109 – het schip

De volgende ochtend zou ik het schip zien. Fegman en Stedman vonden het prima dat we meereisden, ik hoefde er niet eens voor te betalen. Een paar dragers kwamen hen halen, ze namen de grote, zware stapels zeehondenvellen op hun rug. Eentje bood aan om Mia te dragen, maar het kind klemde zich bang aan mij vast. Achteraan de stoet bereikten wij als laatste het strand. Het schip lag een eind verder in zee, de zeilen al gehesen. We werden er met kleine bootjes naartoe geroeid. Hier zaten we niet op de bodem van een vuile boot, hier zaten we op prachtig besneden houten banken, bedekt met donkerrode kussens. Het was een blauw met gouden dag, de wind blies gestaag maar niet koud, Mia en Bo zaten op hun knietjes naar het water te kijken, de leren tuigjes kwamen nogmaals van pas.

Ik zag dat Fegman naar mijn schild keek. "Jouw werk?" vroeg hij.
Ik knikte. "Ik ben rietvlechter."
"Daar hebben we er niet veel van in Barraspira, daar zie ik wel handel in."
Hij sloeg zijn ogen ten hemel en deed ze meteen daarna dicht. Ook Stedman sloot zijn ogen. Ze legden hun handen met de palmen omhoog op hun knieën en murmelden, ik kon het met moeite verstaan: "Grote Hemren, sluit onze ogen voor het Ronde Pad, Grote Hemren, sluit ons de ogen voor het Ronde Pad …"
Een schaduw schoof over het schip, of liever: we voeren onder de schaduw door, de schaduw die ik had gezien in de zandduinen, heimwee overviel me even zó sterk dat ik ook mijn ogen sloot.

In de middag zagen we Barraspira opdoemen, een blinkend witte, ommuurde stad over verschillende hellingen gebouwd. Verbeeldde ik het me, of zag ik ook daar, boven de middelste heuvel, een schaduwstreep? Maar wat leek het een prachtige stad! De kooplui moesten lachen om mijn ademloze verrukking.
"Weet je waar je moet zijn?" vroeg Fegman.
Ik had steeds gedaan alsof Barraspira een welbekende bestemming voor me was, maar dat kon ik nu niet meer volhouden.
"Ik weet wel een herberg voor je."
Het was ook de eerste keer dat ik een echte haven zag, met kademuren om de schepen aan te leggen en over een loopplank aan land te stappen. Zou ik hier mijn nieuwe leven kunnen beginnen? Was ik nu buiten bereik van Hebotva's mannen?

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *