Paul la Farge – The Night Ocean

Ik heb ooit een pocket met griezelverhalen van Lovecraft gehad, ik herinner me iets met groen slijm dat overal in doordrong, en dat ik er heel naar van werd. Alsof er echt iets kwaadaardigs onder je huid kroop. Dus ik begon met enige schroom aan The Night Ocean. Het begon onschuldig genoeg: de echtgenoot van een psychotherapeute is verdwenen uit de inrichting waar ze hem heeft laten opnemen, men vermoedt zelfmoord maar zij gelooft dat niet. Zij gaat op zoek: wat is er met hem gebeurd?

Charles Willett heeft een boek geschreven over Lovecraft en diens relatie met zijn piepjonge fan Robert Barlow, en dat is ontmaskerd als een hoax, hoewel Charles zelf heilig geloofde dat het waar was. Charles baseerde zijn boek op The Erotonomicon, een zogenaamd erotisch dagboek van Lovecraft dat geschreven zou zijn door Barlow. Als dat klopte zou de zelfmoord van Barlow in 1951 een pseudicide zijn geweest, een nepzelfmoord. In werkelijkheid pleegde Barlow wel degelijk zelfmoord, omdat hij gechanteerd werd met zijn homoseksualiteit.
Marina gaat Charlie's onderzoeksstappen na om de waarheid te ontdekken.

Toch is voor mijn gevoel dit frame niets meer dan een verteltechnische truc om het verhaal van Lovecraft en het fandom wereldje rondom de science fiction schrijvers te vertellen. En dat verhaal krijgen we maar liefst drie keer. Een keer zoals Charles het voor zijn gevoel heeft uitgevonden aan de hand van The Erotonomicon, een keer zoals het echt gebeurd is met Barlow, en dan nog eens uit de mond van L. C. Spinks, de ghostwriter van The Erotonomicon.
Het boek overlaadt je met namen van schrijvers, met op zich fascinerende weetjes (ik was oprecht verheugd de vader van Ursula K. LeGuin tegen te komen, in zijn hoedanigheid van antropologieprofessor bij wie Barlow, later Aztekenonderzoeker, het vak leert), en is zo doorwrocht als wat in zijn vermenging van fictie en realiteit. Zo schrijft Charles letterlijk hetzelfde zelfmoordbriefje als Barlow, en is de titel ontleend aan een werkelijk door Lovecraft en Barlow geschreven verhaal.

Tegelijk krijg ik doordaar het gevoel dat ik word uitgedaagd door de schrijver om al zijn slimmigheidjes te ontdekken, niet dat ik word uitgenodigd om mee te leven met een van de personages. Of het moest Barlow zelf zijn, die een eenzaam leven heeft geleid.
Het boek is wel een mooie exponent van deze tijd, in die zin dat feit en fictie steeds moeilijker te ontwarren zijn. Science fiction was altijd al een voorloper van de wetenschap, en in die zin politiek gevaarlijk. (Veel schrijvers werden van communistische sympathieën beschuldigd.) In deze thematiek zie ik wel overeenkomsten met Underworld.
Al met al een fascinerend boek, dat emotioneel toch niet helemaal bevredigde.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Don DeLillo – Underworld

Er zijn heel wat boeken en artikelen geschreven over Underworld, en hoewel ik me daar zeker nog in wil verdiepen, wil ik eerst zelf proberen onder woorden te brengen wat voor boek dit is.
Mijn eerste, verbijsterde vraag is: hoe schrijf je in vredesnaam zo'n boek? (Helemaal achterin staat dat er fragmenten eerder in tijdschriften zijn verschenen.) Waar begin je, waar werk je naartoe? Bedenk je eerst het verhaal van de hoofdpersoon (Nick Shay, de enige ik-figuur in het boek) en verzin je daar de rest omheen? Om dan vervolgens de chronologie in stukken te knippen, die in de lucht te gooien en dan eens te bedenken wat een leuke volgorde kan zijn?
Hoe onthoud je wat je wanneer schreef, om het later nog eens te laten terugkeren? Hoe houd je al die subplots en personages op de rails?
Hoe krijg je al het materiaal over historische gebeurtenissen bij elkaar in 1997, toen je nog niet met 1 druk op de knop van alles een filmpje kon vinden op Youtube?
Is dit nu de Grote Amerikaanse Roman, en zoja, waarom?

Eerst maar eens (voor mezelf) op een rijtje zetten wat er allemaal gebeurt.

Er lopen twee hoofddraden door het boek: het levensverhaal van Nick, en de geschiedenis van de baseball waarmee in 1951 de Giants van de Dodgers wonnen. Het boek begint met een 'live' verslag van die wedstrijd, zo spannend beschreven dat je als lezer ook benieuwd bent hoe het afloopt. DeLillo beschrijft hoe overal in de stad, in het land, in de wereld, mensen naar het radioverslag luisteren. "There’s a sixteen-year-old in the Bronx who takes his radio up to the roof of his building so he can listen alone …"
Pas veel later besef je: dat was Nick. En dat bedoel ik dus: hoe doorwrocht je als schrijver een boek op die manier, sluipt dat er al schrijvend in, of leg je die hele quilt ergens neer op de vloer van een gymzaal, en breng je dan de accenten aan?

Een van de toeschouwers – Cotter Martin - weet na afloop de baseball (die in het publiek geslagen wordt) te bemachtigen.
Er zijn bekende personen aanwezig, zoals Frank Sinatra en J. Edgar Hoover. De laatste krijgt tijdens de wedstrijd bericht dat de Russen een kernproef hebben gedaan. Als de wedstrijd afgelopen is, strooit het publiek met 'confetti,' eigenlijk met alle papiertjes die ze kunnen vinden, ook verscheurde tijdschriften. Zo vangt Edgar een afbeelding op van Bruegel's Triomf van de Dood, die veel indruk op hem maakt.

Dan schakelen we naar 1992. Nick Shay (57) rijdt in zijn Lexus door de woestijn. Hij blijkt op zoek naar een kunstwerk: een verzameling oude oorlogsvliegtuigen die daar in patronen en kleuren zijn opgesteld door Klara Sax, een kunstenares die hij in zijn jeugd gekend heeft. Hij spreekt Klara, en zij vertelt hoe ze lang geleden aanwezig was op het beroemde Black & White Ball, dat Truman Capote organiseerde in het Plaza Hotel in New York.

Nick is tegenwoordig manager bij een firma in afvalverwerking. Hij woont met zijn vrouw Marian in Phoenix, en zijn moeder woont bij hen in. Ver van de Bronx waar hij opgroeide voelt hij zich alsof hij in een witness protection program zit.
De stijl is vanaf nu heel anders, impressionistisch bijna, met veel herhalingen. Het hele boek door blijf je het gevoel houden of je in een enorme vuilnisbelt zit te wroeten. Soms komen er prachtige, bruikbare voorwerpen tevoorschijn, soms heb je geen idee (meer) wat je in handen houdt.
'Onderwereld' gaat niet alleen over vuilnis, het gaat ook over iemands voorgeschiedenis, dat ondergrondse bouwwerk van gebeurtenissen en invloeden die iemand met zich meedraagt.

Aan het eind van dit hoofdstuk maken we kennis met de vader van Cotter Martin, die de baseball van zijn zoon meepikt om te verkopen.

Deel twee speelt zich af eind jaren '80, begin jaren '90.
Het begint met de Texas Highway Killer, een seriemoordenaar die per ongeluk gefilmd wordt door een kind met een videocamera achterin een auto. Dan schakelen we over naar Marian Shay, die een affaire blijkt te heben met een vriend van Nick. (Ik moest hierbij denken aan de film Betrayal, waarin ook zo'n soort plot met terugwerkende kracht wordt verteld.)
Brian brengt een bezoek aan Marvin Lundy, op zoek naar de baseball.
Nick bezoekt zijn oude moeder, nog in het oude appartement, verzorgd door zijn broer Matt.
Matt bezoekt Albert Bronzini, hun oude natuurkundeleraar, die hem schaken heeft geleerd. Hij noemt de naam Klara. Later zien we Bronzini door de buurt wandelen, hij ziet een oude non – Sister Edgar – die vroeger op dezelfde school werkte.
De oude non deelt samen met een jongere collega voedsel uit aan de mensen – drugsverslaafden, aidslijders – die zich ophouden in de no-go-areas tussen de oude flatgebouwen. Een apocalyptische onderwereld van puin en geweld. Een van de leiders daar is een ooit beroemde graffiti-artist, Ismael Muñoz. Hij houdt een oog op de mensen, en van elk (vaak gewelddadig) overleden kind wordt een schildering gemaakt.

Deel 3 speelt in 1978. We zien Nick op een conferentie zich omhoogwerken in de afvalbusiness.
Dan zien we Marvin Lundy, samen met zijn vrouw Eleanor, in San Francisco. Ze wachten op een schip met Chuckie Wainwright aan boord, iemand die kan bevestigen dat de baseball die Marvin in bezit heeft, echt dé baseball is.
Het hoofdstuk eindigt weer met Manx Martin, die de baseball aan iemand verkoopt.

Deel 4 speelt in 1974, de zomer van Klara. We maken kennis met de kunstwereld van dat moment, we horen over Moonman 157, de beroemde graffiti-kunstenaar die alle metrotreinen beschildert. (Met terugwerkende kracht krijg je op deze manier medelijden met hem zoals we hem zagen in 1978. Is het teruggaan in de tijd alleen een trucje om de scènes meer indruk te laten maken? Of staat het symbool voor de manier waarop een archeoloog een beschaving opdiept?) We zien haar terugdenken aan haar huwelijk met Bronzini, destijds in de Bronx.
Matt Shay werkt in een geheim onderzoekscentrum voor atoomwapens, ergens in de woestijn, samen met zijn collega Eric Deming. Later maakt hij een kampeertrip met zijn vriendin Janet.
De zomer van Klara wordt steeds the rooftop summer genoemd, veel scènes spelen zich af in de hitte op de daken van New York. Alsof alleen de kunstenaars de bovenwereld bewonen.

Deel 5 is een soort van diashow: korte stukjes van privé- en publieke gebeurtenissen in de jaren '50 en '60.
1952: Nick in een heropvoedingsinrichting.
1962: een optreden van Lenny Bruce (We're all gonna die! Het zijn de dagen van de Cuba-crisis.)
1953: Nick in therapie. Wat heeft hij gedaan? (dit vormt uiteindelijk een belangrijke spanningsboog, dus ik zal het niet verraden.)
1957: een kijkje in de jeugd van Eric Deming, een prachtig beeld van de synthetische Amerikaanse maatschappij toendertijd.
1964: rassenrellen in Jackson, Mississippi. We zien Rose Martin, de zus van Cotter.
1961: Charles Wainwright, reclameman, met de baseball – die hij wil nalaten aan zoon Chuckie - in zijn kantoor.
1955: Nick bij de Jezuïten.
1962: een optreden van Lenny Bruce
1957: Nick en zijn vriendinnetje Amy
1966: J. Edgar Hoover maakt zich klaar voor The Black & White Ball. Er zijn anti-Vietnamdemonstraties in de stad.
1967: Verpleegster Janet moet rennen van het ziekenhuis naar haar flatgebouw, zo onveilig is het in de stad.
1966: terug naar het bal
1962: optreden Lenny Bruce, Cuba crisis
1959: Nick en Amy
1962: optreden Lenny Bruce, Cuba crisis
1967: Marian Bowman, twijfelend over Nick. Vietnamdemonstraties.
1953: Matt in de Bronx (Nick al weg)
1969: Chuckie Wainwright in een bommenwerper boven Vietnam
1965: The Great Northeast Blackout (Nick loopt door zijn oude buurt)
1962: optreden Lenny Bruce "We're not gonna die!"
1965: vervolg Nick en de blackout.

Het hoofdstuk eindigt weer met Manx Martin.

Deel 6: herfst 1951-zomer 1952
Bronzini loopt door de wijk, geniet van alle Italiaanse buurtgenoten. Hij spreekt met een Jezuiet over Nick. Hij geeft schaakles aan Matt. Hij is getrouwd met Klara en zijn zieke moeder woont bij hen in.
Moeder Rosemary Shay verdient geld door kralen op kleren te naaien. Nick raakt van het rechte pad af, stopt met school. Tussen de gebouwen is ook dan al een gebied waar duistere zaken spelen.

Epiloog
We zien Nick en Brian in Kazachstan, ze bezoeken een site waar afvan vernietigd wordt met ondergrondse kernexplosies. In de omgeving wemelt het van de mismaakte kinderen.
Maar in Phoenix is alles okee. Zijn zoon Jeff vindt online een website waarin een wonder wordt beschreven: het gezicht van een meisje dat vermoord is in The Wall (waar Sister Edgar voedsel uitdeelde) verschijnt op een reclamebord van Minute Maid.

Tot zover dit dorre overzicht van de hoofdstukken (met de spannende en spoilerige gedeeltes weggelaten).
Het doet totaal geen recht aan de doorwrochte plot, aan de schilderachtige stijl, aan de maatschappijkritische inhoud, aan de onderwereldse symboliek waarmee het boek doorspekt is.
De doorwrochtheid – thematiek en beelden die steeds op een andere manier terugkomen, herhalingen, uitbreidingen van scènes – maken wel dat je dit boek in zo kort mogelijke tijd moet lezen, anders ontgaat je dat allemaal. Ik had het geluk dat ik ziek was, en het in 14 dagen kon uitlezen. Ik heb oneindig veel zinnen en scènes gehighlight waar ik als commentaar "underworld" bij schreef. De afvalwereld, de maffiawereld, de geheime atoomschuilplaatsen onder bergen, de 'underground' als kunstscene, de graffitikunstenaars bezig in de metrotunnels, maar ook de onderwereld die een mens in zich draagt, waar hij in feite zijn echte leven leeft.
Of zoals Nick het zegt aan het eind van het boek: I long for the days of disorder. I want them back, the days when I was alive on the earth, rippling in the quick of my skin, heedless and real. I was dumb-muscled and angry and real. This is what I long for, the breach of peace, the days of disarray when I walked real streets and did things slap-bang and felt angry and ready all the time, a danger to others and a distant mystery to myself.

In feite laat het boek zien dat hoe we nu leven (en dat is na 1997 alleen maar erger geworden) niet 'echt' meer is. De kinderen spelen niet meer op straat, mensen kennen elkaar niet meer. En dat is allemaal begonnen met "Better Things for Better Living Through Chemistry" (de titel van deel 5). Nu cyberspace er is, is deze wereld eigenlijk de onderwereld geworden, en Whoever controls your eyeballs runs the world.
Ook zien we hoe de hele wereld nu min of meer gelijkgeschakeld wordt. Het vieze mopje over Speedy Gonzalez dat aan het begin door de radioverslaggevers wordt verteld, komt aan het einde terug in Rusland.

Af en toe zit er in de tekst commentaar over het verhaal. Zoals de boog van de baseball en de boog van het verhaal door de jaren.
We zien Klara in 1974 op een vertoning van een pas ontdekte film van Eisenstein, Unterwelt genaamd (precies in het midden van het boek) en de beschrijving van de (fictieve) film zou ook op het boek Underworld kunnen slaan.
[…] the theme deals on some level with people living in the shadows […]
Overcomposed close-ups, momentous gesturing, actors trailing their immense bended shadows and there was something to study in every frame, the camera placement, the shapes and planes and then the juxtaposed shots, the sense of rhythmic contradiction, it was all spaces and volumes, it was tempo, mass and stress.
The plot was hard to follow. There was no plot. Just loneliness, barrenness, men hunted and ray-gunned, all happening in some netherland crevice.

De film voorspelt scènes die later in het boek voorkomen:
In a scene that was extravagant, silly, off-kilter and technically impressive all at the same time, the scientist fires the ray gun at a victim, who begins to glow in the dark, jerking and dancing and then looking rather wanly at his arm, which starts to melt away.
Other victims appeared, muscles and bones reshaped, slits for eyes, shuffling on stump legs.

All you have to do is think of the other Underworld, a 1927 gangster film and box office smash.
Ik heb van zoveel dingen in het boek opgezocht of ze echt bestonden. DeLillo speelt een knap spel met feit en fictie, iets wat ik bij Roth onlangs ook al zo bewonderde, en wat Paul La Farge in The Night Ocean ook weer doet.

Dus al met al. Is dit een of de Great American Novel?
Ik denk het wel. Ik ken geen ander boek dat zo goed weergeeft hoe het land sinds de jaren vijftig is veranderd.
Geef ik het daarom vijf sterren? Nee. En dat komt misschien omdat het een mannenboek is. En opeens denk ik aan Her Mother's Daughter van Marilyn French, een boek dat iets soortgelijks beoogt maar dan vanuit de vrouwelijke leefwereld, over de periode 1900-1980. Het lijkt wel of The Great American Novel per se een mannenboek moet zijn.
Er zijn wel personages in Underworld voor wie ik iets ging voelen. Vooral Marvin en Eleanor vond ik lief, en Bronzini was ook een bijzondere man. Zelfs de kwaadaardige Sister Edgar ging me aan het hart. Maar hoofdpersoon Nick toch niet. Hij was het prototype van de krantenjongen-tot-miljonair-mythe en in die zin een geslaagde protagonist. Maar zijn lot ging me niet aan het hart. Ook Klara – het enige belangrijke vrouwelijke personage – liet me koud.
Misschien ben ik gewoon niet de beoogde lezer voor Grootse Amerikaanse Auteurs. Misschien lezen die alleen elkaar.
Maar alles bij elkaar genomen vond ik het wel een fantastisch boek, een leesreis die ik niet had willen missen. Al was het alleen al uit bewondering om zo'n verhaal op de rails te houden.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

Plok, zei de Schaduw

Ik schreef gister wel last but not least maar het schoot me opeens te binnen dat ik nog een segmentje van de boekenkast in de gang had overgeslagen, doordat ik alle meisjesboeken achter elkaar wilde doen. De Havankjes! Dat is een fascinatie die teruggaat tot de middelbare school. Ik kon echt schateren om de humor van Havank ("hij keek vanaf onmetelijke hoogten neer op zijn theewater"), en ik genoot, net als bij de meisjesboeken, van de ouderwetse details. Zeg Hispano Suiza en ik ben verkocht.
Pas later ging ik me meer in de schrijver en zijn boeken verdiepen, ging ik de hele serie sparen (maar als een echte adept niet die van Terpstra, behalve Menuet te Middernacht) en op chronologische volgorde lezen. Dan wordt het soms ontroerend, vooral als De Schaduw doodgaat, en de setting van de boeken gaat meer voor je leven (het ruige Bretagne, de zonnige Côte d'Azur, het regenachtige Leeuwarden). Om de misdaadplots heb ik me eigenlijk nooit bekommerd.
Ik ben zelfs lid geworden van de Stichting Mateor, en heb verschillende van hun publicaties over Havank aangeschaft.
Het is nu alweer jaren geleden dat ik ze gelezen heb. Misschien een fijn project voor Balkonia, deze zomer.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 4 Reacties

Amerikaboekjes

Last but not least: Amerika. Houston, Texas, United States.
Het architectuurboek over Houston kan ik niet wegdoen. Al is er in 12 jaar natuurlijk gigantisch veel bijgebouwd wat hier niet instaat. Maar ik heb altijd genoten van de gebouwen daar: de imposante wolkenkrabbers downtown, de luxe paleizen langs Memorial, de schilderachtige villa's in The Heights, en de snoezige porch-huisjes. Een stad met oneindig veel gezichten, van superrijk tot beschamend armoedig.
Van Texas zelf hebben we lang niet genoeg gezien, achteraf. Maar van de sfeer ben ik uiteindelijk toch wel gaan houden, het is een beetje alsof je in een film rondloopt en alle inwoners figuranten zijn die zich speciaal Texaans hebben aangekleed. Hoogstwaarschijnlijk ga ik deze reisgids niet meer als zodanig gebruiken, maar weg kan hij nog niet.
En Amerika? Hoe zie ik het voor me om daar nog eens terug te keren? Ik zou nog wel een keer naar Utah willen, of naar de sequoia's. En het meest van alles naar Santa Fe. Maar daar zijn we dus al geweest, en er is vast veel meer moois (Oregon, bijvoorbeeld, denkend aan Wie is de Mol).
Ik blader door Road Trip USA en denk: zelfs al ga ik daar zelf niet rijden, wie weet komt er nog eens een personage dat dat wel doet. En zo'n boek is toch veel overzichtelijker dan Google.
Ze mogen gewoon allemaal blijven.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Schotlandboekjes

Ik ben in een dwarse bui. Van al die Schotlandboekjes nog een apart verhaaltje maken? Wat ga ik doen als ik er ooit nog eens kom, bezienswaardigheden uitstippelen?
Het Nederlandse gidsje kan in elk geval meteen weg.
The Pictish trail herinnert me aan wat in Schotland zo fascinerend is: dat onzichtbare en toch duidelijk aanwezige verleden. Sferen die proefbaar en voelbaar zijn. Mag blijven.
Het Monster van Loch Ness mag natuurlijk ook blijven. Het was een van onze eerste trips daar, en wat hadden we ons verkeken op de afstand. Nee, niet vanwege de mijlen in plaats van kilometers, maar vanwege de bochtige, smalle wegen. Twee keer zo lang uittrekken voor de reis!
Dan de Michelingids. Saai maar nuttig. Veel kaartjes met uitgestippelde routes.
Scottish Highlands is minstens zo nuttig en nog niet half zo saai. Veel mooie plaatjes en routes. Achterin zit nog een briefje van mij, met Dingen om te Doen vanuit de huisjes die we gehuurd hadden. Dan mag de Michelingids weg.
Scotland through the Ages? Prachtig fotoboek van de Stone Age tot en met Mackintosh.
Scottish Medieval Churches? Ook prachtig. Dat was eigenlijk het enige dat ik miste in Schotland: middeleeuwse kerken die wél heel gebleven waren.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | Een reactie plaatsen

betoverend

Enchanting Oman is eigenlijk het mooiste fotoboek over Oman, omdat het van een Europese auteur is, die begrijpt wat 'ons' aanspreekt. Dus vol leuke (en minder leuke) weetjes over de geschiedenis, en vol foto's van Omaanse mensen, bezienswaardigheden en gewone stukjes landschap en dorp zoals je ze overal tegenkwam. De oude en de moderne gebouwen, oude en jonge mensen, de kleurrijke klederdrachten (wat een oorijzerig woord), de sieraden en het aardewerk. Nu kan Oman terug in de expatlevendoos. Verder met Schotland!

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | Een reactie plaatsen

geologie

Dit boek kregen alle PDO'ers ter ere van de 20e National Day (altijd een groot feest waarbij alle huizen en snelwegen met lichtjes versierd waren, en een enorm vuurwerk). Geologisch is het landschap van Oman enorm interessant, hoe meer ik erover leerde, hoe meer ik onder de indruk was. Deze hoge bergen waren ooit zeebodem, die platte vlakte was ontstaan doordat er een gletscher overheen geschoven was … Druipsteengrotten in de open lucht, versteend hout, versteend koraal, windkanters, een berg vol rudisten (fossielen van weekdierschelpen waar zich later weer geodes in gevormd hebben, als ik het goed onthouden heb).
We hebben er wel wat van meegenomen, moet ik eerlijk zeggen. Als beloning voor de heldhaftige trektochten!

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | 2 Reacties

Weg van Oman

Kamelen, Emirs en Paleizen gaat deels over Dubai en Abu Dhabi, maar grotendeels over Oman. Het was destijds het eerste Nederlandstalige boek dat over het land verscheen, het geeft een goed beeld van het land zoals wij het hebben beleefd, en ook van de geschiedenis. Ik heb er voor mijn eigen boek ook diverse weetjes uitgehaald.
Tja, dat eigen boek van mij.
In de Raskrabbel schreef ik een maandelijkse column die heel goed werd ontvangen. Van daaruit ben ik toen begonnen onze belevenissen op te schrijven, in korte stukken. Voor onszelf en onze naasten heel erg leuk, en toen ik een uitgever belde, reageerde die ook heel enthousiast. Maar ik kreeg al vrij snel bericht dat het toch niet helemaal was wat ze in gedachten hadden. En later – toen ik me veel meer in de techniek van het schrijven had verdiept – zag ik wel waarom.
Het is vooral heel naïef van toon. Wat ook geen wonder is, want ik wás naïef. Zoals iedereen die voor het eerst met zo'n totaal andere cultuur kennismaakt. Er veranderde zovéél! Ook mijn rol in het leven, van zelfstandige werkende vrouw naar afhankelijke vrouw-van en moeder-van.
Niet bepaald de goede toon voor een min of meer kritische landsbeschrijving à la Achter Mekka.
Wat niet wegneemt dat ik het zelf af en toe weer eens doorlees, om te weten dat ik dat toch écht allemaal heb meegemaakt.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Ursula K. LeGuin – A Wizard of Earthsea

Ik had op brainpickings al verschillende mooie stukken over Ursula K. LeGuin gelezen, ik heb in het verleden Steering the Craft gelezen en ben het nu aan het herlezen, en onlangs stond er op twitter een link naar een mooi vraaggesprek met haar en toen vroeg ik eindelijk aan mijn volgers welk boek van LeGuin ze me konden aanraden. Bettina reageerde meteen enthousiast: Aardzee!
Nu ben ik helemaal niet van de Fantasy. In het luisterboek van Lord of the Rings ben ik nog niet op een kwart, met Harry Potter kon ik nix. Medebloggers zijn enthousiast over Robin Hobb en N.K. Jemisin, ik ben niet verder gekomen dat The Bone Clocks en The Book of Strange New Things en weet niet of die als Fantasy gelden.

En nu heb ik A Wizard of Earthsea gelezen en ben meteen doorgegaan in deel twee, The Tombs of Atuan.
Er niets zo heerlijk als gegrepen te worden door een boek, en oh wat gebeurt dat maar zelden.
Het leuke was dat ik – zegeneningen van het ebook – onderweg ook steeds aantekeningen maakte omdat ik iets Heldenreizerigs tegenkwam. Deel een is uit 1968, ver voor George Lucas in 1977 aan de haal ging met het Heldenreisconcept, en het algemeen ingang vond bij Disney.

Hoofdpersoon in deel een is de tovenaarsleerling Ged, die natuurlijk een Kwaad moet bestrijden dat in feite het kwaad in hemzelf is. Er zijn Mentors, er zijn Bondgenoten, er is een weg vol gevaren en beproevingen naar onbekend gebied, er zijn draken en geesten. De Story Question verandert in ieder bedrijf en het eindigt met een strijd op leven en dood.
En dan – mijn uitgave is uit 2012 – komt er tot mijn verrassing nog een nawoord van Leguin. Ze vertelt hoe het boek ontstond, hoe destijds de enige tovenaars Merlijn en Gandalf waren en zij dacht: die moeten het toch ergens geleerd hebben?
Ook dacht ze na over de tradities, dat in zulke verhalen de held altijd een witte man was (Ged is koperkleurig), dat vrouwen altijd of passief en blond zijn of zwartharig en destructief maar in elk geval nooit de hoofdpersoon. De Held is altijd de goede die het kwaad bestrijdt, het is altijd Wij tegen Zij, en doet geen recht aan de complexiteit van goed en kwaad.
De overwinning van Ged is dan ook niet het einde van een strijd, maar het begin van een leven.

Het boek is prachtig geschreven, vol citeerbare zinnetjes (die ik spaar om op collages te gebruiken), geeft een wondermooi beeld van de fantasiewereld en zijn bewoners en hun namen en hun middelen van bestaan. Veel gaat over woorden, en het belang van de ware, juiste naam (In den Beginne was het Woord …)

Wel vond ik dat er in dit boek toch weinig meisjes voorkwamen, maar ik word op mijn wenken bediend in deel twee!

En er blijkt een mooie bbc-miniserie van Earthsea te zijn, wat denken jullie, moet ik die gaan zien? Of in elk geval wachten tot ik de boeken uitheb?

Geplaatst in recensies | Getagged , , , | 4 Reacties

mazoon

Het leukste aan Pictures of Oman is dat het achterstevoren is. Geheel op Arabische wijze van rechts naar links. De tekst is in het Arabisch en het Engels en het staat vol prachtige foto's. Meer kan ik er niet over zeggen, tot mijn oog valt op de naam van de drukkerij: Mazoon Printing Press.
Die ken ik!

DE RASKRABBEL

Samen met een andere vrouw-van heb ik de redactie op me genomen van Het Tijdschrift Voor Nederlanders in Oman, de Raskrabbel. Ik onderhoud de contacten met Mazoon Printing Press, die is gevestigd in Ruwi. Om er te komen moet je door een doolhof van zandpaadjes, totdat de weg ergens ophoudt omdat er grimmige rotsen in de weg staan.
Tenslotte had ik de drukkerij dan toch gevonden, en ik liep aarzelend naar binnen. Een vriendelijk glimlachend Omaans meisje wuifde mij in een fauteuil. Al die gammele bankstellen overal, bekleed met een aaibaar stofje in een zoete kleurstelling, "do sit down madam", en dan weet je wel weer hoe laat het is. Of hoe laat het zal worden. Maar dat viel mee. Daar kwam meneer Balan al op me toe gesneld. Hij is degene die de contacten met de klanten onderhoudt.
Wat ik helemaal niet wist, en waarvoor meneer Balan me gevraagd had te komen, was dat alles wat in Oman gedrukt wordt, eerst ter goedkeuring naar het Ministry of Information gestuurd moet worden. En wij kregen geen goedkeuring, want ze konden geen Nederlands lezen.
"Tomorrow I have to go to the Ministry madam," zei meneer Balan. Hij is klein, gezet en zenuwachtig, een Indiase zakenman die het bijna gemaakt heeft. Ik zat daar nog steeds in de diepten van het zachte bankstel en keek afwachtend naar hem op.
"U moet maar meegaan naar het ministerie," stelde hij voor. "Dan kunt u daar zelf toelichten waar het blad over gaat."

De volgende dag zoefden we Ministry Hill op, en vonden gelukkig nog een parkeerplaatsje. Nooit had ik in deze wirwar van gebouwen en officiële deuren de goede ingang kunnen vinden! Door lange gangen, waar verschillende Omaanse ambtenaren druk rokend en kwebbelend rondschuifelden, vonden we eindelijk de juiste deur. Censor, stond erop. Klop klop, wij naar binnen, heel bescheiden en heel beleefd.
Een Omaanse dame zat tussen stapels kranten en tijdschriften achter een luxueus bureau. Balan boog voor haar, en ik gaf haar een hand en stelde me voor.
"Good morning madam. How are you. Do sit down."
Stil zaten we op onze stoelen. Mevrouw de censor bladerde wat in de proefdruk van onze Raskrabbel, tot haar oog op de foto van Wadi Bani Khalid viel, en toen raakten we meteen heel gezellig aan de praat over waditrips, klets klets kwebbel kwebbel, I love your country, it is very beautiful, wonderful nature, Oh yes I've been there too, lovely beach, drukkertje hield zich doodstil terwijl de dame verder bladerde, een woord tegenkwam dat ze herkende (hihi: advocaat chocolade-bavarois) en aan het eind haar handtekening zette. Balan griste het haast uit haar handen en haalde snel het vereiste stempel. Approval!
"Zo", zei hij toen we weer buiten stonden, "dat was een mooie combinatie van Indiase intelligentie en Hollandse presentatie!"

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged , | Een reactie plaatsen