97 – Schorre Clif 2

Intussen was Bo haast net zo hard aan het krijsen – en stinken – als de vogels. Ik haakte mijn schild los, liet de draagzak op het strand glijden en pakte hem op, nat en vies, en bang ook, arm kereltje. Ik verschoonde hem en gaf hem wat water. Daarna liet ik Mia uit zijn kopje drinken. Maar te eten hadden we niets. We moesten aan de klim beginnen. Ik bekeek de kliffenmuur of ik een pad kon ontwaren, een trap moest het haast wel zijn.

En daar zag ik Kuuksi naar beneden rennen, was ze al boven geweest? En wat had ze in haar bek? Een vogel die bijna even groot was als zijzelf, hoe had ze dat klaargespeeld? Ze legde het beest voor me op het zand. Een grote meeuw was het. Ik had er altijd een vreselijke hekel aan gehad om kippen te slachten, meestal had Ma dat gedaan en in het Palast werd natuurlijk voor me gekookt. Dus ik plukte de veren van het beest en hakte het onbeholpen in stukken met mijn rietvlechtersmes. Kuuksi zette overal haar klauwtjes in en slobberde van het bloed en de ingewanden. Mia keek onbewogen toe.

Ik keek om me heen, waar zou ik een vuurtje van kunnen maken? En hoe ging ik het doen zonder pan? Er lag wel wat zeewier op het strand, en een paar half vergane planken. Niet echt iets om een fatsoenlijk kookvuurtje mee te maken. Ik kon wel janken, zo hulpeloos voelde ik me. Ik richtte me op en keek over zee. Rotiva was al uit zicht, maar vanuit het zuiden zag ik, heel in de verte, weer een bootje aankomen. Was het goed volk of waren het wachters?
Opeens schoot me mijn zeeoor te binnen. Hij zat in een zijvakje van de draagzak.
"Bij Bo blijven," zei ik tegen Mia.
Ze keek me verschrikt aan. Het kapothakken van die vogel was al erg genoeg, ging ik nu ook nog weg?

Ik deed mijn lange broek uit, en het jakje met de capuchon. Ik liep een klein eindje de golven in, liet me op mijn knieën zakken en hield mijn hoofd opzij onder water, mijn zeeoor over mijn echte oor. En daar hoorde ik het geplons van roeispanen en – oh opluchting – een vader en zoon die overlegden of ze alle eieren mee naar huis zouden nemen of dat ze er straks meteen een paar gingen opeten. Jadva en Jad!
Gauw trok ik mijn kleren aan en bleef naast de kinderen en de zeer voldane kat op de uitkijk staan.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

4 Reacties op 97 – Schorre Clif 2

  1. Elly van Doorn schreef:

    Als de nood het hoogst is,...?

  2. Ferrara schreef:

    In elk geval mensen die ze kent. Vluchten voor de wachters was me nu te veel geweest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *