
Zelf heb ik ook zo'n vier-generaties-foto, van beppe, mamma, kindeke en ik. Generations of Women staat er vol mee, je kunt over elke foto ook weer een verhaal schrijven: wie zit waar op de foto, soms lijkt de dochter ouder dan de moeder, soms denk je: wat een gezellig stel, daar wil ik wel bij zitten, en soms: wat een kille tantes, en wat lijken ze griezelig veel op elkaar. Van een van de foto's heb ik een tijd geleden een collage gemaakt (maar gekopieerd en uitgeprint, want dit boek is weer zonde om te verknippen).
generaties
elke foto een verhaal
Ik moest er even over nadenken, maar opeens wist ik het weer: we hadden die tentoonstelling gezien in Aberdeen, met al die prachtige portretten van Cartier Bresson, en toen heb ik het boek gekocht. De enige foto die me echt bijgebleven is, is die van Stravinsky met kat, maar ze zijn allemaal prachtig, doorleefd en vertellend, wat moet het mooi zijn om dat te kunnen, om de essentie van mensen te kunnen vangen op een foto. Dat probeer je als schrijver in woorden te doen, geen woord te veel, en de omgeving passend bij hoe je je personage wilt introduceren.
Ik herinner me ook dat ik toen dacht: ik zou over elke foto een verhaal moeten schrijven.
mijn naam is karmozijn
Wat een sprookjesachtig boek is My Name is Red (Ik Ben Karmozijn is als titel mooier, dat lijkt meer op het Turkse Benim Adım Kırmızı, maar ik heb toch gekozen voor de Engelse vertaling) van Orhan Pamuk. Ik had niet eerder iets van of over hem gelezen, dus ik begon er volkomen blanco aan.
De inhoudsopgave is al wonderlijk, de hoofdstukjes verteld door diverse figuren - I am a corpse / I am called Black / I will be called a murderer – maar ook door vreemdere types als een hond, een boom, een gouden munt en een paard.
Het middelste hoofdstuk heet I am Red, hier is de kleur rood aan het woord, zoals die in verluchte manuscripten wordt gebruikt en ook in de wereld bestaat.
Life begins with and returns to me. Have faith in what I tell you, zegt Rood. We believe in only one red. As I bring my color to the page, it's as if I command te world to "Be!" Rood lijkt God zelf wel. En dat gevoel wordt later versterkt. We horen een overledene vertellen: As soon as I realized this freedom, with fear and ecstasy I knew I was close to Him; at the same time, I humbly felt the presence of an absolutely matchless red.
In het kort is My Name is Red een moordverhaal (het doet in die zin, en ook in de labyrinthische intriges, wel denken aan de Naam van de Roos).
Sultan Murad III – de sultan die zo hield van miniatuurkunst – geeft opdracht tot het maken van een prachtig nieuw boek, met gebruik van nieuwe, Europese schildertechnieken (perspectief en herkenbare portretten).
Dat vormt een religieus probleem. The art of perspective removes the painting from God’s perspective and lowers it to the level of a street dog.
Deze taak wordt aangenomen door Enishte Effendi, die daarvoor miniaturisten en vergulders in dienst neemt, en ook zijn neef Black terugroept naar Istanbul, om het verhaal bij de miniaturen te schrijven.
Als Black terug is, moet hij eerst de moord oplossen op Elegant Effendi, de vergulder. Waarschijnlijk heeft een van de miniaturisten hem omgelegd omdat hij met zijn strengreligieuze opvattingen een gevaar vormt voor het voltooien van het boek.
Black komt maar al te graag terug. Twaalf jaar geleden is hij uit Istanbul vertrokken omdat Enishte hem niet met zijn dochter Shekure wilde laten trouwen. Hij is haar nooit vergeten. Zij is inmiddels met een ander getrouwd, en heeft twee zoontjes, Orhan (niet toevallig) en Shevket. Haar man is nu al 4 jaar vermist, en zal misschien nooit meer terugkeren. Er is weer hoop voor Black.
Dit zijn de twee verhaallijnen die door elkaar lopen: moord en liefde.
Door de verteltrant en de opzet leest het boek niet als een thriller of een romance, het leest als een verlucht manuscript met de ene glinsterende miniatuur na de andere.
Omdat het in de oosterse schilderkunst niet de gewoonte is dat de schilder zijn werk signeert, moet op een andere manier vastgesteld worden wie een afbeelding heeft gemaakt (die mogelijk de moordenaar kan aanwijzen).
Samen met Black en de Meesterschilder Osman zitten we in de schatkamer van de Sultan om alle miniaturen te bekijken. Pamuk maakt hier zinnen van een bladzij lang om de lezer net zo overweldigd te laten zijn door de schatten die daar te zien zijn.
Er zijn beschrijvingen van miniaturen van een beroemd liefdespaar die steeds weer terugkomen, zodat de lezer mee-denkt met de miniaturist die in deze traditie werkt, en de afbeeldingen op zijn duimpje kent. Tegelijk komt Pamuk steeds weer terug op het beeld van Shekure die voor het raam haar geliefde nakijkt, zo een miniatuurtje in het hoofd van de lezer schetsend.
Alle stukjes die over de religieuze implicaties van de schilderkunst gaan, kunnen net zo goed over alle kunstuitingen – inclusief de literatuur die Pamuk zelf zo in de problemen bracht (hij stond in 2005 terecht voor het beledigen van de Turkse staat) – onder alle onderdrukkende regimes gaan.
"Contrary to what is commonly believed, all murderers are men of extreme faith rather than unbelievers," zegt Meester Osman.
"They’re attempting to depict the world that God perceives, not the world that they see," merkt het paard op. En ik moest denken aan hoe Sjostakovitsj moest componeren zoals de Staat muziek opvatte.
Dit kun je je net zo goed afvragen met betrekking tot een boek: "Did a painting become legendary for what it was or for what was said about it?" vraagt Black zich af.
Tegelijk levert het boek commentaar op hoe verhalen werken. Want, zegt de hond, je weet dat honden niet kunnen praten, en toch geloof je in een verhaal waarin lijken praten en personages woorden gebruiken die ze onmogelijk kunnen kennen.
Het boek gaat over de verschillen en de confrontaties tussen Oost en West – een geliefd thema van Pamuk, geen wonder als Istanbul je thuisstad is.
Zo zegt Enishte over de westerse schilderkunst: "Had I been depicted in this fashion, it seemed, I’d better understand why I existed in this world."
Niet voor niets is een van de motto's van het boek (uit de koran): To God Belongs the East and the West. God zegt het later in het boek zelf ook, als Enishte twijfelt of hij wel goed geleefd heeft: "Over the last twenty years of my life, I’ve been influenced by the infidel illustrations that I saw in Venice. There was even a time when I wanted my own portrait painted in that method and style, but I was afraid. Instead, I later had Your World, Your Subjects and Our Sultan, Your Shadow on Earth, depicted in the manner of the infidel Franks."
I didn’t remember His voice, but I recalled the answer He gave me in my thoughts.
"East and West belong to me."
Oost en West komen voor in de ondeugende zinsnede "I only want to amuse myself frontside and backside, to be Eastern and Western both" gezongen door een drag queen die en man en vrouw wil zijn.
Tenslotte zegt de moordenaar: "To God belongs the East and the West,” en Black antwoordt: "But East is east and West is west." En daar moet ik wel achteraan denken: and never the twain shall meet.
Pamuk schrijft prachtig en / of de Engelse vertaling is heel goed.
Het boek begint in de winter (sneeuw in Istanbul), en aan het eind zegt iemand – en brengt ons zo het begin van het boek in herinnering – "you cannot claim with any conviction that you’re as innocent as freshly fallen snow." Ik ervoer het lezen echt als het maar eindeloos heen en weer bladeren in een boek vol miniaturen.
En deze zinnen verdienen een tegeltje:
• A great painter does not content himself by affecting us with his masterpieces; ultimately, he succeeds in changing the landscape of our minds.
• The beauty and mystery of this world only emerges through affection, attention, interest and compassion.
mooie mensen

Ik wist eigenlijk niet dat ik zóveel fotoboeken had. Artists in Camera staat vol mooie foto's van filmsterren, zangers, toneelschrijvers en ander cultureel volk. Als ik het doorblader denk ik wel: oh ja, die! en oh ja die! What's not to like about zo'n mooie jonge Jeremy Irons?
Maar doe ik er verder iets mee? Of zijn dit juist prachtige iconische portretten voor collages? Bij dat idee word ik veel blijder, merk ik. Hup Marie Kondo!
Fleur
De tentoonstelling van The Family of Man heb ik in 2006 gezien in Luxemburg, en ik geloof dat ik het boek daar ook gekocht heb. Het was de eerste vakantie als alleenstaande vrouw – goed om te merken dat ik dat allemaal ook zelf kon. Wat me op de tentoonstelling het meeste aangreep waren niet de vele droevige en gruwelijke foto's. Nee, het was de foto van een lachend publiek, ergens in Missouri. Hoe die man zo liefdevol naar zijn schaterende vrouw kijkt, zo blij om het plezier dat zij beleeft.
The Family of Woman heb ik in Amerika gekocht, en ook daarin vond ik een van mijn personages: Fleur, de beste vriendin van de hoofdpersoon.

Fred en Ytie
Dit is een fantastisch fotoboek voor schrijvers. De fotografe heeft foto's gemaakt en verzameld die te maken hebben met haar familie en het huis waar de hele familie zo vaak samenkwam. De personages zitten dus altijd op een veelzeggende manier in een ruimte die aan de stemming meewerkt. Blikken en gebaren vormen op zich al een verhaal.
Ytie en Fred kon ik er zo uithalen, ze staan in verschillende poses in het boek: helder en rustig, maar ook vragend of boos of in paniek, of onscherp met anderen op de voorgrond. Je zou over elke foto een heel boek kunnen schrijven.
Als je Tina Barney googelt vind je een schat aan foto's. Inspiratie!
een goed kunstboek
Waar en wanneer heb ik dit nu weer gescoord? Er zit een prijsstickertje aan de binnenkant – en sinds wanneer zit er geen pond-teken meer op het toetsenbord? – van £9,99 (ALT 156) dus vermoedelijk heb ik het in Aberdeen gekocht, toen ik die kunstlessen ging geven op de school van kindeke. Looking at Pictures: an Introduction to Art for Young People doet wat het belooft. Het laat je kijken naar een schilderij, om bijzondere dingen op te merken. Het vertelt hoe schilderijen gemaakt zijn, en waarom. Het is een goed boek en ik doe er niets (meer) mee. Het staat stikvol mooie plaatjes die collages mogen worden.
Sinaïklooster
Sinds de colleges van Van Moorsel over het Sinaï-klooster wilde ik daarheen. Hij vertelde het ook zo romantisch: hoe je buiten de muur in een mand werd opgetakeld en zo het klooster kon binnengaan (verboden voor vrouwen, natuurlijk).
Er waren weer zoveel dingen nieuw voor mij in dat college, de ontdekkingsreizen die een kunsthistoricus doet, de fascinatie voor één enkele afbeelding op een zuil, en er een levenswerk van te maken om uit te puzzelen wie daar waarom werd afgebeeld (Jephthah) … De ongelooflijk oude geschriften en iconen, het ontstaan van een beeldtraditie … Het was of iemand sprookjes vertelde, zo fascinerend. Maar ware sprookjes.
Studies in the Arts of Sinaï was het verplichte studieboek. Ik weet het niet zeker, maar ik geloof dat paps het platenboek kocht nadat ik erover verteld had. Of had hij het óók? Heeft kindeke nu zijn exemplaar? Wel hebben we ter plekke een mooie icoon voor paps gekocht.
Want we zijn er tenslotte samen geweest, kindeke en ik. Zij heeft zelfs in alle vroegte de Mount Sinaï beklommen om er de zon te zien opkomen.
Wij hoefden niet in een mand te worden opgetakeld, wij mochten gewoon door de deur.
Niet dat we ons vrij mochten bewegen in het klooster, nee, we mochten het geheel vanaf een soort balkon bekijken, en we mochten een blik werpen in de kerk. Qua beleving viel het in het niet bij de verhalen van Van Moorsel.
Oh wacht, daar heb ik immers over geschreven!
people
Ik vermoed dat ik dit boek tegelijk met dat van Life heb gekocht. Dit zijn foto's uit People Magazine, alweer allemaal bekendheden dus, niet echt personage-materiaal. Ik blader het door en zie toch wel mooie foto's, sommige doen me iets, een glimpje van een inspiratietje, voor wat? Geen idee. Maar het geeft aan dat ik er nog niet klaar mee ben. Het mág uiteindelijk collagemateriaal worden, maar nu nog even niet. En wat is nou vijf dollar. Daar koop je hooguit twee People Magazines van. Met allemaal van die lelijke, vertekende, van te dichtbij genomen foto's.
volmaakt
In 1985 gingen we met kunstgeschiedenis naar Wenen, met de trein. Op die reis had ik twee van de grootste schoonheidservaringen van mijn leven. De eerste was deze tentoonstelling: Traum und Wirklichkeit. Wat daar allemaal aan kunst bijeengezameld was! Allemaal mijn lievelings, ik wilde álles voor mijn verjaardag. De prachtigste kunstnijverheid, de mooiste schilderijen, van Klimt natuurlijk (ik bedenk trouwens dat de Kirche am Steinhof er als derde schoonheidservaring nog bij moet), maar ook een schitterend prerafaelitisch schilderij (ik geloof The Baleful Head van Burne-Jones), dat me ademloos deed neerzijgen op de trap – zoveel schoonheid was bijna te veel.
De tweede onvergetelijke ervaring gebeurde op de terugreis. In die tijd, jongens en meisjes, bestonden er nog geen mp3-spelers, het was iets heel bijzonders dat Ron een walkman mee had. Die mocht ik eventjes lenen. Terwijl het 21e pianoconcert van Mozart mijn oren vulde (Murray Perahia, 1976), gleden de groenkoperen koepels van Wenen, en verderop van het klooster Melk waarover ik mijn referaat gehouden had, aan me voorbij. Ik stond in het gangpad van de trein, en alles was volmaakt.













