Europa in de Middeleeuwen is zo'n plaatjesboek dat ik aanschafte voor mijn studie – want er was immers nog geen internet. Ik had het geluk dat ik biepjuf was en op mijn werk al veel beeldmateriaal kon vinden, daarnaast bleek de TH-bibliotheek over een enorme kunstboekencollectie te beschikken die door TH-studenten nooit geleend werden, maar zelf wilde ik toch ook graag het een en ander hebben.
En dit boek was tegelijk een reisgids. Wat hebben we veel gezien van wat erin staat. Wat zou ik het gaag allemaal nog eens langsreizen. Maar misschien is dat helemaal geen goed idee, zou ik vroegere betoveringen teniet doen.
Zelfs Tahull viel al tegen, na de lyrische lofzangen van mevrouw Madou over het mooiste kerkje ter wereld. Er waren toeristen, en de schildering in de apsis was niet meer origineel.
Ik blader het boek door, en de Fernweh knaagt. Ooit moet het weer lukken.
reisgids
alleen maar zijn
Gekocht in een winkeltje in Dahab, als herinnering aan het verrukkelijke snorkelen daar. Alsof ik het ooit vergeten zou, die pracht en die paradijselijkheid. Vijfenzestig Egyptische ponden, geen idee meer hoeveel dat was.
Het register lijkt wel een gedicht, van anemoonvissen en brokkelsterren en duivelsroggen en grootoogbaarzen en kappersgarnalen en koraalklimmers en neteldieren en schijfkwallen en vlindervissen en zeesterren.
Oh mooie wereld waar het nu zo onveilig is, waar je je zo in het zoute water kan laten wiegen dat je alles om je heen vergeet. Alleen maar bent.
nieuwe oude muren
Ik schreef al eerder over mijn fascinatie voor de Middeleeuwen, en voor Karel de Grote in het bijzonder. Natuurlijk ben ik in Aken geweest, en in Nijmegen. Het Valkhof is prachtig en mijn fantasie vult het met praal. Maar het dichtst bij zijn tijd heb ik me gevoeld in de Einhardsbasilika waar nog muren zijn opgebouwd uit Romeinse bakstenen.
Nu ik erover schrijf kan ik alleen maar hopen dat ik ooit weer op reis kan. Mijn ziel heeft het nodig om af en toe nieuwe oude muren aan te raken.
tijdmachine
Er is weinig dat me zó fascineert als oude foto's en oude filmpjes. Ik zou willen dat er een tv-kanaal was dat alleen historisch beeldmateriaal uitzond, de hele dag door.
Schilderijen zijn toch anders, wat dat aangaat. Een schilder van nu kan nog steeds een schilderij maken van iemand met lange rokken, of van een landschap zonder torenflats of electriciteitsmasten, maar een foto uit die tijd vertelt dat het toen écht zo was.
Ongerepte landschappen of volkeren, moderniteit in aanbouw, onvoorstelbare armoede, onontdekte wereldwonderen … Oude foto's en films komen het dichtste bij de tijdmachine.
passie
Een prachtig boek, dit Letterlust. Beschouwingen over elke letter van het alfabet, geschreven door Kees van Kooten, met creatieve illustraties erbij van uitgeknipte, gebeeldhouwde of anderszins geknutselde letters. Zo'n boek waarvan ik denk: waar zal ík eens een boek mee vullen?
Zo kwam ik gister de Passion Planner tegen, een soort van agendagboek waarin je alles wat je doet of wil doen kunt opschrijven, en van tekst en tekeningetjes voorzien, dan gaat de preT-adhd meteen met me op de loop: zélf zo'n boek inrichten! (Lege dagboeken genoeg.) Mooie vakjes ontwerpen! Elke dag iets opschrijven en er een collage bij maken! En van het nieuws, en van de boeken die ik lees, en van álles!
Maar je wilt je passie helemaal niet plannen. Of ik niet, in elk geval. Ik wil alleen maar weten dat hij er is, en dat ik er elk vrij moment mee aan de gang kan gaan. Met mijn passie du jour.
Van dat Letterlust is het zo fijn dat het een eindige reeks is. Dat is ook altijd fijn met dertigdagenprojecten. Of met de #schrijftop2000 natuurlijk!
Oh Vienna
De kunstgeschiedenisexcursie in 1985 naar Wenen staat in mijn geheugen gegrift als een van de mooiste schoonheidsbelevingen van mijn leven. Het meest overweldigend was de tentoonstelling Traum und Wirklichkeit over de Weense kunststromingen tussen 1870 en 1930, en ook in het Kunsthistorisches heb ik mij vergaapt, vooral aan de kunstnijverheid en de middeleeuwse kunst. Ik wilde álles wel voor mijn verjaardag.
Daarom staat dit boek – een afgeschreven exemplaar van de bibliotheek – al sinds jaar en dag op de plank. Ik heb het ook sinds jaar en dag niet meer ingekeken. Nu blader ik het door, en zie dat er alleen maar schilderijen in staan. Beroemde, dat wel. Maar niets van wat mijn hart zo enorm beroerde destijds; geen gebedsei te zien. Het ruikt al net zo muf als de inhoud. Het mag weg. Ik heb immers het boek van Traum und Wirklichkeit!
mijn zwarte hond
Ik keek om me heen, verdwaald en in de war. Waar was iedereen? Ja, ik herkende de meeste leraren, herinnerde me kwellingen en triomfen. Complete menigten verdrongen zich in de vele bijgebouwen die intussen aan de school waren ontsproten. Deze kolossale reünie was georganiseerd ter ere van het honderdvijfentwintigjarig bestaan van de school. De oudste gasten waren in de negentig, en vooral de zestig- en zeventigjarigen amuseerden zich geweldig.
Wij waren de veertigers. Wij hadden zo'n druk leven dat de meesten niet de tijd konden vinden om te komen. Iedereen op wie ik me verheugd had, was er niet.
Het meisje met wie ik altijd naar school fietste, zes jaar lang. Donkere ochtenden, regen en storm, lekke banden, en elke dag weer haar trouwe belletje in de straat voor ons huis.
De jongen die mijn liefdescoach was geweest, en mijn boter-kaas-en-eierenmaatje, op de achterste bank bij Duits.
Erik-Jan.
De jongen die me had vastgehouden toen ik zo moest huilen op de begrafenis van onze geliefde Engelse leraar.
Het meisje dat naast me zat bij Frans, onze schriften vol correspondentie over jongens en alles wat daarmee samenhing.
Wie er wel waren?
Sommigen waren onherkenbaar veranderd. Een jongen die ik al kende sinds de lagere school, altijd in voor een kwajongensstreek, was een serieuze informaticus geworden. Het meisje bij wie we na schooltijd altijd even aanstaken, het huis van haar ouders een haven, zij een dromerige hippie met zwierige krullen en lange rokken, was nu een elegante dame met een Italiaans accent. Anderen kende ik bij naam. Ze verkeerden vroeger aan de rand van mijn blikveld.
Ik had uren voor de klerenkast heen en weer gedrenteld. Hoe moest ik me presenteren? Hoe moest ik laten zien wat voor leven ik leidde? Een spijkerbroek, maar hoge hakken. Een vlot linnen jasje, maar met een zware gouden ketting (zo goedkoop in Oman). De zelfverzekerde vrouw-van, met mijn succesvolle echtgenoot aan mijn zij, was dat niet romantisch? We zouden vast het enige stelletje-van-vroeger zijn.
Ik zag er precies zo uit als iedereen.
Zij waren allemaal succesvol: bankiers, therapeuten, computerwetenschappers, leraren, accountants, dokters.
Ik was een succesvolle huisvrouw.
Ik had zo die sticker op mijn borst kunnen plakken met "Werk jij hier? En je kon zo goed leren!" erop. Ik was bibliothecaresse geweest, ik mocht mezelf kunsthistoricus noemen, ik was moeder en echtgenote. Maar een carrière had ik niet. Ik kon niemand uitleggen hoe ik mijn dagen doorbracht. Met rondrijden door buitenlandse steden, op zoek naar winkels, tandartsen, ziekenhuizen. Ik had niets te vertellen.
Buiten woei een ijskoude wind dwars door mijn linnen jasje. De volgende morgen kon ik letterlijk niet meer staan. Ik snap nog niet hoe ik nog thuisgekomen ben, in Schotland. Er lag sneeuw, dat is alles wat ik me herinner.
En ik herinner me de zwarte hond aan het voeteneinde van mijn bed. Ik was een flink aantal dagen ziek, en hij lag daar maar. Stil, warm, knus. Een nieuwe vriend die nog heel lang zou blijven.
leve Hundertwasser
Anderhalf jaar geleden alweer, dat we onze Hundertwasser-pelgrimage maakten. Ik ben nog steeds met het fotoalbum bezig, 850 foto's te verwerken, ga er maar aanstaan. Wat schenkt die man een vreugde! Wat maakt hij de wereld mooi en leefbaar, en vrij!
Ik moet eerlijk toegeven dat dit boek nog in plastic verpakt zat – wederom voor een tientje bij de Slegte – maar de vreugde zindert van de bladzijden. Gek, dit is opeens geen nutteloos plaatwerk.
ongewapend
Vanavond ben ik naar The Armed Man: a Mass for Peace, van Karl Jenkins geweest, in de Nieuwe Kerk in Groningen.
Het was zo indrukwekkend. Wat gaat er veel door me heen bij zulke muziek en zulke beelden.
Het beginkoor heeft wel iets middeleeuws, en dan al die legers, al die marcherende gewapende mannen. Dan komt de oproep tot gebed, hoog van een galerij, door de imam van de moskee aan de Korreweg. Nu met die terreur denk ik dan wel: hoe ruimdenkend van ons. Dat wij dat goedvinden, in een kerk nog wel. Tegelijk werd ik me bewust van een knijpend heimwee naar de woestijn.
Toen hij klaar was, stonden er een donkere man en vrouw op, en verlieten de kerk. Onwillekeurig denk ik toch aan de bommen overal.
De imam was meteen weggegaan, in plaats van – in de geest van het concert – te blijven. Al die geloven die samen komen, daar gaat het toch juist om?
De beelden worden steeds gruwelijker. Uiteindelijk eindelijk wordt het vrede, lachende gezichten, dansende mensen.
In deze tijden zo aangrijpend.
Ook voor mijzelf.
Mensen gaan momenteel zo los op religie, omdat in naam van religies zulke vreselijke dingen gedaan worden. Maar religie is iets anders dan geloof. Religion, faith. Dogma tegenover vertrouwen. Zelfs in dat ene moment van angst toen die twee mensen wegslopen, voelde ik die arm om mijn schouder, voelde ik dat grote vertrouwen.
En ik dacht aan mijn ziekte, hoe een auto-immuunziekte te maken heeft met dat je strijdt tegen jezelf. Hoe mij dat altijd geleerd is, dat je moet strijden. Dat je minderwaardig bent als je niet strijdt. Dat je je waarde bewijst door te strijden. Door nooit genoegen te nemen met wat IS, maar altijd te streven naar dat het anders is. Dat dat is wat ik nu moet leren, en aan het leren ben.
En ik dacht: ook de mensheid lijdt aan een auto-immuunziekte. Van binnenuit vernietigt de mensheid zichzelf, omdat we nooit kunnen zijn met wat is, maar altijd de strijd hoog in het vaandel hebben. Glorieus is het om voor het vaderland te sterven.
Je ziet wel mensen die het anders proberen. Een moslimvrouw in Molenbeeke die oproept tot kaarsjes branden, daar midden op straat, in de vorm van een vredesteken. Maar de regeerderen bezigen oorlogstaal, willen wegvagen! en de grenzen dicht! en verzet!
Het zal niet helpen, het zal nooit helpen.
En dan denk ik ook weer: ik ben al zo oud, ik heb al zoveel geleefd en beleefd en gezien, het is nu niet meer zo moeilijk om me neer te geven. Maar hoe zou het zijn als kindeke iets aangedaan werd? Zou ik dan nog zo lankmoedig zijn? Ik denk aan vroegere vrienden die hun dochter verloren, en blijkbaar al een stuk verder op het pad der verlichting waren.
Ik weet alleen maar dat in vertrouwen de sleutel ligt. En dat elke dag opnieuw te proberen.
plaatwerken
Het staat natuurlijk stikvol prachtige platen, dit boek over het Symbolisme. Je zou een wissellijst willen inrichten en er elke dag een andere afbeelding indoen. Maar schenkt het vreugde als boek-in-de-boekenkast? Wat is eigenlijk de functie van een plaatwerk?
In oude boeken lees je het vaak: twee kinderen in een stoel, de hoofdjes gebogen over een fraai geïllustreerd werk. Of iemand die niet deelneemt aan een gesprek maar luistert terwijl haar handen de bladen omslaan.
In deze moderne tijd krijg we een vloed van mooie plaatjes over ons heen. Je hoeft maar een paar musea of andere kunstwebsites te volgen en je kunt je dagelijks aan moois vergapen.
Heeft het dan nog zin om een kast vol plaatwerken te hebben? Voor als het oorlog wordt en alle schoonheid verdwijnt? Voor als ik in een verre toekomst ooit een kleinkind krijg en met hem de boeken zal doorbladeren? Nou ja, dat deed ik met kindeke immers ook niet. We lazen wel veel, maar in haar boeken, niet de mijne (op wat kinderboeken na, dan).
Om de informatieve tekst hoef ik het ook niet te bewaren, daarvoor heb ik het niet gekocht. Ik kocht het bij de Slegte, voor weinig, om de mooie plaatjes. Waarvan ik veel meer geniet als ik ze gebruik voor collages of kaarten. Dan zie ik ze met het creatieve oog, dan beleef ik wél de vreugdevonken.










