Categorie archief: feuilleton
342 – de uilentest
Er liep een smalle, half verrotte steiger het meer in. Ik dacht aan het zusje van Mia dat in het Graysameer verdronken werd. Wat stond ons te wachten? Onze kleine stoet hield halt aan het begin van de steiger. Murk … Lees verder
341 – het Murmermeer
Terwijl de voorhang weer ondoorzichtig werd, zag ik in een flits schild en draagzak voorbij schieten toen de uil opsteeg. Puciva keek door de kijker en zei: "Ja! Daar gaat ze!" Ik dacht bij alle uilen automatisch aan 'hij' maar … Lees verder
340 – de roeiers
We schrokken op toen dezelfde schrille vrouwenstem weer riep: "Murk!" Avondeten, zij wel. Ik stond op om door de kijker te kijken. In de verte, op de zee, zag ik … ik geloofde mijn ogen niet. "Kom eens, kijk jij … Lees verder
339 – uilentaal
Vlug terug door de voorhang, ik zat nog na te hijgen van haast en opwinding toen er buiten voetstappen klonken. Stemmen hoorden we ook maar verstaan konden we ze niet. De mensen op Morck - misschien waren het alleen deze … Lees verder
338 – de uilen op Morck
Ik begon Puciva te vertellen over alles wat ik had meegemaakt met uilen. De goede uilen op Schorre Clif, de uil die Otta had vermoord, de uil die de broer van Gladefam had gedood, de uilen langs de Heerweg, de … Lees verder
337 – op Morck
Ronde hutjes waren het, halve ronde bollen, bedekt met veren, omringd door een krans van klimopachtige planten, en voorzien van een ingang met een voorhang. Bovenop de middelste hut, die ook iets groter was dan de andere, was een uitsteeksel. … Lees verder
336 – aankomst op Morck
We wilden afdalen om in de richting van die hutjes te lopen, maar een uil dwong ons met kalme vleugelslag de andere kant uit. We moesten omlopen via het strand, zoveel was duidelijk. Van het eiland zagen we niets zo, … Lees verder
335 – weg van Voocklama (2)
En toen opeens mauwde Kuuksi keihard, zo'n mekkermauw, alsof ze een vogeltje zag. Achteraf kan ik er wel om lachen. De lucht werd bijna helemaal verduisterd door een enorme vlucht grootuilen. Een paar landden op het strand, pikten aan de … Lees verder
334 – weg van Voocklama
En opeens wist ik wat Kuuksi bedoelde. Dronken, lachende uilen … Het was onze enige kans. Ik deed de zaadjes in mijn spiegelpotje zodat ze meer voor het grijpen waren, deed ook de Hemrond in mijn broekzak en pakte de … Lees verder
332 – op Voocklama (2)
We werden gewekt met waswater en ontbijt. "Ga jij maar eerst," zei ik tegen Puciva. Ik ging voor het raam staan. Kuuksi zat er weer, hetzelfde standbeeldje als gisteren. Ze keek me aan alsof ze iets zeggen wilde. Ik grabbelde … Lees verder









