Diana Wynne Jones – The Tough Guide to Fantasyland

Dit is een boek om je slap te lachen. Het steekt in zekere zin de draak (what's in a name) met Fantasy, maar het zegt ook zoveel zinvolle dingen!
Ze eten nooit eieren in Fantasyland, maar wel altijd kip.

CHICKENS are seen only after they have been cooked and then only in PALACES, where the Rule is that you eat chicken drumsticks with your fingers and then throw the bones to the dogs. Eggs are very rare. The hens of Fantasyland do not seem to lay very well. They seem to be bred in unseen Palace poultry yards purely for the pot.

Ze dragen allemaal leren schoenen maar er is geen beest te zien. Er is geen beest te zien, toch eten ze altijd stoofpot. Wat voor vlees zou daarin zitten? Er zijn nauwelijks vogels of insecten, dus hoe blijft de oogst een beetje op peil?
Ze drinken allemaal wijn of bier maar waar zijn de druiven, waar de hop?
Bouwmateriaal heeft meestal niets te maken met wat lokaal verkrijgbaar is. Handel en krijgsmacht floreren, maar waar komt het geld daarvoor vandaan?
Verkouden worden ze nooit, hoe doorweekt hun mantels ook raken.Waarom zijn ze trouwens zo gek op mantels?

CLOAKS are the universal outer garb of everyone who is not a Barbarian. It is hard to see why. They are open in front and require you at most times to use one hand to hold them shut. On horseback they leave the shirtsleeved arms and most of the torso exposed to wind and WEATHER. The OMTs for Cloaks well express their difficulties. They are constantly swirling and dripping and becoming heavy with water in rainy Weather, entangling with trees or swords, or needing to be pulled close around her/his shivering body. This seems to suggest they are less than practical for anyone on an arduous Tour. But they do have one advantage. Female Cloaks usually add a wide frilly hood, male Cloaks a wide plain one, and neither of these adjuncts ever gets blown from your head or lets water in round the edges. So at least your head is dry.
It is thought that the real reason for the popularity of Cloaks is that the inhabitants like the look of themselves from the back.

Mulisch zei (bladzij 19) het al: in veel romans wordt niet verteld wat iemand voor de kost doet.
Ik vind dat je je bij alles in je boek moet afvragen: kan dit wel? Zelfs al is het Fantasy! Toverkracht en draken zijn allemaal leuk en aardig, maar als je niet aannemelijk kan maken waar iemands wollen mantel vandaan komt, of wie die geborduurd heeft, waar blijf je dan? Ook het Fantasy-universum moet zijn eigen wetten aannemelijk maken.
Ik heb me inmiddels al verdiept in de geschiedenis van zeep (want ik had bedacht dat zeepmaken een leuk vrouwenberoep is), in het gebruik van schelpen als betaalmiddel (de geldkauri bestáát gewoon), in het bouwen van boten, in schoeisel … noem het allemaal maar op.
En het grote voordeel is: hoe meer onderzoek, hoe meer inspiratie.
Ik zal nooit vergeten hoe blij ik was met een winterse blikseminslag, toen ik bezig was met Brandsporen.
Het boek steekt vooral de draak met alle cliché's in Fantasy. (Je zou precies zo'n boek over thrillers of smulboeken kunnen schrijven.) Je moet erom schateren want je herkent ze allemaal. Wat daaraan zo fijn is, is dat je er als schrijver bij kunt stilstaan. Wil je echt de volgende LordoftheRingsepigoon zijn? Of kun je iets heel nieuws bedenken?

SEX is obligatory at some stage in the Tour. The Rules differ according to whether you are male or female. If male, your partner will be either an ever-youthful WITCH or some other beautiful and obliging female, possibly a female SLAVE. In any case you will not be obliged to feel any emotion and no offspring will result. If female, you are required to have strong feelings for your partner, who will usually be worthy of your regard. Again, there will be no offspring. Female Tourists should note that they will not menstruate during the Tour. Both sexes will be glad to know that sexually transmitted diseases are unknown.
See also BATH.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Charlie English – The Book Smugglers of Timbuktu

Zegeningen van het recensentschap! Dit boek was anders nooit in mijn blikveld verschenen, en wat was ik dan een stuk minder wijs geweest. Timboektoe heeft voor mij – voor iedereen, denk ik – altijd een mythische klank gehad. Ooit dacht ik dat ik er ooit wel eens komen zou, nu denk ik dat ik dat voor een volgend leven moet bewaren. En wat is het dan heerlijk om er zo uitgebreid over te lezen. Want het boek is niet alleen een Indiana-Jones-verslag van een een spectaculaire reddingsoperatie (waarbij minister Ploumen en het Prins Clausfonds een grote rol spelen), het geeft ook een overzicht van alle Europese ontdekkingsreizen die erheen georganiseerd zijn, en wat daarvan de invloed is geweest op de blanke visie van het zwarte land.
Dat vond ik zo bijzonder! De vroege ontdekkingsreizigers kwamen erachter dat in Timboektoe een rijke cultuur was geweest, waarvan nog steeds honderden oude handschriften (de oudste uit de elfde eeuw) en nog levende geleerden getuigden. In het begin vond men dat in Europa wel interessant en exotisch, maar toen men met koloniale blik naar Afrika ging kijken, veranderde dat. Om te kunnen ("mogen") koloniseren, moet je jezelf ervan overtuigen dat het land in kwestie geschiedenisloos is, stenentijdperkig, en alleen maar kan profiteren van de blanke zegeningen. (The white man's burden, en meer van zulks fraais.)
Het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voor men opnieuw 'ontdekte' dat de Europese visie op Afrika niet klopte. Er werd wetenschappelijk onderzoek gedaan, en Unesco maakte geld vrij voor het beheer van de oude handschriften van Timboektoe. Ook Zuid-Afrika zag hier een kans om het werelddeel in de vaart der volkeren op te stoten.
Mooie tijden, waaraan een einde komt met de jihadistische bezetting van Timboektoe in 2012. Die duurde nog geen jaar, maar er werd veel vernield. Ik zoek er het een en ander over op, en vind ook een film die hierover gemaakt is, en die ik zeker wil zien!
Al met al een boek dat alles heeft: een spannend verhaal, nog meer spannende verhalen over al die ontdekkingsreizigers en hun ontberingen, en een – voor mij - nieuw inzicht in een oude wereld. Virtueel reizen is ook verrukkelijk.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

Robin Hobb – Assassin’s Quest

Eindelijk heb ik hem uit, de Farseer Trilogy. Als je een goed verslag wilt van waar het verhaal over gaat, lees dan eerst de bespreking van Anna. Zelf besprak ik mijn leeservaring met de eerste twee boeken hier en hier.
Mijn liefde voor Nighteyes de wolf is onverminderd. Hij is mijn favoriete personage, met zijn overrompelende trouw en zijn humor. Ook om andere personages ging ik steeds meer geven: the Fool, bijvoorbeeld, en Burrich, de trouwe beschermer van weduwen en wezen.
Ik reisde graag mee met FitzChivalry, die het hele land doortrekt op zoek naar de koning. Ik zag, rook en voelde de verschillende landschappen, ik beleefde de spannende strijdtonelen mee.
The Wit (het kunnen lezen van de gedachten van dieren) en the Skill (telepatische gaven die ook kunnen doden) waren eigenlijk de enige fantasy-achtige elementen.
Ik zei al dat ik vroeger helemaal niet hield van boeken over dingen die niet echt konden bestaan. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Alice in Wonderland vond ik wél leuk, en Mary Poppins ook. En Tonke Dragt. Erik of het Klein Insectenboek. Winnie de Poeh. Wiplala.
Ik weet niet of ik een grootste gemene deler tussen deze titels kan ontdekken. Ik weet alleen wel dat ik me terugtrek als er draken en tijdportalen en onzichtbare steden verschijnen. Mijn willing suspension of disbelief wordt opeens unwilling.
Vermoedelijk is het een kwestie van smaak. Of voel ik me toch een beetje bedrogen door een soort van Deus ex Machina.
Wat niet wegneemt dat ik een heerlijke en leerzame leeservaring had, met geen idee wat ik hierna moet lezen. Ja, eerst moet het recensieboek uit. Non-fictie, en toch wonderlijk inspirerend voor de héél vage fantasyplannen in mijn eigen hoofd.

Geplaatst in lezen, recensies, schrijven | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Orson Scott Card – How to Write Science Fiction and Fantasy

Op mijn enthousiaste bespreking van deel 2 van de Farseer Trilogy, en mijn terloopse opmerking "zou ik dat ook kunnen, Fantasy schrijven?" was een van de reacties: Go for it!
Jamaar …
Ik heb veel te weinig Fantasy gelezen om me daar aan te wagen, ik heb geen flauw benul waar het genre aan moet voldoen. Als het nu een boeketreeksje was!
Dus besloot ik me eerst maar eens in de theorie te verdiepen. Ik googelde "best books about writing fantasy" en er kwam onder andere dit fraaie Wonderbook uit, dat ik uit pure hebberigheid meteen besteld heb. Daarover meer als ik het gelezen heb.
Maar ook dook er een bekende naam op. Die goeie ouwe Orson Scott Card, die ik al kende van How to Write a Million.
Ook zijn boek over SF en Fantasy staat stikvol praktische handvatten. Om een uittreksel voor mezelf te hebben, en omdat ik denk dat iedereen met plannen in die richting er iets mee kan, heb ik daar een samenvatting van gemaakt.
Het laatste van de vijf hoofdstukken sla ik over, dat gaat over hoe de uitgeefwereld in Amerika werkt.

Hoofdstuk 1: The Infinite Boundary
Hoe kun je de verschillende genres onderscheiden, en waarom is dat van belang? Het gaat erom, dat zowel uitgevers als lezers duidelijk willen hebben waar dit boek onder valt. Zoals je ook streekromans, westerns, detectives etc hebt. En meer dan bij die genres heb je bij SF en Fantasy – samen ook wel Speculatieve Fictie genoemd – echte fans, die echt alleen maar dat willen lezen. Als je meer kans wilt maken om uitgegeven te worden, is het zinvol je daar in te verdiepen.

Voor mijzelf heb ik veel meer het gevoel dat ik – als ik het kon – allerlei soorten boeken zou willen schrijven, en mezelf niet vastpinnen op één genre.

Gelukkig geeft Scott Card een handige vuistregel: een rustieke omgeving = Fantasy, veel staal en plastic = Science Fiction. Oja, en klinknagels. Veel klinknagels. Globaal zijn het vooral mannen die SF lezen, en vrouwen lezen meer Fantasy.
Hij raadt de volgende auteurs aan om als voorbeeld te dienen: Aldiss, Asimov, Bradbury, Clarke, Ellison, LeGuin, Norton. (LeGuin was degene die bij mij de Fantasyvreugde ontstak.) Maar trek je aan de andere kant ook weer niet té veel aan van bestaande formules. Het moet wel origineel blijven.

Wat verstaan we onder Speculatieve Fictie? Alle verhalen die zich afspelen in een niet-bestaande of onbekende realiteit, in een wereld die nooit bestaan heeft of die we nog niet kennen.
1) verhalen die in de toekomst spelen
2) verhalen die een verleden spelen dat afwijkt van bekende feiten over het verleden
3) verhalen die zich afspelen in een andere wereld
4) verhalen die wel op aarde spelen maar in een verleden ver voor ons bekende verleden
5) verhalen die tegen onze bekende natuurwetten ingaan

Als schrijver moet je wel weten of je Fantasy of Science Fiction schrijft. De simpelste vuistregel: als een verhaal zich afspeelt in een universum dat onze regels (natuurwetten) volgt, is het Science Fiction. Als het universum andere regels heeft (magische krachten, draken), is het Fantasy.
Is in Fantasy dan álles mogelijk? Nee. Een inperking van de magie is noodzakelijk, anders zou je geen spanning hebben (ik denk nu aan The Wit in de Farseer Trilogy, die het mogelijk maakt om gedachten van dieren te kennen, in het verhaal een verboden kracht). Er gelden dus wel degelijk bepaalde wetten, die je zo snel mogelijk duidelijk moet maken, en waaraan je je het hele boek moet houden.

Hoofdstuk 2: World Creation.
Waar komen ideeën vandaan? Toevallig las ik pas Joke's recensie van The Book of Dust, en heel kort daarna een interview met de schrijver, waarin hij duidelijk maakte dat zijn idee voor die 'dust' kwam van zijn migraine-aura's.

Volgens Scott Card moet je eerst een goed beeld hebben van de wereld waarin je verhaal zal spelen. Een heerlijke manier is natuurlijk om te beginnen met het tekenen van een kaart. (Zelf zit ik eindeloos foto's van eilanden te sparen, en uit al die beelden ontstond toen die collage.) Al tekenend bedenk je: hier is de stad, hier zijn de toegangspoorten, hé, deze poort gaat nergens heen, hoe zit dat? In zijn geval was het een dichtgemetselde poort die vroeger de magische toegangsweg was geweest. Net zoals bij schrijfveren laat je al tekenend alles toe wat je onderbewuste opsmijt. Het ongeplande geeft vaak de beste ideeën.

Laat de ideeën maar stromen. Laat het sudderen in je brein. Je bedenkt niet vandaag dat je morgen een Fantasy-roman gaat schrijven.
Wel kun je al schrijvend je ideeën verder ontwikkelen. Je hoeft niet alles te weten voor je begint, zolang je dan maar beseft dat nog niets in steen gehakt is.
Loop altijd rond met je ideeënsleepnet. Vraag steeds: Waarom? Hoe? Met welk resultaat? Ik plaats af en toe een foto of een krantenberichtje als schrijfveer op Facebook. Met deze drie vragen heb je meteen een verhaal.

bepaal de regels van je wereld

Als je over aliens op een andere planeet schrijft: waarom op die planeet? Waarom niet op aarde?
Hoe ga je de regels aan je lezer uitleggen? Die aliens onderling kennen ze al, en zullen ze niet benoemen. Je hebt een (menselijke) bezoeker nodig aan wie ze uitgelegd moeten worden.
(In de Farseer Trilogy schrijft hoofdpersoon Fitz aan het eind van zijn leven een officiële geschiedenis, waarin hij de regels, gebruiken en voorgeschiedenis van het land kwijt kan.)
Maar hoe komt die mens op die verre planeet? Al beschrijf je het ruimteschip niet, in je verhaal moet het wel aannemelijk zijn dat hij daar gekomen is. Je moet dus kennis hebben van allerlei natuurkundige wetten omtrent tijdreizen en hyperspace en meer van die dingen die voor mij te moeilijk zijn, wil je je lezer overtuigen dat het verhaal bij jou in goede handen is. De meeste lezers hebben al ettelijke boeken in het genre gelezen, dus je kunt niet aankomen met beginnersgestuntel.

de regels der magie

Lezers moeten niet denken dat álles zomaar kan gebeuren. Plus het stellen van grenzen aan de toverkracht geeft je meteen diverse plot-ideeën. Scott Card geeft schrijfworkshops die hij "Duizend Ideeën per Uur" noemt. Als het over Fantasy gaat is de eerste vraag: What is the prize of magic? Wat kost het een personage als hij/zij zich bedient van de magische kracht? Het gebruiken van The Wit kost in de Farseer Trilogy iemand bijna het leven, het is werkelijk een leven-of-dood-kracht. Een andere kracht in het boek is The Skill (gedachten van mensen lezen), maar die kost vreselijk veel lichamelijke energie.
Wat voor personage bezit deze kracht? Waarom juist hij/zij?

een verleden verzinnen

Je moet bedenken waardoor de regels in jouw universum zo gekomen zijn. Welk evolutionair voordeel boden ze aan de (al dan niet menselijke) bewoners van die wereld? Hoe zijn de gemeenschappen in jouw wereld tot stand gekomen? Waarom hangen zij bepaalde regels/wetten/gewoonten aan?
Als je dit zelf niet weet, blijft je verhaal gebaseerd op vaagheid.

taal

Hoe spreken de gemeenschappen in jouw wereld? Moet je net als Tolkien een hele vreemde taal verzinnen? Nee. Ze kennen waarschijnlijk wel onbekende begrippen, waarvoor je misschien een speciaal woord moet verzinnen. In de Farseer trilogy gebruiken ze bijvoorbeeld bepaalde niet-bestaande kruiden. Schrijf geen hele zinnen op in onuitspreekbare wartaal. Zorg dat ook namen van aliens uit te spreken zijn.

landschap

Hoe ziet de omgeving eruit? Heb je twee zonnen als in Star Wars? Moet je je houden aan conventies? Zorg in elk geval dat je weet waarover je schrijft. Besef dat speculatieve fictie een lens is om beter naar de echte wereld te kunnen kijken.

Hoofdstuk 3. Story construction.
De beste ideeën krijg je door je af te vragen waarom de dingen in jouw wereld zijn zoals ze zijn. Bedenk dat je originele idee niet heilig is. Het is gewoon een beginpunt, en aan de hand van steeds verder doorvragen kom je erachter waar het verhaal écht over gaat.

wiens verhaal is het?

De Held van je verhaal is degene van wie we hopen dat hij zal winnen. Maar hij hoeft niet per se de hoofdpersoon te zijn. De grote Vijand kan de hoofdpersoon zijn.
Wie kies je als hoofdpersoon? Stel jezelf de volgende vragen:
- wie lijdt het meest? (die heeft de meeste reden om te handelen om de situatie te veranderen)
- wie heeft macht én vrijheid om te handelen? (een koning heeft wel veel macht, maar is vaak totaal niet vrij om te doen wat hij wil)
- wie wekt de meeste interesse en ontzag? (denk Darth Vader)
- je hoofdpersoon is meestal ook het perspectiefpersonage: het personage door wiens ogen en via wiens gedachten we het verhaal beleven.

waar begint en eindigt het verhaal?

Scott Card maakt een verschil tussen mythe en tekst. Het begin van een mythe ligt vaak heel ver voor het begin van het verhaal. Denk Oedipus: zijn verhaal begint met het feit dat hij in een maatschappij leefde waarin het normaal was om mismaakte kinderen te vondeling te leggen.
Je begint dit verhaal niet met het allereerste begin, maar met een gebeurtenis die bij de lezer een bepaalde behoefte opwekt, die aan het eind wordt ingelost. (In de Heldenreis noemen we dat de Story Question.)

De structuur van een verhaal heeft te maken met het WIKA-quotiënt: Wereld, Idee, Karakter, Avontuur. Welk aspect van het verhaal vind jij het belangrijkst?

het wereld-verhaal

De wereld omvat alles wat je hebt verzonnen in de world-creation-fase. In zo'n verhaal is er altijd een vreemdeling die voor het eerst die wereld ontdekt, en door zijn ontdekkingen veranderd wordt. Begin en eind zijn duidelijk: vreemdeling komt aan, en vreemdeling gaat terug naar huis.

het idee-verhaal

Personages ontdekken informatie die ze voordien niet kenden. Ze stellen zich bijvoorbeeld de vraag: waarom is deze oude beschaving geëindigd?
Het verhaal begint als de vraag wordt gesteld en eindigt als deze is beantwoord.

het karakterverhaal

Dit gaat over de verandering van rol die een personage in zijn gemeenschap doormaakt. Als het personage niet verandert, is het een Avonturenverhaal (denk Indiana Jones).
Het verhaal begint op het moment waarop het personage zijn rol niet langer verdraagt, en eindigt wanneer hij de nieuwe rol op zich neemt.

het avonturenverhaal

Iets is mis met het universum en iemand moet er iets aan doen.
Het verhaal begint op het moment dat het personage dat er iets aan kan doen, erbij betrokken raakt (denk Frodo). Het perspectiefpersonage (en niet de verteller) is onze gids in deze wereld. Je moet dus met hem beginnen, niet met een langdradige Toestand in de Wereld. Het verhaal eindigt als de orde in het universum is hersteld.

Wat voor verhaal wil je schrijven? Daar kom je achter door je eerste versie te schrijven, en te ontdekken wat je het fijnst vond om te doen.

Pas op dat je het idee-verhaal niet verwart met het achterhouden van informatie. (Ik was zo blij dit te lezen, ik ben daar zelf zó allergisch voor. Ik vind het een trucje. Zie hier en hier)

If you find that all your stories are structured as Idea Stories in which the reader never knows what’s going on until the end, then stop it. Forbid yourself to use that structure again until you have mastered one of the others. You only use the Idea Story structure when the characters are searching for the answers to questions. When the characters all know the answers and only the audience is asking the questions, you are definitely using the wrong structure. Your story idea may be terrific-but your execution of the story is killing it.

Spanning creëer je niet door informatie achter te houden, maar door de lezer vrijwel alle informatie te geven, en hem zo bij het verhaal te betrekken dat hij niets liever wil dan weten wat hij niet snapt.

Hoofdstuk 4. Writing Well
In dit hoofdstuk vinden we veel van wat we ook in How to Write a Million hebben kunnen lezen. Belangrijk zijn de zaken waarin Science Fiction en Fantasy verschillen van 'gewone' fictie.

expositie
Net als in 'gewone' fictie moet je ook in speculatieve fictie de informatie over je wereld mondjesmaat en natuurlijk door het verhaal weven. Alleen heb je hier veel meer zaken die onbekend of ongewoon zijn, terwijl tegelijk het favoriete vertelperspectief zo dicht mogelijk op de huid van de hoofdpersoon zit. Geen alwetende verteller dus, die eventjes kan uitleggen hoe de wereld in elkaar zit.

Je hoeft niet alles meteen uit te leggen. Lezers van het genre zijn eraan gewend dat er ongewone zaken in het boek voorkomen en vertrouwen erop dat ze er wel achterkomen hoe de wereld in elkaar zit. Scott Card noemt dat opschorting: de bereidheid van de lezer om erop te vertrouwen dat de uitleg wel komt. Hij verwacht niet dat er eerst een compleet beeld van de wereld wordt geschetst. De lezer accepteert ook vreemde zaken als normaal. (Je moet dus wel voorzichtig zijn met metaforen e.d., want veel dingen zijn in de speculatieve wereld juist letterlijk zo.)

taalgebruik
Aangeraden wordt het (bijzonder geestige) essay van Ursula Le Guin: From Elfland to Poughkeepsie. (mail me voor een pdf van dit essay)
Verschillende verhalen vragen een verschillend soort taalgebruik. Als je verhaal gaat over koninklijke helden zul je plechtstatiger schrijven dan wanneer je over boeven schrijft. Let er in elk geval op dat je geen moderne uitdrukkingen gebruikt. De taal mag nooit afleiden van het verhaal. Met grofheid moet je uitkijken. Wel is dat iets om bij stil te staan. In onze cultuur vinden wij woorden die met seks te maken hebben gauw grof. Kun je je een cultuur voorstellen waarbij datzelfde zou gelden voor woorden die met eten te maken hebben? Zo kan nadenken over taalgebruik ook weer ideeën opleveren.

Geplaatst in recensies | Getagged , , , | 4 Reacties

Bén je zestig!

Ik had het er gisteravond met een oude schoolvriendin over dat we nu allemaal zestig worden (zij als eerste). Zestig, het klinkt zo oud, zestig, dat is mijn oma! verzuchtte zij. Ik sudderde er tijdens het in slaap vallen nog wat over na. Veertig vond ik erg oud, maar dat was met eenenveertig weer over. Vijftig was een moeilijke verjaardag, mijn moeder was kort daarvoor overleden, en ik 'lag' in scheiding (in werkelijkheid zit je vooral verstard van angst en woede rechtop). Daarna kon het alleen maar beter worden.
Dat werd het ook, ik had succes in mijn werk, mijn boek kwam uit, we maakten mooie reizen …
Toen werd ik ziek. Vooral die eerste maanden voelde ik me honderd. Ik kon nauwelijks lopen, ik zie me nog zitten in de rolstoel in het ziekenhuis, geduwd door nicht Daisy. Langzaam liep de leeftijd weer een beetje terug, via negentig, tachtig …
Maar als ik zie wat tante Yt op haar zevenentachtigste nog allemaal kan, overdag vrijwilligeren in het bejaardenhuis en dan 's avonds nog naar een voorstelling, dan ben ik toch weer negentig.
Dus ja, zestig. Ik hoop dat ik het ooit nog weer word.
En op mijn tachtigste mag ik weer beginnen met roken, heb ik met kindeke afgesproken.

foto

Geplaatst in autobio | Getagged | 7 Reacties

woman is the nigger of the world

De hashtag #MeToo (10 jaar geleden bedacht door Tarana Burke) blijft de gemoederen (media) bezighouden. Zelf mag ik niet mopperen – afkloppen! – met maar twee kleine akkefietjes in mijn jonge jaren, maar ik ken als iedere vrouw de angst om alleen in het bos te wandelen of 's avonds langs een duister fietspad te moeten.

De mannen vinden het ook allemaal heel erg, zo verzekeren zij ons. (Dit is een van de weinige keren waarover ik wel "we" durf te schrijven.) Toch twijfel ik daaraan. Volgens mij vinden ze eigenlijk dat we niet zo moeten zeuren, en ons niet zo slachtofferig moeten opstellen. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

We moeten wel gewoon kunnen lachen om de tv draait door, waarin wordt geschaterd om een grap over groepsverkrachtingen in India. Gortdroge humor, aldus Matthijs. Probeer zo'n grap eens te vertalen naar Johannesburg of Auschwitz, en niemand zou durven lachen. Maar om verkrachte vrouwen moet iedereen lachen. Mannen omdat het leuk is, en vrouwen omdat ze anders niet leuk zijn.

Gister schreef Rosanne Hertzberger in de NRC het volgende aan mannen:

En mocht je je gaan ergeren aan de meer overdreven reacties in de stroom van #MeToo berichten, of je misschien zelfs op één of andere manier onterecht beschuldigd voelen, dan slik je je grieven maar even in. Vergelijk het met een aanrijding tussen een fiets en een auto. Als er een fietser met zwaar letsel op de grond ligt ga je niet klagen over een kras op je deur. Als je zo ontzettend duidelijk bij de bovenliggende partij hoort, dan is het je taak om het grotere plaatje zien.

Dat laatste geldt net zo hard als je het over racisme hebt. Als je de woorden 'man' en 'vrouw' zou vervangen door 'witte' en 'zwarte' zie je hetzelfde mechanisme. Om met John Lennon te zingen: woman is the nigger of the world.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 1 reactie

jubileum

precies tien jaar geleden begon ik met bloggen

Geplaatst in autobio, schrijven | 12 Reacties

Ned Beauman – Madness is Better than Defeat

Madness is Better Than DefeatMadness is Better Than Defeat by Ned Beauman
My rating: 2 of 5 stars

Ik had toch pas nog een boek gelezen dat een soort van persiflage was op Heart of Darkness? Oja, dat was dit: https://www.goodreads.com/book/show/3....
Ned Beauman heeft ook zijn best gedaan. Kennelijk is dit de nieuwe mode onder jongige, hippe schrijvers: laten zien hoe dazzling je kunt schrijven en hoeveel gekte je bij elkaar kunt verzinnen, er een 'meta'sausje overheen gieten om te laten zien dat je er echt wel voor gestudeerd hebt, en dat dan oogverblindend de wereld insturen.
Ik ben zeker een te ouwe vrouw om daar nog voor te vallen. Ik ervaar een boek als pure tijdverspilling als ik dwars door de leukigheid heenkijk en daarachter totaal niets ontwaar. Geen personages om mee mee te leven, geen belangwekkende thema's of gezichtspunten. Een grote, vakkundig ingekleurde façade.

View all my reviews

Een reactie plaatsen

Robin Hobb – Royal Assassin

Ik heb deel twee van de Farseer trilogy uit (helaas in 1 band zodat ze voor mijn jaarscore op Goodreads ook maar 1x meetellen), en geniet me nog steeds suf. Toegegeven, het ergernisje is er ook nog steeds. In deel twee spande dit de kroon:
'Will,' I said quietly.
'Will what?' he asked.
I told him of Will, quickly and quietly. As he listened, his eyes widened.
'It would be brilliant,' he said admiringly. 'A Skilled assassin. It’s a wonder no one thought of it before.'
'Perhaps Shrewd did,' I said quietly.

Terwijl het verder zó knap geschreven is. Zo zintuiglijk, beeldend, spannend, invoelbaar, ontroerend, en met kennis van zaken over ambachten, kruiden, wapentuig, dierverzorging, noem het allemaal maar op. De boeken zijn uit halverwege de jaren '90 en heel vaak zie ik parallellen met onze tijd, met onze strijd tegen gezichtloze, naamloze terroristen zonder gevoel. In de boeken zijn dat de forged ones, mensen die ontdaan zijn van alle menselijke eigenschappen, en zelfs van de goede dierlijke eigenschappen, de zorgzaamheid die nodig is om de soort in stand te houden.
Het grappige is, dat ik als kind nooit hield van verhalen die "in het echt niet konden." Pratende dieren, sprookjesrijken, ik had er niets mee.
En nu houd ik zoveel van Nighteyes, de wolf, en van alle toverige dingen die er plaatsvinden. Het is zelfs zo erg dat ik voorzichtig denk … zou ik dat kunnen? Zo'n heel rijk verzinnen, en de speciale toverkrachten die daar heersen, en dan nog een zinvol verhaal over belangwekkende personages?
Ik ben maar begonnen met mooie plaatjes sparen op Pinterest.
Maar nu eerst – jammergenoeg – weer een recensieboek.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , | 4 Reacties

schrijven over de gewone man

Wat een rare, ontsporende discussie zonet in de Nieuwsshow.
Jos Palm kwam vertellen over zijn nieuwe boek dat zo fijn aansluit bij Rutte's uitspraken over de gewone, normale Nederlander: De Gewone Man, een Kleine Mensheidgeschiedenis. Palm is historicus én zoon van een loodgieter. In mijn ogen precies de juiste credentials om zo'n boek te "mogen" schrijven. Want daar ontspoorde de discussie over: mocht je wel óver de gewone man schrijven? Moest de gewone man niet zélf dat boek schrijven?

Daarvoor waren er andere gasten geweest: een professor in de slaaptekortkunde, een übermilieubewuste vrouw over ontspullen, aan hen werd niet gevraagd of zij wel "mochten" schrijven of beweren wat zij deden. Zij hadden blijkbaar aan hun verstand van zaken genoeg.

Maar oh, de Gewone Man. Die gewone normale Nederlander die tegenwoordig op diverse voetstukken wordt gehesen. Hardwerkend. Niet gehoord. Ongerust.
En waarom worden zij op dat voetstuk gehesen?
Of liever, door wie?
Door politici die op hun stem uit zijn.
Niet door mensen die zich werkelijk verdiepen in wat er leeft. Anders zouden al die maatregelen die de gewone man naar de voedselbank dwingen, niet genomen worden.
Als we in het nieuws de Gewone Man dingen horen roepen, is dat ook altijd met een doel: te laten zien wat er "leeft" en daarmee ook dat echelon kijkers aan je proberen te binden.
Een uitzondering was dat programma over schuld. Daar werd van binnenuit getoond hoe het echte leven van gewone mensen eruit ziet. Met als doel – mag ik aannemen van Human – hen ook te helpen uit de sores te komen.
Volgens de redenatie van de mensen bij de Nieuwsshow had dat eigenlijk niet gemogen. Was het betuttelend en bevoogdend, als gestudeerde (en meer welvarende) mensen zich uitlieten over en bezighielden met het lot van de gewone man. Alleen de gewone man zelf mocht dat.
Maar de bakker kán helemaal geen boek schrijven, wierp Palm nog wanhopig tegen.

Vervolgens kwam de boekenrubriek, die opende met Manhattan Beach van Jennifer Egan. Over Gewone Mensen in de jaren dertig ging dat. Was Egan zelf wel gewoon genoeg? vroeg de presentator, en ja, de boekbespreekster dacht van wel.
Dat Egan zoals de meeste Amerikaanse schrijvers een graad in Engelse literatuur heeft, deed blijkbaar niet terzake.
Dat het juist de universitaire studie is, die mensen (ongewone en gewone - zelf ben ik kleindochter van een timmerman en een fietsenmaker) in staat stelt voldoende overzicht te bereiken om dergelijke boeken te kúnnen schrijven, wil er bij de GewoneMensenVereerders niet in. Gewone Mensen zouden álles kunnen, als ze maar niet zo door de maatschappij werden onderdrukt. Dat de maatschappij juist alles doet om Gewone Mensen te onderdrukken, terwijl boeken juist kunnen laten zien wat er wérkelijk gebeurt, dat zien ze niet. Ook de presentatoren bij de Nieuwsshow niet.

Geplaatst in schrijven, tijdgeest | 2 Reacties