167 – Murmerflu (2)

Ik peuterde het flesje uit mijn matras en deed een drup in mijn mok. "Wil je ook?"
Sisifam hield haar beker bij maar zette hem vlug terug op de grond, want er ging alweer een deur open. Een bewaakster – niet Morfamzus ditkeer – liep langzaam door de vrouwengang, haar ogen gespitst op ongewone voorwerpen. Aan een veter om haar nek hing de sleutel die ze gebruikt had om binnen te komen. Zou die ook op de tussendeur passen? De deur tussen de mannen- en de vrouwengang?

Ze bleef voor mij staan. "Jouw gedachten staan me niet aan," gromde ze.
Ik probeerde uit alle macht om aan lichte, mooie dingen te denken. Aan het meer met de vogels, aan de kreek … en hoopte dat mijn gezicht die zou weergeven.
Het was een les: Murmerflu werkt, maar ze kunnen het aan je zien. Ik moest dubbel oppassen nu. Ik spaarde al een hele tijd eindjes garen. In de avond, voor het slapengaan, vlocht ik ze in elkaar en voelde met mijn handen hoe sterk het werd. Mijn handen werden moordzuchtig van Murmerflu, de hand met het gat kromde zich tot een klauw.

Het duurde een aantal dagen voor ik weer een drupje durfde te nemen. Mijn hoofd werd er druk van, ik kon niet slapen en lag vol onuitgekookte plannen omhoog te kijken, naar de vale lichtboog boven mijn slaapplaats. Toen verscheen er opeens het silhouet van een kattenkopje, ik schreeuwde het bijna uit: Kuuksi! Ze mauwde zacht, ze was het echt. Vanaf het dak zakte een draad naar beneden met een scherfje eraan. Er stond iets op gekrast in letters van roet, ik kon ze lezen doordat de maan net onder de schaduw door scheen. HEBOTVA BURMAN.

Wat moest ik doen? Hoe kon dit? Nee, nee, het mocht niet, hij mocht me hier niet vinden … radeloze gedachten buitelden over elkaar heen. Ik moest antwoorden, maar ik had niets om mee te schrijven, er paste ook niets meer bij op het scherfje. De draden om mijn nek leken me te verstikken … ik voelde mijn muntjesdoek.
In het schemerdonker trok ik er een munt af. Zou het genoeg zijn? Zou Burman het snappen? Ik kraste met de munt een Y achterop het scherfje, ik knoopte de munt met de rafels rode stof aan het touw en fluisterde omhoog: "Kuuks! Neem het mee!"
Weer een antwoordmauwtje, toen trippelde ze weg over het dak, het touw met het scherfje en de munt achter zich aan slepend.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *