Categorie archief: feuilleton
186 – Geruman
We moesten verder. Vragend keek ik Gladefam aan. Wilde ze met ons mee? Wilde ze bij haar broer blijven? Het zou hun beider dood betekenen, maar ook dat kon een keuze zijn. Zij had niet, zoals ik destijds met Rodva, … Lees verder
185 – de Hemrond
Gladefam had al kennisgemaakt met Burman. Ik zei: "Geef de beker eens, Burman." Hij haalde hem uit de diepe zak van zijn tuniek. Ik haalde water voor Geruman. Zijn gezicht zat onder het bloed, een diepe snee liep over zijn … Lees verder
184 – hoe nu verder?
"Hard zijn, Yimama," zei Burman. Zijn stem weer zo standvastig. "Als jij het niet gedaan had, had ik het gedaan. We kunnen het ons niet veroorloven om ons vrijwillig in een ander regime te schikken. Ik kan me ook haast … Lees verder
183 – Rietvrouw en Rekenaar
"Ik ben ook een Rietmeisje," zei ik. "Of liever een Rietvrouw." "En jij?" vroeg ze aan Burman. "Rekenaar," zei hij. "Goed, Rietvrouw en Rekenaar. Zijn jullie bereid om toe te treden tot het redwerk? Dan zal ik jullie vertellen wat … Lees verder
182 – het redwerk (2)
"Een redwerk?" vroeg Burman. "Een keten van verzetsgroepen door heel Lopweteka. Het is opgezet door mensen uit het westen." Het westen? Het lege kwartier van Lopweteka? Daar woonde toch helemaal niemand? Daar zou je tot aan de Westzee toch niemand … Lees verder
181 – het redwerk
"Eet eerst maar, jullie zijn eraan toe." Ze legde het brood op een boomstronk die als tafel dienst deed en ging in kleermakerszit voor ons zitten. Ze brak het brood in stukken zodat we het in de soep konden dopen. … Lees verder
180 – een blauwe kun je vertrouwen
"'s Avonds kocht ik eten van de Tweede Meisjes," vervolgde Burman, "en verder wachtten we, Kuuksi en ik. Op een avond hoorde ik het gerucht dat Hebotva naar Barraspira zou komen …" "En toen heb je mij bericht gestuurd," vulde … Lees verder
179 – naar de Rondweg
Maar natuurlijk. Zo ver kon de schaduw niet zijn, we waren pas een paar uur onderweg. Wel moesten we dan de grote weg naar het Dzikomeer kruisen, maar verder moest het te doen zijn. Er waren genoeg kleine stroompjes in … Lees verder
178 – weet jij de weg?
Daar liepen we in het vroege morgenlicht. Het was een wonderlijke ervaring. Niet alleen waren er opnieuw mensen gedood om mij, ik was nu zelf een moordenaar. Mijn eigen handen hadden iemand vermoord. En tegelijk ademde ik met gretige teugen … Lees verder
177 – ontsnapt
"Ontsnapt," zei Storeman. "We hebben de omgeving uitgekamd, de Tweede Meisjes ondervraagd. Dat zullen ze niet gauw vergeten." Ik dacht aan de woorden van Rietmeisje. Tweede Meisjesverkrachter. Wat gaf die mannen toch het recht om zo met ons om te … Lees verder









