7 de grote Hemren (1)

Ik moest erover gaan nadenken wat ik wilde worden. Meisjes trouwden rond hun eenentwintigste, tot die tijd moesten we een vak uitoefenen, zodat we, mochten we ooit alleen komen te staan, toch in ons onderhoud konden voorzien. Alles over het huishouden leerden we van onze moeder, op de dagen dat we niet naar school gingen.

Wie geluk had, leerde ook wat mannendingen van haar vader of broer. Va leerde mij stenen te polijsten, en van alles over eigenschappen van gesteente. Hoe en waar je ze kon klieven, welke makkelijk te bewerken waren en met welk gereedschap. Ik vond het heerlijk om samen met hem bezig te zijn onder het rieten afdak achter ons huis. Vaak vertelde hij verhalen over de stenen, over de rol die ze in de geschiedenis van ons land hadden gespeeld. Over de herkomst van het Rotsvadmijn, meer dan Dogman ons ooit vertelde.

"Heel lang geleden was het slecht gesteld met ons eiland. Er waren geen grenzen, er was geen gezag, mensen zwierven in hongerige groepen door het land, ze maakten elkaar af om een vis of een konijn, ze aten bessen van struiken of groeven knollen uit de grond als varkens. Niemand had een naam, want niemand wist dat letters bestonden.

Toen stond er temidden van die heidense nomaden een Opperva op. Onze vader, de Grote Hemren. Hij was de eerste die de Heerweg betrad en volgde tot aan de Berg van Verering. Onderweg werd hij steeds gevoed. Dieren boden zich aan, mensen die hem zagen onthaalden hem gastvrij, of lieten hem drinken uit hun waterzak. Hij kreeg een groot gevolg.

Toen hij de Berg van Verering beklom en de Rots zag liggen, wist hij dat daar zijn bestemming lag. Hij keerde zich om naar zijn volgelingen, een enorme stoet tot aan de voet van de Berg. Verspreid mijn woord! Het volk murmelde: woord? Welk woord? Hoe?

Hij zette zich neder, trok een stenen plaat op zijn schoot, en met zijn wijsvinger schreef hij daarop de letters van het rotsvadmijn. Hij begon het te scanderen, precies zoals je het op school geleerd hebt. Rots Vadmijnkluwz GhefBee Pyc! Het volk zei het na, het woord verspreidde zich naar het eind van de stoet, en zo verder door het hele land."

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

6 – de schaduw

Om me te kunnen concentreren ging ik vaak met mijn marmerplaat, mijn hamer en mijn beiteltjes de woestijn in. Ten westen van DunKitaba is een zee van oranje zandduinen. Ik verborg me in een valleitje tussen twee duinen en werkte met het puntje van mijn tong uit mijn mond. Het was laat, de hekken zouden bijna dichtgaan, de zon stond al laag. Eigenlijk zag ik het niet goed genoeg meer.

Ik legde mijn gereedschap neer en rekte me uit. Zo stil was het, zo warm en mooi was alles om me heen, mijn handen wilden de vormen van de duinen nastrelen, ik deed het met mijn ogen en knipperde even. Knipperde nog eens. Hoewel er helemaal geen wolken waren, liep er een schaduw over de duinen. Het was ook geen wolkenschaduw. Het leek eerder een zwaardschaduw, of zelfs, als dat bestond, een weg-schaduw. Een eindeloze, brede schaduwstreep liep van links naar rechts over de duinen.

Ik stond op. Ik zette mijn marmerplaat rechtop zodat ik hem niet uit het oog zou verliezen en liep naar de schaduwstreep. Ik verwachtte dat het een zonsbegoocheling was, dat hij wel zou verdwijnen als ik eraan toe was. Maar niets was minder waar. Het bleek een scherpe schaduw. Ik kon ernaast gaan staan, mijn linkerarm uitstrekken, en zien dat die in de schaduw was. Hij voelde zelfs een beetje koel aan. Nog een stap naar links en mijn lichaam was in de schaduw. Van beide uitgestrekte armen waren alleen de handen nog in de zon.

Ik keek omhoog maar ik zag niets in de lucht. Ik draaide me om en om en zag geen einde of begin aan de schaduwstreep. Een zware vermoeidheid overviel me, het leek wel of ik even buiten noorden was geweest toen er getrommel klonk uit het dorp. Ik moest het niet wagen om te laat te komen, het was al heel wat dat ik me mocht terugtrekken voor mijn diploma. En dat alleen omdat Va hoopte dat ik de allermooiste plaat zou produceren. Ik deed het gereedschap in mijn schortzak en trok het zware, warme marmer met zware armen uit het zand. Ik moest het niet wagen om te laat te komen, het was al heel wat dat ik me mocht terugtrekken voor mijn diploma. En dat alleen omdat Va hoopte dat ik de allermooiste plaat zou produceren. Ik deed het gereedschap in mijn schortzak en trok het zware, warme marmer uit het zand. Ik was bijna veertien.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 10 Reacties

5 – namen

Ik heet Yima, naar mijn grootvader van moederskant, Yiva. Mijn vader heet Rodva, naar zijn vader. Mijn broer heet ook Rodva, de jonge Rodva. Als ik nog een broer had gehad, had ook hij Rodva geheten. Krulhaar-Rodva, of snelle Rodva, of wat ook maar zijn kenmerkendste eigenschap was geweest. Mijn moeders naam is Wizma, naar haar grootvader Wizva.
Iemand met letters van R O T S of G H E F B in zijn naam stond in hoger aanzien dan iemand die alleen letters uit de andere woorden had. Zoals ik. Zoals mijn moeder. De belangrijkste man in DunKitaba heette Hebotva.

Voor mij was de dogman de belangrijkste man, ook al heette hij maar Kluva. Ik vond het jammer dat we na elke schooldag weer zeven nachten moesten slapen voor we weer mochten plaatsnemen onder de boom. Je had zeven jaren les, in een klas met zo'n twintig meisjes tussen de zeven en veertien jaar. Rodva-broer was een jaar ouder dan ik. Toen hij thuiskwam met zijn eerste ROTS-plaquette was ik zo jaloers!

Later maakten we de plaquette met onze naam. Die werd aan de huiswal bevestigd. Ik was trots toen die van mij naast die van Rodva, Rodva en Wizma werd gehangen. Nu kon iedereen die door ons straatje liep, zien wie daar woonden. Je nam de plaquette je hele leven met je mee. Van je vaderhuis naar het huis van je man. Of als je een man was, naar je eigen, nieuwe huis. Dat werd ingewijd door een nieuw, door je vader gemaakt, kleimodel van de Rots op het erf.

Aan het eind van de schooltijd moesten we – als een soort van meesterproef – het hele R O T S V A D M I J N uithakken op een marmeren plaat. Die plaat kreeg je van thuis mee. Mijn vader had als steenhouwer al heel lang geleden een prachtige, smalle, roze gevlamde plaat voor me gereserveerd. Hoe vaak zei hij niet: daar staat jouw diploma Yima, zorg dat je het waard bent. Ik was trots dat mijn plaat echt mooier was dan de donkergrijze dooraderde van Rodva, waar de letters niet mooi in uitkwamen. Nadeel was natuurlijk dat die van mij extra netjes moest.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

4 – de wereld

Toen ik op reis ging, hoopte ik ondanks alles op bevestiging. Ik hoopte dat alles wat ik geleerd had, juist was. Dat alle waarden waarmee ik was grootgebracht, klopten. Want geen mens wil alles opgeven wat voordien haar identiteit uitmaakte.

Vergiffenis zocht ik ook. Hoewel ik aan mijn "zonde" (mijn witte haar) zelf niets kon doen. Ik ontving er thuis altijd dubbele boodschappen over. Aan de ene kant was het bijzonder om bijzonder te zijn, aan de andere kant was het een schande, want je mocht je op niets laten voorstaan. Alleen vaders mochten dat. Tussen vaders was er wedijver. Er waren competities, er werden prijzen uitgereikt aan de ambachtsman die dat jaar het mooiste werk had afgeleverd. Vrouwen kregen geen prijzen, want hun producten waren al opgegeten of versleten.

Ik vroeg me wel af waaróm we de letters moesten leren. Kennelijk was het alleen om inscripties te kunnen lezen of maken. Van lezen en schrijven had ik nooit gehoord. Rekenen leerden we met takjes en steentjes. De dogman tekende een kaart van ons land in het zand, met de dorpen en steden erin, met de Rots – het beeldje dat ieder huisgezin bezat –, met de Berg van Verering ervoor en de eilandjes er omheen. Ik vond het net een voet met zeven tenen.

Hij vertelde ons over de Heerlijkheden, over andere streken, waar het kouder was, of natter, waar rivieren of beken stroomden, watervallen zelfs, hij vertelde erover alsof hij ze gezien had maar hoe was dat mogelijk? Kon je zomaar weggaan uit je dorp? Uit ons dorp? Dat zo ver van alles af lag dat je geen andere wereld kon zien dan zand en rotsen?

Ik hoopte ooit de zee te zien. Wij meisjes mochten niet zo ver van huis. En wie weet de monding van de Helvarderaflu, die voor de helft in Registana lag. Water dat helemaal uit de bergen van Blyntera kwam. Heilig water.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 9 Reacties

kaarten

Om het preTbreintje te ontlasten van de schrijverij blijf ik lekker doorgaan met kaarten maken. De nieuwste voorraad staat op Google Drive. Hier zie je weer wat voorbeelden!

Geplaatst in heldinne's kaarten | 2 Reacties

3 – beitelen

Om de letters van ROTS goed te verdelen over het oppervlak moesten we eerst met houtskool een kruis tekenen, om vervolgens in elk vakje een letter te zetten. Toen opende de dogman zijn gereedschapskist. We kregen een hamer en een kleine beitel. Dogman pakte zelf ook een kleitablet en deed ons voor hoe we het gereedschap moesten vasthouden om er – heel voorzichtig, de steen mocht niet breken – kleine gleufjes in te beitelen.

De lucht werd gevuld met getik, heldere tikjes van hamer op beitel, doffe tikjes van beitel in steen. Beitel, bijten, dacht ik, de beitel hapte de letters uit de kleisteen.

"Yima, de beitel iets schuiner!" riep de dogman, en van schrik kreeg mij O een staartje.
De tranen sprongen in mijn ogen bij de gedachte dat ik een onvolmaakte steen mee naar huis moest nemen.
Dogman zag het. Hij rommelde in zijn gereedschapskist en gaf me een houten balkje. Ik moest wat zand over mijn steen strooien en het staartje, dat gelukkig niet erg diep was, wegvijlen. Er zou alleen een kleine holling in de steen zijn, die net zo goed aan de steen zelf kon liggen. Al wist ik zelf natuurlijk beter, maar dat ging niemand iets aan.

Gelukkig had ook niemand gezien dat mijn sluier door mijn abrupte beweging naar achteren was geschoven, ik trok hem snel weer naar voren.
Ik heb wit haar. Bijna niemand wist dat. Meisjes bedekten buitenshuis hun haar, en ik deed ook bij Vulema thuis mijn sluier niet af. Haar moeder vond mij een voorbeeld. Ik liet het maar zo. Of ik zei dat ik hem zo lastig weer goed omkreeg. Wit haar was raar. Iedereen had zwart of heel donkerrood haar. Va zei dat iemand in de familie van Ma vast een noorderling is geweest. Omdat de Rots in het noorden ligt, associeerde ik dat als kind met iets goeds.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

2 – het rotsvadmijn

ROTS was het eerste woord dat we leerden beitelen op school. De dogman had een grote marmeren plaat waarin alle letters waren gebeiteld. We moesten ze opdreunen:
      R O T S V A D M I J N K L U W Z G H E F B P Y C
      Rots vad mijn kluuwz ghefbee piek! Rots vad mijn kluuwz ghefbee piek!

Het koor van onze stemmen was overal in DunKitaba hoorbaar, moeders en kleine kinderen zongen het mee, iedereen kende het rotsvadmijn uit zijn hoofd. Al is zingen niet het goede woord in dit verband. Want zingen mochten we niet. Of misschien moet ik zeggen: deden we niet. Ik herinner me niet dat het werd uitgesproken als een verbod. Er was gewoon geen muziek. Wel werd er getrommeld. Op feesten – trouwerijen bijvoorbeeld – stond er een kring van trommelaars op het marktplein, waarbinnen de mannen dansten. De vrouwen stonden buiten de kring en klapten mee met de trommels.

De dogman legde ons de betekenis van het rotsvadmijn als volgt uit: de Rots, daar wonen onze vaderen, onze heersers. Vandaar VAD. Wij allen zijn in zijn omarming, de hoogste vader noemt dat Mijn Kluwz, wij zouden zeggen: mijn kluwen. Ghefb is na Rots het mooiste woord: het betekent zowel Ik Heb als Ik Geef. Onze vader heeft ons, en geeft ons daarmee zijn bescherming. Hij bekijkt ons vanaf zijn hoge Pyc, het hoogste punt van de Rots. De dogman wees op de kleine rots die in ons klaslokaal stond en raakte de hoge piek aan, die omrand was met kantelen. Daar bovenop staat de hoogste vader en houdt ons in de gaten.

Toen deelde hij kleine, vierkante kleitabletten uit aan de leerlingen. Om en om pakten we er een van de stapel af. Daarna kregen we allemaal een stukje houtskool, waarmee wij, de jongste meisjes – Vulema en ik, en nog twee meisjes van wie ik me de naam niet meer herinner - de vorm van de letters R O T S op de steen moesten tekenen. De oudere meisjes gingen met de volgende letters aan de gang, of waren al toe aan hun naamplaquette.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 6 Reacties

1 – de rots

Als kind had ik natuurlijk gehoord van de Rots. Er stond een kleimodel op ons erf, alle mensen hadden dat, de Rots was een object van verlangen en verering. Iedereen in DunKitaba wist dat de echte Rots in het hoge noorden stond, een veilige, indrukwekkende burcht waar de heersers woonden.

We leerden op school over de Rots – zittend in het zand onder het wijde dak van de oude acacia, net buiten de muren - en over de kleine eilandjes die rondom de noordkust aangemeerd lagen, vanwaar over een labyrint van verende loopplanken vis en zeewier naar de Rotsbewoners gebracht werd. Zo leerden we het tenminste.

We moesten de namen van de eilandjes uit ons hoofd leren en opdreunen, het waren er zeven: Thiarchia, Klusewar, Voocklama, Morck, Rowerda, Coldyck, Wigle. Ook de namen van de Heerlijkheden waren zo'n opdreunlijstje: Blyntera, MancuKondalu, IzwiLamanzi, Lopweteka en tot slot Registana, onze eigen Heerlijkheid op de zuidpunt van Inhemren. Blyntera, de heerlijkste Heerlijkheid, trok aan ons als een pool aan een kompas.
Iedereen wist van het bestaan van de Heerweg, die rechtstreeks naar Blyntera leidde.

Later hing bij ons thuis ook een Rots in de grote koepel, aan lange, dikke kettingen. Er waren eilandjes aan bevestigd met gladgeschuurde latjes, waarop mijn moeder kleine plantjes kweekte die om de zeven dagen water moesten hebben. Ze pakte dan een ladder, hield die stevig vast terwijl ik erop klom met de waterfles en – "voorzichtig, Yima!" - ieder plantje bedruppelde. Zoiets bijzonders hadden wij alleen, dat wist ik zeker, al kwam ik als meisje niet veel bij andere mensen thuis. Wel woonde iedereen in zo'n huis met een koepel. Een kind vindt alles gewoon. Pas veel later ontdekte ik dat geen enkel ander dorp zulke huizen had.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 12 Reacties

zestig

Ik ben de Oppernicht: het eerstgeboren kleinkind van ons pake en beppe. Op mij volgt E. die dit weekend 60 werd, ik had het me niet eens gerealiseerd, tot ze me uitnodigde voor een theekransje in de tuin. Mooie gelegenheid voor een verjaardagsboekje!
Het duurde even voor ik het geconcipieerd had. Iets met oude foto's, dat wist ik al wel, tenslotte waren we al 60 jaar getuige van elkaars leven. Als kleinkinderen zagen we elkaar natuurlijk op feestelijkheden bij pake en beppe, op alle verjaardagen van ooms en tantes en neefjes en nichtjes, ik logeerde ook graag bij hen (ze hadden een poes! en een piano!). Later logeerde zij bij mij, in Delft, in Aberdeen …
Langs vele omwegen belandde ik in Groningen, waar zij al die tijd gebleven was. Mijn nichtjes zijn als zussen voor me.
(smileys voor de privacy)

 

Wil je ook zo'n boekje? Stuur mij foto's en ik maak het voor je. Prijs: €17,95.

Geplaatst in heldinne's reisboekjes | Getagged , | Een reactie plaatsen

een nieuwe tak


Een tijdje geleden zag ik bij iemand het idee van een scrap diary: dat je aan het eind van je knutseldag met de uitknipsnippers de dag – of het leven – samenvat. Als je het woord googelt vind je het voornamelijk in stof, maar het kan ook met restjes gelli print, afgeknipte randjes van foto's, origamipapiertjes, afgescheurd vloeipapier, lappen tekst …

In sneltempo rijpte dat in mijn hoofd tot: kaarten maken! (Er was iemand jarig voor wie ik een kaart wilde maken, gelukkig had ik voor hem nog een toepasselijke liggen.) A4-tjes in tweeën snijden, dubbelvouwen, ze beplakken met een achtergrond, en daar met de overblijfsnippers – die ik getrouw bewaar in een grote doos - een mooie abstracte collage van maken, wat een heerlijk werk! Geen druk of wat ook, super mindful in het nu besluiten wat waarbij mooi is.

Ik plaatste de eerste serie online, en meteen vroeg iemand: verkoop je die ook?
Uhm …
Jazeker!
Wat een bevredigend gevoel na de droefheid van onafgemaakte grote projecten.

Ik zet er net als bij de boekjes foto's van op Google Drive. Nu staan de eerste 14 er nog allemaal op, maar daar is dus al de helft van verkocht. Zodra ik er meer heb haal ik de verkochte weg.
Ja, of … ik laat er afdrukken van maken. Dat weet ik nog niet. Niet zo vooruit hollen altijd. Eerst maar weer lekker knutselen.

Bestelinfo en prijzen staan hier.

Geplaatst in heldinne's kaarten | 4 Reacties