Categorie archief: feuilleton
274 – afscheid van Tiarva
Haat, angst, verdriet. Uit mijn ogen rolden tranen, mijn vuisten balden zich. Kuuksi nam een lebbertje uit de fontein en sprong op mijn schoot. Het was of ze lachte van binnen. Verbaasd vroeg Tiarva: "Wie is dit?" "Kuuksi," zei ik. … Lees verder
273 – de tweede Wizma (3)
"Mijn moeder mocht niet mee. De Opperva vond het niet goed." Iets wat voelde als gewelddadigheid stroomde via onze handen naar mijn hoofd, iets verscheurends, bloederigs. Ik probeerde uit te rekenen wie die Opperva was geweest. De vader van Hebotva … Lees verder
272 – de tweede Wizma (2)
En mijn tante had wit haar. Niet grijs was ze, maar wit, net als haar wenkbrauwen en wimpers. Dat moest nog een extra reden voor mijn grootvader zijn geweest om haar het land uit te smokkelen. Haar schrikachtige blik bleef … Lees verder
271 – de tweede Wizma
We wilden net de markt verlaten toen een hijgende jongeman Clarma aan haar mantel trok. We draaiden ons om, en ik schrok. Het was alsof Bo daar stond. Kon dit … was dit … een achterneef van mij? "Ik ben … Lees verder
270 – naar de markt in Spirabyad
Bij nader inzien deed ik toch maar mijn hele buidel om, wie weet wat er kon gebeuren. Ik kreeg een cape van Clarma in een diep donkerblauwe kleur. Ze trok de capuchon tot bijna over mijn ogen en daar gingen … Lees verder
269 – bij Clarma (2)
Ik was alleen toen ik wakker werd, geen Clarma, geen Kuuksi. De wateremmer stond bij de tafel, op de tafel een kom, een waslap, zeep. Ik waste me, trok een schoon hemd aan, ging zitten wachten bij de tafel. Waar … Lees verder
268 – bij Clarma
Ik ontdeed me van schild, draagzak, mantel. Nu voelde ik pas hoe moe ik was, hoe geschokt ook. En dankbaar dat Clarma me had gewaarschuwd. We dronken thee. Ik vertelde haar wat er was gebeurd. "Hoe wist je dat ik … Lees verder
267 – de haarwasvrouw
Ik sloop de trap af, roofde een brood en een stuk worst en verliet de herberg. De tuin werd afgeschermd door een haag waar ik net overheen kon kijken, naar het pad dat langs de rivier liep. Er liepen wel … Lees verder
266 – ontsnappen
Kuuksi sprong op mijn bed en krabbelde aan de muur. Ze mauwde zoals ze heel vroeger deed als ik was vergeten om haar te eten te geven. Dwingend. Ik kreeg het koud van haar nagels die over de stenen muur … Lees verder
265 – een brief
Midden in de nacht werd ik wakker doordat Wasijma in de draagzak rommelde. Door mijn oogharen keek ik toe. Wat zocht ze? Even later liep ze naar de vensterbank en het licht van de heldere nacht. Ze schreef. Ze had … Lees verder









