245 – naar de Graysaflu

Ik dacht aan al die keren dat Graysaflu me had gered. Toen ik vluchtte uit Dunkitaba, Bo op mijn rug, door het maanverlichte zand, toen ik vluchtte uit Barraspira en later uit de Visietunnel … en ik dacht aan het Graysameer op Middelgront, waar alle Tweede Meisjes in verdwenen, het pasgeboren zusje van Mia –

De verzetters haalden hun Graysaflu kennelijk zelf uit de rivier, en het leek me belangrijk om dat ook te gaan doen.
"Wacht hier," zei ik tegen de meisjes, en liep terug naar een stalletje waar ze waterzakken verkochten. Ik kocht er drie, de man keek me verbaasd aan. "Voor mijn dochters," zei ik. En zo voelde het ook.

Ik zag ze maar nauwelijks, toen ik terugliep naar de steenhoop. Gelukkig had Wasijma haar schild even op de grond gelegd.
"Neem jij niet?" vroeg Roosma.
Op hetzelfde moment zeilde er een grootuil laag over ons heen, ik voelde bijna zijn klauwen op mijn hoofd. Ik had het kleine flesje in mijn broekzak gedaan – bij het platenbloed en de Hemrond die inmiddels zo uitgedroogd was dat hij niet meer stonk – en nam gauw een drupje.

Als half doorzichtige geesten zweefden we over het smalle pad, Kuuksi voorop, dan ik, dan de meisjes. Het landschap werd langzaam vruchtbaarder, groener. Heel in de verte zag je de bergketen die de grens vormde tussen IzwiLamanzi en MancuKondalu, maar dit was een zacht glooiende vallei met gras en bloemen en bomen. Hoorden we al ruisen?

Het pad eindigde abrupt bij wat wel een stenen mond in de heuvel leek. Kuuksi sprong zonder angst naar binnen, wij moesten wel volgen, Roosma en ik moesten ons een beetje bukken, Wasijma was zo klein en tenger dat ze rechtop kon blijven lopen.
Het geruis werd sterker naarmate we het licht achter ons lieten. Het was een soort gang waar we door liepen, gemaakt van menshoge keien die in de schemering met wervelende tekens versierd leken, eindeloze in elkaar grijpende spiralen.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

244 – let op de driehoek

Zo ging ik met twee surrogaatdochters op pad. Roosma vond het goed, ze leefde zelfs een beetje op nu ze ervaringen kon delen met een land- en leeftijdsgenote. Ik liep meestal voor ze uit, mijn ogen gericht op landschap en horizon, nog steeds zoekend naar die appelboomgaarden. We kruisten opnieuw de Rondweg. Ook hier weer colonnades, wachters, grootuilen. We hadden nu wel geleerd om er met neergeslagen ogen aan voorbij te lopen.

Toen we onder de dubbele schaduw vandaan waren, verschenen er weer kraampjes met etenswaar. Op een lange schraagtafel lagen appels in piramides opgetast. Was het dezelfde man die erachter stond? Ik wreef met mijn rechterhand over mijn linker bovenarm terwijl ik vroeg: "Waar komen ze vandaan, deze appels?"
"De boomgaarden zijn bij de Graysaflu," zei hij, met een hoofdbeweging naar ergens schuin achter hem.
Ik haalde me de kaart voor de geest.
"Die zou ik weleens willen zien!" zei ik, op een toon alsof we op een plezierreis waren.
De man telde intussen 10 appels in mijn draagzak, en terwijl hij achter me stond zei hij zacht: "Dat kan. Let op de driehoek."

Roosma en Wasijma kochten ook appels, en knabbelen en genietend liepen we verder.
"Let op de driehoek …" Ik bleef om me heen kijken, tot ik opeens bijna over Kuuksi struikelde. "Waar kom jij nu weer …" Ze huppelde van de weg af. Er stond een kleine, driehoekige piramide van stenen, speels tikte Kuuksi de top eraf, ik legde hem zorgvuldig terug. Was dit een pad of verbeeldde ik me dat? Het was moeilijk te zien op zo'n met stenen bezaaide vlakte, maar het leek echt zo.
"Wat doe je?" vroeg Roosma.
"Het schijnt dat de appelboomgaarden daar ergens zijn. Bij de Graysaflu."

Beide meisjes keken me niet-begrijpend aan. Ze hadden geen idee.
Ik deed mijn draagzak af en groef onderin naar het flesje Graysaflu. Ik gaf ze allebei een drup op hun tong. Ik zag de verbazing in hun ogen groeien, ze stonden daar opeens als spoken.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

NBD recensies week 15

Weer een verzameling ongecompliceerde boeken voor een breed publiek!

Madison, Natasha - Slechts een kans
Nuchter, vlot en zeer toegankelijk geschreven.

Frazier, T.M. - King of the Causeway
Ongecompliceerd geschreven en zal een brede groep thrillerlezers aanspreken.

Hartman, Corine - De dode die niet werd gemist
Ongecompliceerd geschreven en daarmee een ontspannend boek voor een grote lezersgroep

Bennett, S.J. - De moord op Buckingham Palace
Vriendelijk, ongecompliceerd en met lichte humor geschreven. Voor een breed lezerspubliek.

Kingsbury, Karen - Langs een verre kust
Zeer toegankelijk geschreven en zal een brede groep romantische thrillerlezers aanspreken.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 2 Reacties

243 – wasmeisje

We overnachtten in de eerste Hemra die we tegenkwamen, net als de meeste meisjes met wie we door de kloof gelopen waren. Aan de overkant van de weg was een wasplaats en bij verschillende stalletjes werden etenswaren verkocht. De onvoorstelbare heerlijkheid van warme soep met groente en vlees, van vruchten, van knapperig brood! Ik legde Roosma te slapen en toog zelf met het al flink geslonken stuk zeep en een bundeltje stinkende kleren naar de overkant. Ik wilde mezelf ook zo graag wassen, maar durfde mijn tuniek niet uit te trekken, stel je voor dat iemand mijn brandmerk zag.

Het meisje naast me was klaar, ze maakte plaats voor de volgende. "Oh," zei zij, snuivend, " ik rook al dat jij het was!" Wasmeisje. Moe en mager, maar verder ongedeerd.
"Hoe heet je?" vroeg ik.
"Wasijma," antwoordde ze, ik moest lachen, het leek zoveel op Wasmeisje.
"Ik ben Yima," zei ik. "Ik kom uit Registana, en jij?"
"Ik ook, uit Barrador."
Dat had ik dus goed gezien, destijds. Haar schild met het dunne glinsterglas stond tegen de wasbak.

Ze zag me kijken, ze vroeg: "Waar is jouw schild?"
"Binnen," zei ik. "Bij mijn meesteres. Een prinsesje uit Takasan."
"Vandaar die zeep."
Ik knikte en gaf het aan haar.
"Wil je met ons meelopen morgen?"
"Vindt je meesteres dat goed?"
Dat moet ze maar goed vinden, dacht ik. Wasijma leek zoveel krachtiger dan Roosma, ze kon er alleen maar baat bij hebben.

Ik drapeerde de natte kleren over mijn brits. De bedrol rolde ik uit op de grond, het zou vast lekkerder liggen dan de planken waar we de laatste nachten op hadden doorgebracht. Toch kon ik niet slapen. Ik werd overmand door gedachten aan Mia. Waarom had ik haar niet bij me? Waarom was het me niet gelukt om haar te laten ontsnappen? Ik miste haar zo, ik miste Bo, ik was even zo verschrikkelijk moe van flink zijn.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

Hebben jullie die boeken echt gelézen?

Hiep hiep hoera, we hebben weer iemand die het allemaal uitstekend vindt, die nieuwe manier van boeken aanbieden van de NBD. U weet wel, het feest dat "automatisch metadateren" heet.
Deze dame, Anne van den Dool, zelf "collectiespecialist" (ze is sinds een jaartje "freelance collectievernieuwer" bij de OBA, ik weet niet wat dat is) vond die recensies toch al nooit wat. In een betoog dat werkelijk druipt van de minachting zegt ze onder meer het volgende.
Ik citeer:

"Deze leeslustigen mochten tot dat moment korte samenvattingen en aan- dan wel afbevelingen schrijven van de meer dan driehonderd boeken die NBD Biblion op wekelijkse basis aan openbare bibliotheken aanbiedt."

"Toch waren de recensenten niet zo tevreden. Niet alleen omdat ze een leuk bijbaantje kwijtraakten, maar ook omdat zij als enige partij in dit proces niet waren meegenomen in de communicatie over het verloop van het project." […] "Maar de recensenten die hun dankbare bijbaan zouden kwijtraken, zaten niet in de pijplijn."

"Natuurlijk is het droef als je je bespreekbaantje kwijtraakt."

"Als collectiespecialist – en het spijt me oprecht, lieve NBD-recensenten – heb ik me zelden iets aangetrokken van het oordeel dat in dat korte tekstje naast de kaft vermeld stond. Sterker nog: ik heb me meermaals afgevraagd of al die boeken werkelijk van kaft tot kaft werden gelezen om uiteindelijk een samenvatting te produceren die ik ook op de achterkant van het boek had kunnen vinden, plus enkele regels beoordeling die in het geval van een andere boekenbeoordelaar ook averechts hadden kunnen uitpakken."

Vooral die laatste opmerking vind ik meer dan schandalig. Kennelijk voelt mevrouw zich met haar twee universitaire graden en twee romans mijlenver boven het sukkelig plebs verheven dat voor €14,00 per recensie zijn best deed om een afgewogen bespreking te schrijven.

Het was een recensent niet toegestaan om de tekst van de recensie elders te publiceren. Ik ga dat nu wel doen. Ik wil een paar vergelijkingen aanreiken tussen een achterflap en zo'n domme NBD-recensie waarvoor ik vast maar een half boek heb doorgebladerd.

Sommige achterflappen zijn niet meer dan ronkende aanbevelingen (vaak van vorige boeken), andere geven het verhaal zo rooskleurig weer dat het een prachtig boek lijkt … in beide gevallen heb je er niets aan. Maar mevrouw van den Dool wel. Die heeft er echt verstand van.

Ik sloeg ook wel eens de plank mis. Van Bookerprize winnaar Shuggie Bain was ik helemaal niet zo onder de indruk. Toch probeerde ik dat in mijn NBD-recensie niet te laten doorschemeren. Later heb ik er op mijn blog nog een bespreking aan gewijd waarin ik mijn oordeel voor mezelf onderbouwde.
Ik kan jullie in elk geval verzekeren dat ik elk boek tot de laatste letter gelezen heb.

Caleb Azumah Nelson - Open Water

Chanel Cleeton - The most beautiful girl in Cuba

Binnie Kirshenbaum - Rabbits for Food

Douglas Stuart - Shuggie Bain

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , | 2 Reacties

242 – uit de kloof

Maar er kwam geen volgende dag. Of liever: aan het eind van de dag waren we de kloof uit, de Heerweg was weer een kaarsrecht lint door een landschap. Wel zouden we over niet al te lange tijd weer de spiraal van de Rondweg kruisen, maar dat was van later zorg. Eerst wilden we eten, ons wassen, onze kleren uitspoelen. De groep was behoorlijk uitgedund en de meisjes waren mager en moe. Ook Roosma had nauwelijks nog energie.

"We moeten door," zei ik, "er is vast een herberg ergens, of een stalletje met etenswaar." En die appels, waar waren die vandaan gekomen? Ik speurde met mijn ogen de omgeving af. Stenige vlakten, wat stekelstruikjes hier en daar. Ik probeerde me de kaart voor de geest te halen – ik durfde hem er niet bij te pakken – en bedacht dat boomgaarden waarschijnlijk bij de Helvarderaflu lagen. Of niet? Lag het voor de hand dat een verzetter daar een kar vol appels vandaan haalde?

"Ik kan niet meer," zei Roosma.
Bezorgd keek ik haar aan, ze stond te zwaaien op haar benen. Een eindje van de weg vandaan – net buiten de schaduw – was een stapel grote keien. Ik sloeg mijn arm om haar heen en voetje voor voetje liepen we er naartoe. We lieten ons zakken op de warme, gladde stenen. Ze wilde gaan liggen maar ik zei: "Blijf bij me. Blijf wakker, straks wordt het beter." En opeens herinnerde ik me het flesje platenbloed in mijn zak.

"Doe je mond eens open?" Of ik een moeder was, en zij mijn kleine Bo. Ik goot een paar druppels op haar tong, nam zelf ook een drup, en liet haar tegen me aan leunen.
Langzaam kwam de kleur terug in haar gezicht.
Nu durfde ik de kaart wel tevoorschijn te halen. Met mijn vinger volgde ik de weg. Over een paar dagen zouden we in de buurt van de Graysaflu komen, zo'n rare rivier die zo te zien nergens uitmondde.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

voor een breed publiek

Op 19 maart jl heb ik de NBD gevraagd wanneer we de eerste nieuwe recensies zouden kunnen lezen. Maar antwoord kreeg ik niet, ook niet op alle retweets die ik de week erna heb geplaatst. Kennelijk willen ze er nu maar eens klaar mee zijn.

Dus ben ik maar zelf op onderzoek gegaan, en dat bleek niet eens zo moeilijk. Men gaat naar de webshop, vervolgens naar de weekaanbieding (in dit geval voor week 14), sorteert de boeken op verschijningsdatum (nieuwste eerst) en hop! daar komen de eerste Bookarang "recensies" in beeld. Ik heb gekozen voor Nederlandstalige fictie. (Het enige wat tot mijn diepe verdriet ontbreekt op de site, zijn de schuifjes.)
Ik heb er een paar recensies uitgelicht, en wat direct opvalt zijn eensluidende en nietszeggende aanbevelingen.

Elvin Post – geen weg terug
Spannend, nuchter en met modern taalgebruik geschreven.

Jeroen Windmeijer – de stenen goden
Onderhoudend en met gevoel voor spanning geschreven.

Marja van der Linden – vlucht naar München
Een aangrijpende roman over identiteit, familie, liefde en reizen.
Het boek is zeer toegankelijk geschreven. 'Vlucht naar Mnchen' zal een breed publiek aanspreken.

Sandra Berg – schaduw in het hart
Een aangrijpende roman over jeugd en ouderdom, eenzaamheid en liefde.
Het boek is in een toegankelijke, prettige stijl geschreven. 'Schaduw in het hart' zal een breed publiek aanspreken.

Claes, Catalijn - Wat eens was
Het boek is nuchter en zeer toegankelijk geschreven.

Jon Kalman Stefansson - Jouw afwezigheid is duisternis
Het verhaal is in zachte stijl en met literair vakmanschap geschreven.

Posthuma de Boer, Eva - De hand van Mustang Sally
Het verhaal is in vlotte stijl geschreven.

Ouariachi, Jamal – Herfstdraad
'Herfstdraad' is in een vermakelijke literaire stijl vanuit de ik-figuur geschreven. Het boek zal voornamelijk literaire lezers aanspreken.

Rautiainen, Petra - Land van sneeuw en as : roman
'Land van sneeuw en as' is aangrijpend geschreven en zal een brede lezersgroep aanspreken.

Karimi, Forugh - De moeders van Mahipar : roman
In meeslepende stijl geschreven. Voor een breed lezerspubliek.

Bloem, Mayke - Mijn leven met autisme
In zeer toegankelijke stijl geschreven. Voor een breed publiek.

Sommige zijn vertalingen van eerder verschenen buitenlandse boeken, en de recensie van die titel is opnieuw gebruikt voor de vertaling. Lees de recensies van Lisa Gardner en James Patterson en het valt meteen op hoeveel beter de mensgeschreven recensies zijn.

Vergelijk ook eens de recensies van de fantasyboeken van Julie Kagawa. Hier deel 1, hier deel 2. Bookarang komt niet verder dan "Spannende fantasyroman. Een meeslepend verhaal."

Bij Tzum verschenen de eerste proefrecensies van Aleksandra en Mary.
Vergelijk die eens met de originele recensies!
Lisa Weeda - Aleksandra
Anne Eekhout – Mary

Het moge duidelijk zijn: de metadatarecensies zijn vrijwel inhoudsloos, en op een zielloze manier positief. Nu zijn er nog collectionneurs in dienst die wél verstand hebben van boeken, die weten wat voor soort boeken door welke uitgeverij worden uitgegeven, die zelf auteurskennis hebben, die weten wat bij hun klanten favoriet is. Maar als zij zijn wegbezuinigd of gepensioneerd? Dan kun je de aanschaf eigenlijk ook net zo goed aan Bookarang overlaten. Krijg je zonder moeite al die fijne boeken "voor een breed lezerspubliek."

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 8 Reacties

241 – de appels

"Kom je, Yima?"
Ik had de neiging om "ja mevrouw" te zeggen, maar ik zei niets. Ik stond op en keek de grot in. Zeker drie meisjes waren op hun brits blijven liggen. Ze bewogen niet.
Ik hees mijn draagzak op mijn rug, bond mijn schild vast en liep naar de uitgang. Er waren nog een paar broodjes over, ik pakte ze allemaal, schonk thee in mijn mok en snelde achter Roosma aan. Nog een keer keek ik achterom. Twee gulzige uilen liepen de grot in. Ik kokhalsde bij het idee aan wat ze daar gingen doen.

Op een dag kwam er een tegenligger, een man die een karretje achter zich aantrok, de vrouwen en meisjes plakten zich tegen de wanden van de kloof om hem door te laten. De lading was met een stuk zeildoek afgedekt maar ik rook - en ik was vast de enige niet - een zalige geur, brutaal trok ik aan het zeildoek en een lading appels rolde van de kar op de stenen van de Heerweg.
De man keek me aan, ik keek terug, wat kon hij doen? Uilen aanroepen? Met zijn rechterhand wreef hij onopvallend over zijn linker bovenarm. Ik bleef hem aankijken en deed hetzelfde.

Hij hield zijn karretje een beetje scheef zodat alle appels eraf konden rollen, en liep toen gehaast door. Je zou verwachten dat we allemaal als dollen gingen rapen, maar de hele ploeg bleef stokstijf staan, alsof ze daadwerkelijk tegen de rotswand geplakt zaten. Zo gedwee.

Dan ik maar. Ik bukte me en pakte zoveel appels als mijn handen en onderarmen konden bevatten. Als eerste bood ik ze aan Roosma, ze pakte er een en keek me twijfelend aan. Had ze het gebaar gezien? Maar toen ze eenmaal aan de appel had geroken kon ze geen weerstand meer bieden. Ze zette haar tanden erin, sap sputterde over haar wangen en kin, de anderen zagen het, hoorden het knapperige geluid van een appelschil, roken het, er was geen houden meer aan, zelfs appels die gekneusd of geplet op de stenen lagen werden eraf geschraapt.
Het was of iedereen tegelijk besefte: oja. Zo is het echte leven.
Zou ik de volgende dag iets over de broodjes durven zeggen?

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

240 – stralend door de kloof

Ik trok Roosma met me mee naar buiten. "Geef je andere broodje eens?" Ook haar gezicht straalde, een echte prinses was ze. Ze gehoorzaamde verbaasd, en ik peuterde de zaden van haar broodje af. Waar ze op de glimmende stenen van de Heerweg vielen, veroorzaakten ze kleine, bruisende gaatjes. Precies wat ik voelde in mijn hoofd. Ik krabde mijn eigen broodje ook af.

Opeens landde er een grootuil op de weg, vlakbij ons. Hij keek me doordringend aan, hun blik heeft iets hypnotiserends, al kun je nooit inschatten wat ze denken of van plan zijn. Hij hipte naar ons toe en boog zich over de zaadjes. Pikte eraan. Werkte er een paar naar binnen.
Kunnen uilen lachen?
In elk geval leek het zo, toen hij me weer aankeek. Zijn blik was vriendelijk en loom, ook de manier waarop hij opsteeg leek loom. Niet waakzaam, in elk geval. Ik raapte de overgebleven zaadjes op en stopte ze weg. Wie weet kwamen ze nog van pas.

Dagen en dagen liepen we door die schemerige kloof, ons enige eten die broodjes bij het ontbijt, dat we kregen bij elke grot waar we overnachtten. Wie het verzorgde? Geen idee. De zaden deden hun werk; om de honger en de moeheid en de zere voeten te vergeten, at ik ze zelf ook. Ik zag de meisjes vermageren. Sommigen lieten hun schild achter in de slaapgrot, zonder omkijken of verdriet, gewoon, als overbodige ballast. En ik kon ze niet vertellen hoeveel ik al aan mijn schild te danken had gehad, ik mocht mijn ware identiteit niet prijsgeven.

Roosma hield zich kranig, zonder klagen en met steeds die stralende glimlach slofte ze voort. Alleen haar kleren werden groezelig, meer dan onze handen en ons gezicht wasten we niet. De stoet leek korter te worden. Tot nu toe waren wij in de ochtend steeds als eerste naar buiten gegaan, maar op een dag besloot ik te wachten. Ik peuterde aan mijn schild, ik rommelde met mijn handen in de draagzak, ik weet nog dat ik dacht aan het flesje platenbloed, en of het een goed idee zou zijn om daar een paar druppels van te nemen, of dat ik het nog moest bewaren tot de nood het hoogst was, wanneer dat ook mocht zijn.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

Meghan O’Rourke – The Invisible Kingdom: Reimagining Chronic Illness

Het onzichtbare koninkrijk is dat van de chronisch zieke, en in het bijzonder van de chronisch zieke zonder (duidelijke, complete) diagnose, meestal met een autoïmmuunziekte. O'Rourke kampt al sinds haar jonge jaren met onverklaarbare, nare klachten en ze heeft alle plekken in het koninkrijk gezien.

Wat ze aanvankelijk vooral zoekt, is erkenning. Dat het gewoon waar is wat ze vertelt, dat ze zich haar symptomen niet inbeeldt. Want dat is waar de meeste – meest vrouwelijke – patiënten tegenaan lopen: symptomen die niet passen bij een bestaand en erkend ziektebeeld zijn manifestaties van mentale problemen.
Dat is waar de gezondheidszorg (het boek gaat over Amerika maar het speelt hier net zo goed) tekortschiet. Een fatsoenlijke zieke kan binnen een kwartier gediagnosticeerd worden en daarna de bijbehorende behandeling krijgen. De rest moet zelf maar beter zien te worden.

Naast maatschappij- en gezondheidszorgkritisch is het boek ook een zoektocht naar hoe om te gaan met een chronische ziekte. Veel narratieven over ziekte gaan over strijd en overwinning. Chronisch ziekzijn zoekt een ander verhaal, van onzekerheid en gebrek aan controle.
Maar dat past niet in het plaatje dat de mensheid liefst wil zien, vandaar dat de verantwoordelijkheid voor welzijn en (een beetje) beter worden over het algemeen bij de chronisch zieke zelf wordt gelegd. Wil je geen abrikozen eten? Dan is het ook je eigen schuld, dan heb je geen wilskracht en moet je ophouden met zeuren.

Pas heel recent en heel langzaam begint het tot de medische wetenschap door te dringen dat kant-en-klare, voor iedereen geldige diagnoses misschien niet bestaan. Dat hoe een immuunsysteem reageert op bepaalde prikkels (virussen maar ook mileuvervuiling) afhankelijk is van heel veel zaken zoals sociale omgeving, genetische aanleg, geslacht.
Ook lijkt het heel langzaam door te dringen dat patiënten geen achterlijke, onmondige kinderen zijn maar dat ze zelf het beste weten hoe het er in hun lichaam aan toegaat.

O'Rourke zegt ook iets over alternatieve geneeswijzen waar ik me helemaal in kon vinden. Wat heerlijk is aan alternatieve genezers is dat ze alle tijd voor je hebben, dat ze geloven wat je zegt, dat ze aandacht en erkenning geven. Sommige therapieën helpen ook werkelijk. Maar het gevaar is dat je dan alleen nog maar met je ziekte bezig bent. Ik heb dat in het begin van mijn ziekte ervaren. Ik ging koolhydraatarm eten. Ik bakte zelf brood met boekweit en amandelmeel en kwark, ik maakte elke middag een grote salade, elke avond groente en vlees of vis … ik weet niet zeker of ik er beter van werd. Slanker misschien wel. Maar op een gegeven moment was ik de tijd en de energie die ik eraan kwijt was, zo zat! O'Rourke zegt het zo: "If my mission in life had been reduced to being well at all costs, then the illness had won."
Het speelt ook in op een van de grote illusies die veel westerse mensen koesteren: namely, the idea that we can control the outcomes of our lives, in this case through self-purification.
En dan is er het idee dat ziekte de Ziel ten goede komt.

[…] an amorphous illness is seen inevitably as an opportunity to uncover the authentic nature of the self and improve it, a project squarely in line with other obsessions of our neoliberal society. The focus on personal realization obscures the fact that it is not our selves that are wrong but the very structure of our society, with its failing support systems, its poor chemical regulation, its food deserts, its patchwork health care delivery. Autoimmunity is internalized by patients as an opportunity for the ultimate self-management project. But in fact it is a manifestation of a flawed collective project. If it is an indictment of anything, it is an indictment not of our personhood but of our impulse to see social problems as being about our personhood, instead of a consequence of our collective shortcomings as co-citizens of this place and time.

Al met al is dit een boek dat ik wel in zijn geheel zou willen citeren. Ik hoop dat het ook vertaald wordt.

Geplaatst in recensies, schrijftop2000, tijdgeest | Getagged , | 4 Reacties