118 – naar de Opperman (2)

Storeman zat achter precies zo'n mooie tafel, er lagen ook van die kleurige tapijten op de vloer. Zijn bontkraag was zo hoog dat zijn mond er haast in verdween.
Fegman deed gelukkig het woord.
"Dit is Yifam, vluchtelinge uit Registana, moeder van twee kinderen, bij mij in dienst als rietvlechter."
Oh?

Storeman bekeek me. "Waarom draag je geen wapenrusting?"
"Die is ze kwijtgeraakt op de vlucht," zei Fegman. Zouden die leugendruppels ook achteraf werken? vroeg ik me af.
"Zodra ze aan het werk kan, komt daar verandering in. Daar zorg ik wel voor."
"En wat maak je zoal?" vroeg Storeman.
"Draagmanden, voorraadmanden … "
"Van alles," vulde Fegman aan.
"Ik bestel drie wijde schalen voor het stadsfeest," zei Storeman. "Voor vruchten en voor wapenrusting. Als die naar genoegen zijn, kun je blijven."
"Dankuwel," zei ik zacht en eerbiedig. Maar mijn hoofd liep vol met vragen, wanneer was dat stadsfeest? Waar haalde ik mijn materiaal vandaan?

Op de terugweg stelde Fegman me gerust. Het stadsfeest was pas over 3 manen. Morfam zou met me meegaan om riet of gras of wat ik maar nodig had in te slaan.
In de tunnel gebeurde er niets. Was het een loos dreigement geweest? Of had je leugens in soorten, net als vragen? Toen we bij onze weef waren aangekomen, sloegen we linksaf. We liepen om de muur heen die het terrein omgaf, tot we uitkwamen bij de stadsmuur waar hij op aansloot.

Via een smalle trap kwamen we op de stadsmuur, die aan beide kanten van kantelen was voorzien. Ademloos keek ik uit over de witte stad, en aan de andere kant over een weids, heuvelachtig landschap. Maar we gingen nog hoger. Fegman floot op zijn vingers – een geluid waarvan ik me afvroeg of het wel netjes was, gezien de boze blik van Morfam toen ik naar Mia had geroepen. Maar iemand bovenop de toren floot terug. Ik volgde Fegmans zwaaiende mantel de toren in.
Bovenop werden we door een jonge man verwelkomd.
"Mijn zoon," zei Fegman trots.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 118 – naar de Opperman (2)

  1. Lianne Hartman schreef:

    Wat jammer dat het hoofdstuk al weer af is, ik heb nog zoveel vragen en wil nog zoveel weten. Poeh, wat is het soms lastig om geduldig te zijn. 🙂
    Mooie spanning, Hella.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *