239 – de slaapgrot

Binnen brandden wat vuurtjes, er stond een groot vat met water, langs de koude wanden waren bedden getimmerd, of eigenlijk niet meer dan brede planken waarop we ons konden uitstrekken, de Tweede Meisjes in hun witte wollen mantels, de oudere vrouwen in hun warme grijze vilt. Te eten was er niets, Kuuksi snelde de grot uit toen ik mijn slaapplaats had gevonden. Roosma en ik knabbelden tersluiks aan het brood dat we in het verzetterskamp hadden gekregen. Ik vulde onze waterzakken uit de ton. Zou het Helvarderaflu zijn? Om ons gedwee te houden?

Ondanks de vermoeidheid sliep ik maar nauwelijks. Er was gefluister rondom, ik hoorde ook snikken. Kuuksi sprong op me met haar zachte pootjes, aan de adem die ze in mijn gezicht blies rook ik dat ze iets te eten had gevonden. Ze bleef lekker warm op me liggen en ik doezelde weg.
In de ochtend bleek er bij de ingang van de grot een grote schragentafel te staan, met thee en vreemde broodjes in hoge stapels. Vierkante broodjes met grote rood met witte zaden erop. Ze roken lekker, zoetig, ik wilde iemand vragen wat erin zat maar er stond niemand achter de tafel, we hadden allemaal honger en dorst, iedereen nam een of twee broodjes mee en vulde haar beker.

Ik voelde in mijn hoofd zo'n zelfde klik als destijds in de Visietunnel, toen ik te snel mijn water had opgedronken. Alleen was het nu geen gedweeheid die me overspoelde, het was een gevoel van immense blijdschap en dankbaarheid. Dat we deze mooie tocht mochten maken, dat we onze lotsbestemming zouden vervullen, dat we de heerlijkheid van de Grote Hemren zouden aanschouwen. Maar anders dan de jonge meisjes – van wie de gezichten nu straalden als bloemen – was ik me bewust van deze verandering. Wist ik dat het niet klopte wat ik voelde, was er een onveranderlijke Yima die doorhad wat er gebeurde. Met dank aan de Visietunnel, dacht ik cynisch, was het toch ergens goed voor geweest.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

woorden van verre

Dit boekje ontstond uit de behoefte om nu eindelijk eens iets te doen met al die bloemblaadjes die ik gedroogd had. Vooral de blaadjes van amaryllis die ik op mijn verjaardag kreeg, waren zo schitterend opgedroogd!

Het was een groot experiment, dat in feite niet al te best slaagde. Ik plakte de blaadjes op een ondergrond van boekbladzijden en liet ze drogen en pletten. Sommige overleefden dat al niet. De gelukte die niet gescheurd waren of loslieten voorzag ik van een dun laagje beschermend vernis. Bij sommige liet daardoor de lijm weer los, bij andere brak het blaadje alsnog in stukjes … maar ik wilde geen plakplastic of andere beschermlaag (ik houd ook niet van vernis op mijn collages, ik wil de textuur zicht- en voelbaar houden, dan maar geen eeuwigheid). Ik besloot ze met gescheurde strookjes bedrukt deli paper op hun plek te houden. Werd best mooi eigenlijk!

Na het plakken leg ik de boekjes onder de pletter, met lapjes stof ertussen omdat anders de lagen acrylverf aan elkaar plakken. Soms zie je dan duidelijk de afdruk van de stof, dat vind ik wel een mooi effect! (zie 2 na laatste afbeelding)

Nu nog woorden … ik wist niet precies wat of hoe maar begon te bladeren in een oud Grieks woordenboek. Woorden sprongen in mijn oog, ik knipte ze uit tot ik er zo'n stuk of 100 had, verdeelde ze in acht groepen en plakte ze op de bladzijden. Het werden bijna gedichten.
(Ik ga over dit proces nog uitgebreider schrijven in de Heldenreis Nieuwsbrief.)

HRB157/22 te koop voor €15,95

1 uitmuntende mannen
ver in de hoogte

bloed van goden
de woning van een vorst
door hoge muren omgeven steden

wantrouwend
rusteloos
ontelbaar
verijdelaar

zijn honende woorden
zonder ophouden
niet te doden

5 het verschrikkelijke
heilloos krijgsgeschreeuw
op de brandstapel verbrand
barbaars
meedogenloos
verwoesten

het drinken van bloed

weerstand bieden
doden
verliezen
duister

2 verblinden
drempel van de hofdeur
verlichte en verwarmde zuilenhal
bedrieglijk
wezenloos
bewusteloos zijn
bedwelmd

de wapenrusting
van levende wezens

onzichtbaarmakend
tot vijand worden
verstandig zijn
vergeten

6 zwervers
het omdolen
voetje voor voetje
ver van het oor zijn
ver van het vaderland

wouden
met verwarde bladeren
onvergetelijk
onmetelijk
inheemse benaming

de onderwereld
bergplaats

onderaardse appelboom
voltooiing
heelhuids
zonder gestreden te hebben

3 volk van vrouwen
de veelzeggende naam
zondaar
dochters
schild
smekelingen
onbeweend

met de handen op de mond
van droombeelden
van schimmen
van slavinnen
vervloekt

niet geloven
onzegbaar
uitspreken
zondigend
krankzinnig zijn

godin
met een altaar
schitterend wit

7 verdriet
wie het lot treft
die niet vergeet

smart
alleen
buiten zichzelf

onbedaarlijk
moedeloos
krachteloos

ik ben vreeslijk bang
het lichaam
een pantser

4 water
om stenen mee te polijsten
wegvaren
schipper, visser
verpersoonlijkte rukwinden
terugstromend
doen verdwijnen

uit de koers drijven
golf
op de kust spoelen
de riviergod

door de zee gevoed
waterslang
geen regen laten vallen
aan het meer

8 genezen
rusten
om de wonden
alle ledematen
naar huis brengen

slaapkamer
beschutting tegen
onbekommerd geschreeuw

beschermster

kunst van zingen
als reinigingsmiddel

van de eigenlijke mens tot de ziel
feest

Geplaatst in gedichten, heldinne's reisboekjes | Getagged , , | 2 Reacties

238 – over de tweede brug

Was het een van de nieuw-aangekomen meisjes? Ze maakte zich los en sprong. De grootuil op de boog was een miniem ogenblik onzeker, toen koos hij. Hij zette zijn klauwen in de ezelman en liet hem te pletter vallen op de zuilengalerij.

De meisjes gilden. De meesten hadden waarschijnlijk niet gezien dat Kirama de sprong had gewaagd. We konden niet zien hoe dat afliep, de wachters lieten ons niet zo dichtbij de rand komen. We schuifelden door. Op de top van de brug zagen we de schaduw van de Rondweg naar de verte wegspiralen. Bovenop de hoogste boog hing, als een slappe pop, een meisje in het wit dat het blijkbaar ook had geprobeerd. Twee grootuilen deden zich tegoed aan haar jonge lijf.
De Brug van Schaamte. Wie moest zich hier eigenlijk schamen? Maar zulke gedachten waren gevaarlijk. Ik sloeg mijn ogen neer en leidde Roosma, die trilde van schrik, naar beneden.

We lieten het ruisen van de Helvarderaflu achter ons. Het landschap rondom werd grimmig, kale donkere bergtoppen aan alle kanten. Hier moest de Heerweg zijn uitgehakt, de bogen maakten plaats voor rotswanden. Een lange slang van witte meisjes – met hier en daar een oudere vrouw als ik – liep zwijgend door wat nu wel een kloof leek. Het werd al donker, waar moesten we slapen? Hier was geen plaats voor herbergen langs de weg. Wachters waren er ook niet, af en toe zeilde er een grootuil onder de schaduw door, onwillekeurig krompen we dan ineen, die hele stoet, vol angst door wat we hadden meegemaakt en gezien. Bij mij overheerste de woede maar als je niets kunt uitrichten maakt dat alleen maar moe.

Toen zagen we in de verte een licht. Twee lichten. Twee toortsen bij een opening in de rots. Wie liep er voorop? Wie volgden wij zo lijdzaam? Een grote grot slokte ons allemaal op, die lange stoet van verbijsterde jonge vrouwen.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

237 – de tweede brug

De ruiters verdwenen in de mist. Twee oudere mannen beklommen de ezels, bleven nog een tijd staan kijken, tot ze door de wachters langs de weg werden gesommeerd om zich naar het oosten te keren. Vaders, vermoedde ik. Zo gedwee als ze de bevelen opvolgden … Wat was Rodva een grote held geweest toen hij geprobeerd had mij te redden.

De groep zette zich weer in beweging, de nieuwe meisjes ergens in hun midden. Aan weerszijden van de weg verschenen de bogen van de zuilengalerij, bemand door wachters. Het begon wat te waaien, de mist trok op, rechts van de weg lag HarstaMarkaz, een vesting van donker gesteente, zo donker als de bergen die aan de andere kant van de weg steeds hoger leken te worden. Wie naar de stad wilde, werd gecontroleerd. Een geplaveide weg leidde naar de stadspoort, in de zuilengalerij was een grotere opening om wagens met voorraad door te laten. Herbergen of kramen waren hier niet. Gelukkig hadden we in het verzetterskamp onze waterzakken nog bijgevuld.

Het was doodstil nu, onvoorstelbaar, met zo'n grote groep jonge vrouwen. Niemand durfde te spreken, iedereen was doordrongen van de ernst en het gevaar van deze oversteek. We zagen de brug opdoemen, hij was zo hoog dat de weg wel verticaal leek te lopen. Heel langzaam ging het voorwaarts. In elke boog stond een wachter, op elke boog aan de rechterkant zat een grootuil. De grimmige stilte werd heel af en toe doorbroken door een luid oehoe-gekrijs. Ik voelde Kuuksi naar voren kruipen, waakzaam keek ze over mijn schouder.
Roosma pakte mijn hand, als om zichzelf te weerhouden van een domme stap.

Opeens was er commotie. Achter ons liep een man met een ezel, hij riep: "Laat me erdoor! Laat me erdoor!" We gingen opzij, de groep meisjes spleet uiteen, ik zag hoe hij de ezel sloeg met een stok, het beest raakte in paniek en trapte om zich heen, een van de wachters stapte uit zijn boog, de ezelman schreeuwde: "Kirama! Nu!"

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

webinarrig

Op 15 maart vond van 15-16 uur het Webinar plaats waarin NBD-Biblion de geschokte goegemeente zou uitleggen waarom de recensenten zijn ontslagen. Volgens directeur Nannini was iedereen daar trouwens "zorgvuldig in meegenomen."

Het webinar bleek een vraaggesprek, geleid door Margreet Reijntjes, met als deelnemers Theo Kemperman - directeur-bestuurder OB Rotterdam, Martijn Noordam - clustercoördinator collectie OB Den Haag, Wietske de Jong – recensent, Nina Nannini – directeur NBD, Victor van Bergen Henegouwen – Bookarang.

Bookarang is het bedrijf dat mbv kunstmatige intelligentie de software ontwikkelt waarmee voortaan de AI's (AanschafInformaties) geproduceerd worden. Aan de hand van de AI's (300 per week) bestellen bibliotheken de boeken voor hun collectie.
Van Bergen Henegouwen legde uit dat ieder boek zo'n 50 kenmerken heeft (de elementen uit de titelbeschrijving maar ook bv genre-aanduidingen) en dat de mensgeschreven recensie daar 1 van is. Hij gaf toe dat de computer dat niet kan overnemen, maar dat die toch een heel eind kwam: een eenvoudige tekst 'verrijkt' met schuifjes.

Over #schuifjesgate is inmiddels het nodige gezegd. Vooral schrijver Ronald Giphart heeft zich er wild over beklaagd. Nannini zei afgelopen zaterdag nog dat dat een "uitglijder" was. Nu beweerde van Bergen Henegouwen dat het een menselijke fout was: hij zou de tekst met de hand hebben overgeschreven en daar was het fout gegaan. Want dat kun je natuurlijk beter zeggen dan dat je wonderbaarlijke programma niet deugt.

Over de ethische kanten van het geheel hoefden we ons geen zorgen te maken: ze namen deel aan het wetenschappelijk discours en ze hielden zich verre van recommendations. Hun systeem was echt niet behavior based, het was puur content based. Wonderlijk dat het woord recommendations juist prijkt op de homepage van hun website.

Noordam legde het een en ander uit over collectievorming, en dat de recensie bij de besluitvorming een belangrijke rol speelde. Alleen bij expresstitels was dat niet het geval.

Vervolgens was het woord aan Kemperman. Op de vraag: "Staan jullie hier achter?" stak hij enthousiast van wal over de snelheid waarmee boeken voortaan in de biep zouden liggen. Eén week in plaats van zes à zeven! Snelheid is cruciaal! Want dat wil de klant!
Lijkt mij a) nu al mogelijk met die expresstitels en b) – zoals ook 1 van de vragen in de chat luidde – wat maakt het uit? Bestsellers zijn toch sowieso altijd uitgeleend?

Later in het gesprek zei Kemperman dat de kwaliteit nu nog geborgd werd doordat de collectioneurs zelf zoveel kennis van zaken hebben. En als die er niet meer zijn? Als de toekomstige AI alles is wat men weet? Ik begrijp dat er tegenwoordig – oma vertelt – helemaal geen aparte opleiding tot bibliothecaris meer bestaat. Het zijn allemaal Informatie Professionals geworden. Maar over wélke informatie we het dan hebben?

Later in het gesprek zei ook Noordam: "We hebben nu de kennis nog in huis."

Naar mijn smaak kwam het daadwerkelijke recenseren te weinig en ook niet juist aan bod. Over de noodzaak van vakspecialisten (De Jong is theoloog) was geen discussie, maar waren besprekingen van 'gewone' romans eigenlijk niet gewoon 'maar een mening'? Het kwam niet uit de verf hoe zorgvuldig je zo'n recensie schrijft. Wel laten doorschemeren dat een boek misschien niet goed geschreven is, maar ook vermelden dat er bij een grote doelgroep belangstelling voor zal zijn, bijvoorbeeld.

Op de vraag of het toch niet eigenlijk puur een bezuiniging was, reageerde Nannini vaag. Er waren wel mensen weg, en het zou ook zeker een besparing betekenen voor de bibliotheken. Bezuinigen gebeurde uiteindelijk continu in de wereld. Trots besloot ze het gesprek: "Andere landen kijken juist naar ons!"

Hoe wij het kind met het badwater weggooien, ja.

NBD-Biblion heeft ons verzekerd dat alle gestelde vragen donderdag zullen worden beantwoord en gepubliceerd. Ook komt het webinar morgen online.

Reuze benieuwd of ik dan éindelijk antwoord krijg op mijn prangende vraag: voor welk probleem is dit de oplossing?

toevoeging:
reactie van Anna Ros op Tzum

toevoeging 180322
de vragen en antwoorden bij het webinar staan hier
Het antwoord op mijn vraag voor welk probleem is dit de oplossing? luidt:
"In 2016 hebben de bibliotheken bij NBD Biblion aangegeven dat ze de metadata van nieuw verschenen titels eerder en tegen lagere kosten willen ontvangen. Dit, zodat ze hun collectie actueler kunnen houden. Dit is de reden dat we dit project zijn gestart. Door de date door algoritmes te laten genereren (waarbij altijd nog menselijke controle plaatsvindt) kunnen we de metadata 4 tot 6 weken sneller aanleveren."

In hoeverre "de bibliotheken" daadwerkelijk alle bibliotheken zijn, en of dit is wat ze voor ogen hadden blijft onduidelijk.
Op de vraag: hoeveel bibliotheken waren hierbij betrokken? luidt het antwoord (en ik vind het ook wel veelzeggend dat het een pdf is waarin je de tekst niet kunt selecteren en kopiëren):
"We hebben hier breed over gecommuniceerd binnen de verschillende werkgroepen en klankbordgroepen en daarnaast hebben we nog 1 op 1 getest met een aantal bibliotheken."

toevoeging 190322

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 2 Reacties

236 – in het kamp (2)

"Wat je ook kunt doen," vervolgde de vrouw, "is hier van de brug springen, en later weer de Heerweg nemen. De Rondweg is een spiraal, hij kruist de Heerweg meerdere keren. Onderweg kun je dan nadenken of je je nog steeds aan je gelofte wilt houden."
Ze keek ook mij dringend aan.
Ik wist zeker dat dat niet mijn weg was, niet nu. Ik moest me precies aan de geboden houden om later recht van spreken te hebben. Maar Roosma? Dat mooie, jonge kind?

"En als mannen van de brug springen?" vroeg ik, denkend aan de mannelijke pelgrims.
"Die vallen meteen te pletter," zei de oude vrouw. "Mannen kunnen de Rondweg pas nemen als ze de hele Heerweg hebben afgelegd."
Ik dacht aan Burman. Misschien was het anders als je reisdoel niet de Rots was. Zou hij Ukufila inmiddels bereikt hebben? Had hij Otta gevonden?
Roosma peinsde en peinsde, ze kwam er niet uit.

Mijn muntlitteken schrijnde weer. Zouden mijn kruispuntkorrels ook voor haar werken? Ik groef het potje op, en strooide de inhoud op het zijden zakje. Gefascineerd keek ze toe. Heel gedecideerd sloten zich drie van de vier wegen. We moesten terug naar de Heerweg.
We dankten de oude vrouw voor haar wijsheid en voor de thee, we kregen elk een stuk brood mee, ik pakte Kuuksi van de schapenvacht en werd beloond met een haal over mijn hand.

Door de mist liepen we zwijgend terug naar de Heerweg. Prompt werden we ondervraagd: "Wat moesten jullie daar?"
"Dat hoor je niet te vragen aan een vrouw," zei Roosma koninklijk, en de man keek gegeneerd en een beetje viezig van haar weg. Die blik bracht me Wasmeisje weer in gedachten, dat arme kind met haar gevlekte kleding, hoe ver zou zij inmiddels zijn?

Een eind verderop stuitten we op een grote groep in het wit geklede meisjes die daar kennelijk werden tegengehouden. Door de mist zagen we aanvankelijk niet wat er aan de hand was, maar toen hoorden we getrommel. De meisjes joelden mee in de maat, en we zagen een stoet aankomen, rijk uitgedoste wachters te paard, twee stralend witte meisjes op ezels. De Tweede Meisjes van IzwiLamanzi, hoopvol en onder de indruk. Ze werden blij onthaald door hun zusters, ze vermoedden nog niets. De herinnering aan Vulema kneep mijn hart samen.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

alle recensenten ontslagen bij NBD-Biblion

Op maandag 7 maart kwam mij via Tzum ter ore dat NBD-Biblion – de organisatie die de Openbare Bibliotheken in Nederland voorziet van AanschafInformaties (gegevens van boeken, vergezeld van een korte recensie, geschreven door een mens met vakkennis) – alle 700 recensenten plus de vaste medewerkers die die recensies redigeren en de boeken naar de recensenten opsturen per direct ging ontslaan. "Met dank voor de toewijding."
Want voortaan zouden de AanschafInformaties door de computer gegenereerd worden. Er werd jubelend een voorbeeld bij geleverd, waarvan de directeur van de NBD, Nina Nannini, afgelopen zaterdag bij Frits Spits wel moest toegeven dat dat een "uitglijder" was.

Als ex-biepjuf (P.A. Tiele-Academie, 1978) was ook ik verbijsterd. Ik bleef de vraag stellen: voor welk probleem is dit de oplossing?
Antwoord gaven ze niet, bij de NBD.
Iedereen die zich tot hen richtte kreeg het volgende bericht:
"Onze nieuwe werkwijze heeft veel vragen opgeroepen. We willen je graag uitnodigen om ons webinar te volgen waarin we toelichten waarom we dit project zijn gestart en hoe we de kwaliteit waarborgen."
Dat webinar is aanstaande dinsdag.

Maar we bleven natuurlijk niet op onze handen zitten, op Twitter. Zo was er bijvoorbeeld het IFLA Statement on libraries and artificial intelligence,
dat wijst op de gevaren van dergelijke werkwijzen.

Trouwens, het filmpje van NBD-Biblion over De Leestipper van Bookarang, het bedrijf dat de sofware voor deze werkwijze heeft ontwikkeld, doet je de haren te berge rijzen. Voortaan gaat de computer bepalen wat jij wilt lezen.

We vroegen ons af of de bibliotheken ook zonder de NBD zouden kunnen. Ik herinnerde me hoeveel tijd het kostte om zelf boeken te plastificeren, om van het titelbeschrijven maar te zwijgen.
Toen stuurde iemand me op twitter een bericht van Omrop Fryslân. De boeken voor de bibliotheken Noord Fryslân worden uitleenklaar gemaakt op het Westereen Handelscentrum, door leerlingen in een setting van 'levensecht leren.' Als het een beetje meezit liggen de boeken al na een dag in de bibliotheek. Dat is andere koek dan bij de NBD, ik geloof dat ze ervan schrokken. Ik kreeg tenminste meteen een blogpost teruggeworpen van Jeanine Deckers, die een reactie is op het gesprek van de directeur van NBD-Biblion, Nina Nannini, met Frits Spits in het programma De Taalstaat, afgelopen zaterdag. (vanaf 1:30)

Nannini verzekert ons daarin dat het géén bezuinigingsoperatie is. Het heeft te maken met efficiëntie, met de kwaliteit van de metadata, we breken met de traditie waarin we een oordeel in het informatiepakket stoppen.
Waarom moet dit? vraagt Frits Spits in afgrijzen.
Omdat het een heel arbeidsintensief proces is, zegt Nannini. En bibliotheken willen wel weten hoeveel expliciete seksscènes er in een boek staan. (Ik moet opeens denken aan mijn tijd bij de Provinciale Bibliotheekcentrale in Groningen, waar Wolkers voor het gristelijk lezerspubliek van een rood stickertje voorzien werd.) En we zijn er al 3 ½ jaar mee bezig.

Volgens Deckers heeft Frits Spits niets begrepen van hoe collectievorming werkt. Nu zal het gros der mensheid daar niet bij stilstaan. Ik moest ook elke keer weer uitleggen wat ik deed, toen ik zelf nog NBD-recensent was.
Deckers legt het dus ook uit, en voegt eraan toe:

Bij het maken van die keuze spelen een aantal dingen mee: hoe past dit in de collectie, hebben we er al iets over, voegt dit iets toe, hoe is de kwaliteit, is het een bekende schrijver, gaat dit uitgeleend worden? Vooral bij die laatste vraag speelt de publiciteit een rol: zijn er al goede recensies over geschreven of is het op tv geweest?
Als het goed is helpt de tekst van de recensie van de NBD bij het beantwoorden van die vragen. Maar het is dus niet zo dat als een recensent van de NBD iets een goed boek vindt, het automatisch wordt aangeschaft.

Haar betoog richt zich er vooral op om te laten zien dat het hele proces veel te lang duurt, en dat bibliotheken daar ook al heel lang over klaagden.
Om het in de volgende alinea totaal onderuit te halen:

Voor de aardigheid heb ik afgelopen week eens aan mijn collega Louise (een van onze collectioneurs) gevraagd wat zij doet als er een nieuw boek van Ronald Giphart uitkomt. “Nou, dan bel ik eerst de boekhandel. Dan hebben we meteen één exemplaar zodra het uitgekomen is en als het dan wordt aangeboden bij de NBD dan bestel ik er nog twee of drie, een beetje afhankelijk van hoe de recensies in de krant waren. Want Giphart wordt hier in Roermond niet zo heel goed gelezen dus daar bestel ik er niet zo veel van.”* Ik heb er nog even nadrukkelijk naar gevraagd, maar in dit geval leest ze de recensie van de NBD inderdaad niet. Want Louise hoeft in dit geval niet te weten wat de mening van een redelijk anonieme recensent is, ze vertrouwt de literaire recensenten van de kranten.

Dat herinner ik me – oma vertelt – ook van vroegah. Voor een gevalletje Adriaan van Dis (toen er nog geen DWDD was) fietste er altijd iemand naar Paagman om het betreffende boek aan te schaffen. Titelbeschrijven, plastificeren, etiketje erop en hop in de uitleen.

Dus in feite heb ik nog altijd geen antwoord op de vraag voor welk probleem dit de oplossing is. En ik vermoed zomaar dat ik dat ook bij het Webinar niet zal krijgen.

• lees de hele voortgang rond #schuifjesgate bij Tzum
• luister naar de column van Joost Oomen hierover
• lees hier het nieuwsbericht in het Parool
• lees hier wat Ted van Lieshout erover schreef
• lees hier "NBD Biblion-recensent Anna A. Ros ‘ziedend’ over vervanging door kunstmatige intelligentie en roept op tot actie van auteurs, recensenten en uitgevers"
• lees hier het interview van Boekblad met Nina Nannini (waarin zij beweert dat het bijna een half jaar duurt voor een boek in de biep ligt)
• lees alles wat er de afgelopen dagen op Twitter over is gezegd

toevoeging
• een mooi technisch stuk over de implicaties van AI door Arnoud Engelfriet
leve de recensie, door Elisa Veini op Literair Nederland

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 10 Reacties

235 – in het kamp

We mochten naar binnen. Kuuksi zat al prinsesheerlijk op een schapenvachtje in de tent. We kregen thee van een oude vrouw. Ze vroeg: "Wat brengt jullie hier?"
Ik wees op Kuuksi, om het moment wat te verlichten. Ik nam een slok thee.
Roosma nam het woord. Ze vroeg – op dezelfde emotieloze toon als waarop ze tijdens onze kennismaking had gesproken - : "Moet ik van de brug springen? Wat gebeurt er dan?"

De vrouw kwam bij ons zitten. "De verzetters langs de Heerweg zien het als hun taak om zoveel mogelijk Tweede Meisjes te redden. Wie erin slaagt om van de brug te springen, wordt gered. Maar het is niet eenvoudig. Een eind voor HarstaMarkaz beginnen de bogen, jullie hebben ze waarschijnlijk al eerder gezien. Een colonnade langs de Heerweg, met wachters onder elke boog.
Dat is het punt waar de Tweede Meisjes uit IzwiLamanzi hun reis naar de Rots beginnen. De colonnade loopt door over de brug en tot ver daarna. Wie aanstalten maakt om van de brug te springen, wordt onmiddellijk gegrepen en gedood. Wij proberen te helpen door de wachters af te leiden. Eén moment van onbedachtzaamheid, één onbemande boog, en het lukt."

"Wat gebeurt er als je van de brug springt?" vroeg Roosma.
"Dit geldt alleen voor vrouwen: ze landen op de schaduw van de Rondweg. Na verloop van een paar dagen vallen ze er zacht doorheen."
"Maar dan kom je je gelofte niet na," zei Roosma. "Dan kun je later niet getuigen van de grootsheid en de pracht. Wat heeft het dan voor zin?"
De oude vrouw zei: "Heb je ooit iemand horen getuigen van die pracht en die grootsheid?"
"Mijn vader," zei Roosma.
Nu merkte ik pas hoe erg ik zelf veranderd was. Ik kon alleen maar denken: arm kind, en jij gelooft dat? Was hij er zelf geweest? Maar ik zweeg. Ik was nog steeds de dienares.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

oranje

Het begon met de storm, op 18 februari. Hij stond voor op de ramen, maar aan de achterkant zat ik zoet te verven, met een enorme behoefte aan oranje. Wat het verder moest worden wist ik nog niet. Ik pakte het weer op toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, ik zat met de radio aan een beetje wezenkoos oranje dingetjes uit te knippen. Knutselen is het enige dat me rust brengt.
Toen de plaatjes opgeplakt waren, zocht ik nog een tekst. En die vond ik bij May Sarton. Hoop, blijdschap.

Wake before dawn to watch the sun come
Up from leaden waters every morning.
Turning the whole sky orange as it rises.
Slowly I learn the self who is emerging
As though newborn after a sterile summer.
Alone? Perhaps. But filled to the brim
With all that comes and goes, rejoicing.

May Sarton
from: Letters from Maine

Geplaatst in heldinne's reisboekjes | Getagged | 4 Reacties

234 – vlak voor de brug (2)

Het was een rare mistige dag, alsof de hele wereld in Graysaflu gedompeld was. We hulden ons in onze warme mantels. Kuuksi sprong vanaf de grond bovenop de draagzak, het was haar kennelijk te koud aan de pootjes. Hoe ver zou het nog zijn naar de brug? En waarom heette die de Brug van Schaamte? Omdat er toch veel pelgrims waren die er wél vanaf sprongen?

Opeens begon mijn driehoek te schrijnen. Het voelde alsof er een boodschap binnenkwam. Ik tuurde door de mist, eerst naar links, toen naar rechts. Zag ik tenten, heel in de verte? Was het mogelijk, zo dichtbij HarstaMarkaz? Kuuksi sprong van mijn schouders en rende het veld in, een stenige met struikjes begroeide vlakte tussen de heuvels en de bergen in de verte.

"Kuuksi, waar ga je naartoe?" Ik riep het luid, en naar ik hoopte op natuurlijke toon, zodat het klinken zou als: "Niet weglopen beest, dan moet ik je achterna om je terug te halen!"
Ik moest haar achterna. Maar wat moest ik met Roosma? Was het vertrouwd om haar met verzetters in contact te brengen, of zou zij ze juist verraden? Zou ze mij verraden als ze wist dat ik erbij hoorde? Maar haar achter te laten, zeggen dat ze moest wachten? Dat was vragen om moeilijkheden met alle controle die er nu was. Heel in de verte kon ik het silhouet van de stad al zien, de hoge, wrede torens.

Dus ik liep Kuuksi met grote stappen achterna en Roosma volgde. "Wacht, wacht, waar gaan we heen?"
Ik gaf geen antwoord, gebaarde alleen met mijn hand – die kant op.
Het duurde lang voor we het kamp bereikten. Nu we onder de schaduw van de Heerweg vandaan waren, was het iets minder duister en mistig. Drie tenten in een driehoek, twee met speren bewapende mannen op wacht.
Ik toonde mijn driehoek – ik hoorde Roosma naar adem happen – en zei: "Ik ben Yima van Rodva. Dit is mijn meesteres, Roosma van Takasan."

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen