Auteur Archief: Hella
141 – naar Nuzafam
Ik kreeg meestal zoveel opdrachten van Fegman dat ik ze maar nauwelijks op tijd afkreeg. Het was fijn dat Otta zo'n goede leerling bleek, ze kon al heel veel basiswerkzaamheden van me overnemen. Dodenmatten kon ze al bijna met de … Lees verder
140 – het verhaal van Mia en Bo
Ik begon met de korte, simpele versie. Over Dunkitaba, over Hebotva. Over het witte haar dat daar een zonde was. Iets waar ik achteraf nog steeds niets van begreep. Over mijn vlucht via de Zanden. Over Rodvabroer. En over Mia. … Lees verder
139 – wie was mijn vader?
Bo veranderde erg toen hij eenmaal uit huis was. Hij kwam alleen thuis op de vrije dagen, en zelfs dan ging hij voor de nacht terug naar de jongensborg. Hij groeide en ging steeds meer op zijn vader lijken. Of … Lees verder
138 – terug naar huis
Nuzafam woonde in de eerste weef aan de rechter kant, ze hoefde niet onder de Visietunnel door, of helemaal omhoog te klimmen door al die straatjes. Ik durfde niet te vragen of ze het niet vreselijk vond om die baby'tjes … Lees verder
137 – het Dzikomeer (2)
Met pijn in het hart nam ik afscheid van het Dzikomeer, overtuigd dat ik het vast geen tweede keer zou zien, nu ik eenmaal aan Rietmeisje had getoond welke soorten riet mijn voorkeur hadden. Ook onderweg had ik dat gevoel. … Lees verder
136 – het Dzikomeer
Het meer was onze verste bestemming. Pas op de terugweg zouden we de andere producten meenemen. Ik rook en hoorde het meer voor we het zagen. Rietmeisje keek achterom en glunderde. "We zijn er bijna!" Ze wilde het paard wel … Lees verder
135 – de expeditie
De volgende morgen bracht Fegman me hoogstpersoonlijk naar het vertrekpunt van de expeditie. Rietmeisje zat al te paard, ik zou bij haar achterop zitten, want zelf kon ik niet paardrijden. Of zou het net zo zijn als met roeien? Als … Lees verder
134 – de jongensborg
Wij moeders mochten mee toen de jongens naar de jongensborg gingen, zodat we konden zien waar ze zouden slapen en eten. Er waren twee slaapzaaltjes, een voor de schoolgaande jongens en een voor de ouderen die al aan het werk … Lees verder
133 – vakleerlingen
Ik hoopte dat Mia rietvlechter wilde worden, maar zij wilde liever kinderkleertjes maken, zoals Blufam. Haar gezichtje gloeide van enthousiasme toen ze me dat vertelde, en ik dacht aan de dag waarop ze in mijn leven kwam en ze zo … Lees verder
132 – Wispelerflu
Aan Letifam vertelde ik op een avond wel over het flesje Wispelerflu dat ik had gekocht. Het was warm, de kinderen lagen al in bed maar of ze ook sliepen? We praatten zachtjes. Letifam keek me met grote ogen aan … Lees verder









