Categorie archief: feuilleton
254 – een eerste blik op de Rots
"Zou je kunnen voorspellen waar we hierna heengaan? Zou je schild dat weten? Zou jij dat toen al geweten hebben?" vroeg Wasijma. "Nee," zei ik. "Ik was het niet. Het gebeurde toen ik aankwam op Langen San. Alle paneeltjes verschoven." … Lees verder
253 – het land van mijn grootvader
Of kwam het doordat ik me opeens herinnerde dat dit het land was waar mijn grootvader Yiva vandaan kwam? Mijn moeder vertelde het toen we bij Storma waren, om haarverf te leren maken. Storma vroeg waar mijn witte haar vandaan … Lees verder
252 – over de grens
Ze keek me onderzoekend en een beetje ondeugend aan. Ik kon niet anders dan de waarheid vertellen. Dat is het mooie van samen lopen, je kunt alles uitgebreid vertellen, er is niets anders te doen dan die voeten verzetten en … Lees verder
251 – terug naar de Heerweg (2)
We werden op dezelfde manier gewekt als ik destijds, aan het begin van mijn tocht over de Heerweg. Een boze herbergier die ons met zijn voet wakker porde en gromde dat we weg moesten wezen. Moeizaam kwamen we overeind. Op … Lees verder
250 – terug naar de Heerweg
Het begon al donker te worden, Wasijma en ik keken elkaar aan, ik vroeg: "Kunnen we hier overnachten?" "Nee," zei Erma. "Jullie moeten terug. Ik zal jullie Graysaflu meegeven." Op haar stijve, dunne stokbenen liep ze een eind de boomgaard … Lees verder
249 – de appelgaard (2)
Ook ik slaakte een kreet, sloeg een hand voor mijn mond. Op de plaats van Roosma's benen waren een soort harige, houtige, bruine stronkjes gekomen. Appelsteeltjes, appelstelen. Oh, mijn prinsesje … In diep medelijden nam ik haar in mijn armen … Lees verder
248 – de appelgaard
We vielen neer op het gras, geschokt en vol schuldgevoel, tenslotte hadden wij onze wil doorgedreven, tegen die van Roosma in. Ze leek nu helemaal bewusteloos. We legden haar zo comfortabel mogelijk op het gras, met een bundeltje van haar … Lees verder
247 – Graysaflu (2)
De rivier verbreedde zich, de tunnel verwijdde zich, het bruisen klonk zachter, het leek ook lichter te worden. De meisjes liepen stug door, hun hoofden gebogen, kijkend naar waar ze hun voeten neerzetten. Ik probeerde, zonder me naar het water … Lees verder
246 – Graysaflu
De vloer van de gang liep naar beneden, alsof we op weg waren naar een onderaardse wereld, een onderwereld, het was een woord dat ik nooit gehoord had maar wat nu bij me opkwam. "Ik vind het eng," zei Roosma. … Lees verder
245 – naar de Graysaflu
Ik dacht aan al die keren dat Graysaflu me had gered. Toen ik vluchtte uit Dunkitaba, Bo op mijn rug, door het maanverlichte zand, toen ik vluchtte uit Barraspira en later uit de Visietunnel … en ik dacht aan het … Lees verder








