zondagse tv-series

 

 

 

 

Ik hoorde gister dat Catweazle is overleden. De acteur die hem speelde dan, hè. En dan gaan de gedachten terug naar al die mooie series die op de zondagavond werden uitgezonden: Floris, Sebastien, Thierry de Slingeraar (ik slinger hier en ik slinger daar), kapitein Zeppos, Axel Nort, Johan en de Alverman. En ik bedacht dat ik boeken heb gehad van die laatste twee series. Ze lagen in dezelfde kast als mijn stripboeken van Popeye en Sjors en Sjimmie en ik moet ook deze hebben weggedaan bij het leegruimen van het ouderlijk huis.
Van Axel Nort herinner ik me eerlijk gezegd niets meer, niet van het boek, niet van de serie. Maar van Johan en de Alverman kon ik het melodietje nog moeiteloos meezingen. De boeken waren rood en blauw, en nu ik ze googel zie ik dat er 'televizier' op stond. Kreeg je ze gratis bij de tv-gids?
Het is toch wonderlijk dat de series zo zijn blijven hangen. Is dat omdat je – in vergelijking met nu – maar zo weinig tv keek? Omdat zulke series ook eenmalig waren, niks geen herhaling of uitzending gemist? Of waren ze echt zo sprookjesachtig mooi en spannend?

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 5 Reacties

biepjufnesteldrang

Toen alle boeken waren ingewerkt, en ik nog wat extra tijd had gekregen om verlofgangers te vervangen, zat mijn periode bij de Public Technical Library erop. Toch kwam er algauw een nieuw biepbaantje op mijn pad: inkoop van de Nederlandse boeken voor de Ras al Hamra clubbibliotheek.
"De" club. Kolonialer werd het niet, daar in Oman. Genieten hoor, daar niet van. Maar ook een vaag gevoel van gêne. Zwembad, restaurant, bar, tennisbanen, toneelzaal … en in een kleine ruimte de bibliotheek, met Engelse en Nederlandse boeken (andere talen misschien ook nog wel, ik herinner het me niet). Eens in de zoveel tijd was er budget om boeken aan te schaffen. Ik liet me door de oud-collega's uit Rijswijk op de hoogte houden van wat er nieuw verscheen, en zo stelden we de bestellingen op. Ik herinner me nog goed die ochtend dat ik er zat, vlak voor kindeke geboren werd. Ik wilde álles nog inwerken en netjes op de plank zetten.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Joanna Trollope – City of Friends

Als ik een boek uit heb waar ik moeite voor heb moeten doen, wil ik altijd even iets makkelijks lezen. Een smulboek tussendoor bij wijze van sorbetje. Toevallig zag ik op twitter dat Joanna Trollope een nieuw boek had. (Trollope is boos op Rowling, ze vindt dat die laatste zich maar raar aanstelt op social media, het is een fittie tussen oud en jong.)
Ik houd wel van het soort boeken dat Trollope schrijft, van die lekkere Engelse aga saga's over vrouwen in moeilijke levensperioden. Drugs, echtscheiding, pubers, minnaressen, het komt allemaal aan bod.

Ik had City of Friends dan ook zo maar uit. Ze doet het vakkundig: die vrouwen met een paar pennenstreken neerzetten in hun levens, de dilemma's aangeven, en de levens met elkaar verweven.
Maar deze vrouwen waren wel een beetje zeurpietjes. Hun problemen waren zoals Trollope ze zich voorstelt, maar niet zoals ze echt zijn denk ik, voor carrièrevrouwen uit de Londense City.
Dus even gegoogled naar recensies, en toen kwam ik de Digested Read tegen, en moest vreselijk lachen omdat het zo raak getypeerd was.
Trollope moet maar fijn op het platteland blijven en daar de Aga opstoken.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Annalena McAfee – Hame

Het leuke van mijn recensiebaantje is dat ik boeken lees die ik anders nooit (uit) zou lezen.
Op zich leek Hame mij op het lijf geschreven: een boek dat zich afspeelt op een afgelegen Schots eiland, over een bijna mythische dichter die zich daar vestigde in de tweede wereldoorlog.
Mhairi McPhail, een New Yorkse Canadese met Schotse voorouders vestigt zich met haar dochtertje op het eiland om de biografie te schrijven van deze Bard of Fascaray, Grigor McWatt, die ook nog eens de allerberoemdste Schotse protestsong Hame tae Fascaray op zijn naam heeft staan.

Gelukkig is mijn begrip van het Scots helemaal niet zo slecht. Het duurde even voor ik het Doric van Aberdeen kon verstaan, maar toen ik ontdekte dat het Fries daarbij behulpzaam kan zijn, werd het steeds wat makkelijker.
Het Scots van McWatt is een samenraapsel van alle Schotse dialecten die naast het Gaelic gesproken worden. Hij maakt owersettings van bekende Engelse gedichten, en legt lijsten aan van diverse termen, over het weer, en alles wat groeit en bloeit op Fascaray.

McAfee heeft zich gigantisch uitgeleefd om een levensechte geschiedenis van het eiland te verzinnen, waarbij je eigenlijk bij iedere naam moet opzoeken of die echt of verzonnen is - en de meeste zijn echt. Deze vorm van metafictie is een echte trend aan 't worden (ik schreef er ook over in mijn stuk over LeGuin), en hoewel ik er heus de lol wel van inzie, verveelt het me aan de andere kant ook snel.

We vinden al deze feiten in de fragmenten uit de biografie, die 2 jaar na de gebeurtenissen in het boek wordt uitgegeven. Vooral die stukken zijn lang en taai en feitelijk niets meer dan een politieke en sociale geschiedenis van Schotland in de twintigste eeuw. Als McWatt zelf aan het woord is, hoor je tenminste nog een leuke, partijdige, opstandige stem (de beste man heeft 276 notitieboekjes volgepend voor zijn Compendium of Fascaray).

De eigenlijke plot – dat wat ik maar het 'verhaalheden' noem – speelt zich af in dagboekfragmenten van Mhairi. Wat mij betreft hadden die stukken veel langer mogen zijn. Want normaal had ik het boek misschien niet uitgelezen omdat ik de geschiedenisstukken zo zat was (en na verloop van tijd ook niet meer de moeite nam om van ál die gedichten in het Scots het Engelse origineel op te zoeken, zoals bijvoorbeeld van Dylan Thomas: "Dinnae gang saft intae thon guid nicht" of van Yeats: "Stramp doucely fur ye stramp oan ma dwaums"). En het zijn juist de zoektocht van Mhairi naar wie McWatt werkelijk was – ze kan maar niets vinden over zijn jeugd – en haar eigen in het reine komen met haar ingewikkelde wortels en dito relatie met de vader van haar dochter die het uiteindelijk de moeite waard maken om het helemaal uit te lezen. Ik twijfel tussen drie en vier sterren.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

biepjuf in Oman

Tot eind november 1990 heb ik in Rijswijk gewerkt. Bij het afscheid kreeg ik zo'n A4tjesboek, met lieve berichten van iedereen. (En toen kindeke geboren werd, kwam er een kolossale doos waarin iedereen een pakje voor de kleine had gedaan.)
En daar zat ik in Oman. Vrouw-van te zijn en moeder-van te worden.
Gelukkig vond ik vrij snel een baantje … als biepjuf.
Er was namelijk de Public Technical Library gebouwd op last van de Sultan, een fraai gebouw in de vorm van de PDO-ammoniet. Van binnen leverde dat een ronde zaal op, met een Arabische zuilengalerij rondom, en een kristallen kroonluchter in het midden van een plafond van zachtgroene, gedrapeerde zijde. Rondom straalsgewijs opgestelde donkere houten boekenkasten en tafels met lederbeklede stoelen erbij op hoogpolig tapijt.
Er waren een kleine tienduizend boeken aangekocht en op alfabet in de kast gezet zodat de Sultan de opening kon verrichten, en wij voerden ze nu in de computer in, beplakten ze met etiketten en zetten ze op nummer volgens het Dewey-systeem.
We liepen daar rond met twee Engelse bibliothecarissen, een Egyptenaar voor de Arabische boeken, een Schotse vrouw, twee Indiase meisjes en een vrouw uit Trinidad.

We maakten er wonderlijke dingen mee. Inderdaad kwam er eens iemand vragen waar al die boeken voor nodig waren als alles toch in de Koran stond. Een andere keer stond ik bij een lage kast etiketten op boeken te plakken, mijn collega’s zaten allemaal in het kantoortje achter de computer. Plotseling stond een groep Omaanse mannetjes-scholieren zich voor mij te verdringen met fototoestellen voor hun gezicht. Tientallen flitslichten ketsten op mij af, ik zei niets, werkte innerlijk ziendend stug door. Waarom moesten wij dan altijd zo beleefd zijn en keurig vragen of we alsjeblieft een foto mochten maken? Er kwam ook eens een groep meisjes, dat was prachtig, al die gesluierde prinsesjes in een kring op de grond.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Getagged | Een reactie plaatsen

Ursula K. Leguin – the wave in the mind

Soms is een boek zo fantastisch dat je het wel helemaal zou willen overschrijven. Ik heb echt het gevoel dat ik een nieuwe goeroe heb ontdekt (naast andere heldinnen als Cameron, Goldberg en Pinkola Estés).
The Wave in the Mind is een verzameling essays die LeGuin schreef voor diverse publicaties. Er is een afdeling Persoonlijk (over haar jeugd en haar leven, en de invloed daarvan op de schrijverij), een afdeling Gelezen (recensies, leesherinneringen en hoe het geschreven woord werkt, onder andere mbt ritme), een afdeling Discussie en Opinie, en tot slot de allermooiste afdeling On Writing.
Vooral nu ik zo weinig mensen zie, vind ik het heerlijk om essays te lezen. Om me te verhouden tot de mening van iemand die ik bewonder, over onderwerpen die voor mij van het grootste belang zijn. Het is als een gesprek, of, zoals LeGuin het zelf zegt, als een dans. It takes two to tango.

personal matters
In het persoonlijke gedeelte vertelt ze onder andere over haar Indiaanse 'ooms'. Ik was hen tegengekomen in het boek van Paul la Farge. Ze schrijft over bibliotheken die ze gekend heeft (inspiratie voor mijn eigen biepherinneringen): Knowledge sets us free, art sets us free. A great library is freedom.
Ze moet een stuk schrijven over haar favoriete eiland, en denkt daarbij aan de fictieve eilanden uit Earthsea.

*

Ze moet een stuk schrijven over grenzen, en formuleert zo mooi wat een grens is (ik denk meteen aan de Drempel uit de Heldenreis):
A frontier has two sides. It is an interface, a threshold, a liminal site, with all the danger and promise of liminality.
The front side, the yang side, the side that calls itself the frontier, that’s where you boldly go where no one has gone before, rushing forward like a stormfront, like a battlefront. Nothing before you is real. It is empty space.
[…]
The other side of the frontier, the yin side: that’s where you live. You always lived there. It’s all around you, it’s always been. It is the real world, the true and certain world, full of reality.
And it is where they come. You were not certain they existed, until they came.

readings
In Gelezen gaat ze de strijd aan met de bekende eerste zin van Tolstojs Anna Karenina: 'Gelukkige gezinnen zijn allemaal hetzelfde, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op z’n eigen manier.' Ze vraagt zich af: Did he know one family, one single family, that could, over a substantial period of time, as a whole and in each of its component members, honestly be called happy?
Het is ook weer echt zo'n mannending. How the whole thing got gendered, I don’t know, but it did. The gendering supposes that male readers have strong, tough, reality-craving natures, while feeble female readers crave constant reassurance in the form of little warm blobs of happiness—fuzzy bunnies.

*

Ze vraagt zich af waardoor schrijvers beïnvloed zijn, wat hun verbeelding heeft geprikkeld. Waren dat andere schrijvers, of waren het de kindergedachten, alleen in bed met een knuffeldier? Waren het de sprookjes en de beelden die we daarbij zagen?

— Ars Lunga

I sit here perpetually inventing new people
as if the population boom were not enough
and not enough terror and problems
God knows, but I know too,
that’s the point. Never fear enough
to match delight, nor a deep enough abyss,
nor time enough, and there are always a few
stars missing.

I don’t want a new heaven and new earth,
only the old ones.
Old sky, old dirt, new grass.
Nor life beyond the grave,
God help me, or I’ll help myself
by living all these lives
nine at once or ninety
so that death finds me at all times
and on all sides exposed,
unfortressed, undefended,
inviolable, vulnerable, alive.

Ursula K Le Guin

discussions and opinions
In Discussies en Opinies wijdt LeGuin een essay aan het verschil tussen feit en fictie. Het sluit mooi aan bij een trend die ik zelf aan het ontdekken ben: boeken die feiten en fictie vermengen. Zoals Roth, DeLillo en la Farge doen, en ook MacAfee in Hame, wat ik nu aan het lezen ben. (Een ander geval is Capote, die In Cold Blood een non-fiction novel noemde. Daar wordt het waargebeurde verhaal naverteld met het inlevingsvermogen van de schrijver, die aan de personages motieven en oorzaken toekent. In de boeken die ik noemde figureren fictieve personages op een realistisch toneel, tussen historische personages, tijdens historische gebeurtenissen.)
Er zijn nog steeds veel mensen die liever een "echt geschiedenisboek" lezen dan een historische roman. Ze beseffen daarbij niet dat ook zo'n boek wordt gefilterd door iemands brein. Het is altijd 'een' versie van de werkelijkheid. Ook autobiografische geschriften geven niet 'de' werkelijkheid weer. Remembering is an act of the imagination.
Andersom denken lezers dat een romanschrijver zijn ideeën uit de werkelijkheid haalt. Dat de personages zijn gebaseerd op echt bestaande mensen, dat de gebeurtenissen echt zo hebben plaatsgevonden. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

*

The poet Gary Snyder’s finely unpoetic image of composting is useful here. Stuff goes into the writer, a whole lot of stuff, not notes in a notebook but everything seen and heard and felt all day every day, a lot of garbage, leftovers, dead leaves, eyes of potatoes, artichoke stems, forests, streets, rooms in slums, mountain ranges, voices, screams, dreams, whispers, smells, blows, eyes, gaits, gestures, the touch of a hand, a whistle in the night, the slant of light on the wall of a child’s room, a fin in a waste of waters. All this stuff goes down into the novelist’s personal compost bin, where it combines, recombines, changes; gets dark, mulchy, fertile, turns into ground. A seed falls into it, the ground nourishes the seed with the richness that went into it, and something grows. But what grows isn’t an artichoke stem and a potato eye and a gesture. It’s a new thing, a new whole. It’s made up.

Het gedicht van Gary Snyder gaat zo:

On Top

All this new stuff goes on top
turn it over, turn it over
wait and water down
from the dark bottom
turn it inside out
let it spread through
Sift down even.
Watch it sprout.

A mind like compost.

Verhalen dienen om een cultuur te definiëren, om te zeggen: zo zijn wij, zo doen wij dingen.
Through story, every culture defines itself and teaches its children how to be people and members of their people—Hmong, !Kung, Hopi, Quechua, French, Californian … We are those who arrived at the Fourth World … We are Joan’s nation … We are the sons of the Sun … We came from the sea … We are the people who live at the center of the world.
Mensen zijn soms bang voor Fantasy omdat die een andere manier van leven kan voorspiegelen.
Having come to fear even the imagination of true change, many adults refuse all imaginative literature, priding themselves on seeing nothing beyond what they already know, or think they know.
Terwijl verbeeldingskracht noodzakelijk is!
The imaginative fiction I admire presents alternatives to the status quo which not only question the ubiquity and necessity of extant institutions, but enlarge the field of social possibility and moral understanding.

on writing
En dan beginnen die prachtige stukken over schrijven.
Vertrouw het verhaal, zegt LeGuin. Het weet zelf waar het heen wil. Het wil geen ander doel dienen dan zichzelf.
To conceive a story or manipulate it to make it serve a purpose outside itself, such as an ambition to be famous, or an agent’s opinion about what will sell, or a publisher’s wish for instant profit, or even a noble end such as teaching or healing, is a failure of trust, of respect for the work.

*

Any work of art has its reasons which reason does not wholly understand.

*

Ze veegt behoorlijk de vloer aan met heersende noties over het bij de strot grijpen van de lezer, en hem geen tijd gunnen om adem te halen. Je lezer is een danspartner, samen maak je die dans.

*

Personages zijn geen plastic speelgoedjes, en ook geen luidsprekers. Een personage is zichzelf, en als schrijver moet je hem laten spreken.
In so far as the author’s point of view exactly coincides with that of a character, the story isn’t fiction. It’s either a disguised memoir or a fiction-coated sermon.

*

Iets anders om je bewust van te zijn tijdens het schrijven (en belangrijk in deze tijden van Hallo Witte Mensen en culturele toe-eigening) zijn de aannames die je als vanzelfsprekend voor waarheid houdt.
Onbetwiste aannames in de meeste boeken zijn:
1. We zijn allemaal man.
2. We zijn allemaal wit.
3. We zijn allemaal hetero.
4. We zijn allemaal christen.
5. We zijn allemaal jong.
Als boeken over witte hetero mannen gaan, zijn ze 'voor een breed publiek.'
Als boeken over zwarte lesbische vrouwen gaan, zijn ze 'voor een specifieke doelgroep.' (Het gaat zelfs zover dat mijn roman Brandsporen niet geschikt werd geacht voor bibliotheken omdat hij in Friesland speelde.)

All I would ask of writers who find it hard to question the universal validity of their personal opinions and affiliations is that they consider this: Every group we belong to—by gender, sex, race, religion, age—is an in-group, surrounded by an immense out-group, living next door and all over the world, who will be alive as far into the future as humanity has a future. That out-group is called other people. It is for them that we write.

*

Ze schrijft over schrijfworkshops, en hun belang voor de ontwikkeling van het schrijverschap. Het is belangrijk je ego buiten de deur te laten. Het belangrijkste wat deelnemers moeten leren is schrijver te zijn. Workshops die focussen op uitgevers en verdienmodellen zijn geen schrijfworkshops maar bedrijfscursussen. Als je eerste interesse ligt in het verkopen van je werk, ben je geen schrijver maar een handelaar. Als je eerste interesse ligt in het toetreden tot De Literatuur, ben je geen schrijver maar een statuszoeker.
Writers don’t write “for” anything, not even for art’s sake. They write. Singers sing, dancers dance, writers write. The whole question of what a thing is “for” has no more to do with art than it has to do with babies, or forests, or galaxies.

*

En dan de vraag die het meest gesteld wordt: waar haalt u uw ideeën vandaan?
Mensen willen dat weten, want schrijvers zijn rijk en beroemd en dan kunnen zij dat ook worden.
Iemand vroeg Willie Nelson waar hij zijn liedjes vandaan haalde, en hij zei: "The air is full of tunes, I just reach up and pick one."
Zo is het met verhalen ook.

The air is full of tunes.
A piece of rock is full of statues.
The earth is full of visions.
The world is full of stories.

Verhalen maken is een natuurlijke behoefte. People who can’t make the world into a story go mad. Or, like infants or (perhaps) animals, they live in a world that has no history, no time but now.

*

Fictie is verbeeldingskracht die aan de slag gaat met ervaring.
Waarom zijn Amerikanen zo bang voor draken? Natuurlijk moest ik allereerst aan Heldinne's Reis denken en de draken die zij moet bestrijden. Volgens LeGuin zijn Amerikanen bang voor fictie in het algemeen. Het enige waardevolle boek is immer de Bijbel. En dat deed me meteen denken aan mijn ervaringen in de bibliotheek in Oman, waar iemand vroeg waar al die boeken voor nodig waren als alles immers in de Koran stond.
LeGuin geeft een mooie overweging over de populariteit van memoires tegenwoordig. Echt gebeurd is superieur aan verzonnen.
To think that realistic fiction is by definition superior to imaginative fiction is to think imitation is superior to invention. In mean moments I have wondered if this unstated but widely accepted, highly puritanical proposition is related to the recent popularity of the memoir and the personal essay.
Er verschijnen veel boeken over de Verschrikkelijke Jeugd die mensen gehad hebben, en LeGuin mist daarin de echte draken:
The imagination can transfigure the dark matter of life. And in many personal essays and autobiographies, that’s what I begin to miss, to crave: transfiguration. To recognise our shared, familiar misery is not enough. I want to recognise something I never saw before. I want the vision to leap out at me, terrible and blazing—the fire of the transfiguring imagination. I want the true dragons.
Ideeën komen voort uit de ervaring, maar verhalen zijn geen afspiegeling van het leven.
Fiction is experience translated by, transformed by, transfigured by the imagination. Truth includes but is not coextensive with fact. Truth in art is not imitation, but reincarnation.

*

En een verhaal kan alleen bestaan in samenwerking met de lezer.
Story is a collaborative art. The writer’s imagination works in league with the reader’s imagination, calls on the reader to collaborate, to fill in, to flesh out, to bring their own experience to the work. Fiction is not a camera, and not a mirror. It’s much more like a Chinese painting—a few lines, a few blobs, a whole lot of blank space. From which we make the travellers, in the mist, climbing the mountain towards the inn under the pines.

*

Ze schrijft iets moois over Writer's Block:
Would it not be better to look on it as a clearing? A way to go till you get where you need to be?

*

En dan het allermooiste: The Writer On, And At, Her Work.
Het staat nergens online, en ik vraag me af of ik dat zomaar mag doen. Maar het is zo mooi, zo waardevol, zo inspirerend, ik wil er hele stukken uit overschrijven en aan de muur hangen, ik wil er collages mee maken, ik wil het vertalen, ik wil …
Ik zet het hier neer. Oordeel zelf.

Her work, I really think her work
is finding what her real work is
and doing it,
her work, her own work,
her being human,
her being in the world.

Een boek om nog lang mee in gesprek te blijven!

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , , , , | 2 Reacties

plankjes

Tegenwoordig kun je zelf online boeken reserveren bij de bibliotheek, en is het hele proces - op het vasthouden van het fysieke boek na dan – geautomatiseerd. Terwijl vroegah …
Als iemand een boek wilde reserveren, werd er bij het inlichtingenbureau een kaartje ingevuld, met de gegevens van boek en lezer. De volgende ochtend werden de reserveringen gedaan. Wij gebruikten daarvoor de plankjes die vroeger in de jeugdbibliotheek gebruikt werden om ervoor te zorgen dat de kinderen de boeken op de goede plek terugzetten in de kast.
Voor ik daar een foto van gevonden had! Zoeken op "bibliotheek" en "plankjes" levert alleen boekenplanken op. Tot iemand op een blog vertelde over een kind dat klappen had gekregen met 'shelf markers.' Toen had ik een zoekterm! (Weer dat vraagvertalen.)
Van elk reserveringskaartje werd een etiketje geschreven met sisonummer, schrijver en titel, dat werd op zo'n plankje geplakt, en die plankjes gingen op de juiste plek in de kast. Als het boek dan terugkwam, zag je bij het opruimen dat plankje, en wist je: gereserveerd. Boek en plankje naar inlichtingenbureau, en de lezer kreeg een berichtje thuis.
De kaartjes lagen zolang op grote borden bij de balie, want als iemand een boek wilde verlengen, werd er altijd even gecheckt of het ook gereserveerd was.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

afstempelen

Aan het einde van de dienst riep ik dus mensen op om hun boeken te laten afstempelen, maar in feite deden we dat toen al niet meer. Tenminste niet zoals destijds in Heerenveen: datumstempel van uiterste inlevering op het stempelbriefje in het boek zetten, en het lenersnummer op het kaartje noteren.
De tijden waren inmiddels gemoderniseerd met het kartosysteem. Daarvoor stempelde je voor de tijd een stapel genummerde kaartjes. Als mensen boeken kwamen lenen, legde je hun abonnement onder een lezer, stopte je zo'n genummerd kaartje in het 'hoekje' voorin het boek waarop schrijver en titel stonden, duwde je de rand van het boek tegen een drukknop, en zo werd van het geheel een foto gemaakt op microfiche.
Bij inname werden de kaartjes weer uit het boek gehaald, teruggestuurd naar Karmac (het bedrijf van de kartokaartjes), en afgeboekt. Sommige boeken werden helaas nooit meer teruggebracht, en na een aantal maanden kreeg je dan lijsten, afgedrukt op gestreept computerpapier met gaatjes aan de zijkanten, waarop de gegevens genoteerd stonden. Volgens mij moesten zulke lijsten nog handmatig ingetypt worden, ik kan me tenminste niet voorstellen dat de microfiches in letters omgezet konden worden.
Aan mij de schone taak om de verloren titels uit alle catalogi te verwijderen.
Na heel veel sneupen (biepjuffen zijn meestergoogelaars) heb ik nog een foto uit 1983 gevonden waarop een karto-apparaat staat afgebeeld.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 4 Reacties

titelbeschrijven

Ik geloof dat ik mijn lesboeken over catalogiseren en titelbeschrijven pas weggedaan heb toen ik in 2012 naar Groningen verhuisde. Het tentamen titelbeschrijven herinner ik me nog heel goed, omdat de tram waarmee ik naar Den Haag reisde pech kreeg. Verbrande remschijven, een geur om nooit te vergeten. En dan al die puntjes, komma's, streepjes en schuine strepen precies op de juiste plaats zetten. Want dan zou de computer "later" al die velden meteen kunnen herkennen.
Toen bij de LOI-cursus dan ook een opdracht kwam om een dialoog te schrijven met vakjargon, hoefde ik niet lang na te denken.

VOOR DE AUTOMATISERING (19012000)

 

‘Wat een stapels! Laten we maar gauw beginnen.’
‘Ik haat titelbeschrijven.’
‘Doe jij de romans dan. Ik neem de non-fictie wel. Heb jij een lineaal om de boeken te meten?’
‘Doen we het collatieveld ook?’
‘Natuurlijk. Denk erom dat het voorwerk meetelt voor het aantal pagina’s.’
‘Kijk nou, een roman met plaatjes. Komt de tekenaar ook in het auteursveld?’
‘Peter van Straaten ìs de auteur! Hoef je dus geen dubbelplaatsing te maken, scheelt weer een zie-ook-verwijzing. En wees nu stil, wil je, ik zit een Rus te translittereren.’
‘Sorry, nog even. Ik zie geen plaats van uitgave, hoe zet je dat in het impressumveld?’
‘S.L.’
‘Es El?’
‘Sine Loco. Kleine s, grote L.’
‘Spiegel der Zaligheid, hé, die komt toch onder een andere sorteertitel?’
‘Elckerlyc, ja. Wat voor hoofdwoord moet ik hier toekennen, een publicatie van een of ander Leids lab, is dat een atypische overheidscorporatie?’
‘Moet je mij niet vragen, ik ben maar de assistent-bibliothecaris hoor. Hoe zat dat met alfabetiseren, komt Van Den Berg bij de B?’
‘Als het geen Belg is. Geef mij het gele boek eens aan, ik kom hier niet uit. Is dit een niet-seriële publikatie? Zal ik het volgens de open-titel-methode doen?’
‘Zet het gewoon in de annotatie, en maak er een zie-ook-terugverwijzing bij. Ik zal blij zijn als we volgend jaar eindelijk een computer krijgen!’

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

kwartjes

Als je de laatste inlichtingendienst had, moest je tegen sluitingstijd (5 uur of 9 uur) de ronde doen om mensen te waarschuwen. "Wilt u de boeken laten afstempelen? We gaan zo sluiten!" Vaak nog wat laatste vragen beantwoorden, voor iemand snel iets uit de kast grissen, hop hop, weg jullie. De ramen dichtdraaien, de lichten in de leeszaal alvast uitdoen, checken of zich niemand verborgen hield op de toiletten of tussen de kasten.
Dan de kas opmaken. Het geld van de reserveringen, van de nieuwe leden, de kwartjes tellen van het kopieerapparaat en die in rolletjes doen, en het geldkistje naar zijn geheime verstopplaats brengen. Och man, dat kopieerapparaat, daar hebben we zelfs les in gehad op de BDA. Ik wist al wat toner was voor de laserprinter was uitgevonden. Als het apparaat haperde moest de biepjuf het klusje klaren, en meestal lukte dat ook.
Dan de draaideur afsluiten, nog even meehelpen met de laatste karren leegruimen en de boeken rechtzetten …
Het is grappig om aan al die routines terug te denken. Bijna dertig jaar geleden en ze zitten me nog in handen en benen alsof het gisteren was. Het is zo'n raar idee dat de biep nu in een ander gebouw zit waar ik nooit geweest ben.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen