108 – Yifam

Ik bleef staan bij een uitstalling van bontrandjes. De vrouw die erachter zat – ze was denk ik even oud als ik – keek me nieuwsgierig aan. Spottend zei ze: "Welkom bij de Tweede Meisjes van Wyda Moor! Zit er iets voor je blij?"
Achter haar lag een bedrol, en aan de achterste balk van het afdak hingen wat kleren. Het was niet veel anders dan de vrouwenzaal op Kraeckten San, alleen nog wat armoediger en nog minder privé. Het vuile werk laten opknappen door de Tweede Meisjes, en dan zelf geestelijk rein door het leven gaan – dacht ik dat toen, of denk ik dat nu?
In elk geval kocht ik twee bontrandjes, voor Mia en Bo om mee te spelen, of wie weet ooit op een jasje te naaien.

Wydfam zat aan tafel met de kleintjes toen ik terugkwam. Ze had brood voor hen in stukjes gesneden met een smeerseltje erop dat misschien wel van zeehonden kwam. Ik wilde het niet weten, ze aten er met smaak van.
"Wil je nog wat, Miafam?"
Miafam? "Miama," verbeterde ik.
Wydfam keek me aan met iets afkeurends in haar blik. "Hoe heet jij dan?" vroeg ze.
"Yima van Rodva," zei ik.
Weer die blik.
"Wat?" zei ik.
"De Heerman van Lopweteka heeft – oh, al duizend manen geleden – besloten dat –va en –ma te veel herinneren aan … " Ze kreeg het woord niet uit haar mond en sloeg haar ogen neer.
"Onze namen eindigen op –man en –fam, dat is … reiner. Ik zou me maar Yifam noemen hier, dat is veiliger."
Weer mijn naam veranderen? Daar ging ik nog even over nadenken.

Terwijl de kinderen hun middagdutje deden, bekeek ik mijn schild nog eens uitgebreid. Het was een beetje geknakt, en er misten twee paneeltjes. Maar wat zou ik veel moois kunnen maken! Het uitklappaneeltje van Wyda Moor was van geëmailleerd koper. Vaag schemerde er een mannengezicht door, ik kon me nauwelijks herinneren dat ik dat met opzet zo gemaakt had. Het gezicht was maar half zichtbaar, kin en mond gingen schuil achter wat wel een bontkraag leek. Daar tegenover, op het schild zelf, zat Lopweteka. Dat was een kleipaneeltje, beschilderd en geglazuurd. Een schip met vele zeilen zag ik. Had ik dat zo gemaakt? Zo'n schip had ik nog nooit gezien.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *