Aberdeen Central Library

 

 

 

 

Toen kindeke eenmaal naar school ging, had ik overdag genoeg tijd om naar de Central Library te gaan, een monumentaal gebouw in het centrum van Aberdeen. Als je vroeg ging, kon je er vlak achter parkeren.
Ik herinner me het interieur als oud en stoffig, een beetje duister ook, maar wat heb ik er een schat aan boeken vandaan gehaald. Romans, zelfhulpboeken (over depressie onder andere), inspiratieboeken, reisboeken, schrijfboeken. De eerste keer dat ik The Writer's Journey las, er ging een wereld open!

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Sarah Perry – After Me Comes the Flood

Ik was verrukt van het tweede boek van Sarah Perry. (Ik check even online of ze nog meer heeft geschreven, en vind het een en ander over haar leven, dat verklaart waarom zij schrijft zoals ze schrijft, of liever: waarom juist deze verhalen haar als verteller uitkiezen.)
Na de bespreking van Anna was ik een beetje huiverig om aan haar debuut te beginnen, maar het heeft me toch maar mooi door de afgelopen zware dagen heen geloodst.
Hoe dan wel?
Dat is de vraag.

De plot is – net als in The Essex Serpent – moeilijk na te vertellen. Een Londense boekhandelaar wil de eindeloze hittegolf ontvluchten door naar zijn broer in Norfolk te gaan. Onderweg krijgt hij autopech, en belandt in een oud landhuis, waar hij door de merkwaardige bewoners wordt ontvangen als een bekende op wie iedereen gewacht heeft. Bevangen door de hitte laat hij het zich aanleunen. Op de logeerkamer staan onuitgepakte dozen met zijn initialen erop, hij trekt de vreemde kleren aan, en blijft. Langzaam wordt duidelijk hoe de bewoners – de oudere huiseigenares, een oude ex-dominee, een jonge pianiste, een accountant, een jonge broer en zus - daar gekomen zijn, en wat er werkelijk speelt tussen hen.

De niet aflatende droogte, het langzaam vervallende huis, de dreiging van het gele licht boven het nabijgelegen waterbekken, het doornroosjige bos helemaal rondon, de vogelloze stilte … het is de sfeer die voor altijd zal blijven hangen, denk ik. En al die kleine openbarinkjes die alle personages krijgen, of geven aan John, de buitenstaander.

John is in sommige hoofdstukken de ik-verteller (hij schrijf de gebeurtenissen op in een notitieboek dat aan de andere Jon [sic] behoort). In andere hoofdstukken neemt Perry het over, en schrijft ze soms ook vanuit de andere personages. Een belangrijke rol speelt het gedicht Wulf and Eadwacher. Ik kende het niet (Anna heeft de studie Engels wél afgemaakt ;-), maar wat sluit het schitterend aan bij de emotionele draden die tussen de personages gesponnen worden. Het vergeefse roepen in de regen, de omhelzingen door de verkeerde, het ontvoerd worden naar een eiland en nooit meer weg kunnen.

Dat is wat Perry zo weergaloos doet. Ze legt niets uit. Ze legt geen bekende reis af, ze houdt zich niet aan beproefde strategieën om de lezer door het verhaal te slepen, ze bouwt geen plot waarin het enkel en alleen draait om Wie het Gedaan Heeft, of Waar de Schat Ligt. Ze roept een visioen op waaraan je je moet overgeven, waarin personages en omgeving zinderen van leven en jij zit daar ook op het verdorde gras te wachten op de regen.
Het is zo'n boek waarbij je na de laatste woorden denkt … okee …?
En pas de volgende ochtend – nu – dringt het in volle hevigheid tot je door dat het een meesterwerk was.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

naar de biep in Aberdeen (1)

Hoera we woonden weer in een westers land dus ik kon kindeke laten kennismaken met de verrukkingen van de bibliotheek. We werden lid van het buurtfiliaal in Kincorth, waar ze ook speelgoed uitleenden. Spannende spelletjes die we thuis niet hadden. En we konden erheen met de dubbeldekkerbus die toen nog reed, fijn bovenin zitten! (Daar droom ik nog vaak van, ook dat je dan zo leuk bij de mensen naar binnen kon kijken in hun bovenkamers.)
Omdat het zo'n fijn overzichtelijk biepje was kon kindeke op haar gemak tussen de prentenboeken en het speelgoed scharrelen terwijl moeders – inmiddels jaren achter – heerlijke Engelse romans uitzocht. En af en toe een zelfhulpboek, want zo fantastisch was alles nu ook weer niet.
Ik wist niet meer hoe het gebouw eruitzag – toen kindeke eenmaal naar school ging kwamen we er niet zo vaak meer – tot ik online een foto vond. Toen kwam het weer allemaal boven. Even kijken op google maps of hij er nog staat. En ja hoor! 43 Provost Watt Drive, Aberdeen. Afschuwelijk lelijke wijk overigens, dat Kincorth. Het schokte mij destijds hoe oostblokkig Schotland hier en daar was.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

to be and not to be

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged | Een reactie plaatsen

biepjuf in Aberdeen

Toen kindeke eenmaal naar de Nederlandse school ging, had ik ook al spoedig weer een biepbaantje: in de schoolbibliotheek. Boeken aanschaffen en inwerken, en uitlenen. Dat laatste was echt geweldig, de hele school kwam langs en op een bepaald moment ken je dan echt al die kinderen, en weet je van welke boeken ze houden. Al dat lieve kleine grut dat bij kindeke in de klas zat, en ook de grotere kinderen tegen wie zij natuurlijk vreselijk opkeek.
Ook daar de eerste moeizame schreden op weg naar computerprogramma's en –catalogi. De tijd waarin ik zelf het internet begon te ontdekken. Ik herinner me nog de verrukking toen ik erachter kwam dat je online in de catalogus van de Library of Congress kon zoeken, en dat ze er nog boeken van Couperus hadden ook. Wel ergerde ik me als rechtgeaarde biepjuf aan de ongeordendheid van het internet. Waarom hadden ze niet vanaf het begin bedacht dat iedereen die een website begon, die verplicht moest onderbrengen in een classificatieschema? (Toen waren de zoekmachines ook nog niet zo goed.) Inmiddels weet ik de meeste zoekstrategieën in Google, en is er niet veel wat ik niet boven water weet te krijgen. Wat zijn er in twintig jaar veel dingen gewoon geworden.

(Ik kon zo gauw geen foto vinden van de school, en google street view – hadden we destijds ook niet verzonnen – gaat niet verder dan het pleintje. De school ligt achter het huis, maar staat al heel lang leeg.)

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

de Schotse leesclub

We verhuisden van Oman naar Schotland toen kindeke net 3 was geworden. Ze had op haar verjaardag een fiets gekregen, en samen fiets-wandelden we over Cloggy Hill – de wijk waar de Nederlandse school stond, en waar zij een heerlijk ouderwetse jeugd had van boompjeklimmen en kikkervisjes vangen – toen ik door een aardige vrouw werd aangesproken. Of we nieuw waren, en of ik eens kwam koffiedrinken. Zij vroeg me bij de leesclub. Bijna zeven jaar lang ben ik er lid van geweest, en we lazen een boek per week! (Bij hele dikke boeken soms een paar korte verhalen tussendoor.)
We deden het onder leiding van een juffrouw van de Aberdeen University, Jo – hoe heette ze ook maar weer van haar achternaam? Ik zoek mijn aantekenschrift op. Wat hebben we toch veel van haar geleerd. Dat je niet moet zeggen 'in the beginning' (want dat is voor God) maar 'at first.'
Ik vond 'the book is sitting on the shelf' zo'n grappige uitdrukking en maakte er een tekeningetje van, waar zij weer ontzettend om moest lachen.
Ook de leesclubleden komen me weer voor de geest: C, wier dochter vaak op kindeke paste, A uit Friesland, N die soms zo bitter kon zijn, M met haar Franse accent, W met haar mooie wit-met-turquoise interieur, T die me wat lesjes over het feminisme leerde … Vrouw-van zijn had ook voordelen. Alle tijd om te worden wie je was.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

kwartje

Ik lees Fathers : Reflections by Daughters, een boeiend boek waarin verschillende schrijfsters vertellen over de relatie met hun vader en zijn betekenis in hun leven. Iemand vertelt over de kinderboeken van haar vader, hoe die als wereldbeleving hun stempel drukten op haar jeugd (hij las ze voor, en zij las ze zelf).
En daar ging een luikje open in mijn geest. Ergens op zolder, achter de fluwelen gordijnen die tegen de tocht aan een dwarsbalk gespijkerd waren, lag een klein stapeltje boeken uit mijn vaders jeugd. Oud roken ze, en je kreeg er grijze vingertoppen van. Waar ze gebleven zijn? Geen idee. De enige titel die ik me herinner is Met een Kwartje de Wereld Rond, van Paul d'Ivoi. Ik moet het gelezen hebben, want ik weet nog dat ik er eerst te jong voor was. En dat ik het spannend en exotisch vond, en lang niet alles begreep.
Tot mijn vreugde vind ik het terug in de dbnl. In mijn herinnering had het een donkerrood kaft, maar die uitgave blijkt uit de jaren '70. Ik ben heel benieuwd of ik nog iets van het verhaal zal herkennen.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Pjotr 2001 – 2017

We kochten je op 20 oktober 2001 voor $50 bij een achenebbisj dierenwinkeltje in Houston, als speelkameraadje voor kindeke, die zo onwennig was van haar Schotse vriendjes. We noemden je Pjotr omdat we dat altijd in ons hoofd hadden gehad als kattennaam, en omdat ze bij de dierenwinkel zeiden dat je Russisch Blauw was. Terwijl je uiteindelijk een halve Maine Coon bleek.
Van een snoezig wild en bang pluizebolletje werd je algauw een grote kat met veel haar die veel last had van de Texaanse hitte. Wat lag je soms te hijgen onder de struikjes. Je ving een keer een slang, gelukkig was kindeke zo dapper om die te vangen met een lepel en een plastic zakje. Jouw hoogtijdagen daar waren als we grote garnalen aten, dan zat je op het aanrecht het pellen te aanschouwen met een verlekkerd neusje.
In 2005 verhuisden we naar Nederland. Jij in je bak (waar nog steeds die sticker LIVE ANIMALS op zit) in het ruim. De eerste dagen logeerden we bij schoonmama, waar jij – aangelijnd – de Nederlandse natuur begon te verkennen. Wat heb je genoten van onze tuin in Leeuwarden, van alle beestjes daar, en van banjeren langs de sloot. We waren je meteen de eerste dag al kwijt.
Aan de voorkant terroriseerde je de buurt. Lagen de buurpoesjes zoet te soezen op de oprit, kwam jij daar aangestiefeld met getrokken pistolen. Het heeft je flink wat verwondingen opgeleverd, we zijn zelfs een tijd bang geweest dat je je fiere pluimstaart zou verliezen.
Wel was je vaak ziek omdat je dingen vrat die niet goed voor je waren. Daarom was het helemaal niet zo slecht dat je niet meer naar buiten kon – alleen op het balkon – toen we naar Groningen verhuisden. Qua gezondheid ging je erop vooruit, en als oudere man wilde je het sowieso wel wat rustiger aan doen.
We hebben hier nog heerlijke jaren gehad, met onze eigen oudemannen- en vrouwtjesrituelen. Vooral de middagdut, als je zo heerlijk warm bovenop het vrouwtje kwam meesnurken.
En nu ben je er zomaar opeens niet meer. Je was al een aantal dagen wat lusteloos en vreemd, en opeens verloor je enorme plukken haar. De dierenarts constateerde iets groots in je buik, en bij de operatie vanmorgen bleek, dat je hele buik vol tumoren zat. Ze hebben je niet meer wakker gemaakt. Ik wilde niet dat mijn stoere lieve Pjotr nog zou moeten lijden. Vannacht heb je nog bij me geslapen omdat je steeds voor de deur zat te mauwen om eten. We hebben elkaar nog geaaid.
Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat zo'n bijzondere kat mij zo lang heeft willen hebben.
Nu op naar de Grote Garnalenhemel!

Geplaatst in autobio | Getagged | 16 Reacties

Megan Hunter – The end we start from

Ik ken een schilderes die in een bepaalde fase uitprobeerde met welk minimum aan lijntjes en kleur ze toch een heel landschap kon suggereren.
Dat is wat Hunter in dit boek ook probeert te doen. Er is een ramp gebeurd, heel Londen en half Engeland staan onder water, en de ik-persoon, haar man R en pasgeboren zoontje Z vluchten naar het noorden, waar R's ouders wonen. Eerst lijkt het daar veilig, maar het voedsel raakt op, ze vluchten verder, Z wordt ziek, ze moeten medische hulp hebben en belanden in een vluchtelingenkamp.

Zo op het oog een 'normale' dystopie, ware het niet dat het verhaal is opgeschreven in korte alinea's – soms één zin, soms een paar – met witregels ertussen. Overgangen in tijd worden met sterretjes aangegeven, en soms staan er tussen de reguliere zinnen in cursief een soort citaten uit diverse scheppingsmythes. Als om aan te geven dat met het einde van een wereld er ook een nieuwe wereld begint.
Hunter is dichter, dit is haar eerste roman. Hij hangt qua stijl tussen poëzie en proza, en soms zijn de zinnen poëtisch prachtig. Soms zijn ze ook te ongrijpbaar voor een roman.
Ik ben er voor mezelf nog niet uit wat ik vind van zo'n experiment. Als schrijver kan ik me voorstellen dat het de moeite waard is om te proberen. Ik vraag me ook af hoe je dan te werk gaat: verzin je eerst alle scènes en schrijf je dan de essentie op, zoals je een droom in steekwoorden noteert zodra je wakker bent?
Maar belangrijker: mag de vorm voorrang nemen op de inhoud? Wel als de vorm de inhoud verhevigt. Dat zou je hier kunnen beweren. De korte, hevige zinnen geven aan wat er nog binnenkomt als het leven je zo uit handen gespoeld wordt.

Tegen het einde van het boek schoot me opeens te binnen dat ik eerder een boek heb gelezen dat uit korte fragmenten bestaat, iets minder kort dan deze, maar toch: Dept. of Speculation, van Jenny Offill. Ook daar een naamloze ik-persoon, de geboorte van een kind, andere personages met initialen aangeduid.
Jammergenoeg heb ik daar geen uitgebreide bespreking van gemaakt. Wel herinner ik me dat ik ervan onder de indruk was. Op de een of andere manier scheen de schrijver – of de hoofdpersoon – meer bagage te hebben. Want dat is noodzakelijk bij weglaten: er moet wel de suggestie zijn van een top van een ijsberg, niet alleen een top. En ik ben het nog steeds niet met mezelf eens of dat bij The End We Start From zo is. Het verschijnt over een paar dagen, maar eens zien wat de officiële recensenten ervan vinden.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 1 reactie

Ali Smith – Autumn

Naar aanleiding van de bespreking van Joke (en haar aanbeveling) heb ik Autumn van Ali Smith gelezen.
Het is zo'n boek dat je eigenlijk twee keer achter elkaar moet lezen om het helemaal op waarde te schatten.
Kort het verhaal: Daniel Gluck (101) ligt op sterven in een verpleeghuis. Hij slaapt en droomt, in wonderlijke scènes krijgen we iets mee van zijn geschiedenis en gedachtenwereld. Zijn vroegere buurmeisje Elisabeth (nu 32) zoekt hem regelmatig op, waarbij ze hem voorleest terwijl hij slaapt. Ze denkt terug aan wat hij voor haar betekend heeft, en ze denkt aan haar proefschrift over de Engelse pop-art kunstenares Pauline Boty.
Elisabeth geeft kunstgeschiedenis in Londen, maar nu Daniel in hetzelfde dorp ligt waar haar moeder naartoe verhuisd is, is ze vaker daar. Het is de zomer vlak na de Brexit, en in het dorp is een sterk anti-buitenlanders-sentiment opgeborreld.
Daniel is een vaderfiguur voor haar geweest, van wie ze veel leerde over kunst en literatuur. Daniel zelf heeft een zwaar leven gehad, en vrijwel niets overgehouden aan zijn talenten als liedjesschrijver en kunstverzamelaar. Hij is verliefd geweest op Pauline Boty.

Het begin van het boek vond ik ongelooflijk mooi. Heel soms heb ik dat ik buiten adem raak van een boek omdat de taal zo wonderbaarlijk is. Het is dan ook niet de 'narrative hook' die je naar binnen sleurt, maar het intense genot van de woorden en de beelden. Niet het leegvreten van een zak drop, maar het genieten van een exquise schilderijtje met verfijnde smaken op je bord.
Taal die niet alleen beelden schept en zintuiglijke ervaringen, maar die ook meteen lijntjes weeft naar Shakespeares en Ovidiussen.
Dat was Daniel die aanspoelde als Odysseus op een Ogygia (al blijken er verderop toeristen te zitten en lichamen van dode vluchtelingen te zijn aangespoeld).
Dan is er het grappige stuk over Elisabeth die een nieuw paspoort aanvraagt. Symbolische handeling, en vooral een lesje in bizarre bureaucratie.
Er komen tedere scènes over Elisabeth's jeugd, en de wonderlijke gesprekken die ze heeft met haar oude buurman. De relatie met haar moeder, aan wie je als lezer eerst een hekel krijgt, maar die gaandeweg zo verandert dat je begrip krijgt, en haar met humor kunt bezien, net als Elisabeth zelf.

En dan nog een heel lang stuk over Pauline Boty, over haar leven en werk, en wat Christine Keeler daarmee te maken heeft. Hier verloor ik mijn belangstelling. Over Daniel en Elisabeth had ik wel een heel dik boek willen lezen, doorregen met herfstige beschouwingen over het land en het landschap. Ik besef dat de schrijfster dit opzettelijk heeft gedaan. Ik word – gezien de titel – uit het verhaal gegooid als een herfstblad van een boom, dat is de macht van schrijvers. Wat ze je voortoveren is niet meer dan dat: getover.
Maar zo'n lezer ben ik niet.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 3 Reacties