leescarrière

In dezelfde biep waar ik mijn biepjuffencarrière begon, begon ik natuurlijk ook mijn leescarrière. (Ik kan me niet meer herinneren of ik in Leeuwarden al lid van de biep was, dat moet toch haast wel? Ik weet in elk geval waar hij was, in het Julianapark.)
In die tijd was het lidmaatschap nog niet gratis voor de jeugd, er staat me vaag iets bij van een knipkaart. De A- en B-boeken stonden aan weerszijden van een lange, diagonaal geplaatste kast.
Tegen de achterwand waren de 'studieboeken,' wat we nu non-fictie noemen en waar ik als kind helemaal niks aan vond, behalve de verhalen-uit-verre-landen-boeken die daar ook onder vielen. Ik was niet zo'n kind dat fanatiek boekjes over postzegels of wilde beesten of ridders meenam (zoals ik ze later als biepjuf tegenkwam). Zelf heb ik ooit één boek over dieren van de wereld bezeten, en een Flora.
De A-boeken (6-9 jaar) had ik na verloop van tijd écht allemaal uit. Wat een verschrikking. Toen ik negen werd, wilde ik dan ook beslist óp mijn verjaardag naar de biep. Eindelijk nieuwe voorraad, aan de andere kant van de kast. Van de C-boeken (12-15) herinner ik me diezelfde opwinding niet. Die kasten stonden haaks op de ramen, met één kast waar je dan nog te jong voor was: romans voor oudere meisjes. Wat de oudere jongens dan moesten, weet ik niet.

herkomst foto

aanvulling: ik krijg een tweet van @biebfean dat ze volgend jaar 100 jaar bestaan, en denken aan een reünie en een boekje

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

het glazen huisje

Vergeefs probeer ik online iets te vinden over Het Glazen Huisje van Hanny Hoogland. Ik meende dat dat het boek was waar ik zo om moest huilen, maar de omslag komt me niet bekend voor. Er staat me iets bij van een draaibaar huisje, waarin een ziek meisje moest liggen dat zo met de zon mee kon draaien.
Online vind ik alleen korte krantenberichtjes, het boek is wel bekroond, en het gaat over een ziek meisje "dat in een wagentje moet rijden."
Mijn herinnering is zo: ik zit 's morgens vroeg in mijn zonnige kamer te lezen, nog voor het ontbijt, het is nog stil in huis, en het boek is ontzettend zielig. Ik zit op de grond bij de blauwe kast die pake getimmerd heeft. Toen we naar Heerenveen verhuisden kreeg ik eerst de grote kamer voor (op het oosten), en toen ik daar een enorme zooi van maakte verhuisde ik naar de kleine kamer achter. Ik weet niet meer precies wanneer, maar ik gok dat ik een jaar of negen was.
Dus ergens tussen acht en negen las ik dat boek, en moest er verschrikkelijk om huilen. Opeens ging de deur van mijn kamer open, mams in duster, verschrikt: "Kind, wat is er?"
Ik geloof dat we even hebben gepraat over zieligheid in boeken, maar precies weet ik het niet meer. Daarna naar beneden, ontbijten, ik denk dat het zondag was.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 5 Reacties

beroepsziekte

bij het onderwerp 'bibliotheekherinneringen' past dit autobiografische verhaal dat ik schreef voor de schrijfgroep in Houston

Frouke was zestien en ze ging dood. Wat kon die harde knobbel in haar borst anders betekenen, en die doffe pijn onder haar linkerarm?
Ze was net begonnen met een vakantiebaantje bij de Openbare Bibliotheek. Haar ouders hadden gezegd dat ze nu te oud was om de hele vakantie te verlummelen. Het maakte haar niet uit. Zoveel verschil was er niet tussen op haar kamer zitten en proberen nergens aan te denken, of hier op de biep zitten en daarin slagen. Iedereen was trouwens toch op vakantie. Of in elk geval hij. Naar Italië met zijn ouders, en dat kreng ook mee. Als ze terugkwamen zou Frouke dood zijn, lekker puh.

Elke dag beklom ze de lange granieten trap die leidde naar het hete kamertje voorbij het bordje 'alleen voor personeel.' Gedrenkt in geel augustuslicht worstelde ze daar met stapels boeken die zo oud waren dat je er soep van kon koken. Maar deze bibliotheek kon het zich niet veroorloven om boeken in de soep te doen. Frouke plakte ze weer in elkaar, zodat nog één lezer hun geur en inhoud kon inademem voor de blaadjes eruit zouden vallen.
'Gaat 't goed hier?' Het uitgedroogde gezicht van juffrouw Minnema verscheen om de deur, haar ijzige ogen inspecteerden of Frouke wel hard aan 't werk was, voor haar drie piek per uur. Ha. Precies genoeg om twee biertjes van te kopen. Als je tenminste iemand kende om een biertje mee te drinken. Frouke glimlachte levenloos.
'Kom je over een kwartier beneden?'
Alsof Frouke dat zelf niet wist. 'Ja, juffrouw Minnema,' zei haar mond automatisch.

Elke middag werd ze naar beneden geroepen, als de bibliotheek openging. Boeken opruimen, moest ze dan – gediplomeerde bibliothecarissen als juffrouw Minnema deden dat natuurlijk niet. Lezers mochten tijdens de zomer meer boeken lenen, en ze brachten eindeloze stapels terug. Frouke had gemerkt dat waardering sterk samenhing met de hoogte van de stapel die je dragen kon. Spoedig droeg ze stapels boeken die begonnen halverwege haar dijen en reikten tot aan haar kin naar de juiste plank, en kon ze in één beweging Couperus tot en met Frank plat op de plank leggen.
'Zit daar toevallig een Roald Dahl tussen?' vroeg een lezer.
Ogenblikkelijk bliepte de radar van juffrouw Minnema. Op mysterieuze wijze dook ze vlak naast Frouke op, die natuurlijk wel wist dat er helemaal geen D's in deze stapel zaten, maar dat niet mocht vertellen. Dat moest professioneel worden nagekeken. Vragen beantwoorden was voor gediplomeerd personeel, boeken opruimen voor schoolmeisjes. Verschil moest er zijn.

Als alle boeken eindelijk in de kast stonden, mocht Frouke weg. Er leek geen enkele bekende meer in de stad te zijn, de straten waren hete, eindeloze linten van asfalt of klinkers, huizen waren leeg en blind. Ze hield alleen het rechter handvat van haar stuur vast, en fietste naar huis als in een droom, of dichte mist.
'Was het druk, lieverd?'
'Ja pap.'
'Ik heb rabarber voor je gemaakt.'
'O, lekker mam.'
Eindelijk kon ze naar boven, naar haar kamer, om haar borst te onderzoeken. De knobbel werd langzaam dikker. Een gedeelte van haar brein bleef daar de hele dag, alsof haar hoofd aan haar borst vastzat, met het sterke, onzichtbare nylondraad dat haar vader bij 't vissen gebruikte, en zijzelf, toen ze nog dingen deed, bij het rijgen van kleine kraaltjes in alle kleuren van de regenboog. Haar bed stond onder het raam. Op haar knieën, ellebogen op de vensterbank, keek ze naar buiten, naar de walgelijk groene bomen. In de winter was het uitzicht kaal en weids, maar nu vormde een leger dikke groene bladeren een muur die haar verstikte. Haar bespotte, met al die levendheid.

Frouke ging terug naar school met nog steeds die draden van haar hoofd naar haar borst. Tussen de lessen door ging ze naar de wc om in haar bh te kijken. Was er bloed? (Ze had De Symptomen van de ziekte die ze niet durfde noemen opgezocht in een medische encyclopedie die op haar plaktafel verschenen was.)
Volgend voorjaar zou hun Gymnasiumklas naar Rome gaan, en elke woensdagavond ging ze naar 'Rome-les' met de zekerheid dat ze al die tempels en forums en keizers nooit in het echt te zien zou krijgen. Na die lessen gingen ze nog even met een stel naar een gezellig barretje vlak bij school. Na een of twee vieux-cola's (een drankje voor drie gulden, ze werkte nu op maandagavond en zaterdagmorgen in de biep) ging ze nog steeds dood, maar waren de draden even doorgesneden. Haar ogen keken naar buiten, in plaats van schuin naar binnen, richting linkerborst. Ze verloor het aura van koele arrogantie waarin de angst haar gekleed had. Iemand vond haar mooi.
Later zou ze met hem trouwen.

Frouke werd zelf gediplomeerd bibliothecaresse. Eindelijk mocht zij vragen beantwoorden, hoefde zij geen boeken meer op te ruimen. Maar ze hielp na sluitingstijd altijd even mee, nog steeds trots op haar stapelkunst.
'Weet je,' zei een van de baliemedewerksters op een avond, 'toen ik hier pas werkte, dacht ik dat ik borstkanker had. Ik had altijd pijn hier' – ze wees naar de zijkant van haar borst, de plek waar Frouke nog altijd wat hersencelletjes had zitten – 'maar nu weet ik waar het van komt.' En ze klapte Haasse tot en met Ludlum op de plank.

Geplaatst in autobio, lees- en biepherinneringen, schrijven | Een reactie plaatsen

de blijde stilte

Ik wist nog precies in welk dagboek het stond, en dat zegt wat bij zo'n grote kist vol. Op 7 juli 1972 schreef ik:

Ik voel me wonderlijk blij en dankbaar. Het zal wel komen door het prachtige boek dat ik net heb gelezen. Het heet "de blijde stilte" en gaat over een meisje, dat doordat ze tyfus krijgt, doof wordt. Hoe ze zich erdoor werkt en hoe ze verlangt naar het bulderen van de wind en het zingen van vogels. Vanmiddag – ik zat buiten te lezen – voelde ik heel duidelijk, hoe belangrijk het gehoor is. Stel je dat eens voor, nooit meer het melodieuze ruisen van de bomen te horen, nooit meet heldere vogelstemmetjes, of het vleigeluidje van Jolie. Ik voel me opeens sterk en gezond en blij maar toch ernstig. Op zo'n vreemde stille dag als vandaag ben ik weer een beetje ouder geworden. Vreemd gevoel is dat, als je jezelf voelt groeien.

Ik las het boek bij mijn vriendin in de tuin, ze heeft op die dag een foto van me gemaakt die ik later in mijn dagboek heb geplakt.
De Blijde Stilte staat op de dbnl, ik ga het maar eens herlezen.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

kabouters

Ik schreef al over het lezen op school en mijn droeve ervaring met Jan-Willem. Dat was op de Prinsessenschool in Leeuwarden, een spiksplinternieuwe school in het Nylân. In januari 1966 ging ik naar school Schut (officieel de Coehoorn van Scheltingaschool) in Heerenveen. Een stokoude school met nog ouderwetse schoolbanken met inkpotjes. Ook het lesmateriaal was behoorlijk oud. Ik herinner me het rekenboekje met de som: vader verdient 6 gulden per dag, hoeveel verdient hij dan per week? Ons leesboekje heette Lientje bij de Kabouters. Van het verhaaltje herinner ik me niet veel, maar de plaatjes waren beeldig. Ik google het, en zie dat ze uit 1934 zijn!

Aanvulling: wij hadden waarschijnlijk de heruitgave van 1958.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

sprookjes

Ik hield als kind sowieso niet zo van sprookjes. Alles wat niet kon of niet echt bestond, ik kon er niks mee.
Pas toen het in de mode raakte om sprookjes te gaan analyseren (en ik herinner me dat echt als een mode die opkwam, met een boek over de betekenis van sprookjes waarvan ik me nu met geen mogelijkheid de titel kan herinneren, was het De Vrouw in het Sprookje van Marie-Louise von Franz?) kregen ze meer betekenis voor me. Nu zie ik ze als een soort collectieve droom, met een symboliek die voor veel mensen geldt. De sprookjes in de Ontembare Vrouw gaan bijna allemaal over mij.
Ik had nog een sprookjesboek met mooie tekeningen. Het rook ook heel lekker, ik had er een geurkaartje van de kapper (waarom kreeg je die dingen, die geurkaartjes?) in gedaan. Ik vroeg of ik de plaatjes mocht inkleuren, en ik herinner me het genot van het inkleuren van al die matrassen waar de Prinses op de Erwt op lag.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 5 Reacties

noem mij bij mijn diepste naam

Wat een beklemmend boek is The Handmaid's Tale, hoe moet het zijn om dat te schrijven, om maandenlang dag in dag uit in die wereld te verkeren waar geen uitweg is. Een wereld bedacht in 1985 maar ook in onze tijd nog akelig dichtbij in sommige aspecten, zoals het een visionair boek betaamt.
Serena always lets us watch the news. Such as it is: who knows if any of it is true? It could be old clips, it could be faked.

Het is zo'n boek waarvan je overal op internet legio besprekingen kunt vinden, dat ga ik dus niet dunnetjes overdoen. Waar ik me even over wil buigen is de structuur. Offred, een Handmaid, is degene die het verhaal vertelt.
(Alle vrouwen die zijn aangewezen om nageslacht te produceren voor een elite-echtpaar bij wie dat niet lukt, krijgen de naam van hun 'eigenaar,' andere namen zijn bijvoorbeeld Ofglen en Ofwarren. En net als in de boeken van LeGuin - zelf een groot bewonderaar van Atwood - speelt ook hier weer de naam een grote rol, hoe belangrijk het is om bij je ware naam genoemd te worden. I tell him my real name, and feel that therefore I am known.)

Ze vertelt het in fragmenten, heden afgewisseld door verleden, heel organisch, en af en toe opeens zegt ze: ik ben moe, ik wil niet meer. Laat me een ander verhaal vertellen, over Moira. En ik schrijf erbij 'ik dacht dat ze dit in real time vertelde?'
Ze zegt: I have nothing to write with and writing is in any case forbidden, en de schrijfster in mij denkt oh? En dit verhaal dan?
Later vertelt ze nog eens over haar vriendin Moira en besluit: I don't know how she ended, or even if she did, because I never saw her again. Dat is een opmerking voor een terugkijkende verteller.
Pas in het laatste hoofdstuk, getiteld Historical Notes on The Handmaid's Tale, wordt er licht op geworpen. Tijdens een conferentie ver in de toekomst (het heden van The Handmaid's Tale speelt zich ergens eind jaren negentig af) wordt een lezing gegeven over dit verhaal. Het blijkt een transcipt van cassettebandjes, die ergens zijn teruggevonden. De wetenschappers hebben hun best gedaan te achterhalen wie het verhaal heeft verteld, en wie de personen zijn over wie het gaat. Als lezer krijg je zo nog wat zakelijke informatie over de opkomst en ondergang van de Republiek Gilead.
Zelf vond ik het afbreuk doen aan het beklemmende einde van het verhaal zelf. Als iets defitinief voorbij is, lijkt het minder erg dan wanneer je er middenin wordt achtergelaten, onzeker van je lot.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

heksen

Ik lees momenteel The Wave in the Mind van Ursula K. LeGuin, prachtige en uiteenlopende essays over vanalles wat met schrijven en lezen te maken heeft. Het hoofdstuk dat ik gister las heet The Wilderness Within, het gaat onder andere over waardoor je als schrijver wordt beïnvloed, en of dat erg is. En dat je vaak helemaal niet meer weet waardoor je beïnvloed bent. Bijvoorbeeld door de verhalen die je hebt meegekregen voor je zelf lezen kon, en de hele orale traditie die aan jouw bestaan vooraf ging.
Sprookjes, noemt ze vervolgens.
En daar sprong in mijn hoofd een luikje open. Mijn grote blauwe sprookjesboek. Ik heb het niet bewaard, en ik weet ook waarom. En toch vind ik het nu jammer. Maar ik vond de plaatjes zo verschrikkelijk eng. Mooi, dat ook, beeldige prinsessen met hoog opgemaakte pruiken, maar ook doodenge heksen. Er hing voor mij iets kwaadaardigs om dat boek.
Ik heb een dia waarop mijn moeder eruit voorleest, ik in mijn rode flanellen pyjama met het witte kanten kraagje (die herinner ik me ook nog, net als de andere die geel was met allemaal kleine speelgoedjes erop), en je ziet het aan mijn gezicht.

Heel toevallig staat het boek op Marktplaats, met een aantal van de afbeeldingen erbij.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

jan-willem

Ik heb nog zitten nadenken over de foto die ik gister plaatste, het is een dia uit 1965, aan het bloesje en mijn bruine armen te zien in de zomer gemaakt, toen was ik dus zeven, aan het eind van de eerste klas. Las ik toen al zulke dikke boeken? Wat is het voor boek, staan er wel plaatjes in?
Ik geloof wel dat ik al een beetje kon lezen voor ik naar de grote school ging, kan me tenminste niet herinneren dat er een wereld openging. Wat was het altijd een crime, lezen op school, dat is later wel verbeterd met niveaulezen en leesmoeders.
Op mijn zevende verjaardag kreeg ik van opa en oma een heel groot, dik boek: Het Boek van Jan-Willem (Anne de Vries, 1951). Ik heb het niet bewaard, ik weet niet meer of het leuk was. Maar een tijd later kregen we op school een nieuw leesboekje, altijd een bron van vreugde. Tot ik de titel zag: het boek van Jan-Willem, deel 1. Als een dorre woestenij strekten de komende maanden zich voor mij uit. Vier leesboekjes in het vooruitzicht die ik allemaal al gelezen had!

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 4 Reacties

En nu dan?

Bijna twee jaar lang heb ik bijna elke dag een stukje geschreven in het kader van het mariekondoën van mijn boekenbezit. (Het eerste stukje staat hier.)
Ik ervoer het als een prettig begin van de dag, een bepaald ritueel, om de hersentjes even wakker te schrijven voor de rest van de dag. Maar nu heb ik álle boeken door mijn handen gehad, het is klaar, er zijn inmiddels wel nieuwe boeken bijgekomen, helemaal sinds ik NBD-recensent ben geworden, maar die mogen voorlopig allemaal blijven.
En ik stond vanmorgen op, slecht geslapen, veel gedroomd, uit gewoonte de computer aangezet, en de handen in het haar! Waar moet ik nu eens een dagelijks stukje over verzinnen?
Toen het einde in zicht kwam, heb ik daar wel af en toe over nagedacht, en wat dingen opgeschreven in Keep, het handige briefjes-voor-dingen-om-te-onthouden-systeem van Google.
Blogideeën, staat erboven. En daaronder:
leesherinneringen
bibliotheekherinneringen
eilandherinneringen
herinneringen aan grenzen
herinneringen aan drempels
Bij het woord leesherinneringen denk ik aan die eerste keer dat ik moest huilen om een boek. Die keer dat ik me bovenaards gelukkig voelde door een boek. Die keer dat ik de bus voorbij liet rijden door een boek. De kunst is nu om een lijst te maken, zodat ik 's morgens met mijn duffe kop alleen maar hoef op te schrijven wat er vervolgens komt.

Geplaatst in autobio, lezen | 10 Reacties