skyscraper mania 2

koolhaas-2016-09-27-09-52skyscrapers-2016-09-27-10-02Ik kocht Delirious New York voor de studie, in april 1985. De prijs staat er met potlood voorin: f117,50! Ik heb er al eerder over geschreven. Het is een fascinerend boek vol prachtige illustraties, over de mythische ontstaanswijze van New York.
Om alle verschillende gebouwen een beetje uit elkaar te kunnen houden, kocht ik toen ook The Skyscraper. Een gewoon, degelijk overzicht, dat zich niet tot New York beperkt.
In Aberdeen was ik begonnen met het houden van kunstpraatjes – eerst over de Friese kerken, toen over de San Lorenzo – en ik bedacht dat ook wolkenkrabbers een mooi onderwerp zouden vormen. Het was nog voor de digitale fotografie en beamers en scanners, dus ik maakte dia's van foto's in boeken, de camera geklemd in een soort lijmklem, op de vensterbank voor het licht. Ik kocht Manhattan Skyscrapers in 1999. Nog geen idee dat het zo lang zou duren voor ik ze in het echt zou zien. De Twin Towers verwoest, met hun "externe windbracing." Ik weet nog dat we bij het college de film The Towering Inferno zagen, over brand in een wolkenkrabber, waarbij we natuurlijk vooral op de constructie moesten letten.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged , | 2 Reacties

moderne kunst

arnasonArnason is de moderne tegenhanger van Janson. Verplichte kost. Ik heb het gekocht in Londen, bij Foyles. Ik pak het uit de kast en denk: waarom ruikt dit zo muf, zo vochtig? Zelfs Janson van de rommelmarkt ruikt zo niet. Tot het me te binnen schiet dat het in een container naar Nigeria heeft gezeten, daar waarschijnlijk weken op de kade heeft gestaan …
Hoe lang we ook een leven gedeeld hadden, van de boeken was het altijd duidelijk. Boek van jou, boek van mij. Arnason was van mij.
Vooral bij moderne kunst heb ik heel erg ervaren dat je iets meer gaat waarderen naarmate je er meer van weet. Al loopt deze kennis maar tot 1977. Het woord post-modernisme komt er nog niet in voor.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

kunst

janson-2016-09-25-10-35Dit is niet het eigenste exemplaar van "Janson" waarmee ik mijn kunsthistorische studiën voltooid heb. Dat behoorde aan exgenoot. Dit komt van de rommelmarkt, notabene, zo'n supervlooi in de Frieslandhal of iets.
Want zonder dat standaardwerk in de kast kon ik mij niet als kunsthistoricus presenteren natuurlijk. Al kijk ik er nauwelijks meer in. Af en toe verbaast het me nog wel eens hoeveel ik – ondanks het haperend geheugen – nog paraat heb aan kennis.
Ooit was het belangrijk om te weten wat Kunst was. Nu is het alleen nog belangrijk om te weten wat ik mooi vind, wat mij de adem beneemt. Ik heb op Pinterest een bord "mooi" waar de meest uiteenlopende dingen op staan.
Van Japanse prenten tot wandkleden tot abstracte fotografie tot de Group of Seven tot collages tot beschilderde stenen. Niets ervan staat in Janson.
Het belangrijkste van kunstgeschiedenis is denk ik, dat het je in staat stelt te zien wat mensen maken in welke tijd en onder welke omstandigheden. Tijdgeest. Nog altijd een van de mooiste woorden die ik toen geleerd heb.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

flonker en schitter

mozaiek-2016-09-24-10-52Omdat de voorkant van dit boek helemaal blanco is – er zal ooit een stofomslag omheen gezeten hebben – heb ik de titelpagina maar gefotografeerd. Ik weet niet meer wanneer ik het gekocht heb, er staat een potloodprijsje achterin van €15, dus ik vermoed bij De Slegte. En met het idee dat mozaïek ook een prachtig onderwerp voor een kunstgeschiedenispraatje kan vormen.
Ik ben dol op mozaïek. Ik word helemaal ademloos in de San Apollinare in Classe, of de Santa Prassede in Rome. Vooral antieke en middeleeuwse mozaïeken hebben dat effect, al vind ik gemozaïekte tafeltjes en fruitschalen óók fijn. Als het maar flonkert en schittert.
Dit boek rekent ook marmeren inlegwerk tot mozaïek, en er stijgt een muffe geur op uit de bladzijden.
Ik herinner mij een ander boek en besef nu dat ik al jaren denk dat dat dit boek is, waarin met foto's en tekeningen met heel veel details werd uitgelegd hoe ze dat vroeger deden, zo'n mozaïek maken. Met glazen steentjes die bladgoud aan de onderkant kregen enzo. Dit boek mag nu naar het knutselkamertje. Collagevoer!

Geplaatst in autobiobibliografie, creatief, kunst | Getagged | 2 Reacties

poer Frysk

lieteboek-2016-09-22-10-53Ik pak het Frysk Lieteboek uit de kast, en moet meteen denken aan die keer dat ik mezelf in tranen zong met Rolje Rolje Wetterweagen … Het was op een lange trip door de Omaanse woestijn. Kindeke was koortsig op de ochtend dat we vertrokken, ik had de dokter nog gebeld, maar die vond het geen probleem. Overdag ging het wel, maar 's avonds werd ze toch weer behoorlijk ziek, ik schoof haar gauw in haar bedje achterin de Jeep, de wind schuurde koud over de platte zandvlakte, het was donker en stil en het kind onrustig en woelig.
Moeders moest slaapliedjes zingen. De achterklep omhoog, ik met een bil op de rand, en eindeloos kinderliedjes zingen, van dikke tante Kee, en Hansepansekevertje, en toen dat repertoire was uitgeput begon ik aan het Lieteboek. Bij de Wetterweagen die om 't oude Grouw brûsden, kreeg ik het te kwaad. Op die desolate vlakte zo'n enorm heimwee naar het mooie, door water omgeven dorp met zijn eeuwenoude kerk.
En ik heb dat nog, als ik Fries hoor zingen. Het is ook geen wonder. In heel mijn voorgeslacht zit niet één niet-Fries.

Geplaatst in autobiobibliografie, muziek | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Will Gompertz – Think like an Artist

think-like-an-artist-and-lead-more-creative-productive-life-by-will-gompertz-1613129564Het begon allemaal met een discussie op twitter (zo inspirerend, die social media waar iedereen zo op afgeeft, alsof het een riool vol krijsende ratten is).
@tweep Creativiteit is een constant proces van vragen en antwoorden in je hoofd. Net de socratische methode. Uit het boek: Denk als een kunstenaar.
‏@HellaKuipers Ik weet niet of ik het daar mee eens ben. Is creativiteit niet voornamelijk overgave, zonder vragen te stellen?
@tweep @HellaKuipers De goddelijke inspiratie?
‏@HellaKuipers @tweep Nee, dat klinkt weer te eenmalig, als een flits. Het is meer een kwestie van luisteren.
@tweep @HellaKuipers naar wat moet je dan luisteren?
‏@HellaKuipers @tweep ja, geef het maar een naam. Noem het ingeving, dan laat je de "gever" in het midden.
@tweep @HellaKuipers hm, hier kan ik me dan weer niet zo in vinden 😉 creativiteit is toch gewoon een actief proces?
‏@HellaKuipers @tweep nee!
‏@tweep @HellaKuipers bij mij wel 🙂
@HellaKuipers @tweep misschien eens anders proberen?
@tweep @HellaKuipers Waarom? Zoals ik werk, werkt goed voor mij en ik heb meer dan voldoende werk en verkoop. Kennelijk werkt dat prima zo.
@HellaKuipers @tweep het moet niet. Gewoon als experiment, om eens uit te proberen.
Tweep vinden je Tweet leuk

Een paar weken later gaf Janneke Heimweg een vervolg aan het gesprek:
‏Nieuwe #blog Een schrijver is niet per se creatief. Of toch wel? Met dank aan @HellaKuipers en @tweep
Waarop ik haar meteen aanried om The Artist's Way te gaan doen, en Tweep nogmaals het boek van Will Gompertz noemde. Denk als een kunstenaar: iedereen kan creatief en inspirerend zijn (bedoelen ze inspirerend of geinspireerd?).
Ik voelde meteen weerstand bij die gebiedende wijs, en ook bij "denk." Alsof dat de enige route naar creativiteit is.

Inmiddels heb ik het boek (in het Engels) gelezen. Think like an Artist and lead a more creative, productive life. Mijn conclusie: dit is een boek dat NIETS waarmaakt van wat het belooft.
Het begint al met zijn definitie van een "echte kunstenaar: those independent spirits who earn a good living and a big reputation by making things up.
"We" mogen dan allemaal creatief zijn, maar het telt pas als je geld en naam maakt. Het hele boek door moest ik denken aan Blazing World, de roman van Siri Hustvedt over de kunstwereld, en hoe die reputaties worden gefabriceerd door de kunsthandelaars en museumdirecteuren die daar baat bij hebben.
Gompertz – zelf werkzaam in kunst-PR voor de Tate Gallery en de BBC – neemt 10 verschillende eigenschappen van kunstenaars onder de loep, die volgens hem essentieel zijn voor het creatieve proces.

1. Een kunstenaar is ondernemend
Creatief denken is nodig voor het voorbestaan van de wereld, we moeten denken als kunstenaars en ons niet als beesten gedragen, aldus G. And we are all artists. We just have to believe it. That's what artists do. Hij beweert doorlopend dat echte kunstenaars zich niets aantrekken van wat de wereld van ze denkt, en beweert tegelijk meermalen dat alles afhangt van hoe ze hun werk aan de man brengen. They are in the business of supplying products that have no real function or purpose to a wealthy clientele; customers who value brand distinction above all else.
Het is geen toeval dat kunst zich ontwikkelde in rijke handelssteden. Daaraan zie je dat kunstenaars ondernemers zijn. Huh? Daaraan zie je dat kunstenaars opdrachten krijgen van rijke mensen of instituten!
Vincent van Gogh was ook heel ondernemend en commercieel bewust.
Ja hoor. Heeft Gompertz zijn brieven gelezen? Van Gogh was hoogstens schuldbewust, dat hij bijna nooit iets kon terugdoen voor Theo. Behalve dan de amandelbloesemtakken schilderen voor zijn kleine neefje.
Een goed voorbeeld van een ondernemende kunstenaar is volgens Gompertz Theaster Gates, iemand die een hele mythe creëerde rondom de potten die hij bakte, door te doen alsof ze van een jonggestorven Japanse pottenbakker waren. Natuurlijk, hij stelde iets aan de kaak, namelijk het gebrek aan plek in "de" kunstwereld voor niet-blanken. Maar wat G. vooral in hem bewondert: People liked the show; they admired Shoji Yamaguchi. But that was nothing compared to the strength of the reaction that came with the revelation some time later that the whole conceit was a con. The art world hugged itself with glee. What a wag this Theaster was! What a clever guy! The pots were okay, but wow, what an artist! Theaster Gates, conceptual artist and myth-maker, had arrived.
Dit gaat dus niet over de creativiteit van het maken, dit gaat over slinkse wegen bedenken om je doel te bereiken. Niets mis mee, maar als de focus ligt op beeldende kunstenaars (fine artists), dan versta ik onder creativiteit het scheppen, het maken. Niet het beetnemen van "de" kunstwereld.
Dat is denk ik het grote probleem van dit boek en zijn schrijver: het heeft als gezichtspunt "de" kunstwereld, wat in feite een wereldje is dat totaal los staat van het echte leven en de gewone kunstenaar die al blij is met een expositie in de plaatselijke dokterspraktijk.
Maar daar gaat het niet om. The point is that he has achieved so much in the name of art. He is presenting a radical new economic model simply by thinking like an artist. Gompertz draait hier zijn redenatie volledig om. In feite denkt Gates hier als een zakenman, met een vernisje van 'kunst' eroverheen. Nogmaals: niks mis mee. Maar presenteer het niet als een essentiëel kenmerk van creativiteit.

2. Een kunstenaar faalt niet
Je zou kunnen denken dat je mislukt was, als de Salon van Parijs je werk afwees. Maar de geschiedenis bewees dat Monet, Manet en Cézanne het tegendeel van een mislukking waren.
Het gevoel van mislukking hoort bij het creatieve proces. Het gaat erom dat je doorgaat. De kunst is om een plan B te hebben, aldus Gompertz. Hij doet het voorkomen alsof een kunstenaar op een dag bewust bedenkt: nu ga ik eens iets heel anders doen. Vandaag pak ik zwart in plaats van rood groen en geel.
Alsof de bontgekleurde fase een totale vergissing was, in plaats van een noodzakelijke ontwikkelingsfase.
Hij gaat zover te beweren dat Mondriaan op een dag – na werk van Picasso gezien te hebben – besloot om zijn kleurvlakken te gaan schilderen. Voor die tijd had hij wat sombere knoestige bomen gekrabbeld, maar opeens, boem, bedacht hij plan B. Alsof dat niet een doorgaande lijn was, die samenhing met zijn belangstelling voor theosofie. Niks bewust genomen beslissing, gewoon de instinctmatige manier waarop creativiteit zich in een mensenleven ontwikkelt.
Een ondernemer heeft een plan B (het ligt zelfs al klaar als hij met A begint), een kunstenaar volgt een drijfveer, of die nu van binnenuit of van buitenaf zijn noodzakelijke vonkje ontvangt.
The only decisions to make are what it is we want to say and through which medium we want to say it. Alsof niet heel veel kunstenaars er pas al doende achterkomen wat ze wilden zeggen, en dan pas ontdekken welk medium het meest geschikt is. Gompertz blijft het hele boek door in zijn hersenpan.

3. Een kunstenaar is oprecht nieuwsgierig
Dit lijkt me een open deur. Output needs input, je moet je bron vullen, er moet iets zijn dat je mateloos interesseert. Maar gaat dat van A naar B, zoals Gompertz poneert?
Passion—enthusiasm if you prefer—is the spur that makes us want to know more. It provides the impulse for the thoughtful inquiry that generates the knowledge, which fires our imagination to come up with ideas. These lead to the experiments that eventually result in the production of a realized concept. This is the path creativity takes.
Weer gaat hij er zonder vraagtekens vanuit dat de bron van het kunstwerk het denken is. In plaats van de handen. "In de scheppingsdaad léeft de kunstenaar met alle organen: hart en hersens, bloed en geslacht," aldus Marsman.
Ideas that are born out of ignorance, or which have been flippantly hatched, are invariably weak and most often useless. But those conceived on the basis of real knowledge, inspired by a genuine passion, are much more likely to have plausibility and substance.
De vooringenomenheid van zulke zinnen! Wie bepaalt hier wat onwetendheid is? Wie bepaalt hier wat echte kennis is, oprechte passie? Als er toch IETS is wat funest is voor elke vorm van creativiteit is het wel het idee dat er een beoordelingscommissie bestaat die zeker weet wat dom is en wat niet, wat inhoud is en wat niet. Drie keer raden wie er in die commissie zitten: de rijke blanke slimmerds die "de" kunstwereld vormen.

4. Een kunstenaar jat
Natuurlijk. Niet voor niets surf ik avonden op Pinterest om inspiratie op te doen voor mijn collages. Ik kom de prachtigste werken tegen, van papier en textiel en keramiek, die vast nooit in de Tate Gallery te zien zijn geweest, maar dat terzijde.
Maar nu het voorbeeld dat Gompertz neemt. Hij baseert zich op een artikel over "homospatial thinking." Daarbij neem je twee heel verschillende zaken tegelijk in je gedachten en als vanzelf ontwikkelt zich een splinternieuw idee. De Story Machine is daar een goed voorbeeld van. Een dichter die met de vergelijking komt "de weg was een raket van licht" wilde een zin maken met de woorden 'weg' en raket' erin. En zo is het gekomen. Gewoon met het intellect uitgepuzzeld.
Wat een waanzin! Zo'n dichter heeft toch niet voor niets die twee woorden als drijfveer ingegeven gekregen, en het beeld moet als het ware in zijn hoofd gelanceerd zijn.
Maar volgens Gompertz werkt inspiratie zo: problem-solving is all about thinking, and that requires imagination, which is what leads to that moment of inspiration.
Natuurlijk hoeven de ideeën die je krijgt niet per se goed te zijn: that doesn’t necessarily mean the idea is good or valuable. The quality comes when the idea is focused on a subject in which we are knowledgeable and interested.
Wie beoordeelt of het een goed idee is, en of wij genoeg kennis bezitten?
Ik spaar momenteel op Pinterest aboriginal kunst en Afrikaans textiel. Ongelooflijk mooie patronen. Waardevol? Goed? Voor wie, voor wat? Voor de westerse markt, de westerse kijk op kunst? Er zijn zoveel manieren om naar kunst te kijken.

De rest van dit hoofdstuk gaat over originaliteit. Zonder dat dit begrip gedefinieerd wordt. Er wordt vanzelfsprekend vanuit gegaan dat "origineel" gelijk staat aan goed en vernieuwend, en dat zijn per definitie dé kenmerken van Kunst met een grote K. Nu is dat pas de laatste vijfhonderd jaar ofzo, en ook alleen maar in het blanke westen, maar voor Gompertz gaat het zonder zeggen.
Om het vak te leren imiteren kunstenaars eerst. Would-be authors read their favorite novels in an attempt to learn a particular style. Alweer zo'n omkering. Je gaat een bepaald soort boeken schrijven omdat je er zo van houdt om ze te lezen, en vervolgens ga je tijdens het lezen wat beter opletten hoe zo'n schrijver te werk gaat, maar je gaat toch niet eerst al die boeken lezen om ook zo te leren schrijven?
Picasso begon zijn schildercarrière met het imiteren van diverse stijlen. Tot hij zich op een dag "blue" voelde en dacht: Yes! Ik ga nu met mijn blauwe periode beginnen! (Ik weet niet of feeling blue ook zo heet in het Frans of Spaans, maar in het Nederlands alvast niet.)

5. Een kunstenaar is sceptisch
There is only one possible way of kick-starting the creative process, and that is by asking a question. Oh ja? Echt maar één manier? Wat als je gewoon begint? Wat voor vraag stel je je als je schrijfveren doet? Voor je een vraag stelt, ben je al begonnen, misschien komen er vragen op in wat je schrijft.
Nee, maar Edgar Allan Poe heeft het zelf gezegd. (Of hij werkelijk zo werkte valt nog te bezien. ) Door het stellen van vragen heeft hij zijn beroemde gedicht The Raven gecomponeerd. Net zoals Socrates voor hem al propageerde. Het zit namelijk zo: vragen stellen solves problems. And problems—that is, questions in need of a solution—are at the heart of creativity because they force us to think. And it is when we think that we start to question, and to question is to imagine. And to imagine is to conceive ideas, and conceiving ideas is the basis for creativity.
Gompertz verwart hier filosofie – vragen stellen om waarheid of wijsheid te achterhalen - met creativiteit.
Hij legt ons vervolgens uit hoe het maken van kunst gaat: Decision-making is the tortuous by-product of the Socratic method. Because at some point skepticism and questioning have to give way to personal judgment in the shape of a decision made.
Je stelt vragen, beslist hoe je die beantwoordt, en dan begin je.
Dat kan.
Maar het is zeker niet de enig mogelijke werkwijze. Vaak geeft het werk zelf de antwoorden op vragen waarvan je vantevoren niet wist dat je ze stelde.
Maar nee, het is logica die superieure kunst bewerkstelligt. Gompertz' voorbeeld hierbij is Brunelleschi, de ontwerper van de koepel van de Sta Marie dei Fiori in Florence. De bijgelovige middeleeuwen waren eindelijk voorbij, tijd voor de rede! (Dat de klassieke kunst een eeuw of dertien onontdekt was gebleven is natuurlijk je reinste onzin. Nooit van de Karolingische Renaissance gehoord zeker. Nooit een vroegchristelijke basilica gezien zeker.) Tijd voor kunst die perspectivisch wél klopte, in plaats van die domme platte plaatjes van de middeleeuwen. Dat die een even bewuste keuze waren, komt niet bij Gompertz op. Van zijn kunsthistorische kennis krijg ik een steeds minder hoge pet op.

6. Een kunstenaar denkt in grote gehelen en kleine details
Oh, echt?
Volgens mij zijn er twee soorten schrijvers / kunstenaars: de architect en de tuinman. De architect maakt van tevoren een ontwerp, dat hij daarna uitvoert. De tuinman plant zaadjes, wacht af wat er opkomt, verplant dingen, snoeit wat, stekt wat, laat het werk organisch zijn vorm vinden. De ene manier is niet superieur aan de andere.
Voor Gompertz heeft de echte kunstenaar maar één methode: plannen. Over Luc Tuymans: This wasn’t a haphazard choice but a planned approach, inspired by the enlarged photocopies he made of the portraits on his return from Scotland. Waarvoor is dit een bewijs? Toch alleen voor de werkwijze van Tuymans? Before he even contemplates producing any painting, there is the overriding framework into which he already knows it must fit: his style. De kunstenaar hééft toch een stijl, daar gaat zijn werk toch automatisch in passen? Een schilder van bijna-abstracte portretten gaat toch niet opeens goudentierlantijntjesKlimtjurken schilderen?
Wat Tuymans slim aanpakt, is series schilderijen maken, met de tentoonstelling al precies in zijn hoofd. Is dat een voorbeeld van creativiteit in kunst-zin? Eerder een voorbeeld van creatief boekhouden, dunkt mij. Niets mis mee, maar geen essentieel aspect van creativiteit.

7. Een kunstenaar heeft een gezichtspunt
Oh, echt?
Our point of view is our signature, zegt Gompertz. Zonder te beseffen dat hij het hier heeft over originaliteit in zijn ware betekenis. Hij verstaat onder origineel zijn: "de" kunstwereld op zijn kop zetten. Ik versta onder origineel zijn: heel precies opschrijven / verbeelden wat jij zeker weet. En dan niet zeker weten in de zin van de waarheid in pacht hebben ergens over, maar zeker weten: dit ben ik, dit voel ik, dit heb ik meegemaakt, dit vind ik mooi / lelijk / verschrikkelijk, dit heb ik gezien, gehoord, geroken, gevoeld. Dit werk is precies zoals het moet zijn, omdat ik dat vind.
Je gezichtspunt is not the same as a style. It is what you say, not the way you say it. And in the creativity game you are not really a player unless you have something to say.
Heel mooi verwoord door Eugène Delacroix: Dat wat mensen, of liever hun werk, geniaal maakt, zijn niet de nieuwe ideeën, maar het idee, waardoor ze bezeten zijn, dat wat gezegd is, niet genoeg was.*
Wederom – volgens mij – een aansporing om heel precies op te schrijven wat je zélf weet.
Maar volgens Gompertz ligt dat toch iets anders.
It is not the core idea—or subject—that is important, but what an individual is inspired to say about it that is new or different. And that is where many of us come unstuck.
Having something original to express is one of the biggest obstacles to overcome in the creative process. We have heard of writer’s block, but the same loss of inspiration also happens to artists, inventors and scientists.
Twee dingen: weer dat woordje "new" als alleenzaligmakend beoordelingscriterium.
En dan having something original to express: dat DOE je toch als je uit wat jij weet? Gompertz houdt nu zelf de mythe in stand dat NIET iedereen creatief kan zijn.
Gelukkig was Rembrandt dat wel. Die bedacht op zijn oude dag dat hij over zijn oude dag kon schilderen. Opinion is what drove him forward, and it will be opinion that compels any of us to make something exceptional and different. If we want our ideas to be seen and heard it is essential we have a point of view and something to say.
Het spreekt toch vanzelf dat je kunst gaat maken omdat je iets wilt uiten? Of het nu zielenroerselen zijn of een behoefte aan schoonheid. Opinie vind ik in dit verband een raar woord.
Aan het eind van dit hoofdstuk komt Gompertz zelf met deze opzienbarende mededeling: The arts in general have been slow to incorporate and acknowledge non-white, non-Western voices.
Wat noem je dan "The Arts"? Weer diezelfde groep van rijke witte mannen die bepalen naar wie het geld gaat? (En wat voor niet-westerse kunst geldt, geldt al evenzeer voor vrouwen. Lees Siri Hustvedt!) Hij heeft zelf niet in de gaten vanuit welk enorm bekrompen gezichtspunt hij dit boek heeft geschreven, met een aplomb alsof hij de waarheid in pacht heeft.

8. Een kunstenaar is dapper
"We worden geboren met een neiging tot zelftwijfel, vooral als het om creativiteit gaat." Zou Gompertz geen kinderen hebben, of neefjes en nichtjes? We worden helemaal niet geboren met twijfel aan onze creativiteit, die twijfel wordt ons aangepraat door mensen die menen te weten wat "echte" kunst is en wat "echte" kunstenaars doen.
Om moed te krijgen tegen al die grondinboorders in te gaan en toch te maken wat jij moet maken, kun je beter The Courage to Create lezen, van Rollo May.
Gompertz' beste voorbeeld van een moedige kunstenaar is Banksy. Die wist het establishment te foppen, zeg! Gelukkig hebben de curatoren hem nu hun stempel van goedkeuring gegeven, door het officieel StraatKunst te noemen.
Boodschap: verbeeld je toch niets zonder dat stempel. Aan de lopende band laat Gompertz zien dat hij totaal niet gelooft wat hij de lezer van zijn boek pretendeert te leren.

9. Een kunstenaar neemt de tijd om na te denken
Een voorbeeld van een nadenkende kunstenaar is Marcel Duchamp.
Technically speaking, he was very limited. His brother was a much better sculptor and most of the other painters in Paris at the time—including Picasso and Matisse—were far, far more accomplished. To that extent, Duchamp was not a great artist. His genius was that he learned how to think like one.
Ik kan er zolangzamerhand geen chocola meer van maken. Wat verstaat Gompertz nu onder een groot kunstenaar? Kennelijk moet je daarvoor je techniek beheersen. Of toch niet? Hij heeft legio voorbeelden gegeven van slimmeriken die met matig werk de kunstwereld wisten te bedotten. Daar is Duchamp ook een van.
Ik geloof dat ik op het spoor kom van wat werkelijk de makke is van dit boek: Gompertz schrijft met zwierige ganzenveer over Kunst met een grote K en Creativiteit en Originaliteit en De Kunstwereld en Echte Kunstenaars – en hij neemt geen enkele keer de moeite om zelf eens stil te staan bij wat hij beweert, hoe hij die begrippen definieert, vanuit welk gezichtspunt hij dit allemaal beweert, waar hij zich op baseert.

10. Alle scholen zouden kunstacademies moeten zijn
Daar kunnen wij het alleen maar mee eens zijn, toch, creatievelingen onder elkaar?
Maar ook hier slaakt Gompertz alleen maar ongefundeerde, of hemzelf tegensprekende kreten. De kunstenaar die in dit hoofdstuk aan bod komt, zegt dat de kunstacademie hem leerde hoe te denken, niet wat te denken. Precies! Wat een onzin om kennis in leerlingen te gieten en te examineren hoe goed ze kunnen onthouden, terwijl je tegenwoordig alles kunt opzoeken op internet.
Uh, pardon? Zei u zelf niet pas nog (in hoofdstuk 3) dat kunstenaars inhoud moesten hebben?
Hij wil maatwerk, met een curriculum toegespitst op de individuele leerling.
Ik krijg daar koude rillingen van. Dat Jantje van zijn moeder al met 5 jaar ballerino moet worden en daarop moet worden toegespitst. (Of van een overheid die alleen winstgevende kunsten wil zien.)
Gompertz wil academische instituten die intellectuele stopcontacten zijn, waar we ons kunnen inpluggen als we inspiratie, kennis of stof tot nadenken nodig hebben. En wie moet die inhoud leveren? Wie beschikt over die kennis? En hoe moet ik weten dat ik iets nodig heb als ik niet weet dat het bestaat?

Gelukkig maakt hij het met zijn slotconclusie helemaal goed. It’s our brains not our brawn that makes us special and life worth living. Artists had that worked out a long time ago.
Of nee, toch niet. De meeste kunstenaars weten dat er heel wat meer dan alleen hersenen komt kijken bij creativiteit. Hart, bloed, geslacht, spieren, het onderbewuste, dromen, zintuigen.

* Ce qui fait les hommes de génie, ou plutôt ce qu'ils font, ce ne sont point les idées neuves, c'est cette idée, qui les possède, que ce qui a été dit ne l'a pas encore été assez.
Geplaatst in kunst, recensies | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Leeuwarden vrij

lwd-2016-09-20-10-34lwd3-2016-09-20-10-35lwd2-2016-09-20-10-35"Bestemd voor Ger" (mijn vader) heeft oma voorin dit boek geschreven. Zo Werd Leeuwarden Vrij is uitgegeven in 1945, het staat vol foto's en beschrijvingen van de bevrijding, van het verzetswerk, van de Binnenlandse Strijdkrachten, van tanks en van moffenmeiden (voor nuance was het – begrijpelijk - nog een jaar of vijftig te vroeg). Ik weet natuurlijk wel van de verhalen over de oorlog, maar zulke foto's van je eigen geboortestad maken toch veel indruk.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

westwerken wegwerken

corvey-2016-09-18-11-12Nu ben ik het werkelijk niet met mezelf eens. Corvey is schitterend, en westwerken fascineren me. Het feit dat zo'n klooster er al 1200 jaar staat, dat er sprake was van een "karolingische Gesamtbaukonzeption," dat ik me overweldigd voelde toen ik het zag, door de schoonheid en de ouderdom … dat alles komt bij me boven nu ik dit boek weer eens ter hand neem.
Gelezen heb ik het nooit want het is veel te technisch, het staat vol nauwkeurige metingen die van alles moeten bewijzen. Het was op diezelfde vakantie als die naar Hildesheim, 1986, ik was nog lang niet afgestudeerd maar de fascinatie voor de (pre)romaanse bouwkunst was er al, wie weet heb ik het gekocht met het oog op een eventuele afstudeerscriptie, later. Ik denk dat ik er voor de Friese kerkjes nog wel eens in gekeken heb, voor het hoofdstuk "gereduceerde westwerken."
Het boek is te mooi en te belangwekkend om naar de kringloop te doen, te specialistisch om op Marktplaats te zetten. Ik denk dat ik binnenkort maar eens de antiquaar ga opzoeken die de rest van het boekenbezit van paps heeft opgekocht. Dan vindt het een gelukkige nieuwe eigenaar.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

griezelig vergeetachtig

angelico-2016-09-18-11-11In het vak onder het boek over Fra Angelico liggen een paar boeken plat (met daar bovenop een doos met ansichtkaarten). En nu ik naar die foto kijk denk ik: maar de engelachtige broeder stond daar oorspronkelijk niet. Die stond in de gewone boekenkast, en staat nu pas hier omdat ik Panofsky heb weggedaan, om het plankje weer vol te maken. En ik héb er al over geschreven. Het is gewoon griezelig hoe vergeetachtig ik ben geworden. We blijven het maar aan de preTnison toeschrijven …
Op het platte stapeltje ligt een platenboek over Fra Angelico, dat heb ik destijds in Rome gekocht. Special Edition for the Vatican Museums and Galleries. Het is dat het dikke boek zo'n mooie inscriptie bevat, anders zou het wel weg kunnen nu. Hierin staat alles wat ik nodig heb.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged , | 2 Reacties

engelachtige broeder

angelico-2016-09-17-11-23angelico2-2016-09-17-11-24Ik neem aan dat ik Fra Angelico heb aangeschaft nadat we met kunstgeschiedenis naar Rome waren geweest. Zijn fresco's in het Vaticaan over het leven van San Lorenzo (die weer mijn favo heilige is omdat de San Lorenzo mijn favo Romeinse kerk is vanwege de über-interessante bouwgeschiedenis) zijn het mooiste wat er bestaat.
De gezichten zo verstild en lieflijk, de klederen zo kleurig en rijk (al die vlammetjes al vooruitwijzend naar het lot dat Lorenzo wacht (het rooster is in de kerk te bezichtigen)), ik was echt totaal overweldigd en hoefde die hele Michelangelo niet meer te zien. Dat was ook een verschrikking, die stikvolle Sixtijnse kapel, om de paar minuten een stem "this is a place of worship …"
Sowieso moet je om echt van Rome te genieten de out-of-the-way dingen bezoeken, kerken en catacomben die je vrijwel voor je alleen hebt. En dan terugzakken in de tijd.
Met dit boek heb ik nooit iets gedaan, zal ik ook nooit iets doen, maar het houdt de herinnering levend aan al het moois dat ik gezien heb.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged , | 2 Reacties