Frija!

verhaspelcolumn 2017

Het zal niemand ontgaan zijn, dat ik in Frija een fenominale nieuwe huisgenoot heb. Toen Pjotr net dood was – het slechtweergesprek bij de dierenarts zal ik nooit vergeten – was het voor mij in steen gegoten: nooit weer een nieuwe kat.

Ik reageerde als een wesp gestoken als mensen erover begonnen. Ik had wel genoeg achter de kiezen gekregen, en ik vond dat hun argumenten geen ham sneden. Ze hadden wel een advocaat in handen kunnen nemen, of zich kunnen beroepen op hun migrantenachterstand, ze konden het wel met volle borst voorlezen en zeggen waar het voor staat, in mijn belevenis stuitte het tegen het zere been. Zij dachten er het zijne van en sloegen de handen bijeen ten behoefte van deze belanghebbende vraag.

Ik kon me nog niet bekoren om iets, en maakte me er niet te sappig om. Ook al ben ik alleen moederstaand, ik laat me niet opsabelen met een nieuwe kat, tenzij uit vrijwillige wil. Ik wilde 300% zeker zijn dat ik het 100% zeker wilde.

Ondanks mijn tegenstrubbelingen propagandeerde de een een hamster – want die hebben wel aanleg voor talent - (daar werd ik hilarisch van) en de ander een robotpoesje van Chinese makelaardij. Ze maakten zich zorgen hoe het met mij verging, want de kans zag ernaar uit dat ik een verkeerd klimaat schepte. Ik moest daar niet de grap mee steken, straks werd ik van de aardbodem vervaagd! Ze waren zo stellig als Luther die zijn stellingen op de kerk van Wittgenstein deponeerde, ze spraken moord en brand.

Bij mij sloeg het in als een baksteen. Het bleek achteraf een eitje van een cent om het tot een goed einde te volbrengen. Ik zocht op Marktplaats en greep de gelegenheid te baat.
Er zijn geloof ik geen etiquette voor het omgaan met poezen, maar Frija behoort tot het neusje van de zalm. Ik hoef maar bij een paar zaken mijn poten stijf te houden om voor deëscalisatie te zorgen. Een grote factor speelt natuurlijk mijn ervaring met de opvoeding van Pjotr. (Af en toe ligt zijn naam nog op het puntje van mijn lippen.) Ik ken de klappen van de zweep, ik zie wanneer poezen kwaad in de zin zijn.

Ik weet niet of Frija erfelijk bezwaard is, en of zij goedschikkende of kwaadschikkende ouders heeft. Haar vorige baasje verbouwde het land. Daar had zij denk ik buiten koud moeten kleumen. Hier excellereert zij al in klimmen en vliegen, ze komt ontzettend grappig de hoek om en vormt een uitgeschreven kans om te lachen en heel veel foto's te maken.
Ik ben blij dat ik de knoop gehakt heb, en hoop dat ik het bol kan werken zonder gebroken sleutelbenen. Ik hoop dat Frija nog heel lang een mondje mee mag spelen in mijn leven!

Geplaatst in schrijven | Getagged , | 10 Reacties

Madelon Székely-Lulofs – Rubber

Ik heb van Rubber genoten zoals ik geniet van elk voor-oorlogs boek in oude spelling. Ik had een e-book gedownload van de dbnl dat behoorlijk slordig was, zonder alinea-aanduidingen, met 'druk'fouten en een lelijke opmaak, maar daar kon ik wel omheenlezen. Ook aan het woud van stippeltjes raak je gewend.

Het boek geeft een goed beeld van het leven 'in de rubber' op Sumatra gedurende de jaren twintig (het eindigt met de krach van 1929). Er waren heel wat zinsneden die mij als ex-expat bekend voorkwamen. Hoewel ik alleen in Oman dat koloniale gevoel heb gehad. Naar de Club, de donkere bedienden, huispersoneel … Dat gevoel dat het werkelijke leven zich elders afspeelt, niet daar waar jij je bevindt. Het geruststellende idee dat je ooit 'gewoon' terug zult gaan. Er langzamerhand achterkomen dat 'terug naar huis' niet bestaat (in mijn geval al helemaal niet), omdat je zelf zo veranderd bent door dingen die je de thuisblijvers nooit kunt uitleggen.

En wat hij niet wist, dat was wat géén weet, die uit het eigen land wegtrekt: dat hij nooit meer ergens gehéél zou thuishooren. Niet in het nieuwe land, waar hij zijn beste jaren sleet en niet in het oude land, waar zijn kinderjaren lagen en misschien eens zijn ouderdom zou liggen....
Wat hij niét wist, dat was, dat hij nérgens meer een gehéél eigen plaats zou hebben; dat hij tot géén land, géén volk óóit meer gehéél zou behooren....

Het gevoel van nietige verlatenheid dat de oernatuur in je tweeg kan brengen.

Met lichte verbazing lees je de als vanzelfsprekend geuite vooroordelen omtrent ras en geslacht. Vrouwen hebben een 'intuïtieve fijngevoeligheid,' Slavische mensen hebben een 'weekere natuur,' koelies denken 'in hun deemoedige onderdanigheid' dat het wel goed zal zijn wat de toewan doet.
Het oerwoud wordt platgebrand om er rubberplantages aan te leggen, en dat is iets om trots op te zijn:

'deze mooie arbeid van het vruchtbaar maken van een ruwe streek.'
'… de autobanden die de hele wereld door gingen … Alles werk van blanke menschenhanden. Dit besef doortrilde hem als een trotsche ontroering …'

(Wanneer is dat precies veranderd? Pas in de jaren '60?)
Ik verbaasde me ook wel over het gebrek aan luxe (vooral in het begin van het boek, als de nieuw-aangekomenen in een soort hut van hout en palmbladeren worden ondergebracht). Wat een verschil met de villa's van Couperus!

Maar ook: wat een verschil in schrijftalent. Als je dan toch wilt vergelijken. Couperus doet wat een goed schrijver doet: een algemene problematiek invoelbaar maken door in te zoomen op één familie. Szekely huppelt van het ene personage naar het andere, zodat we om niemand echt kunnen geven. Het alwetende-verteller-perspectief doet er ook geen goed aan. Zijn we aanwezig op een van de orgieën waar alle rijkdom tenslotte op uitloopt, kijken we ook gauw even in het hoofd van een bediende, of van de restaurant-eigenaar. Iemands dood wordt al zó lang van te voren aangekondigd dat je er nauwelijks meer van schrikt, laat staan ontroerd raakt.
In het begin deed de stijl me wel een beetje denken aan Diet Kramer.

Je moet denken....’ haar stem was ernstig nu.... ‘je moet dènken, dat ik geen lastpost voor je wil zijn! Je moet me beschouwen als je kameraad.... niet als een lastige vrouw, voor wie jij zorgen moet. Hier, hebben we alléén mekaár. Ik wil dát voor je zijn, wat een manne-vriend voor je zou geweest zijn: hulp, steun,.... álles.... een èchte kameraad.

Maar qua diepgang haalt Szekely het ook bij Kramer niet.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

schelletje

Gister had ik een fijn gesprek met iemand over de gevolgen van narcistische mishandeling, en of die littekens ooit verdwijnen. Ik begin zo langzamerhand te denken van niet. Bij mij uit het zich door een zéér fijn afgestelde nardar (die man gister in Bed and Breakfast!), een groot gebrek aan vertrouwen, en plotseling opvlammende woede als iemand mij – al dan niet opzettelijk – kwetst.
Ik vóel me ook gauw gekwetst, en dat is meestal een teken dat er oud zeer achter zit.
En zo viel er vandaag weer een schelletje.
Onlangs had iemand de euvele moed te suggereren dat ik bepaalde technische aspecten van een roman verkeerd beoordeeld had. Of ik dit en dat niet doormekaar had gehaald. Op zo'n moment ontplof ik veel erger dan nodig. Hoe dúrf je mijn vakkennis en deskundigheid in twijfel te trekken?
Wat zou het heerlijk zijn om in alle rust, zonder hartkloppingen en een oplopende bloeddruk te kunnen antwoorden: nee hoor, hoe kom je erbij?

En opeens openden de gordijnen zich op een toneeltje aan de ouderlijke eettafel. Vader beweerde iets over Amerika, waarvan ik wist dat het onjuist was. Nee, maar hij had er dit boek en dat boek over gelezen en in de oorlog hadden ze ons bevrijd … Ja maar pappa, ik wóón daar! Ik weet hoe het daar is!
Pappa moest met migraine naar bed, mamma herhaalde haar mantra: "Daar kan pappa niet tegen."
En ik bleef stikkend in mijn woede en mijn correcte oordeel achter. Gauw naar buiten om een shagje op te steken.
Het is díe woede die me nog altijd parten speelt. Father knows best. De doodenkele vakgebieden waarvoor dat niet gold, kamde hij gewoon af. Zo van: "Ja, maar dat is zo'n echte bèta." Als de auto naar de garage was geweest, liep hij altijd de wielmoeren na. Geen ziertje verstand van techniek, maar toch laten zien dat hij de eindcontrole had.
Mensen met afwijkende meningen waren gek. Mij zei hij dat niet in m'n gezicht, maar hoe hij over de rest van de vrienden- en familiekring sprak zei genoeg.
Man man man.
Nu maar weer gauw het poesje aaien.

Geplaatst in autobio | Getagged | 9 Reacties

Frija’s Dagboek (13)

Gister zei iemand op Facebook dat ik zoveel liever keek dan Vorige Poes (dat was die foto van net na de middagdut, we lagen zo heerlijk samen op mijn bed). Toen heeft de vrouw uitgelegd dat ik jong en onschuldig ben, terwijl Vorige Poes een eenzame cowboy was, met een gewelddadig verleden.
Vorige Poes kwam helemaal uit Texas! Hij droeg cowboylaarzen en had altijd twee pistolen bij zich. En hij ving slangen en vogels ...
Ik vang propjes en vingerhoeden en ik huppel de hele dag door het huis, tot ik in slaap val. De vrouw wordt vrolijk van mij en ik ga ervoor zorgen dat ze net zoveel van mij gaat houden als van Vorige Poes. Hij heeft me trouwens gestuurd, vanuit de kattenhemel.
En zo heel onschuldig ben ik natuurlijk ook weer niet. Gisteravond ben ik weer een plankje hoger geklommen in de boekenkast, de vrouw moest in allerijl haar prulletjes nog een plank hoger zetten. Uiteindelijk moet ze ze aan het plafond hangen denk ik!
(Ik laat jullie ook even zien hoe ik op de printer zit als ik mijn verhaaltje voormauw.)


Geplaatst in autobio | Getagged | Een reactie plaatsen

Frija’s Dagboek (12)

De vrouw ging in het kleine kamertje en ze deed de deur dicht! Ik mocht er helemaal niet bij! Wel een uur lang bleef ze daar, en toen kwam ze naar buiten en haar handen waren blauw en geel en goud en ze moest allemaal dingen afspoelen onder de kraan. Gelukkig hebben we 's avonds nog heel veel gespeeld. Ze kan met haar vingers naar mij toe wandelen over de tafel en dan weet ik niet meer dat zij daar aan vast zit. Ik speel ook oerwoudje met de planten, dat heeft ze gefilmd! Slingeren aan de theedoek is ook fijn.
Ik heb ook nog een lievelings die níet mag: op snoertjes kauwen. Waarom zijn verboden dingen juist het lekkerst?
's Morgens weer heerlijk op het grote bed, en ik maak nu een héél snel racecircuit: brrrrmmmm op het kastje met de glinsterdoek, vrrrrmmmm achter het schilderij langs en zo hoep! weer op het bed. Het gaat zo snel dat de vrouw geen tijd heeft om NEE te roepen. Trouwens, als ik meteen daarna spinnend onder haar kin kruip moet ze alleen maar lachen en mij aaien.



Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties

Frija’s Dagboek (11)

Vanmorgen heb ik klapjes gehad. Ik was met de nageltjes op het kastje met de glinsterdoek geklommen. Ik deed nog snel of ik er niet was, maar de vrouw ziet alles!
Verder houdt ze wel veel van mij hoor. En ik ook van haar. Toen ze gistermiddag thuiskwam, zat ik klaar op het Grote Zoemapparaat om haar te verwelkomen. Oja, het heet een printer. Als ik op het goede knopje druk begint hij te zoemen en dan spuugt hij zomaar een stuk papier uit.
's Avonds moest ik weer even beesten. Het tafeltje met de stenen vind ik ook leuk, daar heb ik er al een paar van op de grond gegooid. Ik ben speciaal mooi gaan zitten voor de foto, dat vindt de vrouw zo lief van mij. Na al het racen viel ik zo hard in slaap dat ik helemaal in de knoop zat.



Geplaatst in autobio | Getagged | 6 Reacties

Frija’s Dagboek (10)

De vrouw zegt dat het twee keer per dag stormt in mij. Eerst 's morgens. Dan speel ik oorlogje met de sprei en met de vrouw. AU! roept ze, maar het is al te laat, ze heeft BLOED. Op haar arm en op haar hand. En als ze zegt dat ik niet op de glinsterdoek mag, luister ik helemaal niet. Ik zeg jomtiedom en ren weer ergens anders heen.
Daarna gaan we naar de kamer. Daar liggen overal speeltjes en krijg ook vaak een nieuw speeltje. Zoals vandaag het plakbandje van de bananen, dat was leuk! Alleen verdween het onder de koelkast, en zelfs met een stokje kwam het er niet onder uit.
De andere storm is 's avonds na het eten. Dan race ik door het huis, spring van alle stoelen zo hard ik kan. De vrouw probeert een foto te maken maar weg ben ik alweer! Naar de tv! Daar zit een gek wit vierkantje op dat ik eraf wil krabben maar het blijft gewoon zitten.
En dan opeens … boem. Is mijn batterijtje leeg. Val ik heerlijk in slaap bij de vrouw op schoot.
Oja, en ik ben alwéér niet aan het toetsenbord gekomen, lief hè?





Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

vertellers

Op mijn bespreking van Beautiful Animals kwam de vraag of ik de schrijver niet verwarde met de auctoriale verteller. Uhm … nee?
Het verhaal wordt verteld door een onzichtbare vertel-instantie, die je in dit geval met heel veel goede wil een alwetende verteller zou kunnen noemen. De alwetende verteller kan in alle hoofden en harten kijken en op alle plaatsen tegelijk zijn. Dat kan een mooi perspectief zijn voor een grootse familiesaga. Terwijl Jantje in Amsterdam liep te bedelen, had zijn zusje een baan als dienstmeisje gevonden bij een vooraanstaande familie in Groningen, dat werk.

In Beautiful Animals is dat niet aan de orde. Het daar gehanteerde perspectief is wat we noemen het meervoudig personaal perspectief. Verschillende scènes, verschillende perspectiefpersonages, het geheel verteld in de derde persoon (hij/zij). Binnen dat perspectief blijf je in die scène in het hoofd van één persoon. Spring je van hoofd naar hoofd, dan noemen we dat head-hopping. Dat is niet alleen ontzettend lelijk, het ondermijnt ook de kracht van het verhaal. (Wat zou Beautiful Animals een stuk beter zijn geweest als Osborne zich had beperkt tot de perspectieven van Naomi en Faoud.)

Een auctoriale verteller is zo'n opa-met-pijp-verteller. En nu, beste jongens en meisjes, gaat onze held verder naar het gevaarlijke land van … Het was in die tijd heel gewoon om … Hij laat zich horen, geeft commentaar op de situatie, maar neemt geen deel aan de avonturen. Hij kan al of niet samenvallen met de auteur van het verhaal.
Dat is dus een ander geval met een verteller die een bijfiguur is. Ik denk bijvoorbeeld aan Nick uit de Great Gatsby. Hij is zijdelings betrokken bij het verhaal, en hij geeft zijn visie op de gebeurtenissen. We beleven het verhaal door zijn ogen.

Nu geef ik iedere schrijver het voordeel van de twijfel. Van onze Aberdeense boekenclubjuf heb ik geleerd om er altijd vanuit te gaan dat een schrijver iets met opzet doet. Dus in het begin dacht ik dat Osborne op deze manier de symbiotische relatie tussen de twee meisjes wou weergeven, wou laten zien hoe Naomi de veel zachtaardiger Sam als het ware opslokt.
Maar toen ik het hem met andere personages net zo zag doen, wist ik dat het gewoon slordigheid was.

Een schrijfster die ik ontzettend bewonder, doet hetzelfde. Louise Penny, van de Inspecteur Gamache-serie. Haar detectives spelen zich allemaal af in het sprookjesachtige dorp Three Pines, waar iedereen iedereen kent, en waar de schok van een misdadiger in hun midden extra hard aankomt. Daar is het zó effectief. Je wordt als het ware ondergedompeld in het dorpsleven, je voelt met iedereen mee, en het heeft ook dat afgesloten-wereld-effect dat een sprookje kenmerkt.
Het is als met alle andere kunsten: pas als je de regels beheerst, kun je er effectief van afwijken.

Geplaatst in schrijven | Getagged , | 2 Reacties

Frija’s Dagboek (9)

Ik was wel een klein beetje bang toen ik hierheen kwam met de auto, alles was zo onbekend, maar toen we thuis waren durfde ik al heel snel uit de mand om de boel te gaan verkennen. Daarna ben ik nooit meer bang geweest. Maar gistermiddag was er opeens een verschrikkelijk hard geluid. Alsof het huis zelf een brullend monster was geworden. De vrouw zei dat de buren beneden aan het boren waren maar ik weet toch niet wat boren is? Ik voelde alleen maar dat vreselijke gebrul. Eerst sprong ik in de boekenkast, toen naar het verste hoekje van de keuken, en pas toen het stil werd kroop ik bij de vrouw op schoot. Ik hoorde nog steeds rare geluiden dus ik durfde niet te gaan spinnen. Het duurde heel lang voor ik niet bang meer was.
Toen pakte de vrouw ook nog een groot ding dat heel veel lawaai maakte, ze trok het met zich mee door alle kamers. Maar dat vond ik lang zo eng niet als het boren. Dus dat vind ik wel flink van mezelf.
Verder ben ik heel braaf geweest. Ik ben niet tijdens het eten op tafel gesprongen maar netjes in de kast blijven zitten. 's Avonds keek de vrouw weer naar de tv en lag ik heerlijk op schoot. En vanmorgen heb ik Al Qaeda'tje gespeeld met de dekens. De vrouw zei dat Vorige Poes dat ok altijd deed.




Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

Lawrence Osborne – Beautiful Animals

Dit was een stomvervelend boek dat lijdt aan de kwaal waar wel meer moderne boeken aan lijden: misselijke hoofdpersonen. In dit geval twee verwende jonge vrouwen die met hun ouders op vakantie zijn op Hydra, een Grieks eiland. Als daar een Syrische vluchteling aanspoelt, besluiten ze hem te helpen. Niet zozeer uit menslievendheid als wel uit verveling. De hele zaak loopt dermate uit de hand dat het boek hier en daar als thriller geklasseerd wordt.

Wat wil een schrijver met zo'n boek, vraag ik me dan altijd af. Dat had ik bijvoorbeeld ook met Freedom van Jonathan Franzen (een leesclubboek, dat ik anders zeker niet had uitgelezen). Waarom zou ik tijd door willen brengen met verwende krengen die niets zinvols te melden hebben?
Beautiful Animals is ook nog eens slecht geschreven.
Osborne heeft moeite met het vertelperspectief, headhopt soms zo verschrikkelijk dat je even moet terugbladeren welke "she" hier bedoeld wordt.

Hij voegt regelmatig buitenlandse woorden in die ons een authentiek gevoel moeten geven, maar op een lachwekkende manier.

Amy made them sit and eat the moussaka the maid had prepared. It was the very dish Jimmie had urged to have made for them.

Goh! Bijzonder! Alsof je iemand in Amerika heel speciaal aanraadt om een hamburger te eten!
Hij beschrijft een autorit door Italië alsof hij een anwb-gids overschrijft, terwijl ik denk dat iemand op de vlucht wel iets anders aan zijn hoofd heeft dan wetenswaardigheden over bezienswaardigheden.
Hij schrijft dingen die ik niet begrijp.

They sat on the bed for a while with their knees curled up beneath them.

Het is mij persoonlijk nooit gelukt om mijn knieën op te krullen.

Hij maakt een hele toestand van de vluchteling die in een huis arriveert waar geen kruimel eten te vinden is. De volgende ochtend haalt hij koffie, brood en kaas uit de auto waarmee hij gevlucht is. Die kaas smaakt natuurlijk nog uitstekend na een hete nacht.

Hij put zich uit in doorwrochte vergelijkingen. De ene keer glimlacht zij alsof de glimlach een vlieger aan een touw is, de andere keer alsof het een touw is dat aan een paardenbit trekt.

Hij stapt als schrijver constant het toneel op om ons te vertellen wat de personages voelen. En ook dat weer lachwekkend. Over een restaurant dat de Syrische vluchteling onderweg bezoekt: It wasn't worth a detour. Ik neem toch niet aan dat Faoud normaal met de Michelingids op zak reisde.
Of deze: She was suddenly sobbing to herself without knowing why. Uhm … door het verschrikkelijke wat ze heeft meegemaakt misschien?
Of zo'n beschrijving: he was obviously English in some way. Je bent of duidelijk Engels of op een bepaalde manier Engels.

Faoud pikt een liftster op.

She was twenty-two and art student; her father owned an furniture restoring factory in Brescia specialising in the eighteenth century.

Ja, dat vertel je natuurlijk als eerste als je met iemand kennismaakt.

Faoud verbergt zich achter een klooster. Een monnik ziet zijn auto staan.

"Are you lost?" he called out in Italian, but not understanding Faoud waved and smiled back.

Weer die schrijver met zijn klompen op het toneel.

Het is mij een raadsel waarom het boek zoveel goede recensies krijgt. Er is er maar één het hartgrondig met mij eens, Alex Preston in the Guardian: a novel that lingers only briefly in the mind, briefer still in the heart.

aanvulling: over het vertelperspectief

Geplaatst in recensies | Getagged , | 9 Reacties