ik voor altijd in Barraspira zou blijven. Een mens kon … Lees verder
111 rijkdom
Ik kleedde de kinderen uit, ontdeed mezelf van mijn door en door vuile wollen pak en met ons drieën baadden we ons. Er was zeep, er was badolie, er waren droogdoeken, wat was het heerlijk om je zo schoon te … Lees verder
110 – naar Barraspira
Op de kade stonden mannen om de koopwaar aan land te brengen. Stedman nam afscheid, Fegman zei: "Ik breng je." Wat kon ik anders dan hem vertrouwen? Hij nam Mia op de arm – vanwege zijn bontkraag liet ze het … Lees verder
109 – het schip
De volgende ochtend zou ik het schip zien. Fegman en Stedman vonden het prima dat we meereisden, ik hoefde er niet eens voor te betalen. Een paar dragers kwamen hen halen, ze namen de grote, zware stapels zeehondenvellen op hun … Lees verder
108 – Yifam
Ik bleef staan bij een uitstalling van bontrandjes. De vrouw die erachter zat – ze was denk ik even oud als ik – keek me nieuwsgierig aan. Spottend zei ze: "Welkom bij de Tweede Meisjes van Wyda Moor! Zit er … Lees verder
107 – zeehondenbont
"Blijf je nog een nacht?" vroeg Wydfam toen de mannen vertrokken waren. "Dan kun je morgen met hen meereizen." Dat klonk als een goed idee. Zou ik de kinderen even bij haar kunnen laten zodat ik zelf het eiland kon … Lees verder








