Categorie archief: feuilleton
196 – de Heerweg
Vol ongeloof aanschouwde ik nu de grote afgeplatte keien met sporen van karrewielen, in de verte geflankeerd door zuilengalerijen langs de kant, en bouwsels die waarschijnlijk herbergen waren of winkeltjes, en marktkraampjes waar je overdag hopelijk etenswaren kon kopen. Op … Lees verder
195 – de Heerweg
We namen alle drie een drup. In mijn mond voelde het als een grote slok van een zoete, bittere, zure, prikkelende drank, de prikkeling zette zich voort in mijn hoofd en naar mijn armen. Ik wilde ook de boom in … Lees verder
194 – waterplatenbloed (2)
Nu was het zaak om eerst de Schaduw weer te bereiken. Het bos was aan deze kant van de rivier een stuk armetieriger. Voorbode van het lege kwartier? Ik was mijn konijnevellen kwijtgeraakt maar mijn voeten voelden minder kwetsbaar, alsof … Lees verder
193 – waterplatenbloed
De helgaviaal liep nog stug door maar het ging steeds langzamer. Als het geen menseneters waren, waarom volgde hij ons dan? Zou het het bloed uit de stengels zijn? "We moeten de platen omkeren," zei ik tegen Gladefam. "Niet met … Lees verder
192 – waterplaten (2)
"Jullie nemen elk een blad," besliste Burman. "Voor mij is het niet erg als ik water binnenkrijg. Denk ik." "Maar kun je dan zwemmen?" vroeg ik verbaasd. "We kregen zwemles op school. In de haven," zei hij. Daar had Bo … Lees verder
191 – de helgaviaal
Bij het eerste sneetje begon de stengel te bloeden, het water in de poel kleurde donkkerrood en begon te kolken, opeens kwam een enorme bek het water uit, zoveel tanden! Het beest van mijn paneeltje! We deinsden allemaal net op … Lees verder
190 – waterplaten
"We moeten uit de schaduw," zei Burman. "Kijken of er een rechter, rustiger stuk is, verderop." We wilden naar het noorden lopen, stroomopwaarts, omdat dat onze richting was, richting Harstamar. Maar Kuuksi liep naar het zuiden, hoe ik ook riep: … Lees verder
189 – Helvarderaflu
Zo lukte het ons met de hulp van Kuuksi de Helvarderaflu te bereiken. Een keer kwamen we onderweg een jager tegen met een bos konijnen op zijn rug. Burman stapte naar voren en vroeg: "Hoeveel?" Hij haalde een munt uit … Lees verder
188 – eten
"Maar zes dagmarsen," zei ik. "Dan moeten we toch eten onderweg!" Mijn maag had al lang afgeleerd om te rammelen, maar ik voelde me zo slap. Ik zag wel piepkleine visjes aan mijn tenen knabbelen, en af en toe zwom … Lees verder
187 – de route naar Harstamar
Burman rende mijn kant op, Gladefam met zich mee trekkend. Boven de bomen hing Geruman als een slappe pop in de klauwen van de grootuil. Gladefam wilde zitten, wilde huilen en rouwen of in elk geval een moment van bezinning, … Lees verder









