Categorie archief: feuilleton
166 – Blufam en Zaloman
Ik verlangde zo naar mijn kat dat het bijna pijn deed. En trots voelde ik me ook. "Burman is ontsnapt, en Kuuksi ook. Maar Morfam had natuurlijk wel in de gaten dat ik … zij en Tikman hebben me samen … Lees verder
165 – Kuuksi leeft?
"Toen jullie weg waren, heeft Otta je kat opgeraapt. Wonder boven wonder was ze niet dood. Otta heeft haar verzorgd, ze was zó lief voor dat beestje." Blufam wilde met haar geschonden hand over haar ogen wrijven, snel trok ik … Lees verder
164 – Blufam
Nuzafams matras bleef een flink aantal dagen leeg. Soms werd ik midden in de nacht wakker doordat er iemand naast me kwam liggen – Morfamzus. Ik was als de dood dat er weer iets vanaf het dak op me neergegooid … Lees verder
163 – de zoon van Nuzafam
Ik begreep oprecht niet wat Morfamzus bedoelde. "Schijnheilig wijf, je hebt toch wel iets om mij mee te plezieren? Zo'n prinsesje als jij?" Ze kwam vlak voor me staan en frunnikte met haar smerige vingers aan de halslijn van mijn … Lees verder
162 – Murmerflu
De hele dag dacht ik tijdens het spinnen aan mijn droom. Aan Storma, aan het touw. Aan het eind van de dag haalde ik twee el van mijn gesponnen draad af en knoopte het om mijn hals. Onder de muntjesdoek, … Lees verder
161 – alles went
Ik weet niet hoeveel dagen er zo verstreken. Ze waren allemaal gelijk. Alles went, zelfs gevangen zitten in een schemerige, stinkende tunnel, jezelf zo vies voelen, en hongerig, zwak, suf, wanhopig op een doffe, berustende manier, geen uitweg zien en … Lees verder
160 – avondmaal
De toch al bedompte lucht vulde zich met stof en vezels. Hier en daar was een lichtstroom, daar waar een spleet in het gewelf het daglicht toeliet. Toen het al bijna donker was, werden onze draadkluwens opgehaald. Nuzafam en Sisifam … Lees verder
159 – vlas spinnen
Morfamzus verdween weer. Ik liet me op de grond zakken. Ik voelde dat er iets gebeurde in mijn hoofd. Vlak voor het gebeurde, besefte ik: Helvarderaflu. Mijn buurvrouw zag het aan me. "Kleine slokjes voortaan!" fluisterde ze. "Vanavond komt ze … Lees verder
158 – in de Visietunnel
Ik kwam overeind en schuifelde achter de vrouw aan de oneindige gang in. In het midden was een manshoge muur. "Links de vrouwen, rechts de mannen," zei de vrouw. Langs het looppad lagen vrouwen te slapen op strozakken dunne stromatrasjes. … Lees verder
157 – naar de Visietunnel
En zo verliet ik de weef, waar ik zoveel maanjaren had doorgebracht, waar ik ondanks alles gelukkig was geweest, had genoten van mijn kinderen, mijn werk, mijn vriendinnen. Ik keek nog een keer om, ik wist niet zeker of ik … Lees verder








