Auteur Archief: Hella
170 – wie is er gevlucht?
Ik gaf het potje zalf terug aan Sisifam. Waarom zat zij hier? Waarom oogde zij minder zwak, minder mager, minder vuil dan wij allemaal en zag ik dat nu pas? Maar ik zei: "Dankjewel," en rolde op mijn zij, mijn … Lees verder
169 – het gesprek bij de muur
In de avond was er weer het gebruikelijke gesprekje bij de muur. Ik had me niet eerder gerealiseerd dat Sisifam meestal naar het gat kwam als Zaloman aan de andere kant stond. Nu Blufam er was, had ze vaak geen … Lees verder
168 – visioen
Ik kon het aan niemand te vertellen. Het zou hen in gevaar brengen en mij mogelijk ook. Was er echt nog nooit iemand uit de Visietunnel ontsnapt? Waarom heette het eigenlijk de Visietunnel, omdat je er opgesloten werd vanwege een … Lees verder
167 – Murmerflu (2)
Ik peuterde het flesje uit mijn matras en deed een drup in mijn mok. "Wil je ook?" Sisifam hield haar beker bij maar zette hem vlug terug op de grond, want er ging alweer een deur open. Een bewaakster – … Lees verder
166 – Blufam en Zaloman
Ik verlangde zo naar mijn kat dat het bijna pijn deed. En trots voelde ik me ook. "Burman is ontsnapt, en Kuuksi ook. Maar Morfam had natuurlijk wel in de gaten dat ik … zij en Tikman hebben me samen … Lees verder
165 – Kuuksi leeft?
"Toen jullie weg waren, heeft Otta je kat opgeraapt. Wonder boven wonder was ze niet dood. Otta heeft haar verzorgd, ze was zó lief voor dat beestje." Blufam wilde met haar geschonden hand over haar ogen wrijven, snel trok ik … Lees verder
164 – Blufam
Nuzafams matras bleef een flink aantal dagen leeg. Soms werd ik midden in de nacht wakker doordat er iemand naast me kwam liggen – Morfamzus. Ik was als de dood dat er weer iets vanaf het dak op me neergegooid … Lees verder
163 – de zoon van Nuzafam
Ik begreep oprecht niet wat Morfamzus bedoelde. "Schijnheilig wijf, je hebt toch wel iets om mij mee te plezieren? Zo'n prinsesje als jij?" Ze kwam vlak voor me staan en frunnikte met haar smerige vingers aan de halslijn van mijn … Lees verder
162 – Murmerflu
De hele dag dacht ik tijdens het spinnen aan mijn droom. Aan Storma, aan het touw. Aan het eind van de dag haalde ik twee el van mijn gesponnen draad af en knoopte het om mijn hals. Onder de muntjesdoek, … Lees verder
161 – alles went
Ik weet niet hoeveel dagen er zo verstreken. Ze waren allemaal gelijk. Alles went, zelfs gevangen zitten in een schemerige, stinkende tunnel, jezelf zo vies voelen, en hongerig, zwak, suf, wanhopig op een doffe, berustende manier, geen uitweg zien en … Lees verder









