100 – yimama

Ik bedacht hoe wonderlijk het was dat ik op het paneeltje van mijn schild dat Schorre Clif moest voorstellen een rots met vogels had geborduurd, met op de voorgrond twee vreemde vogels: eentje met een vrouwengezicht, en de andere een pauw met een kattenhoofd. Opeens miste ik Kuuksi, ik riep zacht haar naam. Ze kwam langs de voorhang van de tent naar binnen geslopen en ging zich zo uitgebreid zitten wassen dat ze zich vast alweer aan een vogeltje tegoed had gedaan.

Ik werd wakker doordat Mia me zacht over mijn hoofd aaide. "Yimama," zei ze, "Yimama!" Het klonk ongerust, arm kind, precies zo had ze haar moeder geaaid.
Ik kwam overeind. "Dag Miama van me, heb je lekker geslapen?"
En alsof wij een teken hadden gegeven begon buiten weer het gekrijs van de vogels, we kwamen er nauwelijks bovenuit met onze stemmen. Het ochtendlicht piepte door kleine kiertjes in de tent. Niet veel later werd onze voorhang opzij geschoven, een jonge vrouw bracht ons een ontbijt van brood, eieren en thee. Ook kregen we water om ons te wassen.
"Dankjewel!" riep ik.
Ze knikte.

Toen we naar buiten stapten, ik met Bo op de arm, stond de zon alweer een stuk hoger. De veren hutten straalden in het licht, de kleuren schemerden voor mijn ogen. Hetzelfde meisje stond ons op te wachten om ons naar Manuva te brengen. Daar ging ik tenminste van uit, ik kon niet verstaan wat ze zei. We volgden het rondlopende pad. Overal waren vogels, niet alleen in de lucht, ook naast en op het pad wandelden ze, grote vreemde vogels met magnifieke veren. Sommige leken een menselijk gezicht te hebben, ik schoof het maar op het felle licht en het gebrek aan slaap van de laatste tijd, het had ook geen zin om het meisje ernaar te vragen.

Manuva zat voor zijn hut. Hij stond op en wenkte ons naar binnen. Wonderlijk hoe we opeens een 'wij' en een 'ons' geworden waren, zo vanzelfsprekend hoorde Mia er al bij.
Binnen was het gelukkig iets stiller. Er stond een lage tafel, waar hij achter ging zitten. Hij wees me dat ik ook moest gaan zitten. Ik zette Bo naast me, Mia ging achter hem zitten als steuntje in zijn rug. Broertje, noemde ze Bo maar steeds.
Op de tafel lagen een paar potscherven met tekentjes erop.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *