sprookjes

Ik hield als kind sowieso niet zo van sprookjes. Alles wat niet kon of niet echt bestond, ik kon er niks mee.
Pas toen het in de mode raakte om sprookjes te gaan analyseren (en ik herinner me dat echt als een mode die opkwam, met een boek over de betekenis van sprookjes waarvan ik me nu met geen mogelijkheid de titel kan herinneren, was het De Vrouw in het Sprookje van Marie-Louise von Franz?) kregen ze meer betekenis voor me. Nu zie ik ze als een soort collectieve droom, met een symboliek die voor veel mensen geldt. De sprookjes in de Ontembare Vrouw gaan bijna allemaal over mij.
Ik had nog een sprookjesboek met mooie tekeningen. Het rook ook heel lekker, ik had er een geurkaartje van de kapper (waarom kreeg je die dingen, die geurkaartjes?) in gedaan. Ik vroeg of ik de plaatjes mocht inkleuren, en ik herinner me het genot van het inkleuren van al die matrassen waar de Prinses op de Erwt op lag.

Dit bericht is geplaatst in lees- en biepherinneringen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *