163 – de zoon van Nuzafam

Ik begreep oprecht niet wat Morfamzus bedoelde.
"Schijnheilig wijf, je hebt toch wel iets om mij mee te plezieren? Zo'n prinsesje als jij?" Ze kwam vlak voor me staan en frunnikte met haar smerige vingers aan de halslijn van mijn gewaad.
"Zal ik het scheuren? Net als je mooie witte tuniekje?"
"Nee, wacht," zei ik. Ik trok de gouden ketting onder mijn muntjesdoek vandaan en deed hem over mijn hoofd.
Ze griste hem weg. "Als ik het niet dacht, prinsesje van me. En die lap?"
"Die is van mijn moeder geweest," zei ik zo meelijwekkend mogelijk.
Morfamzus grijnsde. "Dan bewaren we die voor de volgende keer." En ze vervolgde haar inspectietocht.

Het geschenk van de grootuil – was het een cadeau of een verraderlijke truc? - was blijkbaar aan de mannenkant gevallen. Er klonk een afgrijselijk geschreeuw, gevolgd door een doodse stilte waarin alleen een slepend geluid te horen was.
Pas toen de werkgeluiden weer begonnen waren vroeg ik aan Sisifam: "Wat doen ze met de doden?"
"Ze laten ze liggen tot ze beginnen te stinken."
Ik dacht aan de smerige lucht die die eerste nacht uit mijn matras opsteeg.
"Dan dumpen ze ze op het kerkhof."
"Komen ze dan hier … langs ons?"
"Nee." Sisifam keek me even oplettend aan. "Nee …"

Die avond kwamen we aan de weet dat het Nuzafams zoon was die ze hadden gedood. "Maar het geschenk is veilig," voegde de man die het doorgaf er aan toe.
Nuzafam schreeuwde het uit. "Wat kan mij dat schelen! Hij is dood! Mijn jongen!"
Sisifam en ik probeerden haar te kalmeren terwijl andere vrouwen de steen snel terugschoven in de muur. Nog geen tel later ging de deur open. Een mannelijke bewaker stapte onze afdeling op, trok de huilende vrouw uit onze armen en sleepte haar mee naar het eind van de tunnel. Haar gejammer verstomde acuut.
We moesten onze behoefte doen daar waar zij lag, haar keel doorgesneden, na een dag krioelend van ongedierte. Op de ochtend na de derde nacht was ze verdwenen.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

3 Reacties op 163 – de zoon van Nuzafam

  1. Ferrara schreef:

    Het lijkt wel of het steeds gruwelijker wordt. Als dit al een boek was zou ik nu even wegleggen om bij te komen.

  2. Hella schreef:

    ik zal er in de nieuwsbrief een stukje aan wijden (over het beschrijven van gruwelen)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *