kerstinkopen

Het was druk bij de Lidl. Alle kassa's waren open, er stonden lange rijen. De vrouw achter mij had een overvolle kar. Bovenop balanceerden twee doosjes eieren, daar kom je zowat het laatst langs in die winkel. Toen ik mijn zaakje had uitgeladen, kwam haar echtgenoot erbij. Zij begon met uitladen: eieren eerst.
Man barstte los. Luidkeels. Je legt de eieren toch niet vooraan? Dat is toch ontzettend stom? Dan gaan ze toch kapot? Hij pakte de kuub pleepapier uit de kar en klapte die zowat bovenop de eieren. Mams schoof de eieren lankmoedig naar zich toe, en legde de rest van de boodschappen, onder toeziend oog, op de band. Ik werd intussen bekassa'd en lette niet meer op ze.
Maar opeens weer die harde stem. Wat heb je hier nou? Kant en klaar geklopte slagroom? Vind je dat niet raar? Kan je dat niet zelf kloppen? Dat is toch belachelijk?
Hij keek rond met zo'n blik van: dat is de rest van de wereld ongetwijfeld met mij eens. Vrouw keek naar de grond.
En ik dacht: als hij haar ter plekke in elkaar geramd had, waren er vast mannen tussen gesprongen. Nu deed niemand iets. Terwijl dit ook mishandeling is, iemand zo publiek te kakken te zetten. Mensen vergoelijken dat meestal in hun hoofd: hij is vast moe, hij heeft vast stress. Maar mams is óók moe. En zij staat stijf van de stress want ze loopt elke dag op eieren. Maar zet zij ooit iemand te kakken? Natuurlijk niet. Normale mensen doen dat niet.
Narcisten vinden dat normaal. Ze denken dat iedereen rondom hem denkt: wat een intelligente vent, en wat is hij zijn vrouwtje goed de baas.
En wij – ja, ook ik, daarom schrijf ik dit stukje – laten hem in die waan. Niemand durft onder de ogen van zo'n bokito tegen die vrouw te zeggen: maak dat je wegkomt. Geen mens hoeft zich zo te laten mishandelen.
Misschien dat ze dit ooit leest, en dat haar eindelijk de schellen van de ogen vallen.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged | 6 Reacties

stad van herkomst

Ik ben op Facebook lid van een groep die "Och heden juh – Liwwadden" heet, en elke keer verbaas ik me er weer over hoe die stad onder mijn huid zit. Ik ben er geboren, maar toen ik 8 was verhuisden we al naar Heerenveen. Aan het eind van de middelbare school gingen we wel vaak uit in Leeuwarden, maar goed, dat was alleen van het station naar de bioscoop en de kroeg, geen lange wandelingen door de stad of zoiets. In 2005 ging ik er weer wonen, maar verhuisde in 2012 naar Groningen.
Maar nog altijd is Leeuwarden de stad die ik het beste ken, waarbij ik van elke foto meteen zie: oh ja, dat is daar. En dat ik dan ook nog weet hoe je erheen rijdt.
Bij alle oude foto's op Facebook kijk ik ook altijd even stiekem of er geen bekende op staat, oma met de boodschappentas, of oom Hille op de fiets. Ook van de inmiddels afgebroken gebouwen (de watertoren!) weet ik nog precies waar ze stonden. Pas stond er een foto van de overweg vlakbij de flat waar ik van 0-5 gewoond heb, en ineens wist ik weer precies hoe het er daar uit zag.
Leeuwarden in de Luwte komt van paps. Ik blader het door en zie tontsjemannen, en de bouw van de flat van oom Johan en tante Hilly, ik zie meisjes met witte sokjes in witte sandalen. Land van herkomst.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 2 Reacties

afbraak

Ook dit is weer zo'n voorbeeld van een boek over middeleeuws Friesland dat in de periode na mijn afstuderen is verschenen. Er moeten wel 500 stinzen geweest zijn, en ook daar is vrijwel niets van over. Zelf ken ik alleen de Schierstins, die heb ik tijdens mijn afstuderen bezocht, en ik heb een heel hoofdstuk gewijd aan de bouwkundige en functionele overeenkomst tussen kerktoren en stins.
Het is bijna niet voor te stellen dat we in Friesland een monumentenrijkdom hadden kunnen hebben waarvoor we nu helemaal naar Italië afreizen. Het is maar goed dat op een gegeven moment iemand wakker werd – na de afbraak van de vroegromaanse tufstenen kerk van Wierum (alleen de toren bleef bewaard) – en schreeuwde dat het afgelopen moest zijn! Lees het hier: Holland op zijn Smalst, door Victor de Stuers.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

kloosters

Bijna zestig kloosters telde Friesland in de Middeleeuwen. Moet je je voorstellen dat die niet waren afgebroken, dan kon je daar dus je eigen Clairvaux, Cluny, Maulbronn of Reichenau vinden. Helaas is er vrijwel niets bewaard gebleven. Er zijn fundamenten van zuilen van Klaarkamp gevonden op grond waarvan een plattegrond gereconstrueerd kon worden, er is hier of daar nog een stuk van een gebouw blijven staan, er zijn teksten en tekeningen, maar voor de rest is alles weg. Onvoorstelbaar.
Toen ik mijn scriptie schreef, eind jaren tachtig, was er nog lang niet zoveel over bekend als nu. De belangstelling begon net te komen. Ik dacht er destijds nog over om te proberen mijn scriptie uitgegeven te krijgen, toen er een boekje verscheen met dezelfde titel. Veel minder doorwrocht, maar wel met veel mooie kleurenplaatjes.
Kloosters in Friesland is uit 2009, en het komt uit de nalatenschap van paps. Ik blader het door en voel hoe'n machtig onderwerp ik het nog altijd vind.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

magie

Het staat mij vaag bij dat ik Gewijde Plaatsen in Friesland pas ver na de studie heb gekocht, omdat ik het zo magisch vond. Iets van die magie heb ik in Brandsporen geprobeerd te vatten in de scènes die op het kerkhof spelen.
Glazema bracht het boek uit in 1948, en het gaat over de vraag waarom de kerken in Friese dorpen altijd zo mooi in het midden staan. Was de plaats waar ze werden gebouwd al eerder – voor de komst van het Christendom – een heilige plaats? Waar oude bomen werden vereerd en dingen (rechtszaken) werden gehouden?
Er wordt uit veel oude geschriften geciteerd, er worden allerlei opgravingen beschreven, kortom weer een schatkamer vol inspiratie en wetenschap, voor mij de beste combinatie.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

slappe sukkels (2)

Door pijn en andere narigheid slaap ik vaak lang uit. Zo hoorde ik mijn eerste journaal van de dag pas om 11 uur vandaag.
Ik kan er online geen fragment van terugvinden, maar mij viel direct op, dat dit een heel raar item was om het nieuws zo stellig mee te openen, en dat het bovendien wel een heel lang item was.
De tekst kwam erop neer dat van de miljoen mensen die antidepressiva gebruiken, 980000 daar geen baat bij hebben, ze zijn er alleen aan verslaafd en hebben last van bijwerkingen.
Ohja, ergens in een hoekje zat nog een zinnetje over de man die deze beweringen deed. Het was helemaal geen feit, het was een bewering van een meneer. Die meneer – ik ken hem verder niet – had een podium gekregen in Trouw.
Hij had namelijk de inleiding mogen schrijven bij de vertaling van het boek van Peter C. Gøtzsche, de controversiële Deense arts over wie psychiater Menno Oosterhoff zich regelmatig heeft opgewonden.
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het NOSjournaal met een dergelijk item opent ter wille van het drukken van de zorgkosten. Het artikel in Trouw eindigt er ook mee.

Met het gebruik van psychofarmaca is jaarlijks 300 miljoen euro gemoeid, zo'n 10 procent van de totale kosten van medicijngebruik. Als we mogen aannemen dat 98 procent daarvan meer kwaad doet dan goed, zou het schrappen daarvan niet alleen goed zijn voor de mens, maar ook voor rijksbegroting en huishoudportemonnee.

Ik vind het schokkend dat een publiek kanaal zo met mensen omspringt die hun leven – letterlijk – te danken hebben aan antidepressiva. Zo van: sukkel! Je beeldt het je maar in en het kost een vermogen. En dat de Publieke Omroep zich dus net zo hard schuldig maakt aan nepnieuws.

aanvulling dd 311216
In de dagen na dit artikel verschenen er gelukkig verschillende weerwoorden, waarvan ik er hier twee plaats.

Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged , , | 4 Reacties

schatkamer

Toen ik afstudeerde, woonde ik in Delft, en Friesland was best ver weg. Ik herinner me nog dat ik een keer naar Tresoar ging, in Leeuwarden, en me in verrukking op de grond tussen de kasten liet zakken. Wat daar alleen al in de open opstelling stond! Ik heb eindeloos titels zitten opschrijven, en bladzijden gekopieerd.
Bijdrage tot de Kerkgeschiedenis van Friesland heb ik uiteindelijk maar zelf aangeschaft, ik zie nu pas dat het een gesigneerd exemplaar is, met handtekeningen van drie van de vijf redacteuren. Het is uit 1951, maar het ruikt en voelt veel ouder.
Wat was het toch een heerlijke studie, wat was het een genot om de hersentjes zo lenig te voelen, en het brein dat zich steeds wijder uitstrekte. Ik heb er uiteindelijk niets mee "gedaan" maar wel de innerlijke schatkamer oneindig mooi behangen.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

serendipiteit

Uit de Encyclopedie van Friesland heb ik vooral veel kaartjes gehaald, voor de scriptie. Mooi gedetailleerde kaarten van gemeenten, van grondsoorten, van aantallen inwoners. En ook wel wat gegevens over geschiedenis, over plaatsnamen, dat soort dingen. Het is een ongewijzigde herdruk uit 1972 van een boek uit 1958, en ik vraag me nu toch af wat ik ermee moet doen. Zou ik Liekeltje de Haan-Harmens (ik sla het boek maar ergens open) ook op google kunnen vinden? Nee. Maar gezocht heb ik haar ook nooit. Ik blader verder en zie Klederdracht. Vind je op google wel veel over, maar niet zo mooi schematisch bij elkaar.
En dan zie ik het woord oesdrip. Dat ben ik echt voor het eerst in dit boek tegengekomen. Het speelt een grote rol in Brandsporen. Ik vind het woord wel op google, maar niet die precieze betekenis, daar waar op het kerkhof zelfmoordenaars werden begraven. Toch maar bewaren, dit is zo'n boek waar je met een beetje serendipiteit een hele roman uit kunt opdiepen.

Geplaatst in autobiobibliografie, schrijven | Getagged | 2 Reacties

grazige weiden

Nog lang na het afstuderen bleef de belangstelling naijlen voor alles wat met mijn kerkjes te maken had. Het leek wel of het ook in de tijdgeest paste, er verschenen steeds meer boeken over de Friese middeleeuwen, die afrekenden met het beeld dat er sinds de negentiende eeuw van geheerst had: dat van de gemeenschap van vrije, gelijke Friezen.
Ik heb ook lang met het idee gespeeld om een roman te schrijven die in die tijd speelde. Het werd uiteindelijk een kort verhaal voor de LOI ("schrijf een historisch verhaal"), en dat heeft zijn weg weer gevonden in Brandsporen, maar nu als een toneelstuk dat wordt opgevoerd om geld in te zamelen voor de restauratie van de kerk in Wrochtum.
Middeleeuws Friesland is uit 1992, wij woonden inmiddels in Oman, en op het hete zand kon ik soms zo'n heimwee hebben naar de grazige weiden van het moederland, en naar gebouwen die ouder waren dan het beton van gisteren! Dan was het heerlijk om mezelf er naartoe te schrijven.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

Friesland

Ik ben door mijn meisjes- en kinderboeken heen (er is nog een plankje prentenboeken van kindeke, daar kom ik later nog aan toe). Het volgende plankje is Friesland, de meeste boeken aangeschaft rondom mijn studie. Ik studeerde in 1989 af op Romaanse Kerken in Friesland, en had daarvoor ook veel boeken nodig over de algemene geschiedenis. Het was nog voor internet en google, ik heb ook mappen en mappen vol gekopieerde tijdschriftartikelen gehad. Die zijn inmiddels weggemariekondoot. Maar deze prachtige, doorwrochte Geschiedenis van Friesland - ik geloof dat ik hem voor mijn verjaardag had gevraagd - mag natuurlijk blijven, al is hij uit 1973 en is er inmiddels alweer veel veranderd. Voorin zit een krantenartikel uit 2008, over de opgravingen op het Oldehoofster kerkhof waar zelfs Romeinse voorwerpen werden gevonden.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen