Auteur Archief: Hella
122 – buren (2)
Ik had ook aan de andere kant een buurvrouw, maar zij hield zich afzijdig, ik had me nog niet eens aan haar voorgesteld. Letifam vertelde me op zachte toon dat Blufams man samen met die van mijn voorgangster in de … Lees verder
121 – riet kopen
Riet zag ik intussen nergens, en toch moest het er zijn, gezien de afdakjes en gezien sommige manden waarin spullen opgetast lagen. We moesten het wel vragen, er zat niets anders op. Bij een stalletje waar wol verkocht werd vroeg … Lees verder
120 – de warenmarkt
Met Morfam ging ik de volgende dag naar de warenmarkt. Zij scheen een beetje de Hoge Ma van onze weef te zijn. Haar borg lag naast de ingang. Ze woonde er samen met Tikman, haar zoon die al tien was … Lees verder
119 – op de stadsmuur van Barraspira
Ik gaf een onderdanig knikje en liet zijn nieuwsgierige blikken van me afglijden. Want wat was het uitzicht hier schitterend! De witte, glinsterende stad, de zee in de verte, de zinderende schaduwboog van de Rondweg … Hier kon ik goed … Lees verder
118 – naar de Opperman (2)
Storeman zat achter precies zo'n mooie tafel, er lagen ook van die kleurige tapijten op de vloer. Zijn bontkraag was zo hoog dat zijn mond er haast in verdween. Fegman deed gelukkig het woord. "Dit is Yifam, vluchtelinge uit Registana, … Lees verder
117 – naar de Opperman
We moesten eerst naar Storeman, de Opperva – nee, Opperman – van Barraspira, voor een verblijfsvergunning. "Ik heb je lof als rietvlechter al gezongen," zei Fegman, "maar je moet wel met een beter vluchtverhaal komen. Ik heb inmiddels inlichtingen ingewonnen, … Lees verder
116 – buren
Het bleek dat Mia's vriendinnetje naast ons woonde. Haar moeder kwam naar me toe, ook met een kleine jongen op de arm. "Welkom," zei ze. "Ik ben Letifam, dit is Otta, en deze kleine man heet Burman." Ik noemde onze … Lees verder
115 – de armen van het kruisje
In het slaapvertrek stond ook een houten kast met een wijde kom en een waterkan erop. Morfam opende de deurtjes ervan en liet me zien dat er een paar kledingstukken in lagen. Ook wat kinderkleertjes en droogdoeken, zag ik. Waren … Lees verder
114 – onze borg
De weef was veel groter dan ik me voorgesteld had van Fegmans beschrijving. Er stonden stenen huisjes van twee verdiepingen in een vierkant rondom de binnenplaats. Voor de huisjes langs was een afdak van riet, waaronder ik verschillende vrouwen aan … Lees verder
113 – de borg
We daalden dezelfde straatjes af die we gisteren hadden beklommen, tot bij de onderdoorgang van de Visietunnel. Daar sloegen we rechtsaf. Dit was de weg die rechtstreeks vanaf de haven naar de middelste wachttoren liep. "De weefs liggen allemaal tegen … Lees verder










