Auteur Archief: Hella
112 – de weef
Na het ontbijt legde Fegman uit waar ik zou kunnen wonen en werken. "En later kunnen de kinderen daar ook naar school," zei hij, alsof het volkomen vanzelfsprekend was dat ik voor altijd in Barraspira zou blijven. Een mens kon … Lees verder
111 rijkdom
Ik kleedde de kinderen uit, ontdeed mezelf van mijn door en door vuile wollen pak en met ons drieën baadden we ons. Er was zeep, er was badolie, er waren droogdoeken, wat was het heerlijk om je zo schoon te … Lees verder
110 – naar Barraspira
Op de kade stonden mannen om de koopwaar aan land te brengen. Stedman nam afscheid, Fegman zei: "Ik breng je." Wat kon ik anders dan hem vertrouwen? Hij nam Mia op de arm – vanwege zijn bontkraag liet ze het … Lees verder
109 – het schip
De volgende ochtend zou ik het schip zien. Fegman en Stedman vonden het prima dat we meereisden, ik hoefde er niet eens voor te betalen. Een paar dragers kwamen hen halen, ze namen de grote, zware stapels zeehondenvellen op hun … Lees verder
108 – Yifam
Ik bleef staan bij een uitstalling van bontrandjes. De vrouw die erachter zat – ze was denk ik even oud als ik – keek me nieuwsgierig aan. Spottend zei ze: "Welkom bij de Tweede Meisjes van Wyda Moor! Zit er … Lees verder
107 – zeehondenbont
"Blijf je nog een nacht?" vroeg Wydfam toen de mannen vertrokken waren. "Dan kun je morgen met hen meereizen." Dat klonk als een goed idee. Zou ik de kinderen even bij haar kunnen laten zodat ik zelf het eiland kon … Lees verder
106 – wapenrusting
In de eetzaal de volgende morgen zaten twee mannen met prachtige mantels aan. Dieprood fluweel afgezet met wit pluizend bont, ik kon mijn ogen niet afhouden van de schoonheid ervan, en Mia liet zich van de zitbank glijden om er … Lees verder
bui
Het vorige narcismeverhaal is alweer een tijdje geleden. In de tussentijd heb ik weer het nodige meegemaakt. Ik had het al aardig verwerkt en achter me gelaten, dacht ik, tot persoon in kwestie me vandaag openlijk beschuldigde op twitter. Haar … Lees verder
105 – Wyda Moor
Op het strand van Wyda Moor stond een groepje mensen ons op te wachten. Of liever gezegd: ze wachtten op de uilen. Want zodra wij allemaal op het zand waren neergelaten, hielden de mensen de aan elkaar gebonden pakketten omhoog … Lees verder
104 – de grootuilen
Ik pakte de draagzak weer netjes in, zette Bo erin en hees hem om mijn schouders. Ik had Mia een warme doek omgedaan, met daar overheen haar harnasje. Niet veel later kwam Manuva ons ophalen. Hij had een harnas voor … Lees verder










