252 – over de grens

Ze keek me onderzoekend en een beetje ondeugend aan.
Ik kon niet anders dan de waarheid vertellen. Dat is het mooie van samen lopen, je kunt alles uitgebreid vertellen, er is niets anders te doen dan die voeten verzetten en praten met elkaar.
"Dus eigenlijk ben jij ook een prinses? Waarom zei je dat niet tegen Roosma?"
"Het voelt nog steeds niet veilig," zei ik. "Ook vanwege mijn kinderen." Even was er weer dat knijpende verlangen naar ze, het meest naar Bo maar ook naar Mia. Zou ik ze ooit terugzien?
"Dus nu ben ik je volgende plaatsvervangende kind," zei Wasijma lachend. "Zal ik je ook Yimama noemen?"
"Goed," zei ik, een beetje schor.
Wasijma kneep in mijn hand.

De grens tussen IzwiLamanzi en MancuKondalu leek wel op die tussen Lopweteka en Izwi Lamanzi. Ook hier werd het plaveisel van de Heerweg onderbroken, alleen niet door een modderpoel maar door een smalle scheur in het gesteente die behoorlijk diep leek. Voor karren waren er planken overheen gelegd, maar alle mensen waren verplicht er overheen te springen, onder het toeziend oog van wachters en grootuilen.

Wasijma zweefde er haast overheen, maar ik voelde opeens een diepe angst. Ik moest mijn lange tuniek omhoog trekken, het nemen van een aanloopje was lastig in de zware laarzen die ik droeg, mijn hart klopte in mijn keel. Wasijma riep: "Kom! Je kan het, het is maar een sprongetje!"
Een wachter zwiepte een stokje tegen mijn kuiten. "Opschieten, vrouw."
Ik weet niet wat me zo bang maakte. Op de kaart had ik al gezien dat de tocht door MancuKondalu maar een kort stuk was. Bergachtig, maar rechttoe rechtaan, niet meer dan een dag of tien. Ik vermande me en sprong, kwam verkeerd neer en struikelde, maar Wasijma's jonge armen hielden me overeind.

Bezorgd keek ze me aan. "Wat is er?"
"Ik weet het niet," zei ik. Mijn stem trilde. Het voelde alsof de reis naar de Rots nu pas echt begon, terwijl ik totaal onvoorbereid was.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

251 – terug naar de Heerweg (2)

We werden op dezelfde manier gewekt als ik destijds, aan het begin van mijn tocht over de Heerweg. Een boze herbergier die ons met zijn voet wakker porde en gromde dat we weg moesten wezen. Moeizaam kwamen we overeind. Op de Heerweg bleven we even staan. Zagen we in de verte de boomgaard? Nee, dat kon niet. We moesten verder. We moesten eten, drinken. Doorgaan met leven, hoe geschokt we ook waren. Het is een wrede reisgenoot, dat overlevingsinstinct. Gruwelen moeten zo snel mogelijk afgevoerd want het lichaam moet door. Hoe dan ook. Brood, kaas, thee. Appels ook, maar we konden even geen appel meer zien.

Over een paar dagen zouden we Signadida bereiken, en de grens met MancuKundalu, het land van de ijshellingen. Ik herinnerde me dat de dogman erover verteld had, en had geprobeerd uit te leggen wat ijs was. Dat water keihard werd en te koud om aan te raken, ik kon me er niets bij voorstellen. En nog niet, eigenlijk, ook al hadden we het onderweg al best koud gehad. We liepen nog steeds over vlak terrein maar in de verte waren alweer bergen te zien.

Wasijma deed me vooral heel erg denken aan mezelf, maar dan de Yima van voor haar huwelijk. De nieuwsgierige spring-in-'t-veld die alles onderzocht en alles aandurfde. Ze was wel onder de indruk van wat Roosma was overkomen, maar ze zei ook: "Misschien maar goed, dat Roosma niet verder kon."
"Waarom zeg je dat?"
"Ze leek me niet sterk, terwijl ze tegelijk zo vastbesloten was."
"Dat was ze ook aan haar stand verplicht," zei ik.

"Daar heb ik gelukkig geen last van," zei Wasijma nuchter. "Mijn vader was – is – bouwer. Barrador moest versterkt worden, tegen de vreemdelingen uit Mingia, of dat was het verhaal. Ik had niets tegen ze, ik vond het interessant, en dat glas … zo prachtig. Ik wilde ook wel graag meer van de wereld zien. Of van Inhemren dan. Ik vond het niet eens zo erg dat ik weg moest. Alleen mijn moeder huilde, en mijn zus een beetje. Zij is al getrouwd, ze was in verwachting toen ik weg ging. En jij? Ben je echt een dienares?"

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

250 – terug naar de Heerweg

Het begon al donker te worden, Wasijma en ik keken elkaar aan, ik vroeg: "Kunnen we hier overnachten?"
"Nee," zei Erma. "Jullie moeten terug. Ik zal jullie Graysaflu meegeven." Op haar stijve, dunne stokbenen liep ze een eind de boomgaard in, waar we vaag wat houten hutjes onderscheidden.
Ik pakte de waterzakken die ik gekocht had, en liet haar de flessen daarin leeggieten. Minder zwaar en minder verdacht.
Ik kuste Roosma ten afscheid. Ze zei: "Neem jij de zeep maar mee, Yimama." Het ontroerde me zo, dat ze me nu eindelijk toch nog als moeder aansprak. Ze gaf me ook nog een handvol munten.

In de schemering liepen we terug naar de tunnel. Daar zat Kuuksi ons op te wachten. Ze trippelde de rechter richel op. Wij volgden. Doodvoorzichtig en haast blindelings, voetje voor voetje, onze handen steeds langs de koude, vochtige muur, schuifelden we terug, langs het vraatzuchtige water, tot de mond in het landschap ons weer uitspuwde.

Ik keek achterom. Had ik Roosma een paar van die gelukszaadjes moeten geven? Voor als het ondraaglijke té ondraaglijk werd? Maar het was te laat. Ik verbeeldde me dat ik heel in de verte de lichtjes langs de Heerweg kon zien. Gelukkig tekende het smalle pad zich in het donker duidelijk af. We bleven achter elkaar lopen, eerst Kuuksi, dan ik, dan Wasijma. Ik keek wel steeds achterom of ze me volgde, maar verder zwegen we, niet in staat om woorden te geven aan wat we hadden meegemaakt.

Toen we de Heerweg bijna hadden bereikt, bleef ik staan om een slokje Graysaflu te nemen. "Ze kunnen beter niet zien dat we het land in zijn geweest," zei ik tegen Wasijma. Hoewel dit stuk van de Heerweg niet echt heel druk was – het lag midden tussen HarstaMarkaz en Signadida – waren er toch wat kraampjes en een paar herbergen. We staken de weg over en nestelden ons achter een herberg, mantel en schild over ons heen getrokken, Kuuksi als waakpoes vlakbij. De nacht was hier gelukkig niet zo koud als in de bergen.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

249 – de appelgaard (2)

Ook ik slaakte een kreet, sloeg een hand voor mijn mond. Op de plaats van Roosma's benen waren een soort harige, houtige, bruine stronkjes gekomen. Appelsteeltjes, appelstelen. Oh, mijn prinsesje …
In diep medelijden nam ik haar in mijn armen en wiegde haar heen en weer.
Wasijma sloeg haar ogen op, keek onze kant uit en sprong overeind.
"Grote Hemren, wat is dat?" vroeg ze, ademloos van ontzetting.

Vlak achter ons klonk een antwoord. "Gebruik zijn naam hier niet!" Er stapte iemand vanachter de stam waar ik tegen geleund had. Een mager, half doorzichtig meisje met net zulke benen als Roosma. Ze kwam bij ons staan en zei: "Ik ben Erma, gaardvrouwe van de verbergers." Ze stak een hand uit naar Roosma en trok haar verrassend gemakkelijk overeind. "En jij?"
"Roosma," zei Roosma.
"Wie zo de gaard bereikt, moet hier blijven. Na een groot aantal maanjaren – soms wel twintig – komen de eigen benen terug. Dan zorgen we dat je kunt ontsnappen naar Ukufila. Tot die tijd zorgen we hier voor elkaar en voor de bomen, de appels. En we bottelen Graysaflu voor de verzetters." Hier keek ze mij aan.

"Maar ik moet … de Rots … ik mag niet …" stamelde Roosma.
Erma keek haar meewarig aan. "Je hebt nu niets meer te willen," zei ze. "Alles wat je tot nu toe voor waar aannam is hier van geen belang. Je benen die zo dienstbaar waren aan het hogere hebben hier besloten dat het genoeg was. Je moet nu opnieuw leren lopen, opnieuw leren denken."
"Maar Yima dan? En Wasijma?"
"Zij moeten terug naar de Heerweg. De reis is voor iedereen anders."
Ik vroeg: "Wat doen de verbergers?"
Erma zei nogmaals: "We bottelen Graysaflu voor de verzetters. Je hebt gezien dat niemand dat zelf kan. Met deze benen kunnen wij in het water staan."

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 2 Reacties

248 – de appelgaard

We vielen neer op het gras, geschokt en vol schuldgevoel, tenslotte hadden wij onze wil doorgedreven, tegen die van Roosma in. Ze leek nu helemaal bewusteloos. We legden haar zo comfortabel mogelijk op het gras, met een bundeltje van haar kleren onder haar hoofd. Arm prinsesje.
Ik zat met mijn rug tegen de stam van een appelboom. Wat moesten we doen? Was het levensreddende water tegelijk levenvretend water?

Er plofte een appel naast me in het gras. Zonder nadenken nam ik een hap. Opeens sprong er een woord in mijn hoofd, een gedachte, een herinnering. Zeeoor.
Ik moest de hele draagzak leeghalen, zo ver onderin zat hij. Hoeveel manen geleden had ik hem gekregen? Bo was nog piepklein, Langen San het eerste eiland dat ik bereikte op mijn vlucht, Valma en Pydva mijn eerste helpers.

Net als destijds hield ik de schelp over mijn echte oor, knielde aan de waterkant en hield mijn hoofd opzij onder water. Héél even maar, voor het water kon bedenken dat het hongerde naar mij. Wat ik hoorde klonk alsof een hele menigte mensen steeds maar happen nam van knapperige appels, dat knakgeluid en iets van sproeien, precies zoals ik het pas gehoord had in de kloof met de slaapgrotten. Ik wist wat me te doen stond. Ik pakte mijn mes, sneed ragdunne snippers van de appel en duwde die tussen Roosma's lippen. Ze maakte kleine smakbewegingen, ze zoog het snippertje naar binnen. Wasijma keek stil toe. Er was ook niets te zeggen.

Ik bleef doorgaan tot de appel op was. Een grote moeheid overviel me, ik sukkelde in slaap. De zon stond veel lager toen ik wakker werd. Even was er de zalige onwetendheid van het wakker worden, heel even maar. Wasijma en Roosma lagen te slapen in het gras, Roosma toegedekt met een warme witte mantel. Ik streelde haar wang. Ze sloeg haar ogen op, ook daar een ogenblik van onwetendheid, toen de schrik en de afschuw. Ze sloeg de mantel van zich af en schreeuwde.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | Een reactie plaatsen

update NBDbiblion

#auteursbond staat op tegen de bizarre #recensies van #Bookarang voor #NBDbiblion

de volgende tekst is overgenomen van de website van de auteursbond

NBD Biblion heeft besloten om de aanschafinformatie die bibliotheken gebruiken bij het uitkiezen van boeken voor hun collecties, in het vervolg te laten samenstellen door speciale AI-software. Ruim 700 mensen die tot nu toe recensies schreven, zijn door NBD Biblion aan de kant gezet. De Auteursbond betreurt het besluit en heeft NBD Biblion een brief gestuurd.

“De Auteursbond hecht er een groot belang aan dat bibliotheken over aanschafinformatie kunnen beschikken die een goede kwaliteit heeft”, aldus voorzitter Maria Vlaar in de brief. “De aanschafteksten die uw speciale software creëert, hebben niet de kwaliteit van door mensen geschreven teksten”.

“Een deskundige auteur die een recensie schrijft kan iets zeggen over aspecten die software niet kan beoordelen, zoals gelaagdheid, ontwikkeling van de personages en de spanningsboog, emotionele lading, en historische en wetenschappelijke juistheid. De door uw software geproduceerde aanschafteksten zijn dunner, oppervlakkiger en daardoor minder waardevol voor de collectioneurs bij bibliotheken”, aldus Vlaar.

“Bibliotheken hebben aanschafinformatie van hoge kwaliteit nodig om een collectie te kunnen samenstellen die een zo groot mogelijk groep mensen uitnodigt om te lezen en kennis te nemen van een zo breed en gedifferentieerd mogelijk aanbod van titels. De aanschafinformatie die door uw software wordt opgesteld, maakt het bibliotheken niet makkelijker maar moeilijker om deze opdracht te vervullen. Verschraling van het aanbod dreigt, waar onder andere minder bekende en startende schrijvers of schrijvers van vernieuwend werk de dupe van kunnen worden”.

De Auteursbond vraagt NBD Biblion het besluit te heroverwegen. De brief is hier te lezen.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , | 2 Reacties

247 – Graysaflu (2)

De rivier verbreedde zich, de tunnel verwijdde zich, het bruisen klonk zachter, het leek ook lichter te worden. De meisjes liepen stug door, hun hoofden gebogen, kijkend naar waar ze hun voeten neerzetten. Ik probeerde, zonder me naar het water toe te keren, er zo zijwaarts toch naar te kijken – en schrok.

Een kreet ontsnapte me, de meisjes schrokken van mij, Roosma verstapte zich, ze gleed van de richel, als één vrouw grepen Wijsma en ik haar vast, elk een hand, een pols, we trokken haar omhoog, we wilden haar weer op haar voeten zetten maar we zagen geen voeten, geen enkels, schenen, knieën … Waren ze doorzichtig geworden? Met moeite voelde ik met een hand aan de leegte waar haar benen moesten zijn. Ik voelde niets.

Ik keek weer naar het water en daar zag ik ze ronddraaien in een waterwerveling, voetbotjes, beenbotten, knieschijf, het was dus echt wat ik net al gezien had, het was ook precies wat ik me destijds op Middelgront had voorgesteld, dat in het Graysameer daar al die babyskeletjes ronddraaiden en langzaam naar de bodem zakten.

We konden geen kant uit. Roosma was zwaar, en er was ook geen ruimte om haar tussen ons in te dragen. We lieten haar zakken op de richel. Ze was nauwelijks nog bij kennis.
Wasijma zei: "Kunnen we haar trekken als ze op haar schild gaat zitten?"

We konden het proberen. Ik haakte Roosma's schild los van haar arm en legde het op de richel, de mooie kant naar boven. Wasijma trok Roosma's tas over haar schouder en rukte de banden eraf. Die maakte ik aan het schild vast, doodvoorzichtig op mijn hurken. Met heel veel moeite wisten we het halve meisje op het schild te trekken, en zo slaagden we erin – Wasijma trekkend, ik duwend – Roosma de tunnel uit te krijgen. Zonnige vallei, kabbelend water, bloeiende en appelvolle bomen. Pas nu zag ik dat het water inmiddels de andere kant op stroomde.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 4 Reacties

NBD recensies week 16

Vorige week waren de Nederlandse romans allemaal "ongecompliceerd," deze week lijkt de voorkeur uit te gaan naar "talig." Maar voor een "breed publiek" zijn ze vrijwel allemaal dus ik zou zeggen: blindelings bestellen maar!

Weisberger, Lauren - Het perfecte plaatje
De beschrijving van de inhoud is bijna letterlijk overgenomen van de achterflap. Gelukkig voegt Bookarang er nog een onmisbaar oordeel aan toe:
'Het perfecte plaatje' is ongecompliceerd en vermakelijk geschreven en zal een brede lezersgroep aanspreken.

Bramley, Cathy - Helemaal in love in Brideside Cove
Geschreven in een vlotte, zeer toegankelijke stijl. 'Helemaal in love in Brightside Cove' zal een breed publiek aanspreken.

Joshi, Alka - De geheimen van Jaipur
'De geheimen van Jaipur' is in een prettig leesbare, zachte stijl geschreven. De roman zal een breed lezerspubliek aanspreken.

Kamali, Marjan - Sneeuwvlokken in Teheran
Het verhaal is in prettige, toegankelijke stijl geschreven. 'Sneeuwvlokken in Teheran' zal een brede lezersgroep aanspreken.

Laureano, Carla - Een wereld van verschil
Het boek is in vriendelijke, zeer toegankelijke stijl geschreven. Voor (christelijke) liefhebbers van romantische verhalen.

Thomas, Anna - Reunie in Spanje
Toegankelijk geschreven. Voor liefhebbers van romantische verhalen.

Stahlie, Maria – Muilperen
Een roman over wat er gebeurt als je als mens een plan hebt en dan tegen een hardhandige vuist aanloopt.
Het verhaal is in prettige stijl geschreven en speelt zich af in Amsterdam en Amerika. 'Muilperen' zal een brede tot literaire lezersgroep aanspreken.

Claassen, Chantal – Briefpost
Het boek is in simpele, prettige stijl geschreven. 'Briefpost' zal een brede lezersgroep aanspreken.

Weijers, Nina - Zelf doen
In betrekkelijk talige stijl geschreven. Het boek zal een literaire lezersgroep aanspreken.

Gurnah, Abdulrazak - Paradijs : roman
Het boek is in talige stijl geschreven. 'Paradijs' zal een brede tot literaire lezersgroep aanspreken.

George, Elizabeth - Iets te verbergen
'Iets te verbergen' is in een nuchtere en toegankelijke stijl geschreven en zal een breed publiek van detective- en thrillerlezers aanspreken.
Vergelijk dat eens met de recensie van de Engelstalige editie!

Di Pietrantonio, Donatella - Mijn zusje en de zee
Het verhaal is in zachte stijl geschreven. 'Mijn zusje en de zee' zal een brede tot literaire lezersgroep aanspreken.

Steemers, Nicolet - Wat niet deert
'Wat niet deert' is in een eenvoudige, prettig leesbare stijl geschreven. Het boek is geschreven vanuit de perspectieven van de drie volwassen kinderen, en zal een breed publiek van thrillerlezers aanspreken.

Adler-Olsen, Jussi – Natriumchloride
'Natriumchloride' is vlot en spannend geschreven en zal een breed publiek van thrillerlezers aanspreken.

Brusselmans, Herman - Problemen die er geen zijn
Geschreven in de humoristische, grove, talige stijl waar de auteur om bekend staat. 'Problemen die er geen zijn' zal een brede tot literaire lezersgroep aanspreken.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , | 3 Reacties

246 – Graysaflu

De vloer van de gang liep naar beneden, alsof we op weg waren naar een onderaardse wereld, een onderwereld, het was een woord dat ik nooit gehoord had maar wat nu bij me opkwam.
"Ik vind het eng," zei Roosma. "Waarom lopen we niet gewoon verder over de heuvel?"
Daar had ik geen antwoord op. We liepen Kuuksi achterna, die af en toe even ging zitten met haar gezicht onze kant uit, zodat we de lichtjes van haar ogen konden zien.

De lage gang mondde uiteindelijk uit in een hogere tunnel, waar de Graysaflu doorheen bruiste, onze kant uit. Vlak vooraan was een gebeeldhouwde balustrade, als een brugleuning, waaronder het water in de grond verdween. Kuuksi sprong er bovenop, ik sloeg mijn armen om haar heen, daar in de schemering met het bruisende water onder ons. "Niet erin vallen Kuuks!"
Aan beide kanten van de rivier was een richel, breed genoeg om erover te lopen, achter elkaar aan. Of het iets uitmaakte aan welke kant we liepen, kon ik niet inschatten. Kuuksi maakte geen aanstalten om verder te gaan, ze ging zich uitgebreid zitten wassen.

"Ik wil terug," zei Roosma. "Kom," zei ze op gebiedende toon tegen mij.
"Ik wil verder," zei ik.
"Ik ook," zei Wasijma. Zij hakte de knoop door en liep naar de richel aan de rechterkant van de rivier. "Voorzichtig, het is glad!" riep ze naar ons.
"Dan wacht ik hier," zei Roosma.
"Maar we weten toch niet … misschien lopen we terug wel over de heuvel!"
"Terug? Weet je dat zeker? Dat we wel onze weg vervolgen?"
"Natuurlijk," zei ik. Dat was het enige waar ik wel zeker van was. We moesten terug naar de Heerweg. Een flinke voorraad Graysaflu zou ons hoe dan ook van pas komen.

Onwillig stapte Roosma achter Wijsma aan de richel op. Ik keek nog een keer naar Kuuksi die onverschillig aan een pootje likte en volgde hen. Voetje voor voetje schuifelden we langs het water. Met onze rugzakken en schilden was het niet mogelijk om ons naar het water te keren, we konden alleen maar doorlopen en hopen dat we uiteindelijk het einde van de tunnel zouden bereiken.

Geplaatst in feuilleton | Getagged | 6 Reacties

in een oogwenk

Het is heerlijk om een boekje in opdracht te maken, maar ook elke keer weer spannend: heb ik goed aangevoeld wat diegene wilde en mooi vond?
Deze opdracht was een beetje vaag en toch ook niet: iemand vond het Australische scharnierboekje "popelen" erg mooi alleen dan in andere kleuren en iets met bloemen en ongeduld.

Dan begin ik maar met gelli prints maken in de gewenste kleuren. Intussen had ik me ook weer eens getrakteerd op een dikke rol mooie papieren bij Papier Royaal (nee, ik krijg geen commissie), en daar zat een snoezig viooltje bij voor de scharnier.

Ik had ook gelli prints op deli paper gemaakt. Ik weet niet meer hoe ik op het idee kwam om (delen van) collages op deli paper te printen. Het effect was echt fantastisch. Een heel gepuzzel om ze op de juiste maat te krijgen, afwachten of de kleuren naar wens waren, ruzie maken met de printer die het altijd weer nodig vindt om streepjes te printen … Toen ik er tevreden over was, plakte ik ze op de achterkant van de gelli prints (volgt u het nog?).

Tijd om plaatjes erbij te zoeken op kleur, dat is het meest zenne werkje dat ik ken. (Dat in tegenstelling tot het snijden van de gleufjes waar de scharnier doorheen moet.)
En dan de woorden … ik wendde me maar weer tot Anna Dostojevskaja.

Foto's van het boekje staan op mijn Facebookpagina.
Wil je ook zo'n boekje? Het kost €21,95

Geplaatst in heldinne's reisboekjes | Getagged | 2 Reacties