We hadden een hele nare meester in de zesde klas. Hij was vals en onberekenbaar. Als braaf en slim kind had ik er persoonlijk niet zo'n last van, maar wee de kinderen die niet goed konden leren, hij vernederde ze en kneep ze. Ik zat met lezen naast Piet die dyslectisch was (denk ik nu), en ik heb hem heel veel voorgezegd. Elke keer opnieuw zag je meester sardonisch grijnzen als het toch weer mis ging.
Ik heb maar één goede herinnering aan deze meester, en dat was het voorleesuurtje op vrijdag. Ik herinner me vooral het boek De Duinheks, dat zo spannend was dat we als de bel ging, gewoon bleven zitten. Hij had best het hele weekend door mogen gaan met voorlezen.
Ik weet niet meer hoe het fysieke boek eruitzag, ik denk dat het in mijn herinnering is samengesmolten met de uitgave uit 1987.
meester leest voor
brain fog
Als het in een boek staat, bestaat het echt. Zo dacht ik als kind, geen idee waar dat idee vandaan kwam. Dat ontzag. Ik vertelde al, dat mijn vader soms met presentexemplaren van schoolboekjes thuiskwam. Rekenboekjes, taalboekjes, en ook leesboekjes. Zo had ik de hele serie van Piet en Nel.
En nu wilde ik eerst even de link opzoeken van het stukje waarin ik schreef over die schoolboekjes, en prompt kom ik dit stukje tegen, waarin ik dus al schreef over wat ik hier wilde vertellen!
Ik had dat als kind, ik heb dat nog steeds. Alleen zoek ik mijn bevestiging nu niet alleen meer in boeken, maar ook online. Over PMR is immers nog geen boek geschreven (ik moet nu denken aan dat dikke fibromyalgie-boek waarin ik voor het eerst al mijn kwaaltjes beschreven zag), alle informatie daarover haal ik van een fantastisch forum waar veel mensen op zitten met medische kennis. Als ik weer een nieuw raar verschijnsel heb, en iemand daar heeft het ook, ben ik al minder ongerust.
Ik zie nu ook dat ik hierin erfelijk belast ben. En dat het niet altijd goed is. Mijn vader wist 'wist' ook 'alles' uit boeken. Ik herinner me een discussie aan de eettafel waarin hij van alles over Amerika verkondigde waarvan ik – die daar inmiddels 3 jaar woonde – wist dat het niet klopte. Een vruchteloze discussie, want hoe kon ik nu meer weten dan de schrijvers van zijn boeken.
Toen kwam trouwens al snel het argument ter tafel dat de Amerikanen ons bevrijd hadden. Waarop ik opmerkte dat de meesten van díe Amerikanen nu dood waren. Waarmee die discussie en dit stukje volslagen ontspoorden, wat we maar op de bijwerkingen van preTnison schuiven.
herlezen
De enige boeken die ik herlees – en zo vaak dat ik hele zinsnedes uit mijn hoofd kan opzeggen – zijn de Romans voor Oudere Meisjes. Nu hadden we het er op de leesclub nog over hoe weinig er uiteindelijk blijft hangen van boeken. Hooguit een sfeer, of één indrukwekkend personage. Maar niet dat je een hele plot na een jaar nog kunt navertellen. En ik dacht bij mezelf (zo'n uitdrukking waar altijd op wordt afgegeven, zo van 'ja duh, natuurlijk denk je bij jezelf, je denkt niet bij een ander,' maar ik bedoel ermee dat ik de gedachte voor mezelf hield en niet uitsprak): zou ik alle boeken van mijn Goodreads lijst van vorig jaar willen herlezen?
Van de smulboeken zou ik het echt zonde van mijn tijd vinden, maar van andere zou ik misschien wel dubbel genieten. Het nieuwe NBD-boek valt daar een beetje tussenin. Ik las het in april vorig jaar (voor mijn gevoel was het nog langer geleden), en ik gaf het drie sterren en een lauwe recensie. Mooie gelegenheid om te checken of het erop vooruitgaat door herlezing.
Op zoek naar een plaatje bij dit praatje kwam ik het citaat van Oscar Wilde tegen: If one cannot enjoy reading a book over and over again, there is no use reading it at all. De zin die daaraan voorafgaat wordt over het algemeen weggelaten: And this is perhaps the best rough test of what is literature and what is not. Met die bewering kan ik het wel eens zijn. Maar lezen kan meerdere 'genotten' hebben – ontspanning, ontsnapping – en dan dient herlezing een heel andere functie. Die van een warm bad, of een warme deken.
alles lezen
Kon je maar lezen in plaats van slapen, verzuchtte ik gister op Boekhappen, waar alweer verschillende boeken werden besproken die ik óók wil lezen. Zou het niet heerlijk zijn als je net zo uitrustte van lezen als van slapen? Acht uren leesgenot per dag erbij, dan zou Het Lijstje misschien ooit nog eens uitgelezen raken.
En ik bedenk opeens dat ik hier een column over heb geschreven. Mijn verstandige ik zegt daarin tegen mij:
Alle boeken willen lezen is net zoiets als alle mensen willen kennen. Onmogelijk! Bovendien houdt bijblijven het gevaar in, dat ik grootheden uit het verleden mis. Bijblijven met de Nederlandse literatuur houdt in dat ik grootheden uit de rest van de wereld mis. Hoe erg is dat allemaal?
Niet erg. Ik hoef niet alle mensen te kennen zolang ik een paar goede vrienden heb. Ik hoef niet alles te lezen, zolang er af en toe maar één boek is, dat me boven mezelf uittilt. Dat me jaloers maakt op een fabelachtige techniek, dat me een prachtige film voor ogen tovert, dat me een nieuwe kijk op een oude wereld cadeau doet.
Het Lijstje is niet meer dan een verzameling van ideeën waarvan mijn hart opsprong toen ik ze tegenkwam. Een verlanglijstje waar ik naar believen uit putten kan. Geen to-do-list om gestresst van te raken, maar een lijst om tijdens het slapen van te dromen.
Maria Dermoût – De Tienduizend Dingen
Omdat Oek de Jong in Het Visioen aan de Binnenbaai zo hoog opgaf van Maria Dermoût, heb ik meteen haar Verzameld Werk aangeschaft, en als eerste De Tienduizend Dingen gelezen, waar de titel van de bundel van De Jong op gebaseerd is.
Ik vind online een bespreking van het boek die een goed beeld geeft van de inhoud. Het is een dromerige, poëtische geschiedenis, waarin realiteit en visioen, heden en verleden, door elkaar lopen. Het is geen verhaal dat je leest om de plot, het is een sfeer waarin je je onderdompelt met alle zintuigen, wonderlijk oosters van taal.
Het motto van het eerste hoofdstuk – teach us to care and not to care (T. S. Eliot) – geeft precies weer hoe de oude mevrouw van Kleyntjes na al die jaren en verschrikkelijke gebeurtenissen in het leven staat. Lankmoedig. Iets tussen moed en verlangen in.
spanningsboog
Big Little Lies is een fijne serie. Hij laat onder andere zien hoe een relatie met een narcist werkt, en hoe moeilijk het is om daarvan los te komen. En al die mooie huizen aan de Californische kust zijn ook nooit weg, om van de *de sterrencast* nog maar te zwijgen.
En toch was ik na afloop niet helemaal tevreden. Ik zal niet verraden hoe het afloopt, maar ik kan wel iets zeggen over de structuur.
Vanaf de eerste aflevering krijg je te zien dat er Iets Ergs gaat gebeuren. Politie, ondervragingen, zwaailichten … duidelijk. En dan terug naar het heden van daarvoor, en de families rondom de lagere school in Monterey waar alles zich afspeelt.
De onderlinge spanningen tussen de ouders, de roddelcampagnes onder de moeders, de getroubleerde relaties … het wordt allemaal fijn opgebouwd. Niet al te subtiel ook, met af en toe een inzoomertje op een messenblok, of een pistool onder een kussen.
En dan weer zo'n fragment met ondervragingen tussendoor.
Ik dacht na afloop: waarom? Heb je dan te weinig spanning in je heden, dat je de kijker moet vasthouden op zo'n manier? Dat de enige reden waarom de kijker blijft kijken is, dat ze willen weten wie wie gaat vermoorden? Dat is toch een goedkope truc?
Ik heb nog opgezocht of de scriptschrijvers het zelf zo verzonnen hadden, maar in de roman waar de serie op gebaseerd is, gaat het precies zo. Zelfs letterlijk met die ondervragingen.
Ligt het aan mij dat ik me dan toch gefopt voel?
naar de biep in Leeuwarden (2)
Toen ik terugkwam in Nederland had ik een enorme achterstand in het bijhouden van de Nederlandse literatuur. Al hadden oude biepvriendinnen trouw de bestsellerslijstjes opgestuurd, en gaf mijn moeder ook regelmatig door wat ze had gelezen, ik kon het onmogelijk allemaal aanschaffen.
Toch merkte ik dat ik – eenmaal echt lid geworden van de biep in Leeuwarden – me bleef richten op Engelstalige romans. Met een geoefend oog zocht ik de nieuwste bandjes uit (witst op snee), en ik kwam maar zelden met Nederlandse schrijvers thuis.
Waar ik vreselijk aan moest wennen, waren de vertaalde zelfhulpboeken. Het jargon dat in het Engels zo natuurlijk klinkt, klinkt in het Nederlands al heel snel overdreven. In mijn oren tenminste. En lang niet altijd zijn de vertalingen goed, denk maar aan de verschrikkingen van The Artist's Way.
Wat ik wel fijn vond, was dat ik ook boeken uit andere talen – met andere visies - vond. Vooral aan één oorspronkelijk Duits boek heb ik veel gehad tijdens de scheiding. Blijven of weggaan, heette het, van Mathias Wais. Achterop het boek stond een foto van een beeldhouwwerk van een knielende vrouw die er uitziet alsof ze zometeen weer zal opstaan. Ze lijkt te luisteren, een innerlijk luisteren van de ziel, gericht op de plek tussen de schouderbladen, daar waar de vleugels groeien. Ze luistert alsof ze tussen haar schouderbladen een 'derde oor' heeft. Het verlies heeft gemaakt dat ze zielsalleen en op zichzelf aangewezen is.
stinkistinki
Het grootste voordeel dat tegelijk een nadeel is van ebooks ten opzichte van echte boeken, is dat ze nergens naar ruiken. Het is helemaal niet erg als een boek naar boek ruikt. Naar nieuw boek, of naar oud boek, het heeft allebei z'n charmes. Ik herinner me ook nog goed de zachtzoete geur van dat geurkaartje in mijn sprookjesboek.
Maar soms ruiken oude boeken vies. Naar schimmel vooral, zo'n scherpzure lucht die op je keel slaat. In tweedehandsboekwinkels snuffel ik altijd even aan een boek. Maar bij die goedkoopjes die ik via amazon bestel, is dat natuurlijk niet mogelijk. Ik heb The Moon and the Virgin al een paar weken in huis, maar sloeg het vandaag voor het eerst open. En jakkiba, een schimmelboek. Ik heb het op balkon besproeid met Oust, en het staat nu in de zon uit te dampen. Luchtverfrisser is altijd frisser dan schimmel, maar als iemand een betere tip heeft, hoor ik het graag!
clash of civilizations
Ik las bij Joke "lezen is in mijn leven net zoiets als eten en slapen" en zoiets is het bij mij ook. In elk geval iets waar ik niet zonder kan. Als ik het ene boek uit heb, begin ik vrijwel direct in het volgende. Het liefst lees ik een boek laat op de avond uit, zodat ik kan gaan slapen.
Maar The Ministry of Utmost Happiness was uit op een zaterdagavond tegen tienen, nog te vroeg om de dag te beëindigen. Ik las nog wat recensies en interviews als cooling down, maar moest toen werkelijk een nieuw boek opzoeken. Tijdens het lezen had ik me verheugd op lichte kost, weer even een Nora Roberts tussendoor, of een detectiefje, maar dat lukte werkelijk niet. Alsof je na een exquise maaltijd nog een hambo bij MacDee gaat halen.
Ik had pas op aanraden van Oek de Jong het Verzameld Werk van Maria Dermoût aangeschaft bij Boekwinkeltjes en besloot om te beginnen in De Tienduizend Dingen. En dat kon wel. Als een geurige kop thee na die exquise maaltijd.
Tijdens de zomerstop van de Nederlandse televisie kijk ik graag wat gemiste series. Ben bezig met Six Feet Under en vind het geweldig. Bettina schreef over een serie waar Nicole Kidman aan meedoet, Big Little Lies, dat leek mij ook wel wat. En inderdaad: super serie. Fijne acteurs, mooi opgezette plot, nix mis mee. Behalve dat ik me bijna schuldig voelde. Al die mooie blanke mensen aan die mooie, schone, blanke zee, in hun mooie blankmarmeren huizen met weidse raampartijen. Ethisch bijna onverantwoord, na de krioelende armoede in het India van Roy. Wat niet wegneemt dat ik later op de avond toch die hamburger nog tot me nam. In de vorm van Bed & Breakfast bij Omroep Max.









