
Man and his Symbols is alweer zo'n net-niet uitgelezen boek, er zit een bonnetje – dat dan weer wel – op bladzij 371. Ik herinner me er ook niet zoveel meer van, het is in die grote mythenbrij in mijn hoofd gesmolten. Ik herinner me veel meer van een boek dat ik niet heb, en dat ik beslist nog eens moet herlezen: Memories, Dreams, Reflections, waarin Jung terugkijkt op zijn leven. Een fascinerende geschiedenis met schrijfverige herinneringen, heel mooi om zo'n grote geest in werking te zien.
Er is zovéél te lezen, ik kwam in mijn dagboeken zoveel titels tegen waar ik enthousiast over schreef – biepboeken, meestal – dat ik er een aantal opnieuw besteld heb, tweedehands, via amazon. Nu maar hopen dat ze me opnieuw bieden wat ik nodig heb, voor de lessen die ik bij elke cirkelgang opnieuw leren moet.
En dat ze mijn naam bij de bank als Helle schreven, zou dat nog symbolisch zijn?
symbolisch
geschenk van de zee
A Gift from the Sea is zo'n onvervalst inspiratieboek. Ik kocht het in 2002, maar vermoed dat ik het al eerder had gelezen. Het staat vol wijsgerige beschouwingen over de zee en de schelpen en het leven. Het boekje dateert al uit 1955, het werd in 1975 opnieuw uitgegeven, met een verbaasd nawoord van de schrijfster. Dat haar persoonlijke problemen zoveel anderen aanspraken!
Maar dat merk ik zelf immers ook. Zodra je heel eerlijk en specifiek schrijft over wat jezelf beweegt, blijk je namens en voor velen te spreken.
En ja, zij is de vrouw van Charles Lindbergh.
poëzie
How to Read a Poem kocht ik op aanbeveling van Anna. Medeboekbloggers zijn een zegen, vooral als ze ongeveer dezelfde smaak hebben als jezelf en véél meer lezen en nog de tijd vinden voor uitgebreide besprekingen. Zelf heb ik daar lang niet altijd zin in, en volsta ik met een paar beoordelende zinnetjes op Goodreads.
Zolangzamerhand begin ik wel te begrijpen waar al mijn boekenleggers zijn gebleven, ook hier zit er weer een in, op bladzij 224 van de 356. (Daarom noemen ze ze ook wel Quitter Strips.) Kennelijk raak ik na verloop van tijd mijn enthousiasme kwijt, roept er weer een nieuw boek, en verhuist zo'n exemplaar weer terug van nachtkastje naar boekenkast.
Toch is het wel een prachtig boek, en ik heb een mooie strofe uit een gedicht van William Carlos Williams omcirkeld:
It is difficult
to get the news from poems
yet men die miserably every day
for lack
of what is found there.
TAW
Letters to a Young Artist is natuurlijk geroofd van Rilke, en het is op dezelfde manier opgezet – alleen zijn deze brieven aan een niet-bestaande X gericht, wat ze een heel andere lading geeft. Of liever: veel minder lading.
Ik snap wel dat ik het boekje kocht, wat waren we blij, kindeke en ik, om in Amsterdam eindelijk weer eens een boekwinkel te ontdekken die een béétje in de buurt kwam van de Amerikaanse genotspaleizen. Maar €14,75 is echt veel te veel geld voor een beetje in briefvorm rehashen wat al overal elders gezegd is. Dus wat doe ik ermee? Toch maar bewaren omdat ik nu eenmaal een TAW-adept ben?
levensreis
Op Doorreis naar Jezelf is weer zo'n boek waaruit ik veel ideeën heb opgedaan voor de autobiolessen. En indirect voor de Reis-lessen ook, het gaat over de levensreis. Er staan gedichten in, van Gerhardt en Morgenstern en Achterberg en Nijhoff en Geert Groote, en verhalen en beschouwingen over de reis.
Er zitten plakkertjes tussen, ik weet niet meer waarom, maar ik zie op de betreffende bladzij een mooi citaat. Levenskunst is: scheppend omgaan met de mogelijkheden die je hebt. Proberen zichtbaar, hoorbaar te maken wat in je leeft aan gedachten, ideeën, gevoelens, impulsen.
Ieder hoofdstuk eindigt met "oefeningen" (vragen om te overwegen) – en ik zie een antwoord in potlood dat me doet denken aan mijn blog van afgelopen week. Kun je je herinneren met welke visie op de mens je opgegroeid bent? Je kunt geen mens vertrouwen. Was deze visie bemoedigend of drukte hij op je? Onveiligheid, schreef ik erbij.
Het is een boek dat aanzet tot schrijven en tot beeldend bezig zijn, het gaat over leven en dood. Eentje om te herlezen.
oud boekje
Top Naeff, een klein autobiografisch boekje over haar leven, uit 1951. Ik heb het gelezen, de achterflap zit op bladzij 118 van de 142, maar onderstreept heb ik niets. Er staan maar twee bladzijden in over Schoolidyllen, ze schreef het in haar vrije tijd, vrijwel zonder doorhalingen (ze hoefde het niet eens in het net over te pennen voor ze het naar de uitgever stuurde), en achteraf snapt ze maar nauwelijks waarom het zo populair werd.
Misschien moet een mens van schrijvers niks willen weten. Al kan het enorm inspirerend werken om een schrijversdagboek te lezen, en de worstelingen tijdens het schrijven mee te beleven.
Maar dit is een terugblik. Een gekuiste versie. En het gaat meer over het literaire klimaat en de bijbehorende maatschappelijke verhoudingen. Wel interessant maar niet wat mij echt raakt. Terwijl haar boeken zo prachtig zijn!
Desalniettemin gaat het terug in de kast. Omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor oude boekjes.
verraad
De tweede keer was door mijn vader.
Hij raakte in het ziekenhuis met een longontsteking, en uit de onderzoeken bleek dat hij een hartoperatie nodig had. Dat wilde hij niet meer. Een besluit waar ik alle begrip voor had. Op de een of andere vreemde manier vervormde zich dat in het idee dat hij nu stervende was. Ik belde familieleden en vrienden, om een afspraak te maken om afscheid van hem te nemen. Alle getrouwen verschenen aan het bed, er waren tranen, er was bewondering.
Omdat er nu geen behandeling meer gedaan werd, en euthanasie geen optie was, hoe hij ook zijn best deed de raadsvrouw te overtuigen dat hij al sinds de HBS ondraaglijk leed, werd hij overgebracht naar het hospice, waar hij zou "versterven."
Toen ik daar de volgende middag verscheen, wist ik niet wat ik zag. Paps zat prinsheerlijk in bed te lezen, en vertelde hoe fijn hij het daar had. Hij had zijn lievelingsmaaltje mogen bestellen en het met smaak opgegeten. En iedereen vond hem heel bijzonder.
Geschokt en verbijsterd ging ik thee halen in de keuken. De dames vroegen mij wat mijn vader eigenlijk in het hospice deed? Ik wist het ook niet.
Ik voelde me verstarren. Ik zat als een Medusa in zijn kamer. Hoe had hij zo met de emoties van al die mensen kunnen spelen? Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ook de huisarts begreep totaal niet wat er gebeurde.
De dochter van een goede vriend van hem vertelde me dat ouderen wel vaker in de war raken door een ziekenhuisopname. Ik moest het me maar niet zo aantrekken, en het hem vergeven.
Wat ik deed. Ik zie me nog zijn kamer binnenkomen, ik zei: "I come in peace."
Maar in mijn ogen was mijn vader geen volwaardig mens meer. Hij had ons allemaal bedrogen. Hij was helemaal niet in de war, hij las de moeilijkste boeken in het hospice, terwijl ik intussen regelde dat hij naar een verzorgingshuis kon. Zelf zag hij daar de noodzaak niet van in. De buren – ontzaglijk lieve mensen die altijd heel veel voor mijn ouders hebben gedaan – zagen het immers als hun levenswerk om voor hem te zorgen.
Ik kreeg een opgeluchte mail toen ze hoorden dat hij ging verhuizen. Ze hadden niet eens meer op vakantie gedurfd.
Ik was zelf behoorlijk aangedaan door de gebeurtenissen, en kreeg door diezelfde goede vriend en dochter het aanbod om te komen praten. Dat ik echt mijn ei kwijt kon, zeg maar. Ik wilde niets liever.
Maar toen ik bij hen thuis kwam, bleek ik voor een tribunaal gedaagd. Voor ik mijn verhaal kon doen, kreeg ik de wind van voren. Hoe durfde ik zo over hem te denken, hoe kón ik zo'n slechte dochter zijn. Voor mijn verhaal was geen ruimte. Hún verhaal over hun "beste vriend" moest koste wat kost intact blijven. Het mijne accepteren zou dat onmogelijk maken.
Ze moesten eens weten hoe hij achter hun rug over hen sprak. Zoals hij over alle andere mensen sprak. Of ze nu een ander merk auto reden, op een andere partij stemden, gingen scheiden, andere boeken mooi vonden, wat dan ook! Andere mensen waren allemaal gek of minderwaardig. Ook de zogenaamd beste vrienden.
De mensen naar wie ik in vol vertrouwen was gegaan, zagen er geen been in mij als een baksteen te laten vallen. Ik zag het allemaal verkeerd en dat kwam natuurlijk doordat ik mijn scheiding niet goed verwerkt had. Dat was de derde keer.
Het was door het boek The Beheaded Goddess dat ik – na zijn dood - ging inzien hoe mijn vader werkelijk in elkaar stak. Ik las oude brieven die hij aan een vriend had gestuurd, ik las brieven die hij aan mijn moeder stuurde toen ze bij ons in Oman was, bij de geboorte van kindeke. Ze gingen enkel en alleen over hemzelf. Nooit vroeg hij naar zijn dochter of kleindochter. De brieven die mijn moeder terug stuurde waren zó lief dat ik ervan moest huilen. De lieve zorgen van een tante op wie hij verder alleen maar neerkeek werden nu genadiglijk in ontvangst genomen.
Door mijn opvoeding was ik klaargestoomd voor dit leven. Ik was iemand die nooit kritiek mocht hebben op een ander. Ik was iemand die geen eigen mening mocht hebben, tenzij die door wetenschappelijke artikelen en boeken werd ondersteund. Ik was iemand die geen emoties mocht tonen want dat was onredelijk. Ik was iemand die beslist niet egoïstisch mocht zijn. Ik mocht niets vragen voor mezelf, geen ruimte innemen, en moest uitsluitend leven terwille van een ander. Ik mocht me op niets laten voorstaan, ik mocht nergens trots op zijn, want mij waaide alles aan en het was duidelijk dat ik geen doorzettingsvermogen bezat. Ik moest vooral dankbaar zijn en zoet. Mijn plaats op deze aarde kon ik alleen verdienen door belangeloos dingen voor een ander te doen.
Ik was een ideale prooi.
Maar nu doorzag ik het patroon. Nu zou ik er nooit weer intrappen.
Dat deed ik wel.
Toen ik uiteindelijk mijn diagnose kreeg, begin vorig jaar, reageerde deze vriendin beledigd. "Maar IK heb spierreuma!" "Nee," zei ik, "dat is dus niet zo." Want zij had geen ernstige auto-immuunziekte waarvoor ze jaren aan de prednison moest.
In de daarop volgende weken – ik kon nog bijna niets – hoorde ik vrijwel niets van haar. Maar toen ze op vakantie ging, mocht ik opeens op de plantjes komen passen. Dat vond ik niet leuk. Dat heb ik gezegd. We hebben het "uitgepraat." Zij vond dat ik haar jaren van haar pijn had afgepakt.
Toen ze terug kwamen van vakantie waren ze heerlijk bruin. En zei ze: dan ga jij toch lekker ook naar Mallorca! Ik was net voor het eerst met de bus naar de stad geweest.
In de maanden daarna werd het niet beter. Ze toonde weinig belangstelling. Als we elkaar zagen domineerde ze – zoals altijd – de conversatie. Ze vertelde uitgebreid over mensen die kanker hadden en hoe erg zij dat vond en wat voor lieve dingen ze tegen hen gezegd had. Een doodenkele keer vroeg ze hoe het met mij ging. Als ik een paar dagen flink koorts had gehad, had zij óók koorts gehad, gisteravond nog. Als de pijn soms erg vervelend was, stond zij met veel vertoon van stijfheid op uit haar stoel. Ik maakte me zorgen om mijn ogen (gevaarlijke complicatie bij PMR), zij zag met 1 oog maar 80%.
Op een dag zei ze: ik zal jou eens even heel jaloers maken. Ze pakte haar ipad erbij, en ging me alle foto's laten zien van een uitstapje dat ze pas met een andere vriendin had gemaakt. (Mijn actieradius is sinds kort uitgebreid tot Appelscha.)
Ik schoot in mijn gewone reactie – ingeslepen van kindsbeen af aan. Liefde verdienen. Ik ging iets heel moois maken voor haar verjaardag. Natuurlijk was ze niet heel blij. Ze vindt niets mooi wat ik maak, ze reageert op geen enkel Facebookbericht, ze heeft ook nooit gezegd wat ze van mijn boeken vond.
Soms spraken we elkaar weken niet. Nu was de laatste keer zes weken geleden. Vaag staat me bij dat ze toen vertelde dat ze in juli nog een weekje weg zouden.
Zo mocht ik een mail ontvangen, gericht aan diverse kennissen, dat ze een weekje weg gingen, en dat Hella zoals gewoonlijk de sleutel had. Het was niet eens meer nodig om mij fatsoenlijk te vragen of ik de planten en de post wilde doen. Een mededeling volstond.
En daar was Medusa. Ik had het weer laten gebeuren!
Ik confronteerde haar met haar gedrag, en natuurlijk was ik gemeen en oneerlijk en had zij verschrikkelijk veel voor mij gedaan.
Ik had wéér veel te lang veel te veel gepikt.
Omdat ik immers geen kritiek mocht hebben, niet boos mocht worden, niets mocht vragen voor mezelf. Bovendien was het in deze afhankelijke positie niet veilig voor mij om ruzie te maken. De wereld is nooit veilig geweest voor mij.
Ik kan iedereen alleen maar aanraden om The Beheaded Goddess te lezen. Om te begrijpen hoe je als dochter van een narcistische vader – in welke vorm hij zich ook openbaart – wordt klaargestoomd voor een levenslange onderdanigheid. Hoe iedereen in de omgeving door hem verblind wordt, zodat ze medeplichtig worden aan de onderdrukking van het slachtoffer.
Iedereen die zegt "hij kan er niks aan doen" werkt mee aan de onderdrukking van het slachtoffer.
Het slachtoffer zelf werkt mee aan de onderdrukking. Uit angst, en omdat het vertrouwd voelt. Ik twijfel er niet aan of het ontstaan van mijn ziekte heeft daarmee te maken.
Daar wordt ook onderzoek naar gedaan.
Hier wordt zelfs gesteld: This result suggests the influence of stressful events in the clinical emergence of temporal arteritis and/or polymyalgia rheumatica.
ontploft circus
Sjoerd Kuyper is mijn absolute held qua jeugdliteratuur. Wie in een schoolleesboekje schrijft "het was er zo donker als binnenin een dropje" heeft iets heel goed begrepen. Zijn Robin-boeken zijn de allermooiste voorleesboeken.
Hoofden uit de Mist heeft als ondertitel "over de moderne jeugdliteratuur" wat een overzicht doet verwachten. Maar het gaat over het goed schrijven voor kinderen, hoe je dat doet en waarom. Het bevat ook briefwisselingen, en daar staan zulke behartenswaardige dingen in dat ik ze wel allemaal wil overschrijven, vooral zijn goede raad aan een meisje dat schrijfster wil worden:
"Als jij later schrijfster wilt worden, bedenk dan dat je niet iets bijzonders moet zijn, maar iets bijzonders moet maken. Veel schrijvers vergissen zich daar enorm in, draaien het juist om en lopen als een ontploft circus over straat. Niet doen! Misschien kun je beter dierenarts worden en dan 's avonds mooie boeken schrijven over dieren."
En een paar bladzijden verderop: "Als je verhalen gaat schrijven moet je dan doen omdat je graag verhalen wilt schrijven, niet om beroemd te worden. Als je schrijft om beroemd te worden ga je niet schrijven wat je leuk vindt, en mooi en goed, maar dan ga je verhalen maken waarvan je alleen maar hoopt of denkt dat anderen ze leuk en mooi en goed vinden."
En dan te bedenken dat ik dit voor een paar euries op de kop tikte bij De Slegte. Het moest verboden worden.
toevoeging dd 030617: het dropje is van Erik van Os!
dierbaar
If You Want to Write (1938) is een van mijn dierbaarste schrijfboeken. Het geeft je als 'amateurschrijver' (dat wil zeggen: iemand die niets liever doet dan schrijven, of het nu gepubliceerd wordt of niet) het gevoel: zie je wel! Het is juist goed wat ik doe. Het is geen tijdsverspilling, het is niet egoïstisch.
Ueland giet je vol met redenen waarom je wél moet schrijven. Waarom je het huishouden moet laten versloffen, waarom je moet luisteren naar de tijgers van je toorn (Blake), waarom je een uitgebreid dagboek moet bijhouden.
Het is The Right to Write maar dan zestig jaar eerder.
En ik heb hem al vaak geciteerd, maar de laatste alinea zou boven ieder schrijversbureau moeten hangen:
"Waarom schrijven? Omdat er niets is wat mensen zo ruimhartig, zo vrolijk, levendig, heldhaftig en meedogend maakt, en zo wars van vechten en het verzamelen van spullen en geld. Omdat de beste manier om de waarheid te leren kennen is er uitdrukking aan proberen te geven. En wat anders is het doel van ons bestaan dan het ontdekken van waarheid en schoonheid, en die te delen met anderen?"
een snoezig schrijfboek
Ik heb het prijsstickertje eraf gepeuterd maar zo te zien komt ook dit boek weer van de Half Price Books. Het ziet er beeldig uit, en als je niet veel schrijfboeken gelezen hebt, is het ook wel inspirerend. Het staat nog in de kast omdat ik dacht: al die citaten! Daar moet ik nog iets mee voor de Facebookpagina.
Maar citaten … ik kreeg op m'n kop van iemand dat ik het nu maar weer los moest laten, dat citatendebacle van de School of Life. (Oh, even kijken of er vandaag weer iets op staat ;-).
Deze mevrouw Sophy valt door de mand met haar Goethe-citaat. Hoe hard en hoe vaak moet ik het nog roepen? Dat is niet van Goethe!
Dus, iemand nog een snoezig schrijfboek, stikvol mooie citaten, vergezeld van poëtische tekstjes over schrijven?
Be my guest.
(Hoera! Want gister lag er een vers boek in de brievenbus: Awakening the Writer Within.)







