Categorie archief: feuilleton
264 – onderweg naar Spirabyad (2)
"Goed idee," zei ik. "Ik vond het in Barraspira ook heerlijk. Zoveel mooie witte gebouwen, en zoveel producten op de markt …" en toen Wasijma niets terugzei: "Harstamar is trouwens ook een mooie stad. Vooral die kleurrijke toegangspoort aan de … Lees verder
263 – onderweg naar Spirabyad
Het had zo'n heerlijke tocht kunnen zijn, eerst langs het Zijmeer, toen langs de Helvarderaflu die hier drukbevaren was, schepen met koopwaar, ik kon me eindelijk voorstellen hoe mijn grootvader naar het zuiden was gereisd. In de vallei had de … Lees verder
262 – weer op weg
"Overal in het land? U bedoelt in MancuKondalu?" "Nee, in heel Inhemren. Maar de machthebbers zijn bang voor hen. Zij ondermijnen de geboden, zeggen ze. Vrouwen zien het vaak anders, zij zien dat een goede vader meer evenwicht brengt, meer … Lees verder
261 – de Goede Vader (3)
Er stonden wat stalletjes met etenswaar voor de pelgrims. Ik weet nog dat ik in mijn hoofd even stilstond bij dat woord. Tot nu toe was een "pelgrim" per definitie iemand geweest die over de Heerweg onderweg was naar de … Lees verder
260 – de Goede Vader (2)
We werden opgeschrikt doordat iemand de zaal binnenkwam, maar nu via het oor aan de andere kant. Het was een man die eruit zag als een berggids, of tenminste, zoals ik me een berggids voorstelde. Iemand met zware laarzen, een … Lees verder
259 – de Goede Vader
Hier moest veiligheid zijn, dat kon niet anders. Een sereen gevoel kwam over me terwijl ik langs het hoofd omhoog klauterde. En daar was Kuuksi! Ze huppelde me moeiteloos voorbij en verdween in het oor van de Goede Vader. "Kom!" … Lees verder
258 – twee woestijnmeisjes in de ijswoestijn
Van de weg af, de rotsvlakte op, een zachtroze, gepolijst gesteente met diepe kloven vol ijs. IJs! Ik moest even bukken, en voelen met mijn vingers. Wasijma deed hetzelfde. Twee woestijnmeisjes in de ijswoestijn. Ik zag dat haar tas ook … Lees verder
257 – niet naar Signada
"Ga niet naar Signada." Ik had zo graag willen vragen waarom niet? Maar ik zou en de vrouw en mijzelf in gevaar brengen. In elk geval geloofde ik haar. "Wat mompelde zij nou?" vroeg Wasijma met een mond vol appel. … Lees verder
256 – het einddoel (2)
"En jij dan?" vroeg ik aan Wasijma. "Als ik de reis maar overleef," antwoordde ze nuchter. "Het maakt mij niet uit of we het helemaal volgens de regels doen, ik ben Roosma niet." "Of mij," dacht ik bij mezelf. Waarom … Lees verder
255 – het einddoel
Het leek wel of iedereen hier even stopte om het te laten doordringen: het einddoel was in zicht. Hoe moest het voelen om in een land te wonen dat zo beheerst werd door die enige waarheid, de Rots? De veilige, … Lees verder









