112 – de weef

Na het ontbijt legde Fegman uit waar ik zou kunnen wonen en werken. "En later kunnen de kinderen daar ook naar school," zei hij, alsof het volkomen vanzelfsprekend was dat ik voor altijd in Barraspira zou blijven. Een mens kon zich niet beter wensen, en een vrouw die op dubieuze wijze zonder man was al helemaal niet.

"We noemen het een weef," zei hij. "Dat stamt nog uit de tijd dat zulke vrouwen de kost voornamelijk verdienden met het weven van het witte linnen voor onze kleren. Maar in de loop der tijd werd het ons duidelijk dat alleen wit dragen niet genoeg is. Houvast is nodig, voor jezelf en om elkaar eraan te herinneren. Wapenrusting. Zo dragen zulke vrouwen bij aan hun eigen zielenheil en dat van de stad."
Zulke vrouwen. Met een schok van verdriet dacht ik aan Jonnama. Hoe zou zij het redden zonder mijn broer?

Fegman herhaalde de woorden van Wydfam: "De wapenrusting bewapent ons tegen onreinheid, tegen de verzoekingen van het ronde pad. In een weef wonen vrouwen bij elkaar die om wat voor reden dan ook geen man meer hebben. Sommigen zijn weduwe, van anderen verblijft de man in de Visietunnel, van weer anderen is de man op pelgrimstocht …" Nu keek hij me vragend aan.
Wat moest ik zeggen? Verzinnen dat ik weduwe was? Dat ik een vrome echtgenoot had die onderweg was naar de Rots?

"Mijn man was geen goede vader," zei ik. "Ik moest mijn kinderen redden."
Het was de waarheid.
Fegman keek me streng aan.
"Ja, die zitten er ook af en toe tussen. Maar de weef is geen vluchtoord. Meestal keert zo'n vrouw terug naar waar ze hoort."
Ik hield me maar vast aan het woord 'meestal' en zei niets.
"Ga je spullen maar halen," zei Fegman. "Dan breng ik je."

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

6 Reacties op 112 – de weef

  1. Elly van Doorn schreef:

    Weer een mooie opening voor allerlei toestanden die in vastgezette denkpatronen frustreren en ellende veroorzaken. Wat ben jij toch knap om al dat soort dingen afwisselend voorbij te laten komen en er een spannend verhaal van te maken. En wat geniet ik er iedere morgen van.

  2. Lianne Hartman schreef:

    Het is geen toevluchtsoord, dat wordt hier zowel impliciet als expliciet goed duidelijk. Die Fegman voelt wel erg streng, ik vertrouw hem niet.
    Geen zorgen over spanning, die zit er echt wel in. Hier in elk geval, ik kan natuurlijk nog niet over het vervolg spreken.

  3. Ferrara schreef:

    'Mijn man was geen goede vader, ik moest mijn kinderen redden.'
    Het is van alle tijden.
    En van deze kreeg ik het koud. 'Meestal keert zo'n vrouw terug naar waar ze hoort.' Niet doen wilde ik roepen. Ik zit er helemaal in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *