Vanmorgen heb ik voor het eerst op de slaapkamer naar buiten gekeken. Ik zag de lucht en allemaal vogels. Er hangt daar ook een hele mooie glinsterende doek maar de vrouw werd boos toen ik daarmee wilde spelen. Dus toen deed ik maar snel of ik mijn pootje moest schoonmaken tussen de nagels. Dat vindt de vrouw zo knap van mij. Ze noemt het jomtiedommen. Als ik mis spring, of als zij boos wordt, net doen of je heel iets anders van plan was. Jomtiedom! Ik heb de storm in de kop geloof ik, ik kan niet ophouden met racen en stout doen vandaag. Ik heb de vrouw ook al gekrabt. Dat gaat zomaar per ongeluk.
De vrouw is erg moe, zegt ze. Gister heeft ze nog geprobeerd om een hoge klimtoren voor mij te vinden, zodat ik ook in de kamer naar buiten kan kijken. Ze kwam zo moe thuis! Maar zonder klimtoren. Nu moet ze even heel rustig aan doen zegt ze, en ik probeer me in te houden maar WOOOOOOSSSHHHH daar vlieg ik alweer. Maar ik ga wel netjes niet meer op het toetsenbord. Toch vrouw?




Frija’s Dagboek (8)
Frija’s Dagboek (7)
Nu ben ik hier alweer een week! Ik ben mijn zusje bijna vergeten, maar heel soms denk ik dat ze in het zwarte kastje woont. En toen ik gisteravond op mijn tafeltje naar buiten keek, dacht ik dat ik haar zag op het balkon. Gelukkig speelt de vrouw wel veel met mij. Ze was gisteravond aan de telefoon en ze zei dat het hele huis een racecircuit is voor mij. Dat is ook zo. Ik ga van de grijze stoel via de blauwe stoel naar de boekenkast en zo op tafel en van de tafel naar de bank en van de bank op het tafeltje van de tv (ik weet nu dat dat geen grote tablet is. Als je er met je pootjes aankomt, verandert er niks). Ik mag niet áchter de tv, terwijl daar juist zoveel snoertjes zijn. Dus dat doe ik lekker 's nachts.
Toen ik vanmorgen op de printer sprong, kwam er zomaar een papier uit! Dat ga ik vaker doen!
Ik mag niet op tafel als de vrouw aan het eten is, maar dan is er juist zoveel om op af te springen. Hoe voorzichtig ik ook sluip, ze ziet het steeds. Ik heb aan haar beker geroken, en we hebben 's middags weer heerlijk geslapen.
Daarna ging de vrouw boodschappen doen, maar ze was al heel snel weer terug. En boos. Ze ging weer naar beneden met de bezem en het veger-en-blik. Ik geloof dat de vuilniszak met kattenbakspul gescheurd was. Daar kon ik gelukkig niks aan doen.




Frija’s Dagboek (6)
Jullie wisten niet welke glinsterende stok ik bedoelde hè? Nou, ik heb het nagevraagd, het heet een antenne. Die zit aan de radio. Hij hoort eigenlijk schuin rechtop te staan maar ik heb hem lekker naar beneden getrokken.
Verder hebben we gister heel veel lol gehad met de bank. De vrouw had het nieuwe kleedje niet goed vastgemaakt aan de onderkant, ze dacht zeker dat ik dat niet ontdekken zou, hihi. Mooi wel, het was net een hangmatje speciaal voor mij, heb er heerlijk in geslapen tot ze thuiskwam. Nu heeft ze het kleedje vastgenaaid, intussen klom ik natuurlijk steeds overal overheen. Klimmen en vliegen zijn mijn lievelings. En daarna bijten. Antennes, pennen, snoertjes (dat mag niet, NEE, maar ik doe het stiekem toch). En daarna slapen en geaaid worden. Nu ga ik eerst weer eens even op het grote zoemapparaat klimmen. (Dat heet een printer zegt de vrouw, en ze tilt me er gelijk af. Flauw!)
Frija’s Dagboek (5)
Elke dag is er weer iets nieuws, dat is zo leuk. Gister ging de vrouw nieuwe stof om de kussentjes naaien, want die stonden niet mooi meer bij het kleedje op de bank vond ze. Ze pakte een kluwen draad, knipte daar een stuk af, en ging de stof vastnaaien. Elke keer die draad! En franje aan de kussentjes! Ik kon mijn pootjes er niet van afhouden. Ze zette me steeds weer op de grond. Dan deed ik heel even net of ik op de stoel zou blijven zitten, dan keek ik even voorzichtig bovenhet tafelblad uit of ze op me lette, en dan zat ik er al weer op. En dan met een grote zwaai weer op de grond en alles weer van voren af aan, ik vond het machtig.
Toen ze de grote tablet aanzette, was daar zulke mooie muziek op! Het klonk als een vogeltje met een diepe stem. De vrouw nam er een glaasje drinken bij, dat rook zo griezelig vond ik. Mensen houden van hele rare dingen.
Ze vinden ook hele rare dingen niet goed, ik snap er soms niks van. Ik mocht wel aan draadjes komen, maar er stak ook een glinsterend stokje uit de stof, even proeven natuurlijk, schreeuwt zij weer NEE en pakt het stokje uit mijn bekje. Hier bij het bureau staat een ding met een hele lange glinsterende stok eraan, daar mag ik weer wél aankomen.
Toen we naar bed moesten deed de vrouw nog iets heel gemeens. Ze spoot iets op me uit een flesje, het rook heel vies. Ik heb heel hard geblazen (ik wist niet dat ik dat kon!) en haar gekrabt. Ik hoef ook niet álles goed te vinden wat zij doet al is ze ook de vrouw.




Frija’s Dagboek (4)
Ik heb gewonnen! Ik heb gewonnen! Gister ging de vrouw weer het heerlijke heerlijke eten, ze sloot mij weer op, toen ben ik weer heel hoog geklommen, heb m'n ogen dicht gedaan en ben zó! hop over het hek gevlogen. De vrouw zat op de bank want op de grote tablet was een meneer in een rode mantel op een wit paard, dus ik kon zo bij haar bordje. Het mocht niet. NEE, zegt ze dan heel boos, en houdt me tegen met die enorme hand van haar, die is net zo groot als ik!
Dat doet ze ook als ik op de tafel wil. Soms ziet ze dat niet, en dan ga ik toch op de tafel. Ik kon daar zo leuk aan het kleedje hangen, maar dat heeft ze er nu afgehaald.
In elk geval hoef ik nu nooit meer achter het hek, 's nachts ook niet.
Die meneer met de rode mantel is van cadeautjes, zeiden ze op de grote tablet. En 's middags kreeg ik cadeautjes! Een blauwe slang aan een stok, en nieuwe balletjes met een rinkeltje erin. Voor zichzelf had de vrouw een kleedje voor de bank gekocht. Ze legde de bank zo op zijn rug, nu kon ik er nog fijner in klimmen.
Toen het klaar was, mocht ik weer op schoot. Ik dacht dat ik niet moe was, maar ik viel zo boem! in slaap.





Frija’s Dagboek (3)
We beginnen de dag op het grote bed, aan het voeteneind zijn bewegende mormels die ik dood moet maken! Dan gaat de vrouw ontbijten, en dan gooit ze me zomaar van de tafel. Wel flauw want het ruikt zo lekker.
Ik kan nu ook van het lage kastje op het bureau vliegen! De vrouw denkt dat ik stiekem vleugeltjes heb want het is wel meer dan een meter. Maar ik mag beslist niet op het toetsenbord, dan gaat de computer stuk zegt ze. Ze heeft alle foto's van haar telefoon op de computer gezet, daar waren al heel veel van mij bij.
Toen ze gister thuiskwam van boodschappen doen rook ik zoiets heerlijks! En weet je wat ze deed? Ze ging mij opsluiten en zelf helemaal alleen dat heerlijke heerlijke opeten. Voor straf ben ik toen zomaar op dat hele hoge kastje gesprongen. Er staat een ding bovenop dat begint te zoemen als je erop springt, dus daar kwam de vrouw meteen op af rennen. Ze vond het wel heel knap van me, maar ik mocht niet over het hek.
We zouden heerlijk samen een dutje doen op mijn bed, ik lag al zo te spinnen, drukt zij opeens op een knopje en begint er een groot beest aan het plafond rond te draaien! Ik schrok me dood, ik sprong over het gezicht van de vrouw van het bed af. AU riep ze. Doe dan ook niet zo eng, vrouw! Ik ben maar onder de tafel gaan liggen, waar ik het beest niet kon zien.
's Avonds kijkt zij naar een hele grote tablet waar allemaal mensen op bewegen, maar ze willen er niet uit. Dan lig ik intussen lekker op schoot. Of ik speel met de bal, of ik vecht met Grumpycat.
Als zij naar bed gaat, schuift ze het grote hek dicht. Ik durf er nog steeds niet overheen.

Frija’s Dagboek (2)
Gister hadden wij zo'n drukke dag! 's Morgens moest ik mijn dagboek dicteren aan de vrouw, en ze duwde me steeds van de tafel af, dat vond ik niet lief. Het leek wel of ik vliegen kon, zo van het bed naar het bureau. Toen ik dat 's avonds nog eens probeerde, stootte ik vreselijk mijn hoofd. Gemeen mens! Ze heeft bureau wel een meter opgeschoven! Maar nu heb ik uitgevonden dat ik kan vliegen vanaf de grote stoel.
Daarna moest de vrouw weg. Ik ben heel lief geweest. Er zijn alleen wat boeken omgevallen.
Toen ze thuiskwam, had ze een groot hek bij zich. Dat leek haar wel handig om mij mee op te sluiten, dan hoefde ze niet elke avond die boardplaten neer te zetten en die stoel ervoor te schuiven. Maar haha, dat hek was veel te laag, ik sprong er zo vanaf het kastje overheen.
Het hek kon ook andersom, maar dan moest alles opgeschoven, zei de vrouw. Ik heb haar heel goed geholpen, vooral met al die leuke snoertjes onder het bureau! Alleen kan ik nu niet meer vanaf het bureau op het kastje klimmen om over het hek te springen, flauw hoor.
Toen was ik vreselijk moe. Ik heb eerst op mijn dekentje geslapen en later bij de vrouw op schoot. Dan vindt ze me wel weer lief, ze aait me steeds.
Ik ben ook in de gang geweest, daar zijn heel veel deuren. Wanneer zouden die opengaan?

Frija’s Dagboek
Dinsdag ben ik met de auto hierheen gekomen. Ik vond het meteen leuk, er viel zoveel te klimmen en te ontdekken! Vooral de boekenkast vond ik leuk, met al die leeslintjes. Gister ben ik de hele dag op ontdekkingsreis geweest. De vrouw heeft overal speeltjes! En ik mag alles! Ze moet steeds om me lachen. Ik begon bij haar bed, daar hangen allemaal leuke dingetjes aan. Ik mocht ook even met de tablet want daar zaten opeens allemaal vliegen in die ik moest vangen.
Later ging ze op de computer (daar mocht ik dinsdag even op slapen, maar nu zegt ze heel boos NEE als ik dat doe. Zeker op een verkeerd knopje gedrukt, hihi), en kon ik daar met de speeltjes. En klimmen op de hoge kastjes.
Ze gaf me ook een knuffelbeestje, ze zei dat hij Grumpycat heet. Ik dacht even dat het mijn zusje was, dus ik heb er flink mee gevochten. Toen gingen we samen slapen op het bed dat van mij is.
's Middags heb ik weer gespeeld. En naar buiten gekeken, ik hoorde een vogeltje. De vrouw zei dat ik van 't voorjaar op het balkon mag.
Toen was ik moe. Ik heb heerlijk op haar schoot liggen slapen.
's Nachts moet ik op mijn kamer blijven. De kamer heeft geen deur dus de vrouw zet daar een plaat hardboard tegenaan. Ik denk dat ik die binnenkort wel om kan gooien. Wat zal ze dan schrikken!










de vrouw heeft een beestje en het beestje heeft een naam
De naam van Pjotr hadden we twintig jaar voor we hem kregen al bedacht, en de naam van een dochter – naar haar beide grootmoeders – stond ook al vast lang voor ze gemaakt werd. Maar toen ik dit kleine wezentje ophaalde van een boerderij in Friesland had ik geen idee hoe ze moest heten. Na de bang-piepende autorit ontpopte ze zich al snel als een pittige tante die hoogten bereikt waar Pjotr nooit geweest is. (Poppetjes in de boekenkast nóg maar een plankje hoger.) Driest racet ze door het huis en ik heb de laatste maanden niet zoveel gelachen als de afgelopen nog-geeneens-24-uur. Ik had onderweg gedacht aan iets als Sjoukje, of een andere Friese meisjesnaam. Ik gooide het in de groep op Facebook en de mooiste namen werden verzonnen. Maar allemaal nét niet. De ene te lief, de andere te modieus … tot juffrouw van der Mark (mijn juf van de lagere school) na een rits Friese meisjesnamen (daar zit zij op) kwam met Frija. Dat paste opeens helemaal bij dit stoere godinnetje in wording. (Tijdens het typen van dit stukje heb ik haar vijf keer van het toetsenbord moeten tillen.) Welkom in mijn leven, Frija!
Katherine Heiny Standard Deviation
Na de eindeloze Quest van FitzChivalry, gevolgd door de complexe geschiedenis van Timboektoe, was ik even toe aan wat frothy amusement. Dit boek kreeg een vrolijke aanbeveling in de vpro-gids dus hop. En ja, het leest als een trein. Tobberige vijftiger Graham is getrouwd met de levendige Audra (tweede huwelijk) en heeft een zoontje met Asperger en een origamiverslaving.
Audra is een dermate kleurrijke gespreksaanknoper dat je bijna denkt: dat bestaat niet! Tot je – ik – haar in levenden lijve aantrof in de wachtkamer bij de manueel therapeut. Zo iemand die meteen álles vertelt, en die vijf kwartier in een uur praat. Heerlijk.
Heiny schrijft af en toe verrukkelijk.
Over het nieuwe appartement van zijn eerste vrouw:
The Rosemund was just as Graham thought it would be – glossy and hard-edged, with so many chrome and stainless steel fixtures that it seemed as though the apartment were wearing braces.
Over Audra in de auto, nadat ze Matthew bij een vriendje hebben afgezet:
Audra now moved from the backseat to the front seat – legs first, back arching, struggling and kicking. It was like a giraffe being born next to him.
Als je het uit hebt, blijf je met een mengeling aan gevoelens achter: wat weemoed, wat blijdschap, wat mededogen. Het gevoel dat je na een Woody-Allenfilm ook kan hebben. (Het boek speelt ook in New York.)
Maar er komen nog wat bladzijden achteraan. God verhoede. The Reading Group Guide!
De vragen staan ook online. Ik weet niet wie ze verzint, maar ik vermoed een clubje ex-girlscouts van gereformeerden huize. We moeten nadenken over het huwelijk van de Cavanaughs, en of zijn eerste vrouw misschien toch beter bij hem paste. Wat vinden we van zijn secretaresse? En hoe zou het boek zijn geweest als Matthew geen Asperger had gehad? En waarom kiest Graham voor de snijplank in plaats van de koekenpan? (Dat laatste staat trouwens uitgespeld in het verhaal, dat is natuurlijk om te testen of we het wel helemaal hebben uitgelezen.)
Ik vind het zo wonderlijk om op deze manier na te denken over een boek. Over een kunstwerk. Het is alsof je het bij de Annunciatie van Fra Angelico uitsluitend zou hebben over de relevantie van engelen in onze tijd, en of het überhaupt mogelijk is dat ze kunnen vliegen.
Het lijkt alsof een roman lezen 'nuttig' moet zijn, en dat alleen kan zijn als je over de aangeroerde thema's praat.
Of is dat mijn standaardafwijking? Dat ik het veel belangwekkender vind om een roman te beoordelen op grond van de tekst, van hoe die werkt, hoe de schrijver heeft bewerkstelligd dat ik er zo op reageer als ik doe? De enige vraag die een beetje in die richting komt (van de 17!) is de laatste: als je 1 bijvoeglijk naamwoord mocht kiezen om het einde te beschrijven, welk zou dat dan zijn?
Kies maar. Weemoedig, blij, meedogend. Weemoedig, denk ik dan toch.


























