Nu ik tijdelijk weer een driedubbele dosis PreTnison slik, weet ik weer hoe het is om ADHD-er te zijn. Dat vermoed ik tenminste. Onderweg naar de badkamer, schone onderbroek en sokken in de hand, bedenk ik dat ik de internist nog moet bellen omdat het recept niet klopte. Onderweg naar de telefoon bedenk ik dat ik mijn mobiel op stil moet zetten omdat er straks een schrijfcoachklant belt. Op de mobiel zie ik op Facebook dat een oude schoolvriend jarig is en feliciteer hem. Onderbroek en sokken liggen nu op de eettafel. Ik bel de internist, bedenk dat ik me voor het telefoongesprek wilde doesen, en haal een schone onderbroek en sokken uit de slaapkamer.
Affijn.
Nu zit ik achter de computer te wachten tot de telefoon gaat, en bedenk dat ik nog een blogje moet schrijven. Over concentratie. Want het schiet me opeens te binnen hoe vreselijk moeilijk ik dat inwerken van boeken vond, bij de PBC.
Je kreeg een stapel identieke boeken, die door de diverse filialen waren besteld. In ieder boek kwam een stempel met de plaatsnaam. Dat stempel moest ook op het kaartje voorin. Op dat kaartje stond een nummertje. Dat moest overeenkomen met het nummertje op de bestellijst. Dat nummertje moest nu ook voorin het boek geschreven. Oja, en op de achterste bladzij moest het PBC-stempel. Ongetwijfeld heb ik nog zeven handelingen vergeten.
We zaten er met drie werkloze schoolverlaters om een tafel. Een jongen met sluk lang haar, die na een knipbeurt opeens een stuk aantrekkelijker werd. En een broodmager meisje dat altijd in reusachtige wollen truien gehuld was. Er was een mevrouw die achter ons aanjoeg, omdat er een deftige mevrouw met een dubbele naam was die op háár lette.
Mee op buitendienst was meer iets voor mij. Behalve toen ze me vroegen om even koffie te zetten. Dat had ik van mijn leven nog nooit gedaan.
concentratie
Ann Patchett – Commonwealth
Ik vond Commonwealth (vertaald als: Gemeengoed) een prachtig boek. Het soort boek wat ik het liefste lees (en zou willen schrijven): over de dynamiek tussen mensen in families. In dit geval een ingewikkeld samengestelde familie, die oorspronkelijk begon met twee gezinnen, de Keatings (2 dochters) en de Cousins (2 zoons en 2 dochters). Als ma Keating en pa Cousins een relatie krijgen, worden de zes kinderen gedwongen hun zomervakanties gezamenlijk door te brengen.
Het boek springt heen en weer door de tijd, het begint in de jaren zestig en eindigt in onze tijd. Hoofdpersoon of liever spil van het verhaal blijkt uiteindelijk Franny Keating, met wier doopfeest het boek begint. Zij krijgt op een bepaald moment een relatie met een oudere schrijver, aan wie ze haar levensverhaal vertelt. Hij blijkt het te gebruiken voor een boek, ook Commonwealth geheten, en later wordt dat nog verfilmd ook.
Wat het boek prachtig maakt, zijn de afzonderlijke levensverhalen zoals ze duidelijk worden uit de scènes die we van de verschillende personages meemaken. Ieder heeft zijn eigen kijk op het verleden, en op de tragische gebeurtenis die plaatsvond in hun jeugd. Ieder heeft zich van daaruit anders ontwikkeld.
Waar ik het soms moeilijk mee had (natuurlijk ook te wijten aan het feit dat ik zonodig die She Devil tussendoor moest lezen) was de chronologie. Het ging ook zo naadloos in elkaar over steeds, dan zaten we weer NU in de auto en dan waren we opeens weer bij die boerenschuur in Virginia. Soms wou ik maar dat schrijvers gewoon chronologisch opschreven wat er gebeurd was. Waarom zo moeilijk doen? Is het geen kunstmatige spanningsboog?
Ik vroeg me dat ook af bij DeLillo. Maar van onze leesclubjuf in Aberdeen heb ik geleerd dat je ervan uit moet gaan dat schrijvers iets altijd bewust doen. Met een goede reden. Bij DeLillo bedacht ik dat zijn tijdbehandeling overeenkomt met een archeologische opgraving.
En bij Ann Patchett bedacht ik dat zij het eigenlijk opschrijft zoals het zich afspeelt in een mensenbrein. Soms heb je nog maar heel vage herinneringen aan een gebeurtenis, of een vastgeroest verhaal met standaardtermen. Maar door een bepaalde trigger kunnen soms opeens de werkelijke beelden bovenborrelen. Soms heb je heel lang niet aan iets gedacht, en staat het je opeens glashelder voor de geest. Soms heb je iets heel lang weggedrukt wegens te pijnlijk, en opeens merk je – als een tong naar een zere kies – dat de pijn is weggeëbt en een soort warme onverschilligheid is ingetreden.
Al deze beseffen zouden een boek doodslaan als je ze zou benoemen in een strikt chronologische vertelling. Je zou het verhaal in steen hakken terwijl het nu altijd fluïde blijft, ook als je het boek dichtslaat.
Lees hier de bespreking van Bettina.
in de soete suikerbol
Wat ik als kind ook heel graag las, was de serie In de Soete Suikerbol van W.G. van de Hulst. Dat was andere koek dan die vrome kinderboekjes die hij ook schreef. Daarvan had ik er zelf eentje, Het Zwarte Poesje, en och heden wat werd daarin gestorven en gebeden en gehuild.
Maar dit waren spannende verhalen, met op elke bladzij tekeningen. Waar de verhalen echt over gingen, herinner ik me niet meer, dus we schakelen Google weer eens in.
Als ik de lijst van titels op wikipedia doorkijk, zie ik meteen dat grote boek van Rozemarijntje voor me. Had ik het zelf? Was het van de biep? Lazen we het op school?
Bij pake en beppe thuis waren ook wat van die boekjes, nog van toen mijn moeder en haar broer en zus klein waren. Ik vond ze zielig maar ook wat gênant, omdat wij thuis "niets" waren en dat nogal luid. Pake en beppe waren voorzover ik weet ook "niets'" maar misschien was W.G. van de Hulst in de oorlogsjaren de enige betaalbare schrijver. Maarten 't Hart heeft een mooi artikel over hem geschreven.
Die Soete Suikerbol had – voor zover ik me herinner - niets van dat vrome. Toch begon het als een strip in een zwaar gereformeerde krant.
Alleen op de site Oude Jeugdboeken vind ik een kleine aanduiding van de inhoud. Ik denk dat het misschien toch de tekeningen zijn geweest die me zo fascineerden. Niet de kleurenafbeeldingen die later kwamen, maar de oude Anton Pieck-achtige, middeleeuws aandoende plaatjes.
oog om oog
Toen ik jong was (20-30) hield ik helemaal niet van Fay Weldon. Ik werd er onrustig en chagrijnig van en was volkomen doof voor de boodschap die ze vertelde. Ik zag oorzaak noch noodzaak van zoveel vileinheid. Nu ik binnenkort Death of a She-Devil moet bespreken, besloot ik Live and Loves of a She Devil te herlezen. En nu is het misschien wel te laat. Ik had het tien jaar geleden moeten lezen, toen ik mezelf zo voelde, zo sterk en tot alles in staat en voor de duvel niet bang. Hard nodig toen, zo'n geestesgesteldheid.
Maar nu, ouder, wijzer, en totaal niet meer sterk, zet ik toch mijn vraagtekens, vooral bij het latere gedeelte. Dat zij haar bedrieglijke echtgenoot op sluwe wijze alles afhandig maakt, heerlijk. Hoe ze zichzelf steeds opnieuw heruitvindt in allerlei baantjes die ze nodig heeft om haar doel te bereiken: schitterend. Maar dat ze zich SPOILER ALERT helemaal laat ombouwen om precies zo mooi te worden als de minnares, en dan hubby, eindelijk uit de gevangenis, als slaafje-van-alles in dienst neemt – dat begreep ik niet. Dan voeg je je immers nog steeds in het systeem.
In het twee na laatste hoofdstuk realiseert zij zich dat ook. Het eindigt als zij het huis – een oude vuurtoren – van de minnares heeft gekocht.
She is a woman: she made the landscape better. She devils can make nothing better, except themselves. In the end, she wins.
Dat was een prachtig einde van het boek geweest. Dan had je als lezer alles opnieuw moeten overwegen. Nu eindigt het als een wraakverhaal, een oudtestamentisch oog om oog tand om tand. En daarmee begon immers de ellende.
Ellen op ballet
Van die B-boekenkast herinner ik mij vooral heel veel pockets. Eentje ervan heb ik later nog als afgeschreven boek gekocht: Ellen op Ballet. Ik dweepte als meisje met ballet. Niet dat ik erop zat, maar ik danste wel op radio 4 (nog via de draadomroep) waarbij ik mij sierlijk aanschouwde in 't spiegelend vensterglas. Ellen op Ballet was ook zo'n boek waardoor ik zelf zielige balletmeisjesverhalen ging verzinnen, om mezelf 's avonds in bed heerlijk aan het huilen te krijgen.
Als ik het google, zie ik dat het uit de serie Prima Juniores was, en als je dat dan aanklikt, komen er opeens meer bekende titels uit die tijd, zoals De Televisie-tweeling, Ontvoering in de Mist, Raadsels om de Heksenhoek, Mijn Zwarte Vriendin. Ik geloof dat die laatste ook ooit nog inspiratie vormde voor een eigen verhaal, grappig hoe alles wat ik las terugkwam in mijn eigen probeersels. Niet dat ze ooit afkwamen, die verhalen. Ik zette de sfeer neer (herinner me ook een begin waarbij een verborgen luik de ingang vormde tot een geheime gang), de eerste scène … de Oproep tot Avontuur, zeg maar. En daarna lag het weer stil.
Als er iets is wat ik geleerd heb van de LOI-cursus is het wel om verhalen af te maken. Een kunst op zich.
bommen
Allerlei strategisch en geopolitiek onderlegde types buigen zich over de vraag: waarom dropte Trump de Moeder Aller Bommen? Ze denken dat het brein van Trump zich langs dezelfde onderlegde en rationele wegen beweegt als het hunne. Wat natuurlijk niet het geval is.
Een narcist moet altijd de Moeder Aller hebben of zijn.
Dat kan een bom zijn – fuck world peace!
Dat kan de Moeder Aller Goede Smaken zijn. Afgeven op mensen die een ander merk auto prefereren boven het jouwe: krankzinnig zijn ze en wel hierom.
Ik heb iemand gekend die het vooral moest hebben van de Moeder Aller Deugdzaamheden. Naar eigen zeggen fietste hij, als hij thuis ontdekte dat de cassière hem te veel had teruggegeven, terug naar de supermarkt om het dubbeltje met veel vertoon van deugdzaamheid te overhandigen. Om vervolgens aan ieder die het horen wilde te vertellen hoe geweldig het personeel hem vond.
Er zit bij Trump geen strategie achter. Een narcist is uit op bewondering en aandacht, en daarbij is instant gratification absolute noodzaak. Zodra iemand het waagt om iets groters/mooiers/beters te hebben of te zijn dan hij, moet dat ogenblikkelijk hersteld worden. Hoe dan ook.
Atoombommetje, anyone?
afbeelding uit Trouw
in de krant
Gister stond er op Facebook een artikel over een jongetje dat de voorleeswedstrijd in Groningen had gewonnen en nu naar de finale in Amstelveen mocht.
Ik dacht aan mijn eigen succes op dat vlak, en zocht het dagboek op waarin ik het stukje uit de krant had geplakt, op 10 oktober 1969. Op dat moment dacht ik nog dat het in de Leeuwarder Courant had gestaan, en waarom kon ik het dan niet vinden in het online archief?
Toen bedacht ik dat we eerst de Friese Koerier lazen, en die kon ik weer vinden op de website van de KB. Ik tikte mijn naam in, en daar kwamen nog twee andere stukjes tevoorschijn: verhaaltjes die ik had opgestuurd naar wat destijds De Kleine Koerier heette, een wekelijkse pagina met kinderverhalen en –tekeningen.
Ik kan me de verhaaltjes zelf met geen mogelijkheid herinneren. Wat zijn ze blij en braaf, het is alsof je een pocket van Freddy Hagers leest. Wat ik ook deed in die tijd. Maar ook de Zevensprong, ik las het uit in een dag.
aanvulling: jemigdepemig! Freddy Hagers was een man!
droomduiding
Ik droom op gezette tijden (wie zet die tijden?) van een oude, krappe bibliotheek, vrij donker is het er ook, en ik moet me tussen de kasten door wurmen om een boek te vinden. Hij ziet er niet elke keer precies hetzelfde uit, maar toch wel bijna.
Voor mijn gevoel was het geen bibiotheek die ik kende, tot ik gisteravond foto's opzocht van de biep in Delft. Want voor ik in Rijswijk ging werken, was ik daar gewoon lid. Hij was gevestigd in een grachtenpand, en bestond uit een voor- en achterkamer (best mogelijk dat er een jeugdafdeling boven was, maar dat heb ik niet bewust opgeslagen).
Als je gewoon googelt op Bibliotheek Delft krijg je moderne pracht die na mijn tijd werd gebouwd. Pas toen ik het adres had gevonden, Oude Delft 161, vond ik foto's van het interieur. En daar had je mijn droombibliotheek. Het was er niet leuk, de medewerkers waren weinig behulpzaam en de collectie was klein en oud. Nu ik dit zo opschrijf, denk ik dat een droomduiding niet ver weg is.
nusantara
Ik ben nog steeds verbaasd over het feit dat ik niet meer wist waar de PBC was, ik ben er toch een half jaar lang elke dag heengefietst en het is vlakbij waar ik nu woon!
Het gebouw is weliswaar onherkenbaar met kleurig gestreept glas bedekt, maar je zou denken dat het lichaam de route wel onthouden zou.
In april 1978 verhuisde ik dus naar Delft, waar ik na een paar maanden tikjuf te hebben gespeeld aan de bibliotheekacademie begon, de P.A. Tiele-academie in Den Haag. Een erg leuke opleiding die in dit moderne tijdsgewricht waarin je alles immers kunt googelen niet meer bestaat. Toch kun je alleen maar iets googelen als je ervan gehoord hebt, maar dat terzijde.
We leerden bibliotheektechnische vakken als titelbeschrijven, catalogiseren en reproductietechnieken, maar ook de meest uiteenlopende algemene-ontwikkeling-vakken als kunstgeschiedenis, natuurwetenschappen en antropologie. Om op alle vragen een antwoord te kunnen geven moet je immers wel weten waar die vraag over gaat.
In het eerste jaar liep ik stage in de piepkleine biep van Museum Nusantara in Delft. Dat was zo dichtbij dat ik op de eerste slag van negen uit huis kon gaan, en op de laatste slag binnen was.
Veel nuttige werkzaamheden kan ik me niet herinneren, ik geloof dat we alleen maar oude nummers van Tong-Tong hebben zitten uitzoeken. De bibliotheek besloeg ook maar één kamer. Maar verder viel er zoveel te genieten! Een gamelanconcert, Balinese dansen, wajangpoppen, batik, heerlijke hapjes natuurlijk.
biepjuf in wording (2)
Mijn eerste biepbaantje was dus in Heerenveen. Na de middelbare school ging ik Engels studeren, maar dat was niet waarvoor ik in de wieg gelegd was, zo bleek. De literatuurcolleges waren prachtig, maar dat gezeik over uitspraak, grammatica en Engelse koningen … blegh. In die tijd kon je zomaar stoppen met de studie, en een schoolverlatersuitkering aanvragen.
Na een paar maandjes nietsdoen kreeg ik een baantje bij de PBC Groningen. 's Morgens boeken inwerken (stempels zetten met buitenissige plaatsnamen, van al die aangesloten biepjes), en 's middags dienst in zo'n kleine bibliotheek, of met de bibliobus of de wisselauto het platste land in. Met de wisselauto wisselde je een collectie van 50 of 100 boeken, die ergens in een boerenschuur of pastoriekamer stond opgesteld. Prachtige tochten over het Hoge Laand met die grote wolkenluchten erboven. In de bibliotheekjes hadden de boeken groene of rode streepjes. Wolkers had een rood streepje.
's Morgens moest ik langs de suikerfabriek fietsen, wat stonk dat! Ik kan alleen een foto vinden van de PBC in aanbouw en uit het kaartje ernaast maak ik op dat hij gevestigd was in wat nu een van die meubelzaken is, de Kwantum of de Seats & Sofas.
Dankzij de aanvulling van René nog een afbeelding gevonden: aan het Hoendiep inderdaad!














